Veel oude kazen, zoals Gouda, Rochefort, Comté, Kaltbach, Gruyere, worden traditioneel in kaasgrotten gerijpt. Al in de oudheid leerde men van deze speciale grotten de rijpingsgeheimen kennen, meestal door toevallige ontdekkingen.
Er speelt zich een complexe symbiose af tussen de natuur, de mens, de tijd, en soms ook een stukje magie. Deze grotten zijn een soort levende musea van de geschiedenis van kaas, waarbij elke plek zijn eigen verhaal vertelt door de schimmelculturen en de unieke rijpingsomstandigheden. Maar hoe gaat dat nou in z’n werk?
Hoe ontstaat kaas?

Het hedendaags proces is iets preciezer: de melk wordt gepasteuriseerd (verhit tot 72 graden) en verrijkt met bacteriën om de melksuikers om te zetten in melkzuur. Vervolgens wordt stremsel (afkomstig uit kalfsmagen) toegevoegd, zodat er een wrongel ontstaat. Deze wrongel, een pudding-achtige substantie, wordt gesneden, verhit en geperst om de wei (het vocht) van de vaste stof te scheiden. Na het toevoegen van zout en kruiden, wordt de kaas in vormen geperst en soms gedompeld in zout pekel voor extra smaak.

Het rijpingsproces
Het belangrijkste proces is de rijping: de kaas wordt in een omgeving bewaard waar bacteriën en schimmels de smaak en textuur verder ontwikkelen. De melkzuurbacteriën die het proces op zich nemen, eten koolhydraten en produceren melkzuur. Ze zijn aerotolerant, ofwel het boeit ze niet dat er zuurstof is, én ze kunnen redelijk goed tegen zout, wat handig is voor de smaak.
De schimmels zijn op hun beurt goed in het afbreken van complexe suikers en eiwitten, waardoor ze de kaas zijn structuur geven. Daarnaast zijn ze goed in het produceren van allerlei smaakstoffen en antibiotica, wat dan weer bescherming biedt tegen andere bacteriën en schimmels. Ze zijn aeroob, dus hebben zuurstof nodig voor hun werk, met als resultaat dat je ze vaak aan de buitenkant van voedsel vindt, tenzij je gaten in je kaas prikt zodat zuurstof via de gaatjes naar de binnenkant komt, zoals bij veel blauwaderkazen gebeurt.
De kaasgrotten fungeren als een soort theaterzaal, waar deze microprocessen zich afspelen. Afhankelijk van het type kaas kan dit proces weken tot jaren duren, wat de uiteindelijke smaak bepaalt – van mild tot scherp. Dit ambacht werd door de eeuwen heen verfijnd, van de vroege kaasproductie in Mesopotamië en Egypte tot de verfijnde moderne technieken. Maar wat is nou de toegevoegde waarde van zo’n rijpingsgrot?

Grotten en kelders
Voor antwoorden hierop stapte ik in België een winkel binnen die Cave du Fromager heette. Tijdens het gesprek met de kaasboer achter de toonbank werd ons beiden duidelijk hoe roestig mijn Frans was geworden, wat het niet makkelijk maakte. Na een kwartier kreeg ik door dat cave vertaald naar kelder: het franse woord voor grot is grotte.
Grotten bieden een constante temperatuur en luchtvochtigheid volgens de kaasboer, wat ideaal is voor het rijpingsproces waardoor het complexe smaken kan ontwikkelen. Maar hij vertelde dat de luchtkwaliteit beïnvloed kan worden door de kaasproductie, bijvoorbeeld door de ophoping van gassen en bacteriën die vrijkomen tijdens het rijpingsproces. Dit kan schadelijk zijn voor de microflora en fauna in de grot, zoals bepaalde schimmels of vleermuizen.
Ook kan de verhoogde menselijke activiteit in de grot schadelijk zijn voor de delicate ecosystemen. Hierdoor, en door verhoogde productieactiviteit en hygiëneregels, zijn veel kaasmakers overgestapt op kelders waarin ze de omgeving van de grot proberen te imiteren. De kaasboer vertelde dat er soms ook specifieke stenen uit de grotten worden gebruikt, vanwege hun luchtvochtigheid-regulatie en aanwezige schimmels, of dat de grotten worden doorgetrokken in kelders. Het is wellicht minder mysterieus dan de magische kracht van de natuur die zich uit in heerlijke smaken, maar wel een stuk duurzamer.

