Was de speedmars van Harold een mythe? Discussie over aanloop Slag bij Hastings (1066)

15 minuten leestijd
Slag bij Hastings in 1066 steen Harold
Volgens de traditie sneuvelde koning Harold II op deze plek tijdens de Slag bij Hastings in 1066. Willem de Veroveraar liet hier later Battle Abbey bouwen als herdenking van zijn overwinning.

In Engeland is onder historici plotseling een verschil van mening ontstaan over bewegingen van het leger van de Engelse koning Harold Godwinson in de weken voorafgaande aan de Battle of Hastings.

Nog geen drie weken eerder was koning Harold met grote haast naar Noord-Engeland getrokken om een Noorse invasiemacht te bestrijden. Na zijn overwinning tijdens de Slag bij Stamford Bridge, nabij York, keerde hij volgens de gangbare lezing direct terug naar het zuiden om de dreigende Normandische invasie onder leiding van William the Conqueror het hoofd te bieden. Tijdens de daaropvolgende slag aan de Engelse zuidkust werd Harolds leger verpletterend verslagen en kwam de koning zelf om het leven.

Zo luidt in een notendop de algemeen aanvaarde versie van de gebeurtenissen die tussen 25 september en 14 oktober 1066 plaatsvonden. Het beeld is opgebouwd uit informatie afkomstig uit verschillende kronieken en documenten uit die jaren. De belangrijkste bron is de Anglo-Saxon Chronicle (ASC). Dat is een collectie analen die vanaf een verloren gegane oerversie (de Common Stock genoemd) in verschillende kloosters onafhankelijk van elkaar gekopieerd en aangevuld werden. Daarvan bestaan nog negen kopieën, aangeduid met ASC A t/m I. Tezamen beslaan ze de periode tussen het vertrek van de Romeinse legioenen en de Normandische invasie. Ze worden over het algemeen als betrouwbaar beschouwd, al valt daar volgens historicus Marc Morris (zie hieronder) wel iets op af te dingen:

Even the Anglo-Saxon Chronicle has pronounced political sympathies that vary according to which monastery it was copied in. (Zelfs de Anglo-Saxon Chronicle vertoont duidelijke politieke voorkeuren, die verschillen per klooster waarin de kroniek werd gekopieerd.)

Nu is er onlangs flink aan de boom geschud door professor geschiedenis en literatuur Tom Licence van de Universiteit van East Anglia. Gewapend met een nieuwe interpretatie van een lemma uit de ASC betoogt hij in een artikel in The Guardian dat de bewegingen van Harolds leger tussen de beide veldslagen nogal afgeweken moeten hebben van wat algemeen gedacht wordt. Daarmee komt niet alleen de traditionele lezing van de gebeurtenissen onder druk te staan, maar ook het beeld van de omvang en de conditie van het leger dat op Senlac Hill tegenover de Normandische ridders van Willem de Veroveraar stond.

Marc Morris
Marc Morris
Historicus Marc Morris, schrijver van The Norman Conquest uit 2012, neemt de handschoen op.

Stormachtig

Eerst het algemeen aanvaarde relaas van de gebeurtenissen die leidden tot Stamford Bridge, ook wel Hastings of the North genoemd. In het voorjaar van 1066 werd het de pas gekroonde Harold II duidelijk dat er een grootscheepse invasie vanuit de overzijde van het Kanaal op touw gezet werd. Hij riep al z’n graven en shire reeves (sheriffs) op “to exert themselves by land and sea for the defence of their country”.

Zo’n 16.000 man bestaande uit Wessex’ fyrds, opgeroepen militia’s gewapend met wat lokaal allemaal aan zwaarden, speren, bijlen, knuppels, dorsvlegels en hooivorken voorhanden was, verspreidden zich langs de Kanaalkust. Harold zelf vestigde zich met zijn huscarls, professionele ridders in dienst van het hof, op Isle of Wight en dirigeerde de verzamelde vloot eveneens naar dat eiland. Het wachten was begonnen.

Chaos ontstond aan beide zijden van het Kanaal toen gedurende de maand augustus zware stormen de regio teisterden. Het invasieleger van hertog William van Normandië werd na een bijna fataal afgelopen eerste poging over te steken gedwongen zich terug te trekken in de brede monding van de Somme bij Saint-Valéry-sur-Somme.

Ook hier begon het lange wachten, in dit geval op een gunstige wind. In wanhoop liet William tenslotte de schrijn van Sint Valéry openbreken en de resten van de heilige uit de kerk naar het strand dragen. Daar werd in aanwezigheid van het hele leger, in wind en regen, een wanhoopsmis opgedragen waarin God en de heilige werden gesmeekt de storm te bedaren en een gunstige zuidelijke wind te sturen.

Maar ook aan Engelse kant waren de omstandigheden stormachtig. Op 8 september, zo schrijft de ASC C-versie, “was de proviand voor de mannen op en kon niemand nog langer op zijn post blijven. Hen werd toestemming verleend om naar huis te gaan en de koning reed landinwaarts. En de schepen voeren naar Londen en vele ervan vergingen in de storm alvorens de vloot daar aankwam.”

Kaart van het gebied rond York, waar zich in september 1066 de veldslagen bij Fulford en Stamford Bridge afspeelden.
Kaart van het gebied rond York, waar zich in september 1066 de veldslagen bij Fulford en Stamford Bridge afspeelden. (OpenStreetMap)

Zwagers

Enkele dagen later in Londen bereikte Harold het desastreuze bericht van de aankomst van een Noorse vloot van 300 drakenschepen in de rivier de Humber, bij het huidige Hull. De invasie werd geleid door de Noorse koning Harald Sigurdsson bijgenaamd Hardrada, the strongest living man under the sun. Harold Godwinsons jongere broer Tostig, ooit de tirannieke en wraakzuchtige Graaf van Northumbria die zich aan piraterij overgegeven had, had zich aan de zijde van het Vikingleger geschaard.

Op de Humber roeiden de schepen de door de vlakte slingerende rivier Ouse op. Bij het stadje Riccall legde de vloot aan. Er werd een kampement opgeslagen, vlakbij de plek waar de rivier Wharfe in de Ouse vloeide, een tiental kilometer ten zuiden van de stad York.

Het noordelijke Engelse leger viel onder het bevel van de broers Edwin en Morcar, graven van Mercia en Northumbria, die zich met hun leger huscarls in York ophielden. Hun zuster Ealdgyth was Harolds kersverse koningin en de beide broers waren als diens zwagers z’n belangrijkste medestrijders tegen Schotse of Scandinavische aanvallen. Met Harold in Londen was het aan hen om Hardrada en Tostig te weerhouden het noorden te overspoelen.

Battle of Fulford
De aankomst van koning Harald van Noorwegen en de nederlaag van de Northumbriërs bij Fulford. Miniatuur uit The Life of King Edward the Confessor van Matthew Paris, dertiende eeuw.

Fulford

Meteen nadat het nieuws van het verschijnen van de drakenschepen op de Humber York bereikte, werden noordelijke fyrds uit Mercia en Yorkshire opgeroepen naar de stad Tadcaster te komen, gelegen aan de rivier Wharfe. Daar lag vermoedelijk ook een vloot gereed. Zodra het inderhaast verzamelde leger groot genoeg geacht werd om de Vikingen met succes aan te kunnen vallen, marcheerde het onder aanvoering van Edwin en Morcar naar een plek aan de Ouse genaamd Foul Forde, letterlijk ‘smerige waadplaats.’ Aan weerszijden van een modderig zijriviertje van de Ouse, genaamd Germani Beck, vond op 20 september een eerste veldslag plaats, de Battle of Fulford.

Norman Conquest
Omslag van The Norman Conquest van historicus Marc Morris, een van de belangrijkste moderne studies over de Normandische verovering van Engeland.
Er is heel weinig bekend van het verloop van de slag, hoewel er veel en uiteenlopend over gespeculeerd is. Morris citeert in The Norman Conquest de summiere basis-informatie die uit de Anglo-Saxon Chronicle C-versie afkomstig is:

A great number of the English were slain or drowned or driven in flight, and the Norwegians had possession of the place of slaughter.

Gijzelaars

De burgers van York openden de poorten zonder slag of stoot en Hardrada overlegde er met vertegenwoordigers van de stad, die hem relatief gunstig gezind waren. Besloten werd dat er 150 gijzelaars aangewezen zouden worden die zich een paar dagen later in Stamford Bridge ten oosten van York bij de Noorse koning zouden vervoegen.

Stamford Bridge was een dorp gelegen aan de rivier Derwent met een smalle houten brug. De naam Derwent komt van het Keltisch-Britse dervo, de Rivier van de Eiken, een naam die goed past bij een Engels landschap dat duizend jaar geleden veel bosrijker was dan tegenwoordig en gekenmerkt werd door drassige gebieden en waterlopen.

