366 expeditieberichten van wereldreizigers: elke dag een nieuw verhaal

Ontdekkingsreizigers, zeeschuimers en andere avonturiers
8 minuten leestijd
Honden op Groenland © Erik Hijweege
Greenland Dogs © Erik Hijweege
Wereldreizigers bestaan in vele gedaantes. Ze zijn op zoek naar eeuwige roem, rijkdom, eer, een nieuwe blik op de wereld of een betrekking in de hoogste kringen. Maar wat ze ook zijn, het zijn mensen die grenzen overschrijden, soms letterlijk, vaak figuurlijk. En ze hebben één grote gemene deler: ze hebben een verhaal te vertellen. Het boek Expeditieberichten vertelt 366 verhalen van 3000 v.C. tot vandaag, voor elke dag van het jaar één. Aan het woord komen ontdekkingsreizigers, zeeschuimers en andere avonturiers, die hun visie op de wereld delen. Deze verhalen worden vergezeld door sfeervolle foto’s van Erik Hijweege. Op Historiek plaatsen we een aantal van deze expeditieberichten.

Expeditieberichten

‘Oh god, ik wil de wereld vanuit mijn eigen perspectief leren kennen, dat is alles.’
Clärenore Stinnes

Clärenore Stinnes is de dochter van de rijkste man van Duitsland, maar meedoen in het familiebedrijf vindt de pater familias niks voor meisjes. Ze is dol op auto’s en wil als eerste vrouw zelf rond de wereld rijden. Nog zo’n idee waar ze vaders handen niet voor op elkaar krijgt. Sponsors zoekt ze vervolgens zelf, papa zoekt het maar uit. Automerk Adler ziet er wel wat in. Ze sprokkelt 100.000 Reichsmark bij elkaar, en Mauser doet haar drie pistolen cadeau en wat dozen munitie voor onderweg. Zo vertrekt ze samen met filmmaker Carl-Axel Söderström uit Frankfurt. In augustus 1927 is ze in Moskou, waar ze drie nieuwe avondjurken inslaat en 128 hardgekookte eieren, als noodrantsoen voor onderweg.

Om 600 kilometer af te snijden, rijden ze in hartje winter over het bevroren Siberische Baikalmeer, als voor hen een paard en wagen door het ijs zakt en de oppervlakte rond de auto begint te scheuren. Alleen snelheid kan ze nu nog redden. Plankgas en met het hart in de keel racen ze drie uur lang over het meer. Ze halen onbeschadigd de overkant, met het zweet op het voorhoofd. Ze vieren de fortuinlijke afloop met een partijtje wodka. Het vriest 53°C. Op naar het volgende gevaar. Als ze even later Ulan Ude bereiken, stelt Clärenore aan Carel-Axel voor om elkaar voortaan maar te tutoyeren. We schrijven 7 februari 1928. Ruim zestien maanden later volbrengt ze haar missie. – 7 februari 1928

Kasumigakure - © Erik Hijweege
Kasumigakure – © Erik Hijweege

‘Hij begroette ons met veel vreugde en vertelde over zijn tijd op het eiland alsof het een avontuur was en geen ongeluk.’
William Dampier

Will de Miskito, of ‘Will de Indiaan’, zoals hij dan ook wel genoemd wordt, is een tot slaaf gemaakte die kaper-piraat wordt. Hij komt uit het gebied dat nu Honduras en Nicaragua beslaat, verzet zich tegen de Spaanse conquistadores en hoe kun je dat beter doen dan door je aan te sluiten bij de Engelse kaapvaart? Engeland is immers de gezworen vijand van de Spaanse kroon. Op 1 januari 1681 wordt hij, onbedoeld, achtergelaten op het eiland Juan Fernandez, hetzelfde eiland waar Alexander Selfkirk twintig jaar later strandt en de inspiratiebron zal worden voor de roman Robinson Crusoë. Wills collega piraten zien Spaanse schepen naderen en besluiten de benen te nemen, zonder op Will te wachten. Pas drie jaar later wordt hij gered door een bekende ontdekkingsreiziger annex zeerover, William Dampier, en als deze er niets over geschreven had in zijn logboek, was Wills verhaal voorgoed verloren gegaan. Dampier meldt dat Will bij zijn redding drie geiten doodt en deze op Engelse wijze aan zijn redders serveert. Met kool. – 1 januari 1681

Waves Faroe Islands - © Erik Hijweege
Waves Faroe Islands – © Erik Hijweege

Twee van ons volk zijn aan land gegaan en hebben gezegd niet op hen te wachten. Willem Lodewijksz

