Spionage is van alle tijden op alle continenten en is zo oud als de mensheid zelf. Het wordt niet voor niets “het op een na oudste beroep ter wereld” genoemd. Rivalen, concurrenten en vijanden willen alles van de tegenstander weten. In het geheim wordt geprobeerd informatie te ontfutselen voor hun dienst, leger of bedrijf. Het kan dan gaan om economische, technologische, digitale, militaire spionage of om politieke besluitvorming te sturen. Inlichtingenofficieren of agenten doen hun werk.
In de Koude Oorlog (1945-1990) stonden twee ideologisch totaal verschillende systemen tegenover elkaar in de wereld, de vrije kapitalistische en de communistische. Deze twee systemen met hun strijdmachten als het Warschaupact en NAVO, verscheurden Europa met een IJzeren Gordijn. Legers met kernwapens stonden tegenover elkaar aan beide zijden van de Duits-Duitse grens, de “hotspot” van de Koude Oorlog. Midden-Europa leek een groot wapenplatform.
In deze periode van politieke en militaire spanning was er veel werk aan de winkel voor inlichtingendiensten. Men beloerde elkaar intensief. Inlichtingenofficieren en agenten aan beide zijden hadden handen vol werk.
Voor het Warschaupact was het NAVO-hoofdkwartier in Brussel een gewilde prooi. Het was het zenuwcentrum van het westelijke bondgenootschap en daarmee van eminent belang om in dit hoofdkwartier ogen en oren te hebben. Het Ministerie voor Staatsveiligheid van de Duitse Democratische Republiek (DDR), de Stasi, nam hierin het voortouw. Dit artikel beperkt zich tot een operatie van deze inlichtingendienst.
De militaire inlichtingendiensten
De naoorlogse veiligheidspolitiek van de Sovjet-Unie werd gedomineerd door het trauma van een verrassingsaanval (de Duitse inval in 1941). Zo’n verrassingsaanval moest ten koste van alles worden voorkomen. Meer dan in enig ander land van het Warschaupact werd dit ook het oriëntatiepunt van de DDR. Als belangrijkste opdracht voor haar militaire inlichtingendienst gold “de tijdige waarschuwing voor een verrassende overval van militaristen en imperialisten op het socialistische kamp”.
De DDR had twee militaire inlichtingendiensten, één van de Stasi (Afdeling XII) en één van de Nationale Volksarmee, het leger. De taakgebieden van beide inlichtingendiensten overlapten elkaar grotendeels en werkten nauw met elkaar samen. Hoewel die van het leger formeel een zelfstandige dienst was, stond ze vanaf begin jaren tachtig onder permanente controle van de Stasi. Volgens afspraak was de Stasi verantwoordelijk voor het vergaren van militair-strategische inlichtingen. (Deze inlichtingen ondersteunen de regering en militaire top om een besluit te nemen over militaire inzet in het kader van nationale en internationale veiligheid).

Het leger was verantwoordelijk voor de militair-tactische inlichtingen. (Deze inlichtingen zorgen ervoor dat lagere, uitvoerende commandanten in een operatiegebied weten wat er in hun omgeving speelt). In de praktijk was de Stasi zeer druk met alle vormen van militaire spionage.
Tussen 1950 en 1989 had de Stasi met haar vele afdelingen in totaal meer dan 600.000 mensen in dienst als Inoffizielle Mitarbeiter (IM), een soort inofficiële collaborateurs , die niet volledig in dienst waren van de Stasi, maar voor hun inlichtingen wel werden beloond. Zij waren de ogen en oren van de dienst. In 1989 had de Stasi ongeveer 189.000 IM’s in de DDR en in het buitenland in dienst. Hun belangrijkste taken bestonden uit het verzamelen van informatie (militair, economisch, technologisch).

Voor het vergaren van militair-strategische inlichtingen was de aanwezigheid van een of meer Inoffizielle Mitarbeiter (IM) binnen het NAVO-hoofdkwartier van groot belang. Het NAVO-hoofdkwartier is het politieke en administratieve centrum van het bondgenootschap en de permanente zetel van de Noord-Atlantische Raad, het hoogste politieke besluitvormingsorgaan. Het huisvest nationale delegaties van lidstaten en liaison- of diplomatieke missies van partnerlanden. Het werk van deze delegaties en missies wordt ondersteund door de Internationale Staf en de Internationale Militaire Staf van de NAVO. Het hoofdkwartier was aanvankelijk gevestigd in Londen, verhuisde in 1952 naar Parijs en vervolgens in 1967 naar Brussel.
Het hoofdkwartier werd dan ook geïnfiltreerd.
Afdeling XII van de Stasi had sinds maart 1967 Ursel Lorenzen in de staf van de NAVO als bron. De gegevens die zij vergaarde, met name over het kernwapenbeleid, hadden een enorme waarde voor het Warschaupact. Ook het leger had een bron in het hoofdkwartier van de NAVO, te weten Imelda Verrept. Zij was sinds 1968 informant en leverde veel documenten uit de Atlantische Raad en de Nucleaire Planningsgroep aan het Warschaupact. In januari 1979 liep een officier van de Stasi naar het Westen over. Om ontmaskering te voorkomen werden Lorenzen en Verrept kort daarop naar de DDR teruggehaald.
De Stasi beschikte echter over nog een bron binnen het NAVO-hoofdkwartier: Rainer Rupp, alias “Topas”.
Rainer Rupp
Rupp werd geboren op 21 september 1945 in Saarlouis en groeide op in Saarburg bij Trier in de Bondsrepubliek. Hij studeerde bedrijfseconomie in Mainz. De carrière van Rupp bij de inlichtingendienst begon in 1968 met een bord soep. Rupp zat met een groep studenten te eten in een restaurant in Mainz, maar kon de rekening niet betalen omdat hij wat geld tekort kwam. Aan het tafeltje naast hem zat een aardige man, een “handelsreiziger”, die hem aanbood het tekort te betalen en de groep uitnodigde voor nog een drankje. De ontmoeting met deze man, Kurt, was niet toevallig. Het was het geijkte concept van de Stasi om met potentiële informanten in contact te komen.

Dit soort toenaderingspogingen konden soms maanden of langer duren; de Stasi had de tijd. In het geval Rupp duurde het een jaar. De Stasi stelde een gedetailleerd profiel op, waarin onder meer karakter, persoonlijke gewoonten, sociale contacten en mogelijke kwetsbaarheden in kaart werden gebracht. Op basis daarvan werd bepaald of een kandidaat inzetbaar was als agent.
De twee raakten bevriend en Kurt bekende dat hij voor de Stasi werkte. Rupp stemde ermee in om eveneens voor de dienst te werken, ervan overtuigd dat de West-Duitse regering een marionet was van Amerikaanse imperialistische krachten. Hij reisde meerdere keren naar Oost-Berlijn waar hij een opleiding kreeg in het inlichtingenwerk. In eerste instantie kreeg Rupp de deknaam “Mosel”.
Het werk bij de NAVO
Vanaf 1969 studeerde Rupp aan de Vrije Universiteit in Brussel. In de jaren daarna was hij werkzaam in uiteenlopende functies, onder meer bij een handelsbank. Zijn vrouw Ann-Christine Bowen had een functie bij het NAVO-hoofdkwartier en zij maakte hem attent op een vacature. Hij werd bij de NAVO aangenomen en kreeg toegang tot een schat aan informatie. De aanvankelijke deknaam “Mosel” werd vervangen door “Topas”. Rupp betrok zijn vrouw Ann in zijn werk. Zij werkte voor de Britse militaire vertegenwoordiger bij de NAVO onder de codenaam “Kriemhield” en later “Turquoise”. Rupp verklaarde later:
Er waren zoveel geheimen dat mijn vrouw er wel bij betrokken moest worden. Net als ik had ze radicaal linkse opvattingen.
Onder de codenaam “Topas” werkte Rupp van 1977 tot 1993 op het NAVO-hoofdkwartier in Brussel. Hij groeide door naar een positie waarin hij onder andere de taak had om de NAVO te vertegenwoordigen op belangrijke conferenties en toespraken te houden. Dit trok op zijn beurt de aandacht van Washington, waar hij bijvoorbeeld de enige Europeaan was in een commissie die in de jaren negentig een aanbeveling opstelde voor de Amerikaanse president over het Amerikaans-Chinese beleid. Zijn regelmatige reizen naar Washington omvatten steevast bezoeken aan het Pentagon en het ministerie van Buitenlandse Zaken, evenals aan de CIA en de DIA, de militaire inlichtingendienst. Hoe langer hij bij de NAVO werkte, hoe meer werk er op hem afkwam. Er waren maar weinig nieuwe initiatieven waarbij hij niet door de een of ander werd gevraagd om mee te werken.
