Op het gebied van filosofie is in Nederland de afgelopen duizend jaar heel wat gezegd en geschreven, maar de meeste Nederlanders zullen daar niet of nauwelijks weet van hebben. Voor wie toch eens een goede indruk wil krijgen van wat er is gefilosofeerd (en zeker ook geruzied) is daarom het beknopte overzicht heel nuttig dat de Rotterdamse wetenschapper Ronald van Raak presenteert in het boek(je) Geen land van grote woorden. 10 eeuwen filosofie in Nederland.

Hoewel Erasmus aan zijn naam ‘van Rotterdam’ toevoegde, is hij daar weliswaar geboren, maar als jongen al vertrokken om er nooit meer terug te keren. Goede kans trouwens dat de meeste Nederlanders zijn naam tegenwoordig vooral verbinden met die opvallende, grote brug in de stad en/of met de naar Erasmus genoemde universiteit in de Maasstad.
Grenzen van de tolerantie
Als het heel erg meezit valt na bovengenoemde vraag misschien ook nog de naam van Baruch de Spinoza (1632-1677), wiens joodse ouders vanuit Portugal waren gevlucht naar de destijds relatief veel tolerantere Republiek der Nederlanden. Dat die tolerantie ook grenzen kende, ondervond Spinoza in 1656. Zijn ideeën gingen de bestuurders van de joodse gemeenschap in Amsterdam veel te ver, wat aanleiding was voor een ongekend scherp geformuleerde banvloek die nooit meer is ingetrokken. Naar aanleiding daarvan verving Spinoza zijn voornaam Baruch door Benedictus.

Wat opvalt, is dat Van Raak ook de in Deventer ontstane Moderne Devotie behandelt, hoewel die in filosofische overzichten vaak niet voorkomt. De voorlieden ervan waren Geert Groote (1340-1384) en Thomas a Kempis (1380-1471). Van Raaks argument om de beweging wél te bespreken is de grote invloed die deze had tot buiten de landsgrenzen, vooral in de Duitse gebieden. De Moderne Devotie huldigde onder meer het principe van de gelijkheid van alle mensen.
Ware vrijheid versus waar geloof
Zoeken naar ‘een typisch Nederlandse filosofie’ heeft volgens de auteur overigens geen zin, aangezien die nooit heeft bestaan. Zo waren filosofen uit de Lage Landen de eerste eeuwen niet hier actief, maar aan de universiteit van Parijs. Bovendien is voor filosofie in Nederland interactie met denkstromingen in het buitenland altijd belangrijk geweest.
Interessanter vindt Van Raak de geschiedenis van wat hier mocht worden gedacht en zeker ook van wat niet mocht. Uiteraard komt hij in dat verband te spreken over de tegenstelling tussen het ‘ware geloof’ van het calvinisme en de ‘ware vrijheid’ van de republikeinen. Tot de voorvechters van het ‘ware geloof’ behoorde onder anderen prins Maurits van Oranje (1567-1625), een prominent vertegenwoordiger van de ‘ware vrijheid’ was bijvoorbeeld Hollands raadspensionaris Johan van Oldenbarnevelt (1547-1619), wat die laatste na een schijnproces letterlijk de kop kostte.

Filosofie op het Binnenhof
Tal van wat bekendere, maar nog meer voor het grote publiek onbekende mensen die zich hebben beziggehouden met filosofie komen in het boek voorbij. Van Raak (1969) is aan de Rotterdamse Erasmus Universiteit hoogleraar Filosofie in Nederland. Voor studenten schreef hij een overzicht waarvan dit boek de handelseditie is. De titel ‘Geen land van grote woorden’ is ontleend aan de afscheidsrede die de in 1933 uit Duitsland gevluchte half-joodse filosoof Helmuth Plessner in 1952 hield aan de Groningse universiteit. Hij riep de Nederlanders op te blijven wat ze volgens hem altijd zijn geweest: geen land van grote woorden. Op diverse plaatsen laat Van Raak zien dat filosofie in Nederland heel vaak nuchter en praktisch gericht is geweest.

Bollands voordrachten in den lande waren populair, maar in een rede aan de Universiteit van Amsterdam had hij zich in 1921 ook laten kennen als geharnast jodenhater en tegenstander van de parlementaire democratie. Niemand in het parlement anno 2003 had daar kennelijk weet van, Van Raak wel. Als bijna afzwaaiend Kamerlid schreef hij er in januari 2021 voor The Post Online over: “Het plaatsen van dit borstbeeld vertelde ons denk ik weinig over Bolland, maar des te meer over de Tweede Kamer”.
Geslaagde introductie

Wat zurig noteerde schrijver/filosoof Ger Groot in een recensie in de NRC: “Al te grote diepgang moet je van een beknopte inleiding als deze niet verwachten, net zo min als volledigheid”. Ondergetekende kiest liever voor hoe Van Raak zelf het in de inleiding van het boek formuleert:
Bij een kennismaking is het niet goed lezers te overvoeren met namen en termen (…). Het doel van dit overzichtswerk is niet zozeer dat u na lezing alles weet van de wijsbegeerte in ons land, maar hopelijk zult u er dan wel méér over willen weten.
Precies daarin is Van Raak geslaagd. ‘Geen land van grote woorden’ is een uitstekend beginpunt voor wie wel eens wat wil weten over eeuwen filosofie in Nederland én het nodigt uit tot verder lezen.
John Locke – Britse Verlichtingsfilosoof
Wachten we op de barbaren?
Geschiedenis trekt uit comfortzone van het eigen gelijk
Licht van Adriaan Koerbagh schijnt na 346 jaar eindelijk in de duisternis