KNIL – Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger

Het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL) was een koloniaal Nederlands leger dat van 1814-1950 heeft bestaan. Het leger bestond voor honderd procent uit beroepsmilitairen en werd aangestuurd vanuit het ministerie van Koloniën.

Oprichting van het KNIL in 1814

Nadat eind achttiende eeuw de VOC failliet was gegaan, gingen de bezittingen van de VOC over op de Nederlandse staat. Het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger werd officieel opgericht op 28 augustus 1814, kort na het definitieve herstel van het Nederlandse gezag in Indië.

Ontwikkeling van het KNIL in hoofdlijnen

Koloniaal Werfdepot aan de Smeepoortstraat, Gelderse Munt – Oude ansichtkaart, ca. 1900
Koloniaal Werfdepot aan de Smeepoortstraat, Gelderse Munt – Oude ansichtkaart, ca. 1900
Het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger was aanvankelijk onderdeel van het Nederlandse leger, maar ontwikkelde zich in de jaren 1820-1830 steeds verder tot een zelfstandig functionerende troepenmacht. De soldaten van het KNIL werden wel met de collectieve bijnaam ‘Jan Fuselier’ genoemd. En hun vrouwen hadden ook een bijnaam: ‘Sarinah’.

Het KNIL had moeite met het werven van geschikt personeel. Daarom werd er geworven in onder meer Duitsland, België, Zwitserland, de Verenigde Staten en zelfs in Ghana en Burkino Faso. Van 1831-1872 bijvoorbeeld werden er 3085 mannen voor het KNIL uit West-Afrika gehaald. Tevens maakten Molukkers en inlanders (zoals Javanen) deel uit van het KNIL. Van 1814 tot 1909 vormde het Koloniaal Werfdepot in Harderwijk de verzamelplek in Europa waar de militairen die naar Nederlands-Indië zouden gaan werden opgeleid. De stad werd ‘het rioolgat van Europa’ genoemd, omdat de militairen slechts bekend stonden vanwege drankgebruik en bordeelbezoek. Vanaf 1909 werd het Harderwijkse Werfdepot verplaatst naar Nijmegen en werd Harderwijk een garnizoensstad.

- advertentie -

Wervingsposter van het KNIL
Wervingsposter van het KNIL
Wat was de omvang van het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger qua aantallen manschappen? 1832 telde het KNIL 640 officieren en 21.486 militairen. In 1882 bedroeg de omvang van het KNIL bijna 30.000 militairen. Rond 1930 was dit aantal opgelopen tot bijna 37.000 manschappen.

Het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger werd in juli 1950 officieel ontbonden. Dit vanwege internationale afspraken gemaakt tijdens de Rondetafelconferentie (augustus-november 1949) te Den Haag. De militairen en hun leiding werden daarna ondergebracht bij de Koninklijke Landmacht. Een deel van het KNIL-personeel werd gepensioneerd, ontslagen (veelal Molukkers en inlanders) en/of naar Nederland gezonden. Vanaf 1951 kwamen uit dit leger veel oud-soldaten van Molukse afkomst naar Nederland.

Ook interessant: De Koloniale Reserve en de Nijmeegse Vierdaagse
Boekentip: Echo’s van Indië – Kester Freriks

Bronnen

Boeken en artikelen
-Ineke van Kessel, Zwarte Hollanders: Afrikaanse soldaten in Nederlands-Indië (Amsterdam: Uitgeverij Fosfor, 2005).
-Fred Lanzing, ‘Het KNIL, enkele beelden en feiten‘, Indische Letteren 19 (2004) 51-58.

Websites
-http://www.vijfeeuwenmigratie.nl/soldaten-koninklijk-nederlands-indische-leger-knil
-https://mijngelderland.nl/inhoud/canons/harderwijk/koloniaal-werfdepot
-https://www.ensie.nl/populaire-uitdrukkingen/jan-fuselier
-https://indisch4ever.nu/2016/09/24/oprichtingsdatum-oost-indisch-leger/
-https://nl.wikipedia.org/wiki/Koninklijk_Nederlandsch-Indisch_Leger

Bekijk ook onze uitgebreide onderwerpenlijst of het personenregister

Gelijk naar geschiedenisboeken over: