Het Verbond voor Nationaal Herstel – Deftig rechts in het gedrang

4 minuten leestijd

Het Verbond voor Nationaal Herstel (VNH) was een van die vele kleine politieke partijtjes die in de jaren dertig van de vorige eeuw de Nederlandse politiek binnenvielen, hoofdzakelijk ter rechterzijde van het politieke spectrum. De fascist Mussolini kwam in Italië aan de macht in het begin van de jaren twintig en zo’n tien jaar later deed de nationaalsocialist Hitler hetzelfde in Duitsland. Deze opkomst van extreemrechts schokte de rest van het liberale vooroorlogse Europa en toen ook nog bleek dat beide landen er sinds de machtsovername economisch op vooruit waren gegaan groeide de voedingsbodem voor extreemrechts in Nederland.

‘Wat zij daar kunnen, moet hier ook lukken,’ zullen veel aanhangers van extreemrechts toen gedacht hebben. Onder die aanhangers bevonden zich vele koningsgezinden, burgers van goede stand en komaf, behorend tot de hogere lagen van de samenleving, oud-militairen, patriciërs, al dan niet van adellijke komaf, industriëlen, Nederlands-Indië-gasten en welvarende gepensioneerden die weliswaar extreem conservatief waren, maar niet (of in geringe mate) extreemrechts. Zij vormden de doelgroep van het Verbond voor Nationaal Herstel.

Verkiezingsoproep van het Verbond voor Nationaal Herstel
Verkiezingsoproep van het Verbond voor Nationaal Herstel in Nijmegen, ter gelegenheid van de gemeenteraadsverkiezingen van 1935.
In zijn recent verschenen boek Deftig rechts in het gedrang heeft Meine Henk Klijnsma de geschiedenis van deze partij willen schrijven en dat is hem goed gelukt.

In een inleidend hoofdstuk schetst de auteur de voorgeschiedenis van het VNH en de wereld waaruit zij voortkwam. Hoewel Nederland neutraal was in de Eerste Wereldoorlog, waren de gevolgen daarvan ook in ons land voelbaar. Zo veranderde door de opkomst van het socialisme de verhouding tussen werkgevers en werknemers ingrijpend en werd het algemeen kiesrecht ingevoerd. Ook Troelstra’s mislukte socialistische revolutie van 1918 bezorgde conservatief Nederland hoofdbrekens. Onder liberalen, kolonialen, militairen en nationalistisch ingestelde conservatieven leefde de vrees dat Nederland en zijn koloniën in de Oost en in de West ten prooi zou vallen aan revolutionair ingestelde communisten. Vanaf het midden van de jaren twintig verscheen ook het fascisme in Nederland ten tonele en het corporatieve aspect daarvan werd in conservatief Nederland welwillend beschouwd omdat daarmee de angel uit de socialistische klassenstrijd werd gehaald.

Een nieuwe partij

In dit krachtenveld verscheen op 21 februari 1933 het Verbond voor Nationaal Herstel op het toneel. Dit was twee weken na de muiterij in Nederlands-Indië op het Nederlandse marineschip De Zeven Provinciën, een gebeurtenis die door conservatief Nederland werd beschouwd als de opmaat voor een communistische revolutie. Eind januari van dat jaar vond in Duitsland Hitlers Machtübernahme plaats en december 1931 had Mussert de NSB opgericht.

Het waren gespannen tijden voor Nederland. Klijnsma beschrijft uitvoerig welke stappen werden gezet om tot het VNH te komen. Grote inspirator, geestelijk vader en oprichter van de partij was Horace Hugo Alexander van Gybland Oosterhoff (1887-1937). Samen met Carel Gerretson was hij in 1918 de belangrijkste aanjager geweest van het protest tegen Troelstra’s revolutiepoging en deze achtergrond verklaart veel van de activiteiten van het VNH, zo licht Klijnsma toe. Ook zet hij helder uiteen wat het problematische was aan de opstelling van het VNH – en dit leidde dan ook tot de moeilijkheid om stemmen te winnen bij de diverse verkiezingen waaraan het VNH tot 1940 meedeed.

Het VNH was enerzijds sterk gekant tegen socialisme en communisme, maar het toonde zich anderzijds ook buitengewoon negatief over het Duitse nationaalsocialisme. Tegenover het Italiaanse fascisme betoonde het VNH zich weifelend: het corporatistische aspect daarvan werd welwillend beschouwd, maar daarbij bleef het. Echt fascistisch werd het VNH ook weer niet, ondanks dat de enige Tweede Kamerzetel die het VNH ooit won, werd ingenomen door de zelfverklaarde fascist William Westerman.

Kortom: de ware ideologische positie van het VNH bleef duister en daarom bleef het een partij die in de marge van de Nederlandse politiek opereerde, die klein was en bleef en die nooit grote groepen kiezers aan zich wist te binden. Klijnsma toont overtuigend aan hoe het VNH bleef zwenken in de nauwelijks tien jaar van haar bestaan.

Deftig rechts in het gedrang
 
Toch enkele kleine kanttekeningen. Het boek bevat overdadig veel cijfermateriaal, zo kan de lezer zien welke aantallen stemmen het VNH won in elke Haagse wijk bij de raadsverkiezingen van 1935. Ook over de maatschappelijke afkomst en dito positie van veel van de toonaangevende VNH-bestuurders en de leden komt de lezer heel wat details te weten. Dit had wat mij betreft wel iets minder gekund. Klijnsma toont zich in dit boek heel goed in staat om in grote lijnen afkomst, ontwikkeling en neergang van het VNH te schetsen en daarbij had het voor mij mogen blijven.

Wat in een historische studie naar mijn mening ook minder past is Klijnsma’s neiging om zijn eigen onzekerheden te tonen. Het aantal keren dat hij de woorden ‘wellicht’, ‘waarschijnlijk’, ‘vermoedelijk’, ‘denkbaar’, ‘aannemelijk’ en ‘misschien’ gebruikt is niet te tellen. Overeind staan blijft echter dat Klijnsma met dit boek, met de uitstekend gekozen titel Deftig rechts in het gedrang, de geschiedenis van het VNH ter zake en deskundig heeft beschreven.

Meld u aan voor onze gratis nieuwsbrief

×