Battle of Stamford Bridge
De Slag bij Stamford Bridge. Miniatuur uit The Life of King Edward the Confessor van Matthew Paris, circa 1250-1260. Cambridge University Library, MS Ee.3.59, folio 32v.

Daar sloeg het Vikingleger op de ochtend van maandag 25 september zijn kamp op, terwijl een deel van de manschappen in Riccall bij de schepen achterbleef. Het was een hete dag en Hardrada, zeker van het succes van de invasie, had zijn mannen toestemming gegeven hun maliënkolders in Riccall achter te laten. Een beslissing met desastreuze gevolgen, zo bleek die dag tijdens het Gefeoht æt Stængfordesbrycge, de Battle of Stamford Bridge.

De Heimskringla van Snorri Sturluson, een IJslandse verzameling sagen over Noorse koningen, verhaalt hoe vanuit de richting van York plotseling een grote stofwolk verscheen. Hardrada’s bezorgdheid nam toe bij het naderen van “een leger ridders met speren en schilden die glinsterden als ijs in de zon.” Groot was de ontsteltenis toen Harolds Engelsen zich volkomen onverwacht op hen stortten en een enorme slachting veroorzaakten, waarin het ontbreken van de beschermende kledij een cruciale rol speelde. Hoe had het zo ver kunnen komen?

De Slag bij Stamford Bridge - Schilderij van Peter Nicolai Arbo
Slag van Stamford Bridge. Hardrada wordt getroffen door een pijl in de luchtpijp. Schilderij uit 1870, Peter Nicolai Arbo

Heerweg

Nadat de Noorse vloot begin september op de Humber gezien was, reden vanuit Londen boodschappers uit om de fyrds die op 8 september ontbonden waren, weer op te roepen voor de campagne naar het noorden en opgedragen naar Tadcaster te komen. Half september verlieten Harolds troepen huscarls en fyrds Londen en trokken in een dikke week over de oude Romeinse heerweg genaamd Ermine Street naar Tadcaster aan de Wharfe, waar de verschillende troepen zich verzamelden. De Chronicle:

The English king marched northwards day and night, as quickly as he could assemble his levies.

In York hoorde Harold van de geplande afspraak met de gijzelaars in Stamford Bridge en hij realiseerde zich dat Hardrada en Tostig vreemd genoeg niet van zijn aanwezigheid in Yorkshire op de hoogte waren. Hij marcheerde zijn mannen dwars door York oostwaarts naar het dorp aan de Derwent. Het arriveren van zijn als ijs in de zon glinsterende speren en schilden had tot grote consternatie geleid.

Sage

Nadat de Vikingen op het veld ten westen van de Derwent verslagen waren, wilden de Engelsen de brug oversteken om de rest van het Noorse leger aan te vallen. Een in de twaalfde eeuw aan de ASC-C versie toegevoegde tekst, later bevestigd door andere kroniekschrijvers, beschrijft hoe de brug werd verdedigd door een reusachtige Noorman die iedere doorgang met zwaaiende bijl tegenhield. De man werd uiteindelijk gedood door een slimmerik die met een bootje onder de brug voer en zijn spies door een kier tussen twee planken omhoog stootte. Het detail heeft – wellicht onterecht want het klinkt nogal als iets uit een sage – z’n weg gevonden in het algemeen aanvaarde relaas van de slag. Dit toont het nut aan van het steeds opnieuw kritisch interpreteren van de oude teksten. Alles kan altijd heel anders geweest zijn dan men denkt. Professor Licence ziet deze gebeurtenissen in een geheel nieuw licht.

De Engelsen staken in drommen de brug over en eenmaal aan de oostkant werd ook de rest van het Noorse leger verslagen. Hardrada en Tostig vielen tijdens de slachting. Met Hardrada’s dood kwam er een einde aan het tijdperk der Vikingen in Engeland. Enkele weken later aan dat van de Anglo-Saxons.

Harold verbleef nog enkele dagen in York, waarschijnlijk om Tostigs begrafenis bij te wonen. Daar bereikte hem het bericht van de Normandische landing in Pevensey Bay, iets ten westen van Hastings, aan de Kanaalkust. De rest is geschiedenis:

King Harold immediately led his troops on a forced march southwards to intercept the Norman army.

artikel guardian
Screenshot van het artikel in The Guardian waarin historicus Tom Licence zijn alternatieve lezing van de gebeurtenissen van 1066 uiteenzet.