Tot zijn taken behoorde het voorzitterschap van de Current Intelligence Group (CIG) in het NAVO-operatiecentrum. Dit was het het “heilige der heiligen”, waar alle informatie van de NAVO samenkwam. Onder normale omstandigheden begonnen de CIG-leden hun werkdag vroeg in de ochtend met het doornemen van rapporten die ze de afgelopen vierentwintig uur van de inlichtingendiensten van de NAVO-lidstaten hadden ontvangen. Onder Rupp’s voorzitterschap, dat wekelijks rouleerde, werd een samenvatting van de belangrijkste (inlichtingen) ontwikkelingen samengesteld en vervolgens naar de relevante NAVO-afdelingen en alle lidstaten gestuurd.
Rupp bracht regelmatig verslag uit aan ambassadeurs en top-militairen over geheime kwesties. Hij nam de verslagen die hij overdag gaf ’s avonds op band op en verstuurde ze versleuteld naar Oost-Berlijn. Met een codeapparaat konden Stasi-agenten veilig informatie naar Oost-Berlijn verzenden. Een gewone zakrekenmachine diende als camouflage. Om de camouflage te perfectioneren, kon de rekenmachine ook als zodanig worden gebruikt. Voordat de gegevens werden verzonden, moest de agent een speld in een klein, goed verborgen gaatje steken om de werking van het apparaat te wijzigen. Eerst vertaalde de agent het bericht naar getallen en voerde deze vervolgens in op het toetsenbord van de rekenmachine. Rupp gebruikte vervolgens een openbare telefooncel voor verzending naar Oost-Berlijn. De informatie werd verzonden via een akoestische koppeling, waardoor digitale data over een analoge telefoonlijn konden worden overgebracht. De Stasi moest het bericht vervolgens omzetten en decoderen.

In 1983 vond de NAVO-oefening “Able Archer 83” plaats. Rupp claimde dat zijn inlichtingenactiviteiten bijdroegen aan het voorkomen van een kernoorlog.
Able Archer 83
In november 1983 veroorzaakte een NAVO-oefening een vermeende hysterie en oorlogsangst in Moskou. De Sovjets vreesden dat de VS de militaire oefening zouden gebruiken als dekmantel voor een nucleaire aanval. De wereld zou korte tijd op de rand van een nucleaire oorlog hebben gebalanceerd. Een vals alarm of misverstand had catastrofale gevolgen kunnen hebben.
De gebeurtenissen van november 1983, samen met de Cubaanse raketcrisis van 1962, worden beschouwd als een van de meest cruciale momenten in de confrontatie tussen Oost en West. Robert Gates, destijds adjunct-directeur van de CIA, schreef later in zijn memoires: “Able Archer was een van de gevaarlijkste episodes van de Koude Oorlog.” Hij voegde eraan toe:
Het meest angstaanjagende aan de crisis is dat we misschien op de rand van een nucleaire oorlog stonden, maar het niet eens wisten.
De relaties tussen de VS en de Sovjet-Unie waren begin jaren tachtig ijzig als nooit tevoren. 1983 was een van de gevaarlijkste jaren van de Koude Oorlog. Ronald Reagan noemde de Sovjet-Unie in maart het “Rijk van het Kwaad”. De stationering van de omstreden Amerikaanse Pershing-raketten, het geplande Amerikaanse ruimteschild (Strategic Defense Initiative), de inname van Grenada eind oktober 1983, het neerschieten door de Russen van een Koreaans passagiersvliegtuig KAL 007 voerden de spanning op. Moskou bleef angstig voor een verrassingsaanval. Daarvan getuigen ook diverse inlichtingenbronnen binnen het Warschaupact. Ook Rainer Rupp en de Oost-Duitse chef van de buitenlandse spionage van de Stasi, Markus Wolf, beschreven de Sovjet-inlichtingendienst als “overtuigd” of “geobsedeerd” door de mogelijkheid van een verrassingsaanval.

