Tobit: het verhaal van een vrome Jood in ballingschap (dat ook Rembrandt inspireerde)

6 minuten leestijd
Tobias en Sarah bidden terwijl Rafael de demon onder handen neemt - Schilderij van Jan Steen, ca. 1668
Tobias en Sarah bidden terwijl Rafael de demon onder handen neemt - Schilderij van Jan Steen, ca. 1668

Tobit is een zogeheten deuterocanoniek boek in het Oude Testament. Het boek vertelt het verhaal van een vrome Jood in ballingschap, die ondanks zijn rechtvaardige levenswandel door groot onheil wordt getroffen.

Deuterocanonieke boeken zijn geschriften die niet zijn opgenomen in de Hebreeuwse Bijbel, maar wel voorkomen in de Septuagint, een oude Griekse vertaling van joodse heilige teksten die in de hellenistische wereld circuleerde en binnen het vroege christendom werd gebruikt. Naast Tobit gaat het bijvoorbeeld om boeken als Judit, Wijsheid van Salomo, Jezus Sirach, Baruch en de boeken van de Makkabeeën. Vandaag de dag zijn deze boeken niet terug te vinden in de protestantse Bijbel, maar wel opgenomen in katholieke en orthodoxe vertalingen.

Assyrische ballingschap

Tobias schrikt van de vis - Rembrandt van Rijn, ca. 1654
Tobias schrikt van de vis – Rembrandt van Rijn, ca. 1654
Het boek Tobit is, net als Judit, een literair opgebouwd verhaal dat alleen in latere Griekse overleveringen bewaard is gebleven. Aangenomen wordt dat het verhaal teruggaat op een verloren gegaan Hebreeuws of Aramees origineel, waarvan fragmenten zijn gevonden in de Dode Zeerollen uit Qumran. De versie die men in katholieke bijbels terugvindt, is doorgaans gebaseerd op de vierde-eeuwse Codex Vaticanus, een van de belangrijkste handschriften van de Griekse bijbel.

Het verhaal speelt in de tijd van de Assyrische ballingschap in de achtste en zevende eeuw voor Christus, maar is waarschijnlijk veel later geschreven. Onderzoekers plaatsen het doorgaans in de derde of tweede eeuw voor Christus, mogelijk in de periode van Antiochus IV Epiphanes (175–164 v.Chr.), toen het joden die trouw bleven aan hun religie verboden was hun doden te begraven.

Tobit en Anna wachten op de terugkeer van hun zoon - Rembrandt van  Rijn, 1659
Tobit en Anna wachten op de terugkeer van hun zoon – Rembrandt van Rijn, 1659

Het boek wordt wel omschreven als een soort troostboek voor Joden in de diaspora, ofwel de verstrooiing van het Joodse volk buiten Israël. Centraal staat de gedachte dat God de gelovige die in den vreemde trouw blijft aan de Wet uiteindelijk zal belonen. Maar dat betekent niet dat die gelovigen geen moeilijkheden kunnen doormaken. Ook zij kunnen gekweld worden door het kwaad. Dat merken in ieder geval de twee hoofdpersonen in dit verhaal: Tobit en Sara. Hieronder een beknopte samenvatting van het verhaal.

Het verhaal van Tobit

Tobit is een rechtvaardige man uit de stam Naftali die tijdens de Assyrische ballingschap samen met zijn vrouw Anna in Nineve leeft. Terwijl anderen rondom hem afgoden aanbidden, blijft hij trouw aan de wet van Mozes. Zo reist hij geregeld naar Jeruzalem om offers te brengen en wijdt hij zijn leven aan liefdadigheid. Zijn vroomheid blijkt onder meer uit het feit dat hij vermoorde volksgenoten begraaft. Dit brengt hem echter wel in conflict met de koning van Assyrië die hem vrijwel al zijn bezittingen afneemt.

Als Tobit op een dag opnieuw een volksgenoot heeft begraven en vanwege zijn onreinheid buiten slaapt, treft hem groot onheil. Nadat hij wakker wordt valt er mussenpoep in zijn ogen, waardoor hij witte vlekken ziet en uiteindelijk zelfs blind wordt. Tobit vervalt tot grote armoede en komt tot overmaat van ramp ook nog in conflict met zijn vrouw Anna. Als die op een dag van haar werkgever een bokje als extra beloning krijgt, hoort haar blinde echtgenoot het dier mekkeren. Tobit is achterdochtig, beschuldigt zijn vrouw van diefstal en geeft haar opdracht het bokje terug te brengen.

Tobit en Anna met het bokje - Rembrandt van Rijn, 1626
Tobit en Anna met het bokje – Rembrandt van Rijn, 1626

Anna, die hard werkt om het gezin te onderhouden terwijl haar man blind is, reageert diep gekwetst. Ze werpt haar man voor de voeten dat zijn zogenaamde vroomheid en de vele aalmoezen die hij brengt, hem niets dan onheil opleveren. Wanhopig barst Tobit dan in tranen uit en smeekt God een einde te maken aan zijn leven.

Neem mijn levensadem terug zodat ik ontbonden word en tot aarde verga. Want de dood is me liever dan het leven, nu ik onverdiend gehoond wordt en in grote droefheid verkeer. Laat me eindelijk, uit deze benauwenis bevrijd, gaan naar de eeuwige woonplaats. Wend uw aangezicht niet van me af.Tobit 3:6b-6

Op hetzelfde moment bidt in het verre Medië een vrouw genaamd Sara tot diezelfde God. Deze verre verwant van Tobit wordt geteisterd door de demon Asmodaus. Maar liefst zeven keer doodde hij een echtgenoot van haar in de huwelijksnacht. Als haar eigen dienstmeisjes haar bespotten en er zelfs van beschuldigen dat ze de mannen eigenhandig heeft gedood, is Sara ten einde raad en overweegt ze zich te verhangen. Het meisje bedenkt dan echter hoeveel verdriet ze haar vader daarmee zou doen. Wanhopig wendt ze zich in gebed tot God. Net als Tobit vraagt ze om weggenomen te worden van de aarde.

