Minister-president Rob Jetten heeft woensdag een bezoek gebracht aan voormalig Kamp Westerbork. Tijdens het bezoek stond niet alleen de geschiedenis van de Holocaust centraal, maar ook de latere functie van het terrein als Moluks woonoord Schattenberg.
Op het voormalige kampterrein werd samen met 85 leerlingen van het Stedelijk Lyceum uit Enschede een kort herdenkingsmoment gehouden bij de historische spoorwagon. Kampoverlevende Hans Peeper (1939), die als kind gevangen zat in kamp Westerbork en later het concentratiekamp Bergen-Belsen overleefde, vertelde de scholieren hier over zijn ervaringen en de betekenis van de plek.
Tijdens een wandeling over het terrein gaf directeur Bertien Minco een toelichting op de geschiedenis van kamp Westerbork. Daarbij wees zij onder meer op het feit dat het terrein tegenwoordig grotendeels leeg is, waardoor het voor bezoekers, en vooral jongeren, soms lastig is zich een voorstelling te maken van wat zich er tijdens de Tweede Wereldoorlog heeft afgespeeld.
Doorgangskamp en woonoord
Kamp Westerbork, dat al vóór de Duitse bezetting werd gebouwd als opvangkamp voor Joodse vluchtelingen uit Duitsland, groeide tijdens de Tweede Wereldoorlog uit tot een centraal doorgangskamp. Vanuit het kamp werden ruim 100.000 Joden en honderden Roma gedeporteerd naar vernietigingskampen in Oost-Europa. Na de bevrijding kreeg het terrein verschillende functies. Zo werden er enige tijd collaborateurs geïnterneerd en werden later op het voormalige kampterrein, onder de naam woonoord Schattenberg, Molukse KNIL-militairen en hun gezinnen opgevangen.
Jetten bezocht ook de voormalige commandantswoning en sprak in het museum over de toekomstplannen van Herinneringscentrum Kamp Westerbork. Het museum staat aan de vooravond van een ingrijpende vernieuwing. In de plannen moet de volledige bewoningsgeschiedenis van het gebied zichtbaarder worden gemaakt. Daarbij krijgt niet alleen de geschiedenis van het doorgangskamp aandacht, maar ook die van woonoord Schattenberg.

Molukse geschiedenis
In de tentoonstelling Maria Austria was hier maakte de minister-president kennis met de geschiedenis van de Molukse gemeenschap. In 2026 wordt herdacht dat 75 jaar geleden ongeveer 13.000 Molukkers naar Nederland kwamen. Ruim 3.000 van hen werden destijds ondergebracht in woonoord Schattenberg. Tijdens het bezoek sprak Jetten met Mietji Hully, die in Schattenberg werd geboren.
Het bezoek werd afgesloten bij de graven van Molukse KNIL-militairen, hun partners en jonggestorven kinderen. De gemeente Midden-Drenthe kende deze graven onlangs de status van ‘eeuwig graf’ toe. Jetten sprak er met vertegenwoordigers van de Molukse gemeenschap over de betekenis van erkenning en het doorgeven van historische verhalen aan volgende generaties.
In de steek gelaten
Volgens de minister-president is het van belang zowel de geschiedenis van de Holocaust als die van de Molukse gemeenschap te blijven vertellen. “De Holocaust en de Moluks-Nederlandse geschiedenis zijn twee verschillende verhalen, maar wel met de overeenkomst dat wij als Nederlandse staat twee groepen echt in de steek hebben gelaten,” aldus Jetten.
De Holocaust – Systematische Jodenvervolging door de nazi’s
‘Oorlog is voetbal’ – Voetbal in de Tweede Wereldoorlog
Amerika stuurde in 1939 boot vol Joodse vluchtelingen terug