Beroemde grotten en hun magie
De meeste traditionele kaasgrotten hebben een bijzonder verhaal, al dan niet ingegeven door toeristische impulsen. De legende van Roquefort vertelt het verhaal van een jonge herder die zijn lunch in een grot achterlaat om een plotse verliefdheid na te jagen. Wanneer hij terugkeert, ontdekt hij dat zijn kaas bedekt is met een mysterieuze schimmel die de smaak transformeert. Dit is de Penicillium roqueforti-schimmel, ontstaan in de grotten van Roquefort-sur-Soulzon, die een ideale omgeving bieden voor de rijping. Waarschijnlijk bewaarden herders hun kaas vaker in de grotten waardoor het traditie werd.

Dan is er nog de beroemde Cheddar Man, een bijna 10.000 jaar oude menselijke overblijfsel die werd ontdekt in de grotten van Cheddar Gorge en enorm veel archeologische kennis opleverde, zoals bijvoorbeeld dat Britten in die tijd een donkere kleur hadden.
Een ander verhaal is wat dichter bij huis: de Gouda Grotten. Middeleeuwse kaasmakers zouden hier hun kazen hebben verstopt tegen dieven, waarna ze ontdekten dat ze er lekkerder van werden. Om dit verklaren werd verteld dat de grotten werden bewaakt door geesten van oude kaasmakers. Het idee was dat alleen degenen die de juiste rituelen uitvoerden en de “kaasgeesten” eerden, het recht hadden om de lekkerste Gouda te maken. Wellicht kunnen we de kaasgeesten nog even gedenken wanneer we de drie-voor-zes-euro borrelkaasjes in ons blauwe boodschappenmandje mikken.

Kaasflensjes met dille en mosterd
Emmentaler, een Zwitserse gatenkaas van koeienmelk, werd oorsprokelijk enkel in grotten gerijpt. Tegenwoordig is dit nog maar zo’n 5%, mede door de grote vraag naar Emmentaler over de hele wereld. Er zijn verschillende legendes over Emmentaler, zoals dat de berggeiten uit het gebied met hun adem de gaten in de kaas zouden blazen. Feitelijk worden deze gemaakt door bacteriën die tijdens het proces gassen creëren.
Ingrediënten
3 eieren
250 gram bloem
200 ml witbier
2 el boter
Snuf zout
2 el grove mosterd
Handvol verse dille
400 gram Emmentaler
Snij plakjes van de emmentaler. Mix de bloem met de melk en de eieren, het witbier, het zout en de mosterd. Klop goed en zet 10 minuutjes weg, om het daarna nogmaals goed door te kloppen. Verhit in een koekenpan wat boter op half vuur, als deze gesmolten is, schep je er een soeplepel beslag in, en draai de pan zo dat je een mooi plat flensje krijgt. Als de bovenkant bijna droog is, leg je er wat plakjes kaas op en strooi wat dille erover. Vouw hem dubbel en bak aan beide kanten mooi bruin. Leg hem op een warm bord met een ander bord erbovenop, en maak de rest van de flensjes. Serveer met nog een extra takje dille ter garnering. En Guete!
Eerder gepubliceerd in in Archeologie Magazine, 2021
Schuifkaas – Zuinig aan doen
Frau Antje – Echte kaas uit Holland (voor Duitsers)
De uitvinding van de kaasschaaf
Schoen van een ‘moonshiner’ (ca. 1922)
Speurtocht naar recepten in antieke bronnen
Julia Child (1912-2004) – Amerikaanse televisiekok