Karel de Grote, feodalisme en de opkomst van de Vikingen<
Hoe het christelijke Europa – omringd door islamitische beschavingen, ontoegankelijke woestijnen en het eindeloze blauw van de zee – aan de grond raakte door de pest, invasies en hongersnoden.
Dankzij het succes van de Franken onder Karel de Grote herleefde langzamerhand de hoop op het herstel van een centraal gezag, dat heel Europa zou kunnen beschermen. Voortbouwend op het fundament dat zijn grootvader, Karel Martel, had gelegd door in 732 de Arabieren te verslaan, wist Karel de Grote heel Frankrijk en een deel van Italië onder zijn bewind te brengen.


Dat deze nieuwe structuur – feodalisme genoemd – werkte, was vooral ook te danken aan die fladderende vlindervleugeltjes aan de andere kant van de wereld. Met hun geavanceerde technologie waren de Chinezen er in de loop van de derde eeuw na Chr. in geslaagd paarden effectiever in te zetten door ruiters te voorzien van gietijzeren stijgbeugels. Aangenomen wordt dat de route die deze hulpmiddelen aflegden voordat ze Europa bereikten, liep via de nomadische Avaren in Centraal-Azië en vandaar noordwaarts naar Baltische stammen in de omgeving van Litouwen en westwaarts naar islamitische strijders die oprukten naar Constantinopel, Spanje en Frankrijk. Zo maakten ook de legers van Karel de Grote en andere Frankische vorsten er kennis mee. Dat had ingrijpende gevolgen voor het vermogen van deze heersers en hun volgelingen te paard om een nieuwe vorm van sociaal en militair gezag uit te oefenen.

Maar het feodale systeem – ook wel leenstelsel genoemd – veroorzaakte ook wrijving tussen lokale heersers en de koning met zijn centrale gezag. Een kleinzoon van Karel de Grote, Karel de Kale, die van 840 tot 877 na Chr. regeerde, verordende in 864 dat alles wat er in Frankrijk zonder zijn toestemming aan particuliere gebouwen was opgetrokken, moest worden afgebroken. Na zijn regeringsperiode verrees het ene kasteel na het andere, want ridders en landheren wilden zich kunnen beschermen tegen de Vikingen – ook Noormannen genoemd – die hun gebied binnenvielen en eveneens over paarden en stijgbeugels beschikten. Door het leenstelsel raakte de macht verbrokkeld: ze kwam her en der in handen van enkelingen en hun families, die hun lokale positie nog versterkten door kastelen te betrekken. Deze situatie bepaalde eeuwenlang het karakter van de Europese politiek en had tot gevolg dat de ontwikkeling van het herrezen Heilige Roomse Rijk tijdelijk tot stilstand kwam.
Al in de jaren negentig van de achtste eeuw begonnen ook de Vikingen van het verbeterde klimaat te profiteren. Geduchte zeerotten als ze waren, konden ze met hun snelle, lichte vaartuigen, die bekendstaan als drakar (‘drakenschip’), snek of langschip, op rooftocht gaan zover als het water en hun roeikunst reikten.

De Noormannen waren de kameleons van de middeleeuwse wereld – nu eens kooplieden, dan weer piraten en al spoedig ook veroveraars. Handel drijven en invallen plegen waren voor deze avonturiers uit Scandinavië twee kanten van dezelfde medaille. De Lage Landen maakten in 810 voor het eerst kennis met ze. Tussen 834 en 863 plunderden ze meermalen Dorestad, een internationale handelsplaats in de omgeving van Wijk bij Duurstede. Na 850 heerste de Deense Viking Rorik zelfs over het grootste deel van Frisia (Friesland). In het graafschap Vlaanderen teisterden Deense Vikingen in 836 Antwerpen en vervolgens de Rupelstreek, Gent, Kortrijk, Doornik, Leuven en de Maasstreek.
Al in 839 waren de Noormannen, via uitgebreide netwerkwerken van onderling verbonden rivieren, tot diep in het hart van Europa doorgedrongen. Ze vestigden nederzettingen langs de Donau tot aan de Oekraïne en nog verder naar het oosten, waar ze bekend kwamen te staan als Russen – een woord dat wel is afgeleid van het Oudnoorse rods, ‘roeiers’. Volgens islamitische bronnen onderwierpen ze vervolgens de Slavische volken, toeleveraars van een groot aantal slaven, die door de Vikingen werden verhandeld via 307 een netwerk van routes dat tot over de Zwarte Zee reikte en zelfs tot aan het islamitische Bagdad liep (mogelijk danken de Slaven hun naam hieraan dat hun voorouders door de ‘Russische’ Vikingen als zodanig werden verkocht).
Een Perzische historicus schreef: ‘Ze stropen het land van de Slaven af, dat ze per schip bereiken; ze voeren hen weg als slaven en … verkopen hen. Ze hebben geen akkers, maar leven eenvoudigweg van wat ze in de landen van de Slaven te pakken krijgen.’

Daarna trokken deze slagers naar het zuiden, terwijl ze onderweg de Angelsaksische koning Edmond vermoordden. (De Angelen en de Saksen, die uit Noord-Duitsland stamden, waren in de laatste periode van het Romeinse Rijk langzamerhand delen van Brittannië gaan bevolken, nadat Germanen als huurlingen waren opgenomen in Romeinse legioenen die de Kelten eronder moesten krijgen.) Uit de moord op koning Edmond kwam een conflict voort dat uitliep op legendarische oorlogen om de zeggenschap over heel Engeland, uitgevochten tussen de Angelsaksische koning Alfred de Grote en de Denen, verwanten van de Vikingen.
Hun meest succesvolle kolonie stichtten de Vikingen rondom Rouen, waar ze als kameleons de Frankische cultuur overnamen, inclusief het feodale stelsel en het christendom. Ze kwamen bekend te staan als Normandiërs (letterlijk ‘noordmannen’). Hun beroemdste vorst, Willem van Normandië, maakte van het leenstelsel gebruik om een leger op te bouwen dat uitgerust was met paarden en stijgbeugels. Zijn mannen, afstammelingen van Vikingen, zat de zeevaartkunde in het bloed en nadat hij met hen naar Engeland was overgestoken, had Willem alle vertrouwen in een goede afloop van de veroveringstocht die in 1066 met de slag bij Hastings begon.
25 jul 2012
Andere afleveringen in deze serie:
Ragnar Lodbrok: mythe en werkelijkheid achter de Vikinghoofdman
Middeleeuwse misère: pest, invasies en hongersnoden
Harold II van Engeland – de laatste Angelsaksische koning
Heilige Roomse Rijk – Samenvatting en tijdlijn
Het graf van Karel de Grote