De plaats waar het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen (KMSKA) staat, behoorde tot de bredere cirkel van de citadel, nu aangeduid als ‘Het Zuid’. Bij graafwerken tijdens de grootschalige renovatie van het museum werden in 2014 onder het gebouw en in 2016 in de museumtuin restanten van de dwangburcht en de omwallingsmuur blootgelegd.
Een turbulente zestiende eeuw
In de zestiende eeuw groeit Antwerpen uit tot de grootste handelsstad van West-Europa en beleeft de stad haar economische bloeiperiode. Vanaf 1556 maakt Antwerpen deel uit van het rijk van Filips II, die dat jaar de troon overneemt van zijn vader Karel V. De Antwerpenaren staan echter niet te jubelen voor het Spaanse katholieke juk. Een golf van religieuze reformatie trekt door de stad. Nieuwe protestantse ideeën krijgen voet aan wal, met name het calvinisme. In augustus 1566 mondt de religieuze spanning uit in de Beeldenstorm. Protestanten beschouwen beeldenverering als afgoderij en vernielen in kerken en kloosters talrijke katholieke heiligdommen.

De periode 1566-1567 staat in Antwerpen bekend als het Wonderjaar, waarin calvinisten tijdelijk godsdienstvrijheid genieten. Dat is een doorn in het oog van de katholieke Spaanse heersers. De Hertog van Alva, voluit Fernando Álvarez de Toledo y Pimentel, arriveert in datzelfde jaar om orde op zaken te stellen. Zijn beruchte Raad van Beroerten bestraft de betrokkenen bij de Beeldenstorm; in de volksmond staat dit college bekend als de ‘Bloedraad’.
Filips II geeft zijn landvoogd volmacht voor het optrekken van een citadel. Het moet een symbool worden van Spaanse aanwezigheid in de stad. Tussen 1567 en 1572 verrijst de citadel aan de zuidkant van de stadsomwalling, waar zij zowel de stad moet controleren als de verdediging versterken. Een Spaans garnizoen wordt in de citadel gelegerd en houdt van daaruit toezicht op de stad gedurende de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648), waarin de Nederlanden proberen het Spaans-Habsburgse juk af te werpen.

De Spaanse Furie
Tijdens de rampzalige Spaanse Furie (4 tot 7 november 1576), een driedaagse plundering door Spaanse troepen, die uit onvrede over achterstallige soldij in opstand zijn gekomen, worden honderden burgers gedood. Bovendien steken de muitende Spaanse soldaten het pas voltooide stadhuis van Antwerpen in brand. “Behalve de plunderingen en de brandstichtingen zijn er honderden burgers gemarteld, uit hun huizen gesleurd, verkracht en vermoord. Omdat het gebeuren zo extreem en zo onverwachts was, sprak het enorm tot de verbeelding en is het tot in de meest bloederige details neergeschreven,” aldus kunsthistoricus Jan Lampo.
De Spaanse Furie veroorzaakt niet alleen groot menselijk leed, maar ontwricht ook het economische leven in Antwerpen. Kort hierna ondertekenen de Staten-Generaal van de zeventien provincies de Pacificatie van Gent (8 november 1576), een belangrijk verdrag tijdens de Tachtigjarige Oorlog waarin zij zich gezamenlijk keren tegen de aanwezigheid van Spaanse troepen. Het verdrag eist de terugtrekking van de Spaanse troepen uit de Nederlanden. In de nasleep van de Spaanse Furie laten de opstandige stadsautoriteiten in 1577 en 1578 de bastions en de citadelmuur aan de stadskant afbreken. Daarmee verliest de citadel haar buffer ten opzichte van de stad.

Willem van Oranje, leider van de protestantse opstandelingen, verkast van Brussel naar Antwerpen. In 1582 overleeft hij een moordpoging terwijl hij in de citadel verblijft. Hij vertrekt naar Holland, waar hij twee jaar later overlijdt bij een nieuwe aanslag.

Een vijfhoekig bolwerk
Terug naar de bouw van de citadel in de jaren 1567-1572, toen Alva de Italiaanse militair ingenieur Francesco Paciotto da Urbino opdracht geeft een citadel op te trekken. Het perfect vijfhoekige bolwerk met op elke hoek een vooruitspringend bastion is omgeven door een gracht. De vijf bastions krijgen de namen Fernandez, Toledo, Duc, Alva en Paciotto, verwijzingen naar Alva (die blijkbaar met zichzelf is ingenomen), zijn familie en zijn Italiaanse bouwmeester. Naast barakken voor de militairen, een hospitaal, een smidse, een gevangenis en magazijnen verrijst er ook een paleis voor de gouverneur. Uiteraard mag een kapel voor de katholieke Spaanse bezetter niet ontbreken. En dit allemaal op kosten van de Antwerpenaren, zogezegd om de stad te verdedigen.

Tijdens het opnieuw aanleggen van de Gedempte Zuiderdokken onderzoeken archeologen de restanten van het Zuidkasteel waar zich de bastions Duc en Alva bevonden. Muren en vloeren van de kazematten worden zichtbaar. In 2014 worden bij de bouw van nieuwe museumzalen van het KMSKA op verschillende plekken bakstenen funderingen van de citadel blootgelegd. Ter hoogte van de museumtuin ontdekken ze een restant van het bastion Fernandez.
Tijdens een bouwproject in 2020 in de Gijzelaarsstraat 5 wordt een restant van bastion Alva blootgelegd en geïntegreerd in de kelder van het nieuwe pand. Dit enige stukje van de zestiende-eeuwse citadel is te bezichtigen na afspraak. Wie het fragment bezoekt, kan na afspraak ook de aanwezige museumcollectie bekijken.
Vaas versus Alva

De Nederlandse dichter, toneelschrijver en historicus Pieter Corneliszoon Hooft (1581-1647) beweerde later dat hij in het bezit was van Alva’s bronzen duim. Op de plaats van het standbeeld werd een vaas in blauwe hardsteen geplaatst, 116 cm hoog en met een diameter van 92 cm. Sinds 2024 staat deze vaas op het voorplein van het KMSKA. Burgemeester Bart De Wever in 2024:
De Zuidcitadel bepaalde eeuwenlang het uitzicht van onze stad. De gehate dwangburcht symboliseerde tijdens de Opstand in de zestiende eeuw hoe onze stedelijke vrijheden en tolerantie door de Spaanse overheersers werden beknot… Ik ben enorm verheugd dat de siervaas van de citadel ons voortaan blijft herinneren aan die roemrijke voorgeschiedenis van de Zuidwijk, als een van de weinige bovengrondse overblijfselen van de citadel.
De Val van Antwerpen, 1585
In 1579 ontstaat een breuk tussen de zuidelijke en noordelijke gewesten. De zuidelijke provincies blijven onder Spaans gezag, terwijl de noordelijke zich verder organiseren in de Opstand. Tijdens het Beleg van Antwerpen, dat in 1584 begint, laat Farnese de Schelde afsluiten. Daarmee wordt de stad van bevoorrading afgesneden en komt haar economische positie ernstig onder druk te staan. Een ware ramp is het feit dat de brug van Farnese, waarbij zo’n 32 schepen aan elkaar zijn bevestigd, Antwerpen afsluit voor elke bevoorrading langs het water. Voedselschaarste nestelt zich in de Scheldestad.
De val van Antwerpen is onvermijdelijk, ondanks verschillende pogingen de scheepsbrug te vernietigen. De Spanjaarden worden weer heer en meester in Antwerpen. Op 17 augustus 1585 wordt de stad overgedragen. Farnese geeft opdracht tot de wederopbouw van Alva’s citadel (1585-89). Protestanten krijgen vier jaar de tijd om zich te bekeren of te vertrekken. Tegen 1590 hebben zowat de helft van de Antwerpenaren de stad verlaten.

Het lot van de citadel
Tijdens het bewind van de Spaanse aartshertogen Albrecht en Isabella (1598-1621) volgt een periode van culturele bloei. Antwerpen blijft onder Spaans gezag tot 1715. Wanneer de laatste Spaanse vorst Karel II van Spaans-Habsburgse origine in 1700 kinderloos sterft, komt Antwerpen onder Oostenrijks bestuur. De citadel blijft ook onder Oostenrijks en later Napoleontisch bestuur in gebruik en speelt bovendien een rol tijdens de Belgische onafhankelijkheid. In 1874 wordt zij definitief afgebroken, samen met de Spaanse omwalling.
Tentoonstelling
De geschiedenis van de citadel staat momenteel centraal in een tentoonstelling in het KMSKA, getiteld De val van Alva’s citadel. Beeld en herinnering in turbulente tijden. De compacte maar duidelijke tentoonstelling volgt de gebeurtenissen rond de bouw, afbraak en heroprichting van het fort in de zestiende eeuw en plaatst deze in hun historische context. Naast verhelderende plattegronden van de citadel verwijzen schilderijen naar onder andere de Spaanse Furie en afbraak van de citadel.

Dat laatste lijkt wel een volksgebeuren op een schilderij van Maerten van Cleef. De afbraak wordt gevierd. Iedereen die een kar en een paard bezat, was verplicht mee te werken aan de afbraak. De autoriteiten vaardigden bovendien een bevel uit dat inwoners een mand en een schop moesten meebrengen; alle beschikbare hulp werd ingezet bij de afbraak. Het werk doet zelfs denken aan kermissen van Brueghel de Oude.
In de koets onderaan links op het schilderij zit een koppel. De twee worden door een heer op een paard beleefd begroet. In een warm aanbevolen podcast van Pedro Elias (Spotify) vertelt curator Koen Bulckens dat recent archiefonderzoek suggereert dat het afgebeelde koppel mogelijk Willem van Oranje en zijn echtgenote Charlotte van Bourbon voorstelt. De tentoonstelling rond dit schilderij gaat dieper in hoe de citadel – in amper twintig jaar gebouwd, afgebroken en heropgericht – symbool was van strijd en macht, en hoe kunst werd ingezet om haar verhaal te vertellen. Schilderijen, prenten en plaquettes illustreren een woelige periode van de Scheldestad.

Van baksteen tot blaassteen
Een baksteen die bij graafwerken onder het museum werd opgegraven, krijgt in de tentoonstelling een opvallende plaats. Deze baksteen verwijst naar een ander type steen: de zogeheten blaassteen. In een latere variant van het schilderij van Maerten van Cleef wordt een dergelijke blaassteen afgebeeld bij een kwakzalver. De tentoonstelling belicht daarnaast het fenomeen van kwakzalvers die in het zestiende-eeuwse Antwerpen beweerden blaasstenen te kunnen verwijderen.
De tentoonstelling ‘De val van Alva’s citadel’ loopt tot 17 mei 2026
Antwerpen, de Groenplaats en het standbeeld van Rubens
Silvius Brabo en de reus Druon Antigoon
Rubens’ tuin: een barokke oase in ’t Stad
Eugeen Van Mieghem – Kunstenaar van het dagelijks leven in een stad in beweging