Ontbonden

John Milton, bekend van het epische gedicht Paradise Lost, beschreef de ‘mars naar Londen in grote haast’ in zijn boek History of England in 1670. En tegenwoordig wordt deze wonderbaarlijke speedmars, die onderdeel is geworden van Harolds legend, op de basisschool gedoceerd en op de BBC bejubeld. Maar er is ook een stroming die de koning veroordeelt. Hier heerst de opvatting dat Harolds ‘roekeloze, impulsieve haast’ en zijn ‘onbezonnen, dolle sprint naar het zuiden’ zijn mannen uitputten en bijdroegen aan de nederlaag bij Hastings.

Professor Licence gaat nog een stap verder. De marsen naar York en terug naar Londen vonden helemaal niet plaats. Het leger reisde volgens hem per schip naar de Humber en verder naar Tadcaster aan de Wharfe en na de overwinning bij Stamford Bridge vice versa terug naar Londen. Het misverstand over de fameuze troepenbeweging over land werd volgens hem veroorzaakt door negentiende-eeuwse geschiedkundigen Sharon Turner en Edward Augustus Freeman. Deze geleerden werden in hun tijd beschouwd als autoriteiten op het gebied van de Normandische invasie. Ze interpreteerden een zin uit een versie van de ASC — when the ships were come home — als een verwijzing naar het moment waarop de schepen na 8 september naar hun respectievelijke havens waren teruggekeerd. Met andere woorden: de vloot werd ontbonden.

Latere historici volgden deze interpretatie, waarschijnlijk geïmponeerd door Turner en Freemans reputatie. En hiermee bleef binnen het smalle venster in de uit de kronieken berekende tijdslijn de interpretatie van een wonderbaarlijke speedmars als enige mogelijkheid over. Maar deze visie verwerpt Licence dus.

Transport

De professor Engelse literatuur onderbouwt zijn theorie met een opvallende interpretatie van een enkel woord uit de Anglo-Saxon Chronicle: lið (uitgesproken als lith). Hij vertaalt het als vloot. Naar aanleiding van enkele zinnen waarin lið voorkomt, concludeert hij dat de schepen die bij Tadcaster gereed lagen niet een door Edwin en Morcar uit lokale haventjes opgeroepen vloot was. Ze waren het restant van de vloot van Wight, de schepen die de orkaan op Het Kanaal tijdens hun reis naar Londen heelhuids doorstaan hadden. De vloot was volgens hem nooit ontbonden, zoals Turner, Freeman en latere historici aannamen, maar lag na de nodige reparaties aan de Theems gereed voor troepentransport naar Yorkshire. En zodra Harold zijn troepen bijeen had, gingen zij scheep en voer het leger via zee noordwaarts naar de monding van de Humber.

Harold Godwinson
Dertiende-eeuwse voorstelling van de kroning van Harold II, uit een anonieme Life of King Edward the Confessor. Cambridge University Library.

Lið

Marc Morris verwerpt deze uitleg om drie redenen. “Er valt een voorzichtig argument te maken op basis van stilte, hoewel ik daar doorgaans geen liefhebber van ben. Wanneer de ASC de bewegingen van de andere betrokkenen in 1066 beschrijft, wordt altijd expliciet vermeld of er schepen bij gebruikt waren. Er zijn voorbeelden te over. Maar als het gaat om Harolds reis naar Yorkshire midden september, wordt er van schepen geen enkele melding gemaakt – a fairly resounding silence. We zouden daarom redelijkerwijs kunnen concluderen dat Harolds leger over land reisde.”

Ten tweede: “Licence is er duidelijk van overtuigd dat Harold zijn vloot naar het noorden stuurde om de Noorse dreiging te bestrijden. Het enige bewijs dat hij aanvoert ter ondersteuning van dit idee is een passage in de ASC, waarin staat dat de koning, toen hij op zondag 24 september Tadcaster bereikte, zijn lið bijeenbracht (þær his lið fylcade).