De Sovjet-Unie was begin 1983 een proxy-oorlog met de Verenigde Staten begonnen in Iran, Syrië en Jemen. (Een proxy-oorlog is een conflict waarbij één partij een andere partij een oorlog laat voeren, en daarbij als achterman optreedt). Tegen het begin van de herfst namen Sovjet-troepen ook deel aan de vijandelijkheden en vielen Joegoslavië, Finland en Noorwegen binnen. Op 4 november doorbrak het Sovjetleger, volgens het scenario, de Fulda-Gap tussen Oost- en West-Duitsland, geholpen door het gebruik van chemische wapens. Dit was het moment waarop Able Archer 83 begon. De NAVO zou vergelding plegen met eigen chemische wapens en vervolgens met nucleaire aanvallen op Oost-Europese steden om het Warschaupact af te schrikken. Toen deze eerste aanvallen de opmars niet konden stoppen, zou de NAVO een totale aanval lanceren op het hart van het grondgebied van het Warschaupact, een Armageddon-scenario.
Anders dan bij eerdere NAVO-oefeningen reageerde de Russische militaire top deze keer wel. Uit voorzorg verplaatsten ze hun commandocentrum naar een ondergrondse bunker. Een twaalftal bommenwerpers met nucleaire capaciteit werd naar vliegvelden in Oost-Europa overgebracht en klaargemaakt voor vertrek. Ongeveer zeventig mobiele SS-20-raketten werden naar hun lanceerposities gebracht. Onderzeeërs van de Sovjet-Noordelijke Vloot, bewapend met nucleaire raketten, doken onder het ijs. De Russen leken op de toppen van hun zenuwen te opereren. Stond de wereld werkelijk op de rand van een nucleaire oorlog?

Historici van de National Security Archive, Nate Jones en David Hoffman, stelden later in de Washington Post dat de oorlogsdreiging zeer reëel was. De tabloid Daily Mail had, terugblikkend, een hoofdartikel met de tekst ”dertig minuten verwijderd van een nucleaire oorlog”.
Historici verschillen nog steeds van mening over de vraag of dit puur routinemaatregelen waren of dat dit de angst was van de militaire leiding voor een dreigende grote aanval.
Video: Imperial War Museums over Able Archer 83
Een nucleaire aanval
Rainer Rupp beweerde dat hij op 9 november 1983 door zijn contactpersonen in Oost-Berlijn werd benaderd met de vraag of de NAVO een nucleaire aanval voorbereidde. In een interview uit 2015 hield hij vol dat de Sovjets er volledig van overtuigd waren dat Able Archer 83 een dekmantel was voor een echte nucleaire aanval. Rupp zat destijds in het zenuwcentrum van de NAVO en was hoofd van de Current Intelligence Group. Hij zag geen enkel teken van zo’n nucleaire aanval; de angst was ongegrond.

…steeds moeilijker te onderscheiden waren van een daadwerkelijke inzet van strijdkrachten voor agressie.
Vladimir Kryuchkov, destijds hoofd van de KGB, gaf in een interview met een Duitse televisiezender in 2005 aan dat Rupps acties een militair conflict hadden voorkomen.

Na het einde van de Koude Oorlog en na bestudering van vrijgegeven Russische documenten erkende Robert Gates, destijds plaatsvervangend directeur van de CIA, dat de situatie in 1983 zeer gevaarlijk was en dat de Sovjet-leiding geloofde in een mogelijke NAVO-aanval. Volgens Gates onderschatten de Amerikaanse inlichtingendiensten de werkelijke omvang van de Sovjet-angst.
Milton Bearden, voormalig hoofd van de CIA-afdeling voor de Sovjet-Unie en Oost-Europa, was ervan overtuigd dat er wel degelijk gevaar bestond en uitte dit publiekelijk op een Internationale Spionageconferentie op 7 mei 2004 in Berlijn. CIA-historicus Ben Fisher beweerde verder dat de Amerikaanse leiding absoluut niets wist van het Sovjet-alarm en pas veel later van de Britten vernam hoe dicht een Derde Wereldoorlog nabij was geweest.
De vraag die historici bezighoudt, is of de Sovjets Able Archer 83 zagen als een dekmantel voor een echte aanval, dan wel als een Russische propaganda- of psychologische operatie om het westerse beleid te beïnvloeden. Volgens sommige historici is er geen overtuigend bewijs te vinden in de archieven van de Sovjet-Unie of andere landen van het Warschaupact, dat hooggeplaatste leiders in het Oostblok serieus geloofden dat Able Archer 83 een echte aanval was. Relevante documenten van het Sovjet-Politbureau zouden geen melding maken van Able Archer 83 of een mogelijke verrassingsaanval door de NAVO.

