De gloriejaren van Antwerpen

Antwerpen. De gloriejaren – Michael Pye
/
Antwerpen op een kaart van Lodovico Guicciardini, 1567
Antwerpen op een kaart van Lodovico Guicciardini, 1567 (CC BY-SA 4.0 - wiki)

Italianen in het zestiende-eeuwse Antwerpen raakten maar niet uitgepraat over de Scheldestad. De Venetiaanse ambassadeur Cavalli schreef naar zijn stadsbestuur: ‘Er is geen man, hoe armzalig van geboorte en hoe lui ook, die hier niet kan rijk worden van de handel’. Stoffenverkoper Giovanni Zoncha verwonderde zich er dan weer over hoe mannen en vrouwen met elkaar omgingen:

‘Tijdens de maaltijd zat je tussen twee meisjes in die je af en toe een kusje gaven, en na het eten ging je op de grond zitten, in de armen van je meisje.’

Met deze getuigenissen is de toon gezet voor Antwerpen. De gloriejaren, een eigenzinnige geschiedenis over een stad die zich vanaf 1500 ontwikkelde tot dé handelsmetropool van West-Europa. Het boek is van de hand van de Britse bestsellerauteur Michael Pye die met Aan de rand van de wereld in 2015 de geschiedenis van de Noordzee ook al in één boek samenbalde.

Een nieuw perspectief op Antwerpen

Verwacht geen historische studie over de ‘gouden eeuw’ van de stad. De Gloriejaren werpt een caleidoscopische blik op het absolute hoogtepunt van Antwerpen als wereldhaven en handelsstad, een periode die Pye situeert tussen het aanleggen van het eerste Portugese specerijenschip in 1502 en de Beeldenstorm in 1566. Wie de ziel van een stad wil achterhalen moet volgens de auteur immers verder kijken dan de schepen die er aanmeerden, de omvang van de Beurs, de demografische boom of de stedenbouwkundige werken. De essentie van een stad is meer dan de optelsom van haar gebouwen of verhandelde wisselbrieven, haar karakter wordt vooral bepaald door ‘wat daar is gebeurd, de gedachte achter een plek, de manier waarop die plek gebruikt is en hoe burgers en buitenstaanders ertegenaan keken,’ aldus Pye.

Antwerpen. De gloriejaren voegt heel wat toe aan de bestaande historische studies over de stad. De informatie uit getuigenissen van buitenlanders, literaire bronnen, kunstwerken of levens van bekende Antwerpenaars laat toe om een bijzonder kleurrijk en andersoortig beeld van de metropool te schetsen. Dit is een welkome aanvulling, te meer omdat historisch onderzoek wordt bemoeilijkt als gevolg van de brand in het stadsarchief tijdens de Spaanse Furie (1576). Kortom, de keuze om geschiedenis te schrijven door de ogen van een Portugese koopman, een literator uit de Elzas of een plaatselijke grondspeculant biedt ongetwijfeld een meerwaarde.

Voor onze ogen ontvouwt zich een bescheiden stedelijk centrum dat door de internationale ontwikkelingen en de neergang van Brugge alle troeven in de schoot krijgt geworpen om het kruispunt van de wereldhandel te worden. Behalve haar ligging aan de Schelde waren er nochtans weinig elementen die konden wijzen op haar nakende bloei: het was nooit een vorstelijke stad geweest, er was geen bisschop, het lag zelfs niet op het kruispunt van oude handelswegen. Als een relatieve vrijstad die zich geen zorgen hoefde te maken over strakke regels van gilden en ambachten lag Antwerpen als binnenhaven bijna uitnodigend voor de Engelse laken- en wolhandelaars die Brugge de rug hadden toegekeerd. Met hen waren ook de grote Italiaanse koopliedenfamilies met hun natiehuizen naar de Scheldestad verhuisd. Duitse handelaars van ijzererts uit Centraal-Europa of van graan uit het Balticum vonden er eveneens een interessante stapelplaats. Wie in Antwerpen rondliep hoorde dan ook de meest uiteenlopende talen. Niet helemaal verrassend herkent Pye in De toren van Babel – door Pieter Brueghel de Oude waarschijnlijk in de Antwerpse context geschilderd – dan ook een metafoor van de snelgroeiende en veeltalige havenstad.

