Duizend jaar filosofie in Nederland

Ronald van Raak schrijft ‘Geen land van grote woorden’
5 minuten leestijd
Mediterende filosoof - Toegeschreven aan Rembrandt van Rijn
Mediterende filosoof - Toegeschreven aan Rembrandt van Rijn, 1632 (Louvre)

Op het gebied van filosofie is in Nederland de afgelopen duizend jaar heel wat gezegd en geschreven, maar de meeste Nederlanders zullen daar niet of nauwelijks weet van hebben. Voor wie toch eens een goede indruk wil krijgen van wat er is gefilosofeerd (en zeker ook geruzied) is daarom het beknopte overzicht heel nuttig dat de Rotterdamse wetenschapper Ronald van Raak presenteert in het boek(je) Geen land van grote woorden. 10 eeuwen filosofie in Nederland.

Portret van Erasmus van Rotterdam – Hans Holbein de jongere, 1523
Portret van Erasmus van Rotterdam – Hans Holbein de jongere, 1523
Vraag uw buurman of buurvrouw – of uzelf – eens: kun je een paar bekende Nederlandse filosofen noemen? Met een beetje mazzel zal misschien de naam Erasmus vallen. Desiderius Erasmus (1469-1536) was een christelijke humanist wiens denken zich niet zozeer richtte tegen het geloof, maar was bedoeld ter verbetering van de kerk. Van volgens hem nogal lege kerkrituelen moest hij weinig hebben, zelfstandig denken van mensen vond hij belangrijk. In zijn boek Lof der zotheid (1511) nam hij mensen met veel macht en invloed op de korrel en eiste hij ruimte voor vrij denken en schrijven. Tot een keuze tussen de rooms-katholieke kerk en de lutheranen die zich daartegen afzetten, kwam hij nooit.

Hoewel Erasmus aan zijn naam ‘van Rotterdam’ toevoegde, is hij daar weliswaar geboren, maar als jongen al vertrokken om er nooit meer terug te keren. Goede kans trouwens dat de meeste Nederlanders zijn naam tegenwoordig vooral verbinden met die opvallende, grote brug in de stad en/of met de naar Erasmus genoemde universiteit in de Maasstad.

Grenzen van de tolerantie

Als het heel erg meezit valt na bovengenoemde vraag misschien ook nog de naam van Baruch de Spinoza (1632-1677), wiens joodse ouders vanuit Portugal waren gevlucht naar de destijds relatief veel tolerantere Republiek der Nederlanden. Dat die tolerantie ook grenzen kende, ondervond Spinoza in 1656. Zijn ideeën gingen de bestuurders van de joodse gemeenschap in Amsterdam veel te ver, wat aanleiding was voor een ongekend scherp geformuleerde banvloek die nooit meer is ingetrokken. Naar aanleiding daarvan verving Spinoza zijn voornaam Baruch door Benedictus.

Spinoza
Spinoza, vermoedelijk rond 1700 door een onbekende kunstenaar geschilderd.
Ook met anderen zou hij later nog in botsing komen. Wonend en werkend in Nederland had de Franse filosoof René Descartes (1596-1650) de gedachte ontwikkeld dat er twee ‘substanties’ zijn: denken en uitgebreidheid, zeg maar geest en materie. Spinoza zag dat anders. Volgens hem is er maar één substantie en die noemde hij God ofwel de Natuur. Het kwam hem te staan op de beschuldiging van atheïsme. Van Raak vermeldt het niet, maar eeuwen later hebben ook Spinoza welgezinde auteurs opgemerkt dat de jong gestorven filosoof vermoedelijk niet (meer) in God geloofde.

Wat opvalt, is dat Van Raak ook de in Deventer ontstane Moderne Devotie behandelt, hoewel die in filosofische overzichten vaak niet voorkomt. De voorlieden ervan waren Geert Groote (1340-1384) en Thomas a Kempis (1380-1471). Van Raaks argument om de beweging wél te bespreken is de grote invloed die deze had tot buiten de landsgrenzen, vooral in de Duitse gebieden. De Moderne Devotie huldigde onder meer het principe van de gelijkheid van alle mensen.

Ware vrijheid versus waar geloof

Zoeken naar ‘een typisch Nederlandse filosofie’ heeft volgens de auteur overigens geen zin, aangezien die nooit heeft bestaan. Zo waren filosofen uit de Lage Landen de eerste eeuwen niet hier actief, maar aan de universiteit van Parijs. Bovendien is voor filosofie in Nederland interactie met denkstromingen in het buitenland altijd belangrijk geweest.