Het Oud-Engelse woord lið wordt inderdaad vaak gebruikt om een ​​zeemacht aan te duiden, en niet een landleger. Sommige geleerden hebben in het verleden dus betoogd dat de vermelding van een lið op de Wharfe bij Tadcaster een verwijzing moet zijn naar lokale schepen, inderhaast door Edwin en Morcar opgeroepen om de dreiging op de Ouse te bestrijden. Anderen zijn er van uitgegaan dat de kroniekschrijver lið simpelweg gebruikte om strijdkrachten aan te duiden. Dorothy Whitelock in haar ASC vertaling uit de jaren vijftig vertaalde de zin þær his lið fylcade bijvoorbeeld als daar verzamelden zijn troepen zich. Marc Morris

Ondubbelzinnig

Met lið vertaald als troepenmacht was er dus helemaal geen sprake van een vloot op de Wharfe bij Tadcaster, uit Yorkshire noch uit Londen. Morris:

Vloten werden doorgaans ingezet ter ondersteuning van troepen die over land marcheerden en om ze van voorraden te voorzien. Ook hier zijn genoeg voorbeelden van.

Het is dus niet onmogelijk dat Harold zijn vloot medio september 1066 naar het noorden stuurde, wellicht om een ​​soortgelijke logistieke functie te vervullen. Maar deze veronderstelling is gebaseerd op één woord in de ASC, een woord dat vertaald kan worden als vloot maar ook als landmacht, in een bron die bij alle andere gelegenheden waarop de inzet van schepen wordt beschreven, dit in ondubbelzinnige bewoordingen doet. Als de vloot al naar het noorden voer is het hoogst onwaarschijnlijk dat Harold en z’n leger aan boord waren. Anders had de Anglo-Saxon Chronicle dat zeker vermeld, zoals ze dat altijd deed wanneer ze beschreef hoe Engelse koningen voor en na 1066 opereerden.

Wanneer de koning de terugreis naar Londen volbracht had door binnen enkele dagen duizenden soldaten over zee te vervoeren, dan zou er toch één kroniekschrijver zijn geweest, Engels of Normandisch, die dit zou hebben vermeld. Maar de kronieken bevatten geen details over de terugreis naar het zuiden, behalve een cryptisch Harold came from the north in een ASC versie.

Radiostilte

Ten derde bevat Licence’ theorie volgens Morris een ingebakken fout.

De ASC vermeldt dat de Noren met hun schepen ‘de Ouse opvoeren richting York.’ Een latere bron is wat specifieker en beweert dat ze aan land gingen bij een plaats genaamd Riccall. Deze bron, John of Worcester, schreef in de jaren 1140 maar baseerde zijn verslag op een verloren gegane kopie van de Anglo-Saxon Chronicle.

Een en ander betekent dat indien Harold inderdaad een vloot naar Tadcaster zond, de schepen vlak langs het Noorse kamp bij Riccall voeren. Zelfs als de Engelse vloot er op de een of andere manier in zou slagen de Noorse vloot te passeren, is het ongeloofwaardig dat ze dat onopgemerkt zouden hebben kunnen doen. Het Noorse leger was na aankomst bij Riccall naar York getrokken, maar ze zouden de schepen niet onbewaakt hebben achtergelaten. De mannen die achterbleven om de schepen te bewaken zouden een Engelse vloot langs hun kamp hebben zien varen en verder stroomopwaarts richting Tadcaster hebben zien gaan.

Dit levert problemen op voor Licence’s argument, omdat uit alle bronnen blijkt dat Harold de Noren volledig verraste. Zoals de ASC uitlegt, vernam de Engelse koning op maandag 25 september dat zijn vijanden van Riccall naar Stamford Bridge waren getrokken en rukte hij snel tegen hen op. ‘Toen viel Harold, koning der Engelsen, hen onverwachts aan.’

Harolds overwinning bij Stamford Bridge hing af van radiostilte. Als hij Tadcaster over land had bereikt, zoals historici lange tijd hebben aangenomen, zou hij met een wijde boog rond het Noorse kamp bij Riccall getrokken zijn om onopgemerkt te blijven. Als hij daarentegen met een vloot de rivier de Ouse was opgevaren, zouden zijn vijanden zijn aankomst hebben opgemerkt, waardoor hij het verrassingselement zou hebben verspeeld.

Het feit dat Harold zijn vloot naar Tadcaster bracht is het punt waarop de argumenten van professor Licence berusten. Afgezien van het gebruik van het woord lið in de ASC op dit punt, is hier geen ander bewijs voor en er zijn genoeg redenen om aan te nemen dat hij dat niet deed.

