Waren de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki gerechtvaardigd? Het is een vraag waar al tijdens, maar vooral na de Tweede Wereldoorlog fel over is gediscussieerd. Met Regen van verwoesting levert de bekende auteur en hoogleraar Richard Overy een interessante nieuwe bijdrage aan het debat. Hij plaatst daarbij de atoombomaanvallen in de bredere context van het grootschalige luchtoffensief dat in het laatste oorlogsjaar startte tegen het Japanse keizerrijk.

De aanvallen van LeMay hebben in de geschiedschrijving lang niet zo veel aandacht gekregen als de atoombommen. Overy laat zien dat dit onterecht is. Zeker in zijn totaliteit, maar bij zelfs een aantal van de individuele luchtaanvallen op zich, hadden de brandbommen een groter verwoestend effect dan de later ingezette nucleaire wapens.
Area-bombing
De Japanse regering probeerde haar burgers wel voor te bereiden op een bombardement. Elk huishouden kreeg opdracht om in water gedrenkte matjes en water op voorraad te houden om branden te blussen. De leus: “luchtaanval, water, gasmasker, lichtknop” (tijdens een bombardement moesten alle lampen worden uitgedaan) werd er ingeramd bij de stedelingen. Of zij daar iets aan hadden toen de aanvallen daadwerkelijk begonnen, kan men wel raden.

De nucleaire optie
De militaire situatie van Japan verslechterde in 1945 in rap tempo. Veel van de eerder in de oorlog ingenomen gebieden hadden zij prijs moeten geven en het land zuchtte onder de reeds genoemde bombardementen. Ook liep de grondstoffentoevoer en daarmee de productie sterk terug als gevolg van de geallieerde zeeblokkade en onderzeebootaanvallen. Dat kon het land op ten duur niet volhouden. Een belegering zou echter te lang duren. Daarom werd gekozen voor de nucleaire optie. De implicaties van een atoombom werden toen overigens nog lang niet door iedereen gezien. De Britse premier Winston Churchill merkte op dat het nieuwe wapen “gewoon wat groter is dan onze huidige bommen.”

Zo heeft de Amerikaanse president Harry Truman volgens hem nooit de daadwerkelijke opdracht gegeven om de atoombom te gebruiken. Het betrof een collectief besluit van hoge leidinggevenden van het leger, luchtmacht en ministerie van Defensie. Er was geen presidentieel decreet of iets dergelijks. Toen bleek dat de proefexplosie op 16 juli 1945 succesvol was, bestond er geen twijfel meer over dat de bom zou worden ingezet. Dit alles boekstaaft Overy in een vlot geschreven werk dat zeker een toevoeging is op de reeds bestaande literatuur over dit onderwerp.
Eerder gepubliceerd op Tracesofwar.nl
De atoombom op Hiroshima en Nagasaki
De atoombom door de ogen van een kind (animatie)
Van Hiroshima tot 1953: het verhaal achter twee popjes
Profeten van de atoombom