Generaal Andrian Danilevich, adviseur nucleaire doctrine van de Sovjet Generale Staf, benadrukte dat niemand geloofde dat er een reële kans of onmiddellijke dreiging bestond op een nucleaire aanval van de Verenigde Staten of de NAVO. Volgens admiraal Vladlen Smirnoff, plaatsvervangend hoofd van de inlichtingendienst van de Noordelijke Vloot, was Able Archer voor Sovjet-waarnemers…
…gewoon een doorsnee oefening; er was niets bijzonders aan.
Simon Miles, professor aan de Duke Universiteit in North Carolina ondersteunt de mening dat de NAVO-oefening de wereld niet op de rand van een kernoorlog bracht. Degenen die Able Archer 83 afschilderen als een bijna-nucleaire oorlog, richten zich volgens Miles ook op een memorandum uit 1989 van luitenant-generaal Leonard Perroots, van de US Air Force in Europa tijdens de oefening van 1983. Volgens dit document werden enkele Sovjet-vliegtuigen in Oost-Duitsland en Polen in staat van paraatheid gebracht. Sommigen interpreteren dit als bewijs dat deze vliegtuigen waren voorbereid op een nucleaire oorlog. Volgens Miles vormt dit geen bewijs dat er daadwerkelijk kernwapens aan boord van deze vliegtuigen waren geladen of dat zij in hoge staat van paraatheid verkeerden. Een Amerikaans inlichtingenrapport uit 1984 stelde dat het weinig zinvol zou zijn slechts een kleine groep Sovjet-strijdkrachten in verhoogde staat van paraatheid te brengen wanneer een nucleaire oorlog werd overwogen. Miles verwijst daarnaast naar andere bronnen die zijn interpretatie ondersteunen.
Fritz Ermarth, destijds nationaal inlichtingenofficier voor de Sovjet-Unie en Oost-Europa, stelde later dat de Verenigde Staten best het verschil konden onderscheiden tussen daadwerkelijke voorbereidingen op een militaire confrontatie en het “rammelen met wat potten en pannen”. Volgens Ermarth beschouwden de Amerikaanse inlichtingendiensten de Sovjet-activiteiten niet als daadwerkelijke militaire voorbereidingen. Jack Matlock, Sovjet-expert van de Nationale Veiligheidsraad, stelde verder dat de Sovjet-leiding niet overdreven nerveus was over het vooruitzicht van een gewapende confrontatie met de Verenigde Staten.
Veel Sovjet-documenten over Able Archer 83 en van de relaties tussen supermachten tijdens de Koude Oorlog in het algemeen, blijven geheim. Deze documenten bevatten informatie over methoden voor het verzamelen van inlichtingen of procedures voor nucleaire commandovoering en -controle die mogelijk nog steeds in Rusland worden gebruikt. Volgens de Washington Post blijft geheimhouding ook een probleem in de Verenigde Staten. Een editie van “Foreign Relations of the United States” werd teruggetrokken vanwege de vrees dat een paar documenten te veel onthulden over de Amerikaanse inlichtingenmethoden.
Of Rainer Rupp daadwerkelijk een kernoorlog heeft weten te voorkomen, valt veertig jaar later door tegenstrijdige verklaringen nog steeds niet met zekerheid te zeggen.
De ontmaskering

17 november 1994 (Delpher)
Op basis van het verstrekte materiaal kon Busch vrij nauwkeurig aangeven waar “Topas” zich binnen de NAVO moest bevinden, maar de onderzoekers konden hem aanvankelijk nog steeds niet vinden. Met behulp van een centrale database van de Stasi die de Amerikaanse CIA na de val van de Berlijnse Muur tijdens “Operatie Rosenholz” in bezit kreeg, werden Rupp en zijn echtgenote uiteindelijk ontmaskerd. Rupp woonde met zijn vrouw en drie kinderen in de omgeving van Brussel en kon door de Duitse politie niet worden gearresteerd. De Duitse autoriteiten verzonnen echter een list. Toen Rupp op 31 juli 1993 zijn moeder in de buurt van Trier bezocht voor haar zeventigste verjaardag, werden hij en zijn vrouw gearresteerd.
