De ramp met de Italiaanse Vajontdam in 1963 behoort tot de grootste stuwdamrampen ooit. In enkele minuten tijd werden complete dorpen weggevaagd en kwamen circa 2000 mensen om het leven. Werelderfgoedorganisatie Unesco het gebied later tot de meest tragische voorbeelden binnen de aardwetenschappen. Op luchtfoto’s van vóór en na de ramp is de verwoesting nog altijd zichtbaar: het stuwmeer is gehalveerd en achter de dam ligt een massieve puinmassa.
De 265 meter hoge Vajontdam werd gebouwd door SADE (Società Adriatica di Elettricità) en was destijds de hoogste boogdam ter wereld. De nog altijd bestaande dam sluit een diep kalkstenen ravijn in de Dolomieten af, zo’n honderd kilometer ten noorden van Venetië, in een gebied met aanzienlijke seismische activiteit. De aanleg was aantrekkelijk, omdat zo met een relatief kleine dam een grote hoeveelheid water kon worden opgeslagen. De hydro-energie was bestemd voor Venetië en de snelgroeiende metaalindustrie van Milaan, Turijn, Modena.

De stuwdam kwam in 1959 gereed. Al tijdens de aanleg van een rondweg ontstonden scheuren in de aardbodem. Deze werden weliswaar opgevuld, maar bleven terugkeren. Hoofdingenieur Semenza constateerde dat alleen de damlocatie geologisch was onderzocht en niet de omgeving van het toekomstige stuwmeer. Nader onderzoek wees uit dat de hellingen van de zuidelijk gelegen Monte Toc gevoelig waren voor aardverschuivingen. In datzelfde jaar vond bij het nabijgelegen Pontese-stuwmeer een aardverschuiving plaats, waarbij een veiligheidsbeambte omkwam.
In 1960 werd het Vajontmeer gevuld tot 77 meter onder de damrand. Vervolgens schoof circa 700.000 kubieke meter gesteente en aarde — over een oppervlak van ongeveer 2 bij 1,2 kilometer — met een snelheid van vier meter per dag van de hellingen af en uiteindelijk het stuwmeer in. Daarop werd het waterpeil met 50 meter verlaagd.

Na herstelwerkzaamheden en de aanleg van een tunnel — bedoeld om bij nieuwe verzakkingen water uit het achterste deel van het meer af te voeren — werd het stuwmeer in het voorjaar van 1962 opnieuw gevuld tot een waterdiepte van 215 meter. Er werden vijf kleine aardbevingen geregistreerd en grondverschuivingen geconstateerd. Die zomer concludeerden SADE-ingenieurs op basis van modelonderzoek dat het onverantwoord was het stuwmeer volledig te vullen. Hun bevindingen werden echter genegeerd door de leiding van SADE.
De Italiaanse hydro-elektrische industrie werd genationaliseerd, waarna Vajont onder het beheer kwam van overheidsbedrijf ENEL, dat het meer in het voorjaar van 1963 vrijwel volledig vulde. In de zomer steeg het waterpeil door zware regenval nog eens tien meter, tot 16 meter onder de damrand. Ongeruste omwonenden meldden opnieuw aardbevingen, terwijl journalisten die hierover berichtten door de Italiaanse overheid werden vervolgd omdat zede openbare orde zouden ondermijnen.

De overheid en andere autoriteiten weten de ramp aanvankelijk aan onverwachte, onvoorspelbare natuurverschijnselen. Maar de linkse krant Unita stelde de damdirectie en de overheid verantwoordelijk. Journaliste Tina Merlin, die al vaker kritisch over de dam had geschreven, deels vanuit het perspectief van omwonenden, schreef er achteraf een boek over, met de macabere titel: Op levend vlees – Hoe een catastrofe wordt gebouwd. Regisseur Renzo Martinelli maakte in 2001 de film Vajont – la diga del disonore, die van een toeschouwer het volgende commentaar meekreeg:
De ingenieurs en geologen die medeschuldig waren aan de ramp, toonden op het cruciale moment hun lafheid.

De overheid liet na SADE te vervolgen voor de geleden schade. Na een rechtszaak achter gesloten deuren kregen enkele ingenieurs wel lichte straffen; één van hen pleegde zelfmoord. De meeste overlevenden werden ondergebracht in een nieuw gebouwd dorp, vijftig kilometer van de dam, terwijl anderen in de vallei bleven, waar nieuwe huizen en fabrieken verrezen.
Ir. Hans van Duivendijk, gepensioneerd docent energie- en waterbouwkunde aan de TU Delft, vertelde in 2010 dat rond dezelfde tijd, in 1959, ook de Franse Malpassetdam bezweek. Net als de Vajontdam was deze ontworpen door de Franse ingenieur André Coyne, die circa tweehonderd dammen ontwierp. Er kwamen 423 mensen om, doordat een vloedgolf de buitenwijken van Frejus bij de Franse Riviera, overspoelde. Ook deze dam was op zich goed gebouwd, maar de fundering bezweek toen het reservoir na vijf jaar volledig werd gevuld. Coyne werd aangeklaagd, maar vrijgesproken. Het stuwmeer staat nu met drie puntjes op Michelin-kaarten aangeduid als ruïne. Van Duivendijk destijds:
Van Duivendijk verklaarde destijds: ‘Bij Vajont gaat het om een dubbele boogdam, die zowel verticaal als horizontaal is gebogen. Met de dam zelf was op zich niets mis.’ Hij verwees daarbij naar een bulletin van de International Commission on Large Dams, getiteld Dam failures, statistical analysis: ‘Hij komt hier dan ook niet in voor.’

De Vajontdam liep ondanks het geweld nauwelijks schade op (alleen aan de zuidkant werd de bovenrand weggevaagd). Er werd een pompstation gebouwd om het waterniveau in het overgebleven deel van het meer te reguleren. Volgens schattingen werd daarna nog slechts een kwart van de oorspronkelijke opslagcapaciteit benut.
In het boek Dams in Italy, Barrages en Italie wordt de ramp in meerdere opzichten uniek genoemd: ‘…het is enerzijds een huldeblijk aan de ontwerpers, omdat de dam ondanks enorme krachten onbeschadigd bleef, anderzijds wordt ermee aangetoond hoe belangrijk het is uitkomsten van geologisch en geotechnisch onderzoek kritisch en zorgvuldig te evalueren.’
De Engelse geoloog N. Petley, hoogleraar aan de Geografische faculteit van de universiteit van Durham, stelde in een artikel (2007) dat sinds de Vajont-ramp heuvels en bergen rond potentiële stuwmeren beter worden onderzocht op mogelijke landverschuivingen. Maar hij waarschuwde ook, dat ze kunnen optreden bij de veel grotere Drieklovendam in de Chinese Yangtze rivier (capaciteit: 39,3 miljard kubieke meter water). Daar is sprake van een vergelijkbare bodemgesteldheid.

Oleftalsperre – Stuwdam in de Eifel
Embalse de Riaño – Geschiedenis van het stuwmeer
Curon bestaat niet meer, maar de kerktoren is nog wel te zien
De Kolibri: een Nederlandse helikopter met straalmotoren
De Kodak Disc Camera (1982-1988): een veelbelovende flop
De wonderlijke gyrotrein van Louis Brennan, rijdend op één rail