Al zeven mannen zijn me ontvallen. Waarom zou ik nog langer leven? Maar als U het niet behaagt me te laten sterven, zie dan op mij neer en ontferm U over mij, zodat ik geen beledigingen meer hoef te horen. Tobit 3:15b

God hoort beide gebeden en besluit de aartsengel Rafaël naar de aarde te zenden om in te grijpen.

Kort hierna herinnert Tobit zich dat iemand in Medië hem nog tien talenten zilver schuldig is. Arm als hij is kan hij dat geld zeer goed gebruiken. Tobit stuurt daarom zijn zoon Tobias op weg om het geld te halen. De jongen vindt een reisgezel in de engel Rafaël, die zich voordoet als de Israëliet Azarias. Als de twee aankomen bij de rivier de Tigris, loopt Tobias naar het water om zich te baden als een plots een enorme vis verschijnt die de jongen dreigt te verslinden. De engel schiet dan te hulp en moedigt Tobias aan de vis op het droge te werpen. Op advies van Rafaël/Azarias snijdt de jongen de vis vervolgens open en bewaart het hart, de lever en de gal als medicijn.

Tobias met de engel en de vis – Pieter Lastman, ca. 1611
Tobias met de engel en de vis – Pieter Lastman, ca. 1611

In Medië aangekomen, regelt de engel dat Tobias onderdak vindt bij zijn familielid Raguël. Hoewel Tobias vreest voor de demon die al zeven echtgenoten heeft gedood, stemt hij in met een huwelijk met zijn geloofsgenoot Sara. Terwijl de bezorgde vader Raguël in de huwelijksnacht uit voorzorg alvast een graf voor zijn schoonzoon graaft, volgt Tobias in de bruidskamer de instructies van de engel op: hij legt het hart en de lever van de vis op wat gloeiende as in de kamer. Door de rook die vrijkomt, wordt de demon Asmodaus naar de verste uithoeken van Egypte verdreven, waar Rafaël hem volgens het verhaal vervolgens overmeestert en boeit.

Voordat Tobias en Sara hierna samen de nacht doorbrengen, staan ze eerst op uit bed om gezamenlijk te bidden. Tobias smeekt God dan om ontferming en verklaart dat hij Sara niet uit lustgevoelens, maar uit oprechte trouw aan de Wet tot vrouw neemt. De volgende ochtend wordt Tobias, tot grote opluchting en verrassing van zijn schoonvader, levend en wel bij zijn dochter aangetroffen. Er volgt een uitbundig bruiloftsfeest dat maar liefst veertien dagen duurt. Hierna reist het jonge paar, samen met Azarias en het teruggevorderde zilver, terug naar Nineve.

rembrandt tobit tobias
De genezing van Tobit – Rembrandt, 1636
Bij thuiskomst strijkt Tobias de gal van de enorme vis die hij eerder bij de Tigris doodde op de ogen van zijn vader, waardoor die zijn zicht weer terugkrijgt. Kort hierna maakt Azarias zijn ware identiteit bekend. De engel spoort de familie hierna aan de wonderen op te schrijven en stijgt op naar de hemel. Het verhaal eindigt vervolgens met een lofzang van Tobit op de barmhartigheid van God. Een fragment uit dit danklied:

Als ge u tot Hem bekeert van ganser harte en met volle overgave uw verplichtingen jegens Hem nakomt, dan zal Hij zich keren tot u en zijn gelaat niet voor u verbergen. Tobit 3:15b

aartsengel Rafaël verlaat tobit
De aartsengel Rafaël verlaat het gezin van Tobias – Rembrandt van Rijn, 1637

Kunstgeschiedenis

Rembrandt maakte meer dan driehonderd werken die gebaseerd zijn op bijbelse verhalen. Ook het verhaal van Tobit inspireerde hem, volgens een inleiding bij het bijbelboek in de Willibrord-vertaling, was het zelfs het lievelingsboek van de beroemde kunstenaar. Ook diverse andere grootheden uit de Nederlandse kunstgeschiedenis lieten zich door het verhaal inspireren. Zie bijvoorbeeld het door Jan Steen vervaardigde openingsbeeld bij dit artikel. Hieronder nog enkele voorbeelden van artistieke verbeeldingen van het verhaal:

Tobias neemt afscheid van zijn blinde vader – William-Adolphe Bouguereau, 1860
Tobias neemt afscheid van zijn blinde vader – William-Adolphe Bouguereau, 1860
Sara wachtend op Tobias - Rembrandt van Rijn, ca. 1648
Sara wachtend op Tobias – Rembrandt van Rijn, ca. 1648
Anna verwelkomt Tobias en Sara - Arent de Gelder, ca. 1705
Anna verwelkomt Tobias en Sara – Arent de Gelder, ca. 1705
Tobias geneest de blindheid van zijn vader - Rembrandt van Rijn, ca. 1642
Tobias geneest de blindheid van zijn vader – Rembrandt van Rijn, ca. 1642

Bronnen

-https://rkbijbel.nl/kbs/bijbel/willibrord1975/neovulgaat/tobit/1
-https://kro-ncrv.nl/katholiek/encyclopedie/t/tobit
-https://www.statenvertaling.net/kunst/rembrandt-bijbel.html
-https://www.britannica.com/topic/Tobit-biblical-literature

Meld u aan voor onze gratis nieuwsbrief

×