Op 17 november 1994 werd Rupp in Düsseldorf wegens hoogverraad veroordeeld tot twaalf jaar gevangenisstraf. Duizenden documenten werden door Rupp naar Oost-Berlijn en verder naar Moskou verstuurd. De officier van Justitie noemde Rupp tijdens het proces ironisch de…
…permanente vertegenwoordiger van het Warschaupact bij de NAVO.
Zijn vrouw kreeg tweeëntwintig maanden cel wegens medeplichtigheid.
Rupp kwam in 2000 onder voorwaarden vrij. Hij sloot zich later aan bij de Partei des Demokratischen Sozialismus (PDS), de opvolger van de Oost-Duitse communistische partij SED en voorganger van de huidige landelijke partij “Die Linke”, maar stapte er in 2003 weer uit. Hij vestigde zich als journalist in Saarbrücken.
Video: Gesprek met Rainer Rupp
– Ziller, J. DDR-Militärspionage. In: Georg Herbstritt, Helmut Müller-Enbergs (Hg), Das Gesicht dem Westen zu. DDR-Spionage gegen die Bundesrepublik Deutschland, Bremen, 2003.
– Hauptverwaltung A. In: de.wikipedia.org.
– NATO Headquarters. In: nato.int
– Rupp, R. Kurz vor dem Atomkrieg. Die Aufklärung des NATO-Manövers »Able Archer«: Wie die HVA, der Auslandsnachrichtendienst der DDR, dazu beitrug, den Kalten Krieg kalt zu halten. In: antikriegsforum-heidelberg.de, 22 november 2007.
– Elendt, G./ Wirtgen, K. »Ich war Topas« In: Stern (stern.de), 24 mei 2002.
– Historische Einordnung und Analyse des Spionagefalls Rainer Rupp alias Topas. In: cool’ is im Osten (coolis.de).
– Fraise, T./ Egeland, K. Able Archer: How close of a call was it? In: Bulletin of the Atomic Scientists, Volume 79, 2023.
– Sontheimer, M. Das Ende einer Legende. In: der Spiegel, 17 januari 1990 (spiegel.de).
– Pötzl, N.F. Der heiße Draht zum Nato-Rat. In: der Spiegel (spiegel.de), 30 juli 2008.
– Kompa, M. Der Krieg der Sterne. In: On-line Magazin Telepolis (telepolis.de), 8 september 2011.
– Top-Spion für die DDR: Vor 25 Jahren wurde «Topas» verhaftet. In: bluewin.ch, 30 juli 2018.
– Bekes, M. The Spy who loved her. In: Insight Intelligence Group (insightintelligence.com.au)
– Rainer Rupp about ‘Able Archer,’ his work in NATO headquarters, the Syrian War and the conflict with Russia. In: Workers World (workers.org), 19 september 2015.
-Cooling the Cold War. In: The Berliner (the-berliner.com), 13 januari 2013.
– Nünlist, C. Als die Nato den Atomkrieg übte. Publicatie van het Center for Security Studies (CSS) der Eidgenössische Technische Hochschule Zürich (css.ethz.ch), 2 november 2013.
– Uenuma, F. The 1983 Military Drill That Nearly Sparked Nuclear War With the Soviets. In: Smithsonian Magazine (smithsonianmag.com), 27 April 2022.
– Miles, S. The War Scare That Wasn’t. Able Archer 83 and the Myths of the Second Cold War. In: dukespace.lib.duke.edu.
– Miles, S. The Mythical War Scare of 1983. In: War on the Rocks (warontherocks.com), 16 maart 2021.
– Newman, J. Thirty minutes from nuclear war: Newly-declassified US documents reveal how paranoid Russians loaded nukes onto fighters in East Germany in 1983 over fears NATO exercise was invasion. In: Daily Mail, 18 februari 2021.
– Schnellgeber. Codewandlergerät für Stasi-Agenten im Auslandseinsatz. In: Deutsches Spionage Museum (deutsches-spionagemuseum.de).
Het verraad van een Oost-Duitse Stasi-agent
De nucleaire dreiging en de wet van Murphy
Cubacrisis (1962) – Oorzaken, gevolgen en verloop
Koude Oorlog – Oorzaken, tijdlijn en gevolgen op rij
De meest beruchte spion van Nederlandse bodem
Familiegeschiedenis aan twee kanten van het IJzeren Gordijn
Christiaan Snouck Hurgronje – Arabist en islamoloog