Interessanter vindt Van Raak de geschiedenis van wat hier mocht worden gedacht en zeker ook van wat niet mocht. Uiteraard komt hij in dat verband te spreken over de tegenstelling tussen het ‘ware geloof’ van het calvinisme en de ‘ware vrijheid’ van de republikeinen. Tot de voorvechters van het ‘ware geloof’ behoorde onder anderen prins Maurits van Oranje (1567-1625), een prominent vertegenwoordiger van de ‘ware vrijheid’ was bijvoorbeeld Hollands raadspensionaris Johan van Oldenbarnevelt (1547-1619), wat die laatste na een schijnproces letterlijk de kop kostte.

Helmuth Plessner in 1939.
Helmuth Plessner in 1939.

Filosofie op het Binnenhof

Tal van wat bekendere, maar nog meer voor het grote publiek onbekende mensen die zich hebben beziggehouden met filosofie komen in het boek voorbij. Van Raak (1969) is aan de Rotterdamse Erasmus Universiteit hoogleraar Filosofie in Nederland. Voor studenten schreef hij een overzicht waarvan dit boek de handelseditie is. De titel ‘Geen land van grote woorden’ is ontleend aan de afscheidsrede die de in 1933 uit Duitsland gevluchte half-joodse filosoof Helmuth Plessner in 1952 hield aan de Groningse universiteit. Hij riep de Nederlanders op te blijven wat ze volgens hem altijd zijn geweest: geen land van grote woorden. Op diverse plaatsen laat Van Raak zien dat filosofie in Nederland heel vaak nuchter en praktisch gericht is geweest.

Buste van Gerard Bolland
Buste van Gerard Bolland (CC0 – Rijksmuseum)
Dat betekende ook om de haverklap dat filosofen van doen kregen met politiek. Een voorbeeld daarvan kwam aan de orde tijdens Van Raaks eigen verblijf aan het Haagse Binnenhof. Eerst was hij namens de SP lid van de Eerste Kamer (2003-2006), daarna van de Tweede Kamer (2006-2021). In de Statenpassage, de hal van de Tweede Kamer, stonden sinds 2000 achttien witte borstbeelden uit museumcollecties opgesteld van Nederlandse schrijvers, staatslieden, wetenschappers en industriëlen. Tot zijn verbazing zag Van Raak ook een beeld van de bepaald niet onbevlekte Gerard Bolland (1854-1922), die in 1896 was aangesteld als hoogleraar wijsbegeerte in Leiden. Van Raak maakte er werk van, waarna Tweede Kamervoorzitter Frans Weisglas besloot de Bolland-buste te laten verwijderen, wat in september 2003 ook is gebeurd.

Bollands voordrachten in den lande waren populair, maar in een rede aan de Universiteit van Amsterdam had hij zich in 1921 ook laten kennen als geharnast jodenhater en tegenstander van de parlementaire democratie. Niemand in het parlement anno 2003 had daar kennelijk weet van, Van Raak wel. Als bijna afzwaaiend Kamerlid schreef hij er in januari 2021 voor The Post Online over: “Het plaatsen van dit borstbeeld vertelde ons denk ik weinig over Bolland, maar des te meer over de Tweede Kamer”.

Geslaagde introductie

Geen land van grote woorden
 
Kennis over filosofisch Nederland was daar blijkbaar erg dun gezaaid. Voor de bevolking als geheel geldt dat vermoedelijk evenzeer. Juist daarom is Van Raaks boek zo aardig: beknopt (exclusief noten en register 187 pagina’s) geeft het een nuttig overzicht van duizend jaar filosofie in Nederland, eindigend vlak na de Tweede Wereldoorlog omdat volgens de auteur over de tijd daarna nog te weinig onderzoek is gedaan.

Wat zurig noteerde schrijver/filosoof Ger Groot in een recensie in de NRC: “Al te grote diepgang moet je van een beknopte inleiding als deze niet verwachten, net zo min als volledigheid”. Ondergetekende kiest liever voor hoe Van Raak zelf het in de inleiding van het boek formuleert:

Bij een kennismaking is het niet goed lezers te overvoeren met namen en termen (…). Het doel van dit overzichtswerk is niet zozeer dat u na lezing alles weet van de wijsbegeerte in ons land, maar hopelijk zult u er dan wel méér over willen weten.

Precies daarin is Van Raak geslaagd. ‘Geen land van grote woorden’ is een uitstekend beginpunt voor wie wel eens wat wil weten over eeuwen filosofie in Nederland én het nodigt uit tot verder lezen.

Lees meer over

Filosofie

Meld u aan voor onze gratis nieuwsbrief

×