Bruegels Toren van Babel (althans de eerste versie in het Museum Boymans Van Beuningen, ca. 1565) werd wellicht in een Antwerpse context geschilderd
Bruegels Toren van Babel (althans de eerste versie in het Museum Boymans Van Beuningen, ca. 1565) werd
wellicht in een Antwerpse context geschilderd

Maffiabazen en messentrekkers

De buitenlandse kooplieden en bankiers gaven samen met hun uitgebreid personeel de nodige kleur aan het straatbeeld. Een van hen was Simone Turchi wiens sensationele levenseinde tot in alle hoeken van Europa doordrong. De steenrijke bankier uit Lucca had in een twist zijn collega en stadsgenoot Deodati om het leven gebracht door hem in een speciaal gefabriceerde stoel met ijzeren stangen vast te zetten, en vervolgens op een gruwelijke manier te martelen en te doden. Deze onvervalste maffiamoord sprak in die tijd enorm tot de verbeelding, te meer omdat de dader, ondanks staalharde ontkenningen, uiteindelijk werd veroordeeld tot een even spectaculaire doodstraf. Op de dag van zijn executie werd Simone Turchi in dezelfde stoel geplaatst, en met een kar door de stad naar de Grote Markt gereden. Het vuur van de brandstapel deed de rest met de moordenaar en zijn mechanische stoel… Het verhaal van de moord en de terechtstelling was al snel een straf verhaal dat in heel Europa bekend geraakte en nog jaren nadien werd doorverteld. Inderdaad een sappige anekdote om aan te tonen dat de naam van Antwerpen midden zestiende eeuw op ieders tong lag, de vraag alleen is of dit tien bladzijden in het boek waard is…

Gilbert van Schoonbeke - Portret van Peter Pourbus, 1544
Gilbert van Schoonbeke – Portret van Peter Pourbus, 1544 (RKD)
Het voorval met Simone Turchi roept wel een beeld op van het verhitte sfeertje onder de nieuwe rijken in Antwerpen. Geweld hoorde blijkbaar nu eenmaal tot de lokale handelscultuur. Dit bleek eveneens toen de plaatselijke vastgoedhandelaar Gilbert van Schoonbeke op een avond stevig onder handen werd genomen door een knokploeg van Gaspar Ducci, zijn stiefoom en vroegere zakenpartner. Ducci had in Antwerpen geen al te beste reputatie. Hij stond bekend als een gewetenloze speculant met evenveel machtige beschermheren als lak aan juridische dagvaardingen. Overigens was Gilbert van Schoonbeke evenmin een koorknaap. In de vele stadsgeschiedenissen wordt hij meestal omschreven als een briljant projectontwikkelaar en visionair urbanist. Zo was hij inderdaad bepalend voor de snelle uitbreiding van de stad met nieuwe straten, pleinen en huizen voor rijke koopmansgezinnen (hoven van plaisantie). Een derde van de straten die tijdens de zestiende eeuw werden ontwikkeld, waren naar verluidt van hem afkomstig. Van Schoonbeke was echter evenzeer het prototype van de durfondernemer met een neus voor zaken, niet vies om mensen om te kopen, het stadsbestuur tevreden te houden en achteraf een flinke winst op te strijken. De heersende economische en religieuze vrijheid evenals de afwezigheid van een sterk centraal gezag, oefenden nu eenmaal een zuigkracht uit op wie snel geld wou maken. Op haar hoogtepunt omstreeks 1550 barstte Antwerpen dan ook van de rijkdom, maar intussen zat de stad zelf wel krap bij kas. Een bestuurlijk apparaat met een visie op de stad was er niet. Iedereen die wat doortastend, schaamteloos of handig was kon bepalen wat er gebouwd werd.

Geldgewin en schone kunsten

Hét kloppende hart van dit turbokapitalisme was de nieuwe Beurs. Handel was er niet alleen meer gebaseerd op de verkoop van goederen maar ook op de transacties van waardepapieren. Wisselbrieven gingen snel van hand tot hand en wie goed geïnformeerd was over de recente politieke en economische ontwikkelingen kon snel rijk worden. Lodovico Guicciardini (1521-1589), een Italiaanse koopman en schrijver die geruime tijd in de Nederlanden verbleef, vond de beurs weliswaar nuttig om de handel gaande te houden, maar keek met grote ogen naar ‘de onbeschofte, onverzadigbare lust naar buitensporige winsten’. Volgens Guicciardini was de Beurs een van de meest indrukwekkende gebouwen van de stad. Wie vandaag de gerestaureerde Beurs bezoekt kan de beschrijving van de Italiaan enkel maar bevestigen. Men herkent nog steeds het grote vierzijdige gebouw met de elegante binnenkoer gevormd door overdekte galerijen, alles sierlijk afgewerkt met tegels en diverse steensoorten. De Antwerpse Beurs was dé schakel tussen de handelsbeurzen van Londen, Lissabon, Genua, Florence, Lyon, Parijs… Het Antwerpse voorbeeld vormde overigens de inspiratie voor de eerste Royal Exchange in Londen die in 1571 door Vlaamse bouwmeesters werd opgetrokken.

