Expeditieberichten: avonturiers, ontdekkingsreizigers en extremen

4 minuten leestijd
© Erik Hijweege
© Erik Hijweege

Het boek Expeditieberichten; over ontdekkingsreizigers, zeeschuimers en andere avonturiers is een mooie uitgave, uitgevoerd in stemmig zwart/wit. Na lezing van de op luchtige toon verhaalde bijdragen, en daarbij af en toe een blik werpend op de soms geabstraheerde, paginagrote zwart wit (landschaps)foto’s van Erik Hijweege, heb je wel ontzag voor wat allerlei mensen van over de hele wereld gewaagd en ondernomen hebben, welke risico’s zij hebben genomen en wat zij, soms jaloersmakend, allemaal hebben gezien en meegemaakt.

Zoals in de inleiding staat, komen in dit boek allerlei ontdekkingsreizigers aan bod: geldwolven, avonturiers, carrièremakers, legerofficiers, landjepikkers, dromers, plunderaars, wetenschappers en toeristen, op zoek naar rijkdom, eer, een nieuwe blik op de wereld of een betrekking in de hoogste kringen. Letterlijk en figuurlijk grensoverschrijders met een gemeenschappelijke deler: ze hebben een verhaal te vertellen, en die verhalen zijn op fragmentarische wijze verzameld in dit boek.

Wereldreizigers

Zo is er de blinde wereldreiziger James Holman die in acht jaar de wereld rondreist, Freya Stark, die als kind geïnspireerd door Duizend-en-een-nacht, maar later alleen reizend in Jemen wordt verdacht van spionage en in een harem verblijft. Ranulph Fiennes, die eigenhandig zijn bevroren duim en vier vingertoppen afzaagt, of Columbus, die de Taino met behulp van een almanak voorspiegelt dat de maan zal verdwijnen als zij hem geen voedsel geven; wanneer dat inderdaad gebeurt, smeken zij hem de maan terug te laten keren.

Magellaan eet tijdens zijn tocht om de wereld slechts verpulverd beschuit vol wormen, Emil Schneider eet in de vrieskou zijn laarzen en een broek, terwijl bij Karl Borgen na een aanval van een ijsbeer lappen hoofdhuid tot over zijn oren hangen. Michel Paccard moest de Mont Blanc sneeuwblind met zijn ogen dicht afdalen en kosmonaut Leonov verloor zijn leven bijna, omdat zijn ruimtepak door drukverschil was opgeblazen, waardoor hij amper kon terugkeren in zijn ruimtestation.

Howard Carter, die op zoek was naar de tombe van Toetankhamon, kon die slechts vinden doordat een waterdrager struikelde over een steen die deel uitmaakte van de toegangstrap. Vrouwelijke piraten Bonny en Mary Reed zopen en vloekten er in mannenkleren op los en als ze bij een ruzie wonnen, lieten ze hun slachtoffer hun borsten zien, ten teken dat ze door een vrouw verslagen waren. Toen de twee berecht werden, verklaarden ze ze zwanger te zijn, waardoor ze hun nek redden. De Noorse taxichauffeur Wanny Wolstand was minder gelukkig. Zij overleefde een verblijf van vijf jaar op Spitsbergen, maar werd uiteindelijk overreden door een stadsbus.

Onderwaterfilmer Jean Cousteau was de ontdekker van de aqualong en de onderwatercamera, terwijl anderen beweerden zeemeerminnen te hebben gezien. Susan Anthonie fietste van Frankrijk naar Japan en terug, William Shepp kostte het vanaf 2008 zes paar schoenen en 860 dagen om helemaal langs de oevers van de Amazone te lopen, Ffyonna Campbell versleet honderd paar op een reis rond de wereld. Sherpa Kami Rita beklom eenendertig keer de Mount Everest, terwijl bergbeklimmer Hermann Buhl concludeert:

Je klimt verder en verder, maar nooit bereik je je bestemming (…) Je bent constant op zoek naar iets dat je nooit zult vinden.

Auteur Eppo Steenhuizen constateert dat vrouwelijke reizigers vanaf de zestiende eeuw vooral op zoek waren naar zichzelf, naar vrijheid en onafhankelijkheid. Dit in tegenstelling tot mannen die zich vooral richtten op roem en rijkdom, daarbij een enorme veroveringsdrang tentoonspreidend.

Terwijl de ondertitel een algemeen reisboek belooft: ‘Over ontdekkingsreizigers, zeeschuimers en andere avonturiers’ is de keuze van de verhalen en foto’s nogal eenzijdig met veel stukjes over koude, ‘besneeuwde’ gebieden, in het ijs vastgevroren schepen en al of niet geslaagde overwinteringen. Terwijl bijvoorbeeld de eveneens fotogenieke tropen met het regenwoud, waar veel reizigers in strandden en het te stellen hebben met andere perikelen, obstakels, gevaarlijke dieren en ziekten minder (fotografisch) belicht wordt.

Expeditieberichten
 
Ook ontbreken enkele markante avonturiers in deze bloemlezing. Zoals de extravagante Duitse graaf Von Pückler, die een gedenkwaardige tocht over de Nijl maakte in een boot volgeladen met dieren, waaronder een struisvogel en een aap. Of wiskundeleraar dr. Paul Julien, die ooit in de zomers vanuit Wassenaar op safari ging in Afrika, daar prachtige foto’s maakte met een camera met glasnegatieven en opmetingen deed onder de pygmeeën. Een ‘onsterfelijk’, eigenzinnig figuur die er boeken over schreef, voor de KRO radiopraatjes over zijn reizen hield en hier niet had mogen ontbreken. Hij had als jongen gelezen dat er mensen waren van slechts 37 centimeter groot, wat hem als niet al te grote man fascineerde. Hij ging later op pad om ze met eigen ogen te aanschouwen. Maar het bleek om een drukfout te gaan, het had 1.37 meter moeten zijn. Alleen al dit feit maakt hem onsterfelijk.

Expeditieberichten heeft qua uitvoering de allure van een koffietafel-boek. Maar met zijn 366 korte verhaaltjes, voor iedere dag van het jaar één, is het misschien wel toepasselijker om het te bestempelen tot een nachtkastjes-boek, maar daarvoor zijn veel van deze verhaaltjes toch weer niet geschikt, omdat ze nogal wat gruwelijkheden bevatten die nachtmerries kunnen veroorzaken. Nee, wat dat betreft is het meer op zijn plek waar scheurkalenders ook vaak terechtkomen, op het kleinste kamertje, van waaruit je dan toch iedere dag weer de hele wereld over reist.

×