Conclusie

Blijft de vraag over hoe het Engelse leger naar het zuiden terug marcheerde en vooral of dit een uitputtende en fatale inspanning was, gezien het verlies van de Slag bij Hastings luttele weken later. Maar ook hier heeft Morris een antwoord op.

Mijn stelling is dat we dit specifieke plotmiddel niet hoeven te gebruiken, omdat het zeer onwaarschijnlijk is dat Harold begin oktober nog over een leger beschikte.

Na de overwinning op de Noren op 25 september had de koning geen leger meer nodig. The dragon had been slain. Waarom zou hij duizenden mannen bij zich houden, die allemaal van dag tot dag gevoed en gehuisvest moesten worden? We kunnen ons ongetwijfeld een soort overwinningsfeest voorstellen op de avond van 25 september, waarbij de plunder verdeeld werd. Maar aangezien we alleen met veronderstellingen te maken hebben, is de meest aannemelijke dat Harold zijn infanterie een dag of twee later ontsloeg, net zoals hij op 8 september had gedaan toen hij ze niet bij elkaar kon houden vanwege gebrek aan proviand. Dit is precies wat we koningen in latere middeleeuwse eeuwen zien doen, wanneer we beschikken over dagelijkse financiële gegevens. Zodra de veldtocht voorbij is, wordt het leger ontbonden.

Toen Harold begin oktober in York op de hoogte werd gebracht van de Normandische landing, waren zijn fyrds dus waarschijnlijk al naar huis. De mannen die bij hem bleven waren zijn huscarls, professionele soldaten met maliënkolders, dure wapens en paarden. De meest voor de hand liggende verklaring voor hoe deze mannen in een paar dagen naar Londen reisden, is dat ze te paard gingen. Zoals de reisroutes van latere middeleeuwse koningen aantonen, was het voor een bereden lijfwacht goed mogelijk om 50 tot 65 kilometer per dag af te leggen, vooral als het lot van een koninkrijk op het spel stond.

Toen hij in Londen aankwam, moest hij fyrds uit de zuidelijke graafschappen oproepen. Dat zou enige tijd in beslag nemen. Maar Harold was, zoals alle kroniekschrijvers beamen, ongeduldig en vond dat een verrassingsaanval op het Normandische kamp bij Hastings een betere strategie was dan te wachten tot zijn leger op volle oorlogssterkte was. Die strategie had hem bij Stamford Bridge immers net een grote overwinning opgeleverd. Maar deze keer werkte hij averechts. De Veroveraar was door verkenners al op de hoogte van Harolds komst.

Afschuw

Het verlies van de Slag bij Hastings lag dus niet aan uitputting van de troepen, veroorzaakt door de speedmars uit Yorkshire, zoals tegenwoordig de algemene opvatting is. Beide legers waren ongeveer even groot en fit. Harold had zijn boogschutters nog niet bijeen toen hij naar het slagveld marcheerde. Hertog William van Normandië was van de twee waarschijnlijk de superieure strateeg. Tegen de Engelse schildmuur bovenaan Senlac Hill — op de plek waar William later Battle Abbey liet bouwen — zette de Normandische veldheer een bekende tactiek in: de ‘geveinsde terugtrekking’. Vervuld van een gevoel van triomf verbraken de Engelsen de integriteit van hun schildmuur en renden heuvelafwaarts achter de vluchtende vijand aan.

Battle Abbey gezien vanaf het voormalige slagveld van Hastings
Battle Abbey gezien vanaf het voormalige slagveld van Hastings. Volgens de overlevering sneuvelde koning Harold II in dit gebied op 14 oktober 1066. (CC BY-SA 3.0 – Ealdgyth – wiki)

Harold zal het schouwspel met afschuw gadegeslagen hebben. Waarschijnlijk wist hij wat komen zou. In 1064 had hij als Williams gast meegestreden tijdens een campagne in Bretagne en hij kende de tactieken van de Normandische ridders.

De Normandische cavalerie keerde plotseling om en ging de in wanorde omlaag rennende horden te lijf. Tegen die geoliede, feodale moordmachine waren de eilanders niet opgewassen. Niet veel later kwamen enkele ridders omhoog stormen en doodden Harold II Godwinson, de laatste Angelsaksische koning van Engeland, in de namiddag van zaterdag 14 oktober 1066. De plaatsing van het hoofdaltaar in Battle Abbey op die plek was een permanente herdenking van deze historische gebeurtenis, het begin van Normandisch Engeland.

×