Oudenaarde: tapijtstad met een indrukwekkend stadhuis

6 minuten leestijd
Tapijtenserie Alexander de Grote
Tapijtenserie Alexander de Grote - Foto: Edwin Ruis

Toen in 1522 Margaretha van Parma in Oudenaarde werd geboren, beleefde het in de Scheldevallei gelegen Vlaamse textielstadje een bloeiperiode. Vooral de productie van wandtapijten maakte het een welvarende plaats. Hoewel het nooit de status van een Brugge, Gent of Mechelen bereikte, is het een mooi voorbeeld van een historisch provinciestadje met een indrukwekkend Brabants laatgotisch stadhuis en een uniek museum.

Ontstaan

Het ontstaan van de stad Oudenaarde was nauw verweven met zijn strategische ligging aan de Schelde, die na de verdeling van het Karolingische Rijk in 843 de grens vormde tussen West-Francië en Midden-Francië. Op een natuurlijke verhoging aan de westoever ontstond een havenplaatsje. Tegenover dit plaatsje lag, op de andere oever, het markgraafschap Ename. Rond 974 richtte keizer Otto II hier een burcht op met een markt en haven. Het diende samen met de markgraafschappen Antwerpen en Valencijn als verdedigingsgordel langs de Schelde. Ename ontwikkelde zich snel tot een bloeiend handelscentrum.

De graven van Vlaanderen, leenmannen van de Franse koning, zagen Ename als een bedreiging. Graaf Boudewijn IV veroverde en vernietigde de burcht in 1034. Later, in 1063, werd op de ruïnes de Sint-Salvatorabdij gesticht op initiatief van Boudewijn V, om een definitief einde te maken aan de militaire functie van de plek. Het commerciële zwaartepunt verschoof daarmee geleidelijk naar Oudenaarde aan de overzijde van de Schelde. Oudenaarde, in 1127 al aangeduid als versterkte stad of oppidum, kreeg in 1189 officiële stadsrechten.

Wandtapijtenzaal in Stedelijk Museum Oudenaarde
Wandtapijtenzaal in Stedelijk Museum Oudenaarde – Foto: MOU

Lakenhandel

Oudenaarde werd in de late middeleeuwen net als andere Vlaamse steden een welvarend stadje dankzij de lakennijverheid. Uit Engeland geïmporteerde ruwe schapenwol werd verwerkt tot kledingstoffen. Het resulteerde in de bouw van een Lakenhal, van waaruit het laken werd verhandeld en waar het ook werd bewaard. In de vijftiende eeuw kwam de traditionele lakenhandel zwaar onder druk te staan. De Engelsen besloten hun wol zelf te gaan verwerken. De ‘Oudenaardisten’ zagen zich daarom genoodzaakt een nieuwe economische specialisatie te vinden om het hoofd boven water te houden. Dat werd de wandtapijtenindustrie.

Wandtapijten in Stedelijk Museum Oudenaarde
Wandtapijten in Stedelijk Museum Oudenaarde – Foto: Edwin Ruis
De eerste tapijtwever in Oudenaarde werd al vermeld in 1368. In 1441 werd het Gilde van Sint Barbara opgericht, het ambachtsgilde van de tapijtwevers. Oudenaarde ontwikkelde zich tot een van de belangrijkste tapijtcentra van de Zuidelijke Nederlanden, naast steden als Antwerpen, Brussel en Gent. Meer dan de helft van de bevolking werkte in de tapijtindustrie.

Verdures

Wandtapijten waren populair onder kasteelheren omdat ze niet alleen dienden ter decoratie, maar ook een isolerende werking hadden. Ze hielden de warmte van het openhaardvuur langer vast. Daarnaast hadden ze een geluiddempend effect en vergrootten ze de privacy. Als je verkaste naar een ander kasteel werden de tapijten opgerold en meegenomen. De multifunctionele wandkleden waren er in twee soorten: figuratief en decoratief.

Oudenaarde werd vooral beroemd om zijn ‘verdures‘ (groenwerken): decoratieve wandtapijten die werden gekenmerkt door gedetailleerde, weelderige landschappen en natuurscènes. Een verdure gaf je op een donkere herfst- of winterdag in de kasteelkamer een beetje de illusie van een open ruimte, alsof je in een zomerse tuin zat. De figuratieve onderwerpen hadden vaak een educatief motief en verhaalden over heldendaden en andere mythologische en historische gebeurtenissen.

De Oudenaardse tapijten waren vaak goedkoper dan de Brusselse kleden, doordat er minder gebruik werd gemaakt van dure zijde en metaaldraad. Ze waren wel van goede kwaliteit want keizer Karel V, zelf een liefhebber van wandtapijten, verordonneerde dat de stad recht had op een kwaliteitsmerk: een wapenschild met een gotische A. Die letter lijkt overigens sprekend op een middeleeuwse bril (zie kadertekst onderaan). De zaken gingen goed en tussen 1526 en 1537 lieten de inwoners van Oudenaarde een indrukwekkend, laatgotisch stadhuis bouwen met een belfort naar een ontwerp van de Brusselse stadsbouwmeester Hendrik van Pede. Het werd verbonden met de veertiende-eeuwse lakenhal.

Stadhuis Oudenaarde
Stadhuis Oudenaarde – Foto: Céderic Vandenberghe /Gemeente Oudenaarde

De Opstand

Tijdens de reformatie hadden veel wevers en andere ambachtslieden zich tot het calvinisme bekeerd. Ze hadden Europese handelscontacten en vormden een zelfbewuste burgerij die daardoor vroeg in contact kwam met protestantse ideeën, die in de Zuidelijke Nederlanden in eerste instantie populairder waren dan in het noorden. In 1545 begonnen intensieve vervolgingen door de Bloedraad, vooral onder tapijtwevers.

Nadat de Oudenaardse meester-tapijtwever en bosgeus kapitein Jacob Blommaert in 1572 deelnam aan de inname van Den Briel, kreeg hij van Willem van Oranje bevel Oudenaarde te veroveren. Dat lukte maar zijn succes was van korte duur. Een maand later reeds werd hij door Alva verdreven en door katholieke troepen gedood. In 1578 nam het protestante Gent het stadje in, maar in 1582 viel Oudenaarde na een maandenlange belegering aan de hertog van Parma, Alexander Farnese.

Verovering van Oudenaarde door Farnese, 6 juli 1582
Verovering van Oudenaarde door Farnese, 6 juli 1582

Na de definitieve verovering door de Spanjaarden en katholieken, vluchtten veel tapijtwevers naar de Noordelijke Nederlanden. Daar kwamen ze onder meer terecht in Gouda waar ze hun metier weer oppakten. Circa 50% van de bevolking zou niet meer terugkeren. Oudenaarde herstelde nooit helemaal van deze dramatische braindrain en kapitaalvlucht.

Alexander de Grote

Vandaag rest er van de Oudenaardse wandtapijtenindustrie een klein, maar uniek museum. Het Stedelijk Museum Oudenaarde (MOU) is gevestigd in het ongeschonden zestiende-eeuwse stadhuis en de daaraan verbonden lakenhal. Het museum is gespecialiseerd in Oudenaardse wandtapijten. Een van de opmerkelijkste objecten is de serie ‘De geschiedenis van Alexander’. Ze vertelt over het leven van Alexander de Grote. De serie bestond oorspronkelijk uit acht stukken. Vijf daarvan bevinden zich nu in het MOU. De laatste werd in 2023 op een veiling aangekocht.

De serie werd in 1582 door de stad geschonken aan de landvoogd van de Spaanse Nederlanden Alexander Farnese, nadat hij uit naam van Spanje Oudenaarde had veroverd op de protestanten. Farnese had een band met Oudenaarde omdat zijn moeder, Margaretha van Parma, er was geboren.

Margaretha van Parma

Margaretha von Parma - Antonis Mor, 16e eeuw
Margaretha von Parma – Antonis Mor, zestiende eeuw
Toen keizer Karel V in 1521 naar Oudenaarde kwam om vandaaruit leiding te geven aan de verdediging van de Habsburgse Nederlanden tegen Frankrijk, logeerde hij bij gouverneur Karel I van Lalaing. Hij had daar een, voor haar mogelijk onvrijwillige, vrijage met dienstmeid en tapijtweversdochter Johanna van der Gheynst. Negen maanden later beviel zij in het huis van Lalaing van een dochter genaamd Margaretha. Enigszins ongebruikelijk erkende keizer Karel het bastaardkind van de dienstmeid en zorgde dat zij goed terecht kwam. Van 1559 tot 1567 zou zij zelfs als landvoogdes Margaretha van Parma de Nederlanden regeren uit naam van haar halfbroer koning Filips II. Haar zoon Alexander werd een succesvol veldheer in dienst van de Habsburgers.

Opkomst behang

In de volgende eeuw wist de flink kleiner geworden industrie te overleven door vooral naar Frankrijk te exporteren. Koning Lodewijk XIV haalde Oudenaardse wevers naar Parijs waar zij gobelins gingen produceren. Diezelfde Lodewijk werd overigens in 1708 tijdens de Spaanse Successieoorlog in de slag bij Oudenaarde verslagen door de legers van de Grote Alliantie. Gelukkig voor de Oudenaardisten vond de slag iets ten noorden van de stad plaats.

Ook in latere oorlogen, zoals de Eerste Wereldoorlog, werd er om de stad gevochten, maar ze doorstond ze die strijd ongeschonden. Wandtapijten werden er toen niet meer gemaakt. De opkomst in de achttiende eeuw van behang deed de industrie de das om. In 1772 stopte de laatste wever er mee.

De waker op de toren van Oudenaarde

Bovenop het belfort van het Oudenaardse stadhuis staat een bronzen beeld dat al eeuwen waakt over de stad: Hanske de Krijger. Hanske is uitgegroeid tot een volksfiguur, vooral door de legende van de ‘bril’ in het wapenschild van Oudenaarde. De dronken stadswachter zag keizer Karel V niet toen deze onverwacht voor de poort stond. Als ludieke straf en herinnering aan waakzaamheid liet Karel een bril – symbool voor beter kijken – toevoegen aan het stadswapen. Een mooi verhaal, maar in werkelijkheid is de bril een gotische A: de Francofone spelling van Oudenaarde is Audenarde.

Hanske de Krijger
Hanske de Krijger – Foto: Edwin Ruis

Erfgoedsite Ename

Naast het MOU, is de Erfgoedsite Ename een andere bezienswaardigheid. Gelegen aan de Schelde in de randgemeente van Oudenaarde, is Erfgoedsite Ename een archeologisch park met bijhorend tentoonstellingsgebouw. De site is vooral bekend vanwege de overblijfselen van de voormalige Benedictijnenabdij van Sint-Salvator uit de elfde eeuw. Het resultaat is een unieke gelaagde site: de ruïnes van het klooster liggen nu in een archeologisch park, waar bezoekers door de grondvesten van de kerk en kloostergebouwen kunnen wandelen. Er wordt geëxperimenteerd met verschillende conserveringsmethoden. Op dit moment wordt het park gerenoveerd. De erfgoedsite wil bezoekers aan de hand van de eigen opgravingen leren over archeologie en erfgoedbehoud in het algemeen. Ook kan de oudste mensenschedel van Vlaanderen er worden bewonderd.

Lees meer over

België

Meld u aan voor onze gratis nieuwsbrief

×