Het Beursgebouw van 1531 (tekening uit L. Guicciardini, Beschrijvinghe van alle de Nederlanden anderssins ghenoemt Neder-Duytslandt (Descrittione di tutti i Paesi Bassi, altrimenti detti Germania inferiore, 1612)
Het Beursgebouw van 1531 (tekening uit L. Guicciardini, Beschrijvinghe van alle de Nederlanden anderssins ghenoemt
Neder-Duytslandt (Descrittione di tutti i Paesi Bassi, altrimenti detti Germania inferiore, 1612)

Antwerpen was evenwel veel meer dan alleen een bloeiende haven, op winst beluste kooplieden, grondspeculatie of een opportunistisch ingesteld stadsbestuur. Wie immers geld had kon het laten rollen, ook voor allerlei luxeproducten. Niet te verwonderen dat de stad in die periode een aantrekkingspool werd voor kunstschilders, tapijtwevers, edelsmeden, cartografen, drukkers… Antwerpen bezat dan geen universiteit, het telde wel tientallen Latijnse scholen, parochie- en private scholen. Naar verluidt gaf één op de tweehonderd inwoners les in iets.

Antwerpen was tijdens in de zestiende eeuw ook een ware boekenstad. De helft van alle drukkers in de Nederlanden was tussen 1500 en 1540 in Antwerpen gevestigd. Toch ging achter deze boekenliefhebberij volgens Pye telkens een verdienmodel schuil. ‘Never waste a good crisis’, moeten enkele drukkers en chirurgijns gedacht hebben toen de pest de stad teisterde. Met hun zogenaamde pestboexkens ontdekten zij een gat in de markt. Wat op de boekenmarkt kwam had dus vaak een praktische inslag. Het verklaart het succes van allerlei drukken van botanici zoals Rembertus Dodoens (1517-1585) en Carolus Clusius (1526-1609). De nieuwe geografische kennis werd gretig opgezogen door Abraham Ortelius (1527-1598), een geboren en getogen Antwerpse cartograaf én grondlegger van de moderne atlas. De stad kon dan misschien geen grote filologen voorleggen, toch was er heel wat wetenschappelijke kennis aanwezig die in de vorm van fraaie drukwerken de wereld veroverde. Dé meester van de boekdrukkunst was natuurlijk Christoffel Plantijn (1520-1589) uit het Franse Tours. De afnemers waren echter niet langer enkel de nieuwe rijken van de stad, maar de absolute machthebbers zoals Filips II van Spanje.

Tolerantie en diversiteit

Portret van een Afrikaanse man (Jan Mostaert, ca. 1525-1530)
Portret van een Afrikaanse man (Jan Mostaert, ca. 1525-1530)
Mentaal mijlenver verwijderd van het gezag van kerk en keizer vormde Antwerpen de vrijhaven van allerlei protestantse gezindten. Migranten uit het noorden, de Duitse gebieden en Frankrijk leefden er naast bijbelvaste Spanjaarden en uitgeweken Portugese Joden. Elkeen die op een of andere manier meedraaide in de internationale handel vond er zijn plaats. Het straatbeeld was dan ook bijzonder divers. Met uitzondering van Lissabon vond men nergens zoveel Afrikanen als in Antwerpen. Sommigen waren er aangekomen als slaaf, maar waren begonnen met een eigen stiel. Dit was onder meer het geval met Antoon Rodrigues uit Kaapverdië, omschreven als negro of moriaen, die in 1566 een verklaring van goed gedrag verkreeg nadat hij vierentwintig jaar als verver had gewerkt. Baby’s van Afrikanen werden gedoopt in de Antwerpse kerken. De zwarte renaissancefiguur van Jan Mostaert (1474- 1552/53) was vermoedelijk uit het Antwerpse milieu afkomstig. Ook op gendervlak ontdekt Pye een zekere openheid. Alhoewel mannen op politiek en economisch vlak de lakens uitdeelden lieten vrouwen letterlijk en figuurlijk van zich horen. Zo bezaten velen een eigen winkel of een marktkraam. Een zekere Anna Janssen had een drukkerij, terwijl ene Josina van Dale geld leende aan ondernemers. Ook waren enkele vrouwen in de specerijenhandel en de scheepsverzekeringen actief.