Op 22 februari 1597 liggen twee schepen van de Eerste Houtman Expeditie (de eerste schepen van de Republiek die Indonesië bereikten) voor Padang Baai, aan de oostkust van Bali. Twee opvarenden, Emanuel Rodenburg en Jacob Claes, zijn er vandoor gegaan. In een van de overgebleven journalen staat dat men geen idee heeft waarom, maar het is niet echt moeilijk te begrijpen. Het gebrek aan leiderschap van expeditieleider De Houtman heeft voor de nodige spanningen en onenigheden gezorgd; na bijna twee jaar op zee moet het eiland er nog meer als een paradijs hebben uitgezien dan het al was en bovendien schijnt de lokale Radja hun de nodige beloftes te hebben gedaan als ze zouden blijven. Er komen nog twee lokale inwoners aan boord om hun kleren te halen, maar die krijgen ze niet mee. Vier dagen later worden de zeilen gehesen. Voilà, de eerste twee Nederlandse toeristen op Bali zijn een feit. Wat er van Claes is geworden weten we niet, Rodenburg komt op de Tweede Expeditie enkele jaren later weer in beeld, als hij admiraal van Neck voor gezichtsverlies behoedt wanneer deze een vrouw die hij op Bali cadeau krijgt, wil weigeren. Rodenburg keert met van Neck mee naar huis en neemt daarna zijn intrek in een huis aan de Warmoesstraat in Amsterdam. – 22 februari 1597

Hippopotamus Krka Falls Kroatië - © Erik Hijweege
Hippopotamus Krka Falls Croatia – Erik Hijweege
Erik Hijweege is fotograaf. Door het gebruik van oude lenzen en het natte collodion proces uit 1870 fotografeert hij afgelegen gebieden zoals de vroege ontdekkingsreizigers ze gezien moeten hebben.

Erik exposeert regelmatig in musea en galerieën in het binnen- en buitenland. Er zijn zeven boeken met zijn werk verschenen.

Stuur mij geen dode wezens, want ik kan er niks mee. Maria Sibylla Merian

In haar vroege jeugd heeft Maria Sibylla Merian een wat ongewone passie voor kruipende beestjes en een groot talent voor schilderen. Geboren in Frankfurt belandt ze in Amsterdam, gescheiden, maar onafhankelijk, waar ze prachtige wetenschappelijke illustraties produceert op basis van veelal verbleekte monsters die meegenomen zijn uit de Nieuwe Wereld. Ze wil het allemaal ook wel eens in het echt zien, en zo reist ze op haar 52e met haar dochter door de binnenlanden van Suriname. Twee vrouwen op een dergelijke tocht, begeleid door tot slaaf gemaakten, die voor hen een weg banen door het oerwoud; het is ongehoord in de zeventiende eeuw. Over tot slaaf gemaakten gesproken, daar heeft ze een broertje dood aan. Ze vindt dat ze afschuwelijk behandeld worden en spreekt daar schande van. In haar aantekeningen vind je een lokaal recept terug van een kruidenmengsel, waarmee tot slaaf gemaakte vrouwen een abortus opwekken, om hun kinderen het lot van de slavernij te besparen, maar het is haar schilderwerk dat haar roem oplevert. Ze produceert prachtige aquarellen. Als ze terug in Amsterdam is, koopt niemand minder dan Peter de Grote werk van haar, dat vandaag de dag in de Hermitage te vinden is. Op 13 januari 1717 overlijdt ze, 69 jaar oud. Hoewel Maria vrij onbekend is gebleven, mag ze tot een van de grondleggers van de moderne entomologie gerekend worden. – 13 januari 1717

© Erik Hijweege
Emperor Penguins Hindeloopen The Netherlands – © Erik Hijweege

Wij zijn dus aangekomen en het lukte ons onze vlag te planten op de geografische zuidpool. Roald Amundsen

Roald Amundsen en zijn makkers komen als eersten aan op de Zuidpool. De Engelse rivalen en hun leider Robert Falcon Scott zijn verslagen. Het wordt gevierd met het roken van een sigaar, die een van Roalds expeditieleden speciaal voor de gelegenheid bewaard heeft. Ze plaatsen een tent met twee brieven erin, een voor de Noorse koning waarin hij de Zuidpool claimt en een voor Scott, die zo onbedoeld tot postbode wordt gedegradeerd. Amundsen laat ook een hemd achter, want hij heeft te veel warme kleren bij zich…. ‘Beste Kapitein Scott, Aangezien u waarschijnlijk na ons de eerste bent die dit gebied bereikt, vraag ik u vriendelijk om deze brief aan Koning Haakon VII te bezorgen. Als u een van de artikelen uit de tent kunt gebruiken, aarzel dan niet dat te doen. Met vriendelijke groeten. Ik wens u een behouden terugreis. Hoogachtend, Roald Amundsen.’ Scott zal de brief ruim een maand later lezen, als hij als tweede op de Zuidpool arriveert. Amundsen is dan alweer bijna terug in zijn uitvalsbasis aan de rand van de Ross Iceshelf. – 14 december 1911

Het is een rommeltje. Maar ik denk dat het allemaal wel goedkomt. Expeditielid Charles Passel

Op 15 januari 1940 is de Tweede Antarctische Expeditie van Richard Byrd in de Bay of Whales gearriveerd en begint het uitladen van de Pinguïn, de bijnaam van een zeventien meter lange, 37 ton zware Snow Cruiser, gebouwd door Thomas Poulter. Het enorme, luxe en verwarmde gedrocht heeft meer dan 300.000 dollar gekost (omgerekend naar vandaag: ruim zes miljoen dollar). Getest in de sneeuw is hij nog niet, daarvoor was de tijdsdruk van de expeditie te groot. Hij rijdt op gladde zomerbanden, maar Poulter is ervan overtuigd dat hij met het gevaarte eenvoudig en comfortabel naar de Zuidpool zal rijden. Bij het uitladen bezwijken de telefoonpalen die als brug dienen onder het enorme gewicht van het rijtuig. Alleen door vol gas te geven weet Poulter de Pinguïn vrijwel ongeschonden aan land te krijgen, maar daarna loopt het voertuig vast in de metersdiepe sneeuwkuilen die door zijn eigen gewicht ontstaan. Meer dan wat rondjes rijden om het kamp van de expeditie zitten er niet in. De Pinguïn wordt achtergelaten en verdwijnt langzaam maar zeker onder de sneeuw. Pas in 1958 lukt het om met een gemotoriseerd vehikel de Zuidpool te bereiken. Op een eenvoudige Ferguson tractor rijdt Sir Edmund Hillary, ja die van de Mount Everest (bekend als de Sagarmatha in het Nepalees en als de Chomolungma in het Tibetaans), heel Antarctica over. Zo simpel kan het zijn. De kosten van de trekker zijn 1.305 dollar (13.000 dollar nu).

Into the wild - © Erik Hijweege
Into the wild – © Erik Hijweege

De lucht is de enige plek die vrij is van vooroordelen. Bessie Coleman

De Amerikaanse Bessie Coleman is in 1920 de eerste gekleurde vrouw die haar vliegbrevet haalt. Daar is ze helemaal voor naar Frankrijk gereisd, want aan vlieglessen voor vrouwen en kleurlingen beginnen ze in Amerika niet. Bessie’s vader is een Cherokee, haar moeder van Afro-Amerikaanse afkomst. Ze reist ook naar Nederland, waar ze Anthony Fokker ontmoet, en naar de Fokkerfabriek in Duitsland, waar ze haar vliegenierskunsten verder aanscherpt. Roem vergaart ze vervolgens op de luchtshows, die in die dagen even spectaculair als levensgevaarlijk zijn. Haar flamboyante stijl baart minstens zoveel opzien als haar afkomst. Bessie overleeft verschillende ongelukken, maar op 30 april 1926 slaat het noodlot toe. Een moersleutel die tijdens een servicebeurt per abuis in de motor is blijven liggen, blokkeert het besturingsmechanisme waardoor het vliegtuig gaat tollen en Bessie op zeshonderd meter hoogte uit de kist geslingerd wordt. Hoewel haar dood amper de krant haalt, komen er drommen mensen op de begrafenis af. Ze is – dan al – een lichtend voorbeeld voor de emancipatie van zowel vrouwen in zijn algemeenheid als mensen van kleur. – 30 april 1926

Victorie, victorie, o wat gaat het goed met ons! Papegaai Spaanse Zilvervloot

Expeditieberichten
 
Als er een avonturier in ons nationaal geheugen gegrift staat, dan is het wel Piet Hein. Heel veel meer dan een legitieme piraat is hij natuurlijk niet, al wordt hij tegenwoordig vooral als zeeheld betiteld. Hij krijgt een kaperbrief van de stadhouder, die het beroven van Spaanse schepen legitimeert, en dat zal beide personen geen windeieren leggen. Op 8 en 9 september 1628 onderschept hij de Spaanse zilvervloot in de Straat van Florida, vrijwel zonder slag of stoot en zonder slachtoffers, behalve de Spaanse Zilvervlootvoogd dan, die later in Sevilla geëxecuteerd wordt wegens lafheid. De opbrengst: 11,5 miljoen gulden aan zilver en goud (nu ongeveer een half miljard euro) en een schuit vol Spaanse wijn om het te vieren. Tot grote hilariteit van de bemanning roept een ook buitgemaakte Spaanse papegaai tijdens het tellen van het veroverde geld telkens ‘Victoria, victoria, o que buena va!’ (Victorie, victorie, o wat gaat het goed met ons). Het levert Hein eeuwige roem op en niet te vergeten een flinke commissie. De stadhouder zal met de buit het beleg van Den Bosch financieren.

×