Meneer de Uil met de Fabeltjeskrant (CC BY-SA 3.0 - VARA - Beeld en Geluidwiki)
‘Oogjes dicht en snaveltjes toe. Slaap lekker.’
Met deze woorden sloot Meneer De Uil dagelijks het kinderprogramma, De Fabeltjeskrant, af. Tijd voor de kinderen om naar bed te gaan. De wat oudere kinderen mochten nog wat langer opblijven. Maar na acht uur ’s avonds lagen de meesten in bed en hadden de ouders de rust en de televisie voor zichzelf.
Martha en Myra Hamster (CC BY-SA 3.0 – VARA – Beeld en Geluidwiki)Meneer De Uil was een handpop in de vorm van een wijze uil in de kinderserie De Fabeltjeskrant. Dit tv-programma was een korte uitzending en ging over de belevenissen van dieren die leefden in het Grote Dierenbos. Deze dagelijkse belevenissen las Meneer De Uil als een echte nieuwslezer voor uit de Fabeltjeskrant.
De personages werden uitgebeeld door dierenpoppen met stemmen van onder andere Frans van Dusschoten, Ger Smit en Elsje Scherjon. De dieren hadden allemaal een eigen karakter; het waren gewoon menselijke wezens in een dierenhuid. Hoewel het programma bedoeld was voor jonge kinderen, vonden volwassenen het ook leuk om mee te kijken. Situaties waren heel herkenbaar door allerlei toespelingen op de landelijke politiek, in een periode dat Joop Den Uylminister-president was van Nederland.
Leen Valkenier, schrijver van de Fabeltjeskrant, 1979 (CC BY-SA 3.0 – Hans van Dijk / Anefo – wiki)Oorsprong lag in Tuindorp Vreewijk – Rotterdam
De Fabeltjeskrant had zijn oorsprong in Tuindorp Vreewijk, een bijzondere wijk in Rotterdam. De wijk is een beetje een buitenbeentje qua geschiedenis en woonbeleving. In 1916 richtten enkele Rotterdamse notabelen de NV Maatschappij voor Volkshuisvesting Vreewijk op voor het stichten en exploiteren van een tuindorp, ten behoeve van de minder gegoede burgers. Zo’n tuinstad moest zelfvoorzienend zijn met goede woningen, winkels, scholen en mogelijkheden voor sociale en culturele activiteiten. Daarom werd het Zuider Volkshuis gebouwd. Het werd in de volksmond ‘Rood nest’ genoemd, omdat veel bezoekers lid waren van de SDAP.
Voor amusement kwam de jeugd in de Tweede Wereldoorlog samen in een houten kerkgebouwtje, dat verduisterd kon worden. Hier kwam onder andere een meisjesvereniging samen om toneelstukjes op te voeren. De teksten hiervan schreef de Vreewijker Leen Valkenier. Later is hij de verhaaltjes gaan schrijven voor de Fabeltjeskrant.
Fabels van La Fontaine
De eerste verhalen van de Fabeltjeskrant baseerde Valkenier op de fabels van Jean de La Fontaine. Een fabel is een kort moraliserend verhaal uit het natuurleven met dieren in de hoofdrol. Dit verklaart de naam Fabeltjeskrant. Al snel haalde hij de verhalen uit het echte leven.
Ed en Willem Bever (CC BY-SA 3.0 – VARA – Beeld en Geluidwiki)De personages van de dieren waren gebaseerd op bekende personen uit de wijk. Zo waren Ed en Willem Bever twee klusjesmannen (broers) die vanuit het gebouwtje De Uil werkten, destijds een werkplaats van de woningbouwvereniging. De decorbouwer stond model voor Meindert het Paard. Momfert de Mol was een Brabander die altijd liep te roken en Lowieke de Vos was een lange, magere man die altijd trek had in lekkere hapjes. Zijn bekende uitspraak was:
‘Valt er nog wat te smikkelen en te smullen?’
De gezusters Myra en Martha Hamsters waren tweelingzussen. Het waren twee oude vrijsters die erg aardig en zorgzaam waren. Bor de Wolf baseerde Leen Valkenier op zijn eigen persoonlijkheid. Bor was een gesloten, romantisch, eenzaam figuur, die zich het liefst terugtrok in het enge dierenbos.
Juffrouw Ooievaar was een echte dame die ietwat uit de hoogte kon doen. Dit werd niet altijd door de andere dieren geaccepteerd. Toch was ze ook bezorgd en begaan met het lot van de anderen, zodat ze uiteindelijk wel gerespecteerd werd. Voor Kato Ooievaar stond Jopie Kullberg-Donkervoort model.
Juffrouw Ooievaar (CC BY-SA 3.0 – VARA – Beeld en Geluidwiki)
Fabeltjeskrant in buitenland
Het programma bleek zeer succesvol; in meer dan veertig andere landen werden afleveringen uitgezonden. In Frankrijk werd het Le petit écho de la Forêt (De kleine echo van het bos) genoemd en in Engeland Daily Fable (Dagelijkse fabel).
Fabeltjeskrant-etalage in Rotterdam Vreewijk (Foto Marian Groeneweg)
Het grote succes zorgde ook voor merchandising. Meer dan tweehonderdveertig producten, gebaseerd op de figuren, werden gretig gekocht door het jonge publiek en hun ouders. Zo waren er beschuitbussen, behang, puzzels, kwartetspellen, drop en zelfs een echte Fabeltjeskrant. Ook platen, zowel singles als lp’s, werden uitgebracht met bekende liedjes als ‘Hup, daar is Willem met de waterpomptang’ en ‘Als mijn manometer goed staat’.
In latere afleveringen deden andersoortige dieren hun intrede, zoals Isadora Paradijsvogel en Zaza Zebra. Deze dieren konden mij niet meer zo boeien. Of zou het komen doordat ikzelf wat ouder was geworden en mijn interesse meer uitging naar Bonanza, High Chaparral en Ivanhoe?
Tijdelijke Leen Valkenierweg in Rotterdam (Foto Marian Groeneweg)
Leen Valkenier geëerd
Omdat de Vreewijkers erg trots zijn op hun Fabeltjeskrant hebben diverse winkeliers hun winkel versierd. Onder het straatbord van de Valkeniersweide hangt een bord met verwijzing naar Leen Valkenier. Er is een tentoonstelling in Las Palmas ingericht en de Woningbouwvereniging heeft een routekaartje uitgebracht. De Fabeltjeskrant voelt als een kindje van ‘onze’ wijk.
Jean de la FontaineOp 29 september 1968 werd De Fabeltjeskrant voor het eerst uitgezonden door de NTS. De poppenserie, waarin Meneer de Uil als nieuwslezer verslag deed van het wel en wee in het Grote Dierenbos, groeide in korte tijd uit tot een kijkcijferhit. Dagelijks stemden in de beginjaren tussen de één en twee miljoen kijkers af op het programma — niet alleen kinderen, maar ook veel volwassenen. De eerste afleveringen waren gebaseerd op fabels van de Franse schrijver Jean de La Fontaine (1621-1695). Later putte bedenker Leen Valkenier steeds meer inspiratie uit het dagelijks leven en zijn eigen woonwijk Vreewijk.
Hoewel de serie na vier jaar van de buis verdween, keerde De Fabeltjeskrant in 1985 terug bij de publieke omroep. In 1989 volgde een definitief afscheid, al werd het programma later nog herhaald door commerciële zenders als RTL4 en RTL8. De Fabeltjeskrant werd in de loop der jaren onderscheiden met onder meer een Gouden Televizierring en een Edison, en werd in 2005 uitgeroepen tot Beste Kinderprogramma Aller Tijden.Historiek
De bekendste figuren uit de Fabeltjeskrant
Meneer de Uil – Hoofdpersoon en de nieuwslezer. “Oogjes dicht en snaveltjes toe! Slaap lekker!”
Juffrouw Ooievaar (Kato) – Betweterige dame van stand. “Laten wij de handen ineen slaan!”
Bor de Wolf – Wat melancholische ingestelde kastelijn die zich geregeld miskend voelt.
Ed en Willem Bever – Reparateurs van het grote dierenbos. “Hup, daar is Willem met de waterpomptang!”
Zoef de Haas – Hyperactieve haas. “Zoef, zoef, zoef!”
Stoffel de Schildpad – Traag en wat hypochondrisch wezen, die last denkt te hebben van allerlei klachten. “Ik voel me zo appelig”.
Meneer de Raaf – Sarcastische vogel die Meneer de Uil soms vervangt als voorlezer van de Fabeltjeskrant.
Momfer de Mol – Mijnwerker met een Limburgs accent die doorlopend kucht en vanwege zijjn slechte ogen vaak met een vergrootglas rondloopt.
Lowieke de Vos – Een sluwe, maar vriendelijke vos die dol is op lekker eten. “Valt er nog wat te smikkelen en te smullen?”
Martha en Myra Hamster – Twee zorgzame en wat bemoeizuchtige zussen, vaak samen in beeld. Soort tegenhangers van Ed en Willem Bever.
Meindert het Paard – De arts van het Grote Dierenbos. Soms wat bazig type, die zich opstelt als een echte heer van stand en altijd beleefd en netjes blijft.
Zaza Zebra – Arts in de praktijk van Meindert het Paard, met wie ze uiteindelijk ook trouwt.