Het bezit van de familie De Witt

4 minuten leestijd
Cornelis de Witt
Jan de Baen, Portret van Cornelis de Witt, ca. 1669, Dordrechts Museum, bruikleen Vereniging Dordrechts Museum

De familie van raadpensionaris Johan en ruwaard Cornelis de Witt staat bekend om hun politieke invloed en hun machtspositie in de Republiek. Als regentenzonen uit Dordrecht hebben de broers veel streepjes voor op anderen. Ze zijn rijk, hebben een groot netwerk en zijn samen op grand tour geweest. Toch rijst nu de vraag: waar deden ze dat eigenlijk van? Hoe betaalden zij hun reizen, wat was de rol van hun vader en wat waren hun belangrijkste bezittingen?

Cromstrijen

In 1688 bestelt de Ambachtsheerlijkheid Cromstrijen een bijzondere zilveren hensbeker bij de Amsterdamse kunstenaar Romeyn de Hooghe. Op het deksel ligt een adelaar die een leeuw overwint, een verwijzing naar de verdediging van de heerlijkheid tegen buitenstaanders. Op de beker zelf staan onder andere vissers en de god Pan die het vee en de herders moet beschermen. Zoals Arjan Nobel heeft laten zien, zijn dit soort bekers echter niet alleen symbolen van eendracht en vriendschap maar ook manifestaties van macht. Ieder jaar wordt bovendien gezamenlijk uit de beker gedronken, een bekrachtiging van de macht van de ambachtsheren.

De beker van Cromstrijen is slechts een voorbeeld van de rijkdom die uitgaat van het vroegmoderne platteland. In deze regio – in de buurt van Dordrecht en Rotterdam – is de familie De Witt een belangrijke speler. Met name Jacob de Witt, de vader van de gebroeders Cornelis en Johan de Witt. Tot ver in de achttiende eeuw houden nazaten van de familie De Witt op basis van het land dat door Jacob werd aangekocht macht en zeggenschap in de polder.

De hensbeker van Ambachtsheerlijkheid Cromstrijen
Romeyn de Hooghe, Hensbeker van Cromstrijen, 1688, Stichting Ambachtsheerlijkheid Cromstrijen

Grootgrondbezitter

Vanaf de jaren 1640 is Jacob de Witt een van de machtigste ambachtsheren en grondeigenaren op het Hollandse platteland. Hij investeert zijn geld vooral in bestaand en nieuw land in de polders rondom Dordrecht. De familie De Witt is van oorsprong actief in de Dordtse houthandel. Boomstammen komen via de rivier afgezakt vanuit het Duitse achterland om te worden verkocht of bewerkt in de Merwestad. In 1602 ziet grootvader Cornelis Fransz de Witt echter nieuwe zakelijke mogelijkheden. Samen met andere Dordtenaren investeert hij in de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC). Aangezien Dordrecht geen eigen kamer krijgt, leggen ze hun geld in via Zeeland.

Nicolaes Maes - Portret van Jacob de Witt
Nicolaes Maes, Portret van Jacob de Witt, 1657, Dordrechts Museum
De aandelen in de VOC leggen de familie geen windeieren. Jacob de Witt breidt het familiefortuin zelfs nog verder uit door mee te werken en te investeren in de West-Indische Compagnie (WIC) die vanaf 1621 operationeel wordt. Het geld dat Jacob verdient, geeft hij uit aan land, aandelen en obligaties. Hij handelt zelf in aandelen en koopt stukken land – zowel uit inpolderingen als bestaande stukken. Het land levert ook geld op door tienden, pachtgelden en opbrengsten uit gewassen. Zo kan Jacob uitgroeien tot grootgrondbezitter.

Cornelis en Johan de Witt volgen in de voetsporen van hun vader. Tot 1637 ligt een politieke carrière op het platteland meer voor de hand dan in de gewestelijke of landelijke politiek. De dood van Jacobs oudste broer Andries de Witt verandert echter het perspectief van het gezin. Jacob wordt hierna al snel burgemeester van Dordrecht en laat zichzelf horen in Holland en bij de Staten-Generaal. De machtige ambachtsheer neemt zijn ervaring in het bestuur van de WIC en de heerlijkheid mee naar het hoogste niveau van de Republiek. Zijn rijkdom groeit verder door in de polder. De familie De Witt heeft de houthandel niet langer nodig en deze wordt langzaamaan verkocht.

Fortuin

Als jongste zoon van de machtige ambachtsheer is voor Johan de Witt niet direct een carrière in Dordrecht weggelegd. Hij gaat samen met zijn broer Cornelis op grand tour, een reis van ruim 100.000 gulden die de familie gemakkelijk kan financieren. Daarna trekt hij naar Den Haag waar hij werkt als advocaat. In 1650 wordt Johan de Witt pensionaris van Dordrecht en afgevaardigde van de stad naar de Staten van Holland. Drie jaar later volgt zijn aanstelling als raadpensionaris.

Zijn persoonlijke fortuin bestaat in eerste instantie uit giften van zijn vader die onder andere zijn huwelijk financiert. Het startsalaris bij de Staten van Holland bedraagt 3000 gulden per jaar. Een flink bedrag, maar nog fijner zijn de bonussen die hij ontvangt na overwinningen zoals de Tocht naar Chatham. In 1672 wordt Johans vermogen geschat op 450.000 gulden. Dit is een enorm bedrag, maar veel Amsterdamse regenten zijn rijker.

Net als zijn vader investeert Johan de Witt zijn vermogen vooral in land en obligaties van de Staten van Holland. Daarnaast heeft hij de vurige wens een heerlijkheid te bezitten. Hij wordt uiteindelijk ambachtsheer van Snelrewaard, Hekendorp en Noord- en Zuid-Linschoten. Johan volgt daarmee in de voetsporen van zijn vader, niet alleen als begaafd politicus maar ook door zijn voorkeur voor land als investering in de toekomst. Het zijn zijn kinderen en verwanten die nog lange tijd in het bestuur van de ambachtsheerlijkheid Cromstrijen te vinden zijn. Na 1688 behoren zij tot degenen die jarenlang toosten met behulp van de zilveren hensbeker. Jacob en Johan de Witt leven daarom niet alleen voort in de stad, maar juist ook op het platteland.

Meer weten?

De Wereld van Johan de Witt – Zaalfoto: Aad Hoogendoorn / Dordrechts Museum
Het Dordrechts Museum organiseert in 2025 de tentoonstelling De Wereld van Johan de Witt. Kunst uit het hart van de zeventiende eeuw ter gelegenheid van zijn vierhonderdste geboortejaar. Op basis van de ongeveer 25.000 brieven die Johan de Witt tijdens zijn leven verstuurde en ontving, zien we hem als verliefde vrijgezel, liefhebbende zoon, bezorgde echtgenoot en talentvolle wiskundige. De tentoonstelling introduceert Johan als mens aan de hand van persoonlijke objecten en topstukken uit binnen- en buitenland van onder meer Rembrandt, Jan Lievens, Aelbert Cuyp, Jan Steen en Jan Asselijn.
×