Doña Gracia Mendes
Doña Gracia Mendes? – Portret van Agnolo Bronzino, ca. 1565 (CC BY-SA 3.0 – Agnolo Bronzino – wiki)
De meest markante vrouw in Antwerpen was ongetwijfeld Doña Gracia Mendes (1510- 1569), oorspronkelijk afkomstig uit een Sefardisch-Joodse familie die na de uitdrijving in Spanje via Portugal in Antwerpen terecht kwam. Na de dood van haar man nam zij de leiding op zich van het handels- en bankiersbedrijf van de steenrijke familie Mendes. Zij gebruikte haar invloed en vermogen om de vervolging van Joden in Portugal te vertragen én om haar geloofsgenoten via Antwerpen op andere veilige plaatsen in Europa te laten onderduiken. Uiteindelijk moest zij ook de stad verlaten waarna ze na tal van omzwervingen in Italië in Istanboel terechtkwam, een verblijf dat het Europese politieke schaakbord leek te veranderen. Op een ogenblik dat de relaties met Venetië en de paus onder hoogspanning stonden was het voor sultan Süleyman strategisch immers bijzonder interessant om goede relaties met Antwerpen aan te knopen. Op die manier kon de Brabantse metropool misschien tot een Ottomaans bruggenhoofd in het Spaans-Habsburgse rijk uitgroeien.

De contactpersoon in dit ontluikend verstandshuwelijk was Jozef Naçi (1524-1579), de neef van Doña Gracia. Zo was er zelfs even sprake om via Polen of Moskou Ottomaanse waren naar Antwerpen te brengen. Alles speelt zich af op de vooravond van de Opstand tegen Spanje. De latere sultan Selim II stuurde zelfs een brief naar de lutheranen in Antwerpen waarin hij hun geld, wapens, en mankracht aanbood. Op zijn beurt zond Willem van Oranje een gezant naar Istanboel om steun te vragen bij het verzet tegen Spanje. Niet toevallig kozen de Watergeuzen in deze roerige jaren de leuze ‘Liever Turks dan Paaps’.

Een voorafname van vandaag?

De lens waarmee Michael Pye het zestiende-eeuwse Antwerpen bekijkt levert een bijzonder veelkleurig beeld op van de stad. Meanderend doorheen de tijd, dwalend langs de straten en aankloppend bij enkele ‘sinjoren’ leert hij ons misschien meer over het Antwerpse DNA dan gelijk welke stadsgeschiedenis. De hoofdstukken over religieuze tolerantie, internationale handel, urbanisatie, roddel en vetes, luxenijverheid, wetenschappelijke kennis… krijgen immers een klankbord in mensen van vlees en bloed. Het schrijfplezier spat echter zo van het boek dat de auteur zich soms verliest in eindeloze uitweidingen. Hij neemt de lezer dermate op sleeptouw dat deze op de duur niet opmerkt dat het boek soms van het onderwerp afdwaalt. Pye’s enthousiasme verleidt hem ook tot overhaaste veralgemeningen, zo bijvoorbeeld wanneer hij schrijft dat ‘Antwerpse vrouwen befaamd waren vanwege de zes talen of meer die ze spraken’.

Antwerpen. De gloriejaren
Antwerpen. De gloriejaren
Daarnaast is het boek niet vrij van enkele ongelukkige formuleringen en historische fouten. Zo wordt Antwerpen op het einde van de vijftiende eeuw ‘Spaans gebied’ genoemd, terwijl ‘Habsburgs’ natuurlijk een veel betere keuze was geweest. Ook reisde Thomas Morus in 1515 niet rond in Nederland maar in de (Zuidelijke) Nederlanden. Voorts wordt gesuggereerd dat Alva in 1557 naar de Nederlanden werd gestuurd (in plaats van in 1567). Allemaal een slechte vertaling van het Engels naar het Nederlands of het werk van de zetduivel?

Maar niet getreurd, wie het boek openslaat is vertrokken voor een historische pageturner. Sommigen zullen in de beschrijving van de zestiende eeuw misschien de sporen herkennen van het imago dat Antwerpen vandaag in de rest van Vlaanderen torst: wat eigenzinnig, niet op de mond gevallen, met een zakelijke panache en wars van centrale bemoeienissen.

~ Patrick Praet

Boek: Antwerpen. De gloriejaren – Michael Pye

Bekijk dit boek bij:

Bekijk dit boek bij Historiek Geschiedenisboeken

Bekijk meer over:

België, Boekbesprekingen

Categorieën

Vorige verhaal

Albrecht Dürer, de reizende kunstenaar-ondernemer

Volgende verhaal

Habsburgse Rijk hield het 600 jaar vol

Onze belangrijkste rubrieken: