L’homme est en mer (de man is op zee) is een aangrijpend schilderij (1887-89) van de Franse kunstenares Virginie Demont-Breton. Het weemoedige maar ook hard realistische doek inspireerde Vincent van Gogh. Daarom kocht het Van Gogh Museum het werk van de vrouwelijke artieste aan op de kunstbeurs TEFAF-Maastricht.
De zee lokt en lokte altijd al tal van kunstenaars. In de tweede helft van de negentiende eeuw kregen zeelandschappen een nieuwe impuls. Op zoek naar licht en alle schakeringen, zo belangrijk voor impressionisten, en vluchtend uit de vervuilde stadslucht ontdekten gedegen burgers maar ook artiesten pittoreske vissersdorpjes. Het werd een nieuw ‘toeristisch’ en artistiek elan.

Betoverd door die ongerepte natuur laat het schilderende echtpaar er tien jaar later de villa Le Typhonium bouwen. Hun oom, de Belgische architect Edmond De Vigne bedenkt die in neo-Egyptische stijl. Het artistieke koppel is verzot op de Egyptische cultuur zonder evenwel ooit het land te hebben bezocht. Zo gefascineerd is de familie dat de gezinsleden zelfs ‘Egyptische kledij’ dragen in een muurdecoratie, bedacht door de vrouw des huizes. Haar echtgenoot Adrien Demont beeldt Virginie zelfs uit als een farao maar wel voor zijn schildersezel.

Kunstenaarsfamilie
Want niet alleen Virginie schildert, ook Adrien is een kunstenaar. Meer nog, ze leert hem kennen in het atelier van haar schilderende vader, Jules Breton. Virginie is amper veertien, Adrien eenentwintig bij hun eerste ontmoeting. Adrien, zoon van een notaris in Douai, had zijn rechtenstudie ‘salut’ gezegd voor een artistieke opleiding.
Virginie Breton komt dus uit een artistiek milieu. Haar vader Jules, zoon van de burgemeester van Courrières, trekt naar Gent om les te volgen bij de (toen) bekende historicus-archeoloog en schilder Félix De Vigne. Dochter Élodie de Vigne loopt er ook rond en het resultaat is een huwelijk en een enige dochter, Virginie.

Ondanks dat artistieke, florissante milieu is het niet evident voor Virginie om een carrière als vrouwelijke schilder te starten. Ze leert dan wel het métier bij haar vader. Een scholing voor meisjes bestaat niet want een professionele, artistieke loopbaan is niet aangewezen voor een vrouw. Zelfs studeren is uit den boze voor een meisje; het zou haar reproductieorganen kunnen aantasten. Denkt men…

Het harde zeeleven
Moeder en kind zijn vaak de thema’s in Virginies werk, maar ook het harde leven van de vissers, zoals de ijslandvaarders die maanden op zee zijn. In 1911 stelt ze op het officiële kunstsalon La lettre d’Islande (De brief uit Ijsland) voor. Of eerder al Les Tourmentés (de Gekwelden) (1905); het aangrijpende doek (anderhalve op ruim twee meter groot) stelt de wenende vissersvrouwen bij de aangespoelde lijken van hun drenkelingen voor. Het hardvochtige leven van zeelui: de zee geeft en de zee neemt. Meerdere werken wijdt ze aan de dramatische leefomstandigheden en dan vooral van de achterblijvende vissersvrouwen.
Haar eerste groot succes op de Salon van 1883 is La Plage (het strand) dat een armoedig geklede vissersvrouw met haar naakte kroost spelend in de duinen uitbeeldt.

L’homme est en mer (de man is op zee), haar levensgrote doek dat het Van Goghmuseum recent aankocht, sluit bij dat sociale aspect aan: het toont een trieste vrouw met een baby op schoot. Een pover haardvuurtje brandt maar de afgepeigerde vrouw zit er blootsvoets voor en op de achtergrond staat een werkloos textielgetouw.
In 1889 wekte dat tentoongestelde doek veel bewondering en gravures naar dat schilderij verschenen in kranten. Het was immers toen nog onmogelijk om een foto – laat staan een kleurenfoto – in een krant af te drukken. Le Monde Illustré publiceerde een zwart-wit prent van Virginies schilderij. Een prent die Vincent Van Gogh heeft gezien. Want aan zijn broer Theo pende hij dat hij het zo mooi vond en schilderde een eigen versie met veeleer blauwe en gele – Provençaalse?– kleuren in plaats van de aardekleuren van het oorspronkelijke werk. Vincent Van Gogh konterfeitte zijn werk in Saint-Paul de Mausole, het asiel voor geesteszieken in Saint-Rémy-de-Provence waar hij een tijd verbleef.

Vrouwen voorwaarts
Virginie Demont-Breton werd al bij leven erkend als getalenteerde kunstenares. In 1883 – ze is amper vierentwintig jaar – ontvangt ze een gouden medaille op de Wereldtentoonstelling in Amsterdam. Ook haar echtgenoot Adrien bewondert haar en dat is wederzijds. Het is een emotionele en artistieke relatie vol respect en gelijkwaardigheid, zonder jaloezie of rivaliteit. Hij schildert vooral landschappen, de zee, de duinen, de kalkrotsen, zij het alledaagse leven in het dorp Wissant, vooral met vrouwen en kinderen.
Maar iets wringt bij Virginie: behalve in haar huiselijke kring worden vrouwen in de maatschappij niet voor vol aanzien. Daarom zal ze haar hele leven vechten voor de emancipatie en vooral de onderwijsmogelijkheden van vrouwen. Op haar vierentwintigste vervoegt ze Union des femmes peintres et sculpteurs. Van die Vereniging van vrouwelijke schilders en beeldhouwers wordt ze zelfs voorzitter (van 1894 tot 1901). Onverdroten vecht ze tegen de vooroordelen over vrouwelijke kunstenaars.

Uiteindelijk in 1897, bekomt ze de toelating voor vrouwen tot de belangrijke École des Beaux-Arts. Vanaf 1903 krijgen vrouwen zelfs het recht om mee te dingen naar de Prix de Rome, een prestigieuze wedstrijd waarbij de laureaten een verblijf van een jaar in Rome aangeboden krijgen.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog stelen en vernielen de Duitse bezetters tal van werken. Haar verdriet – ook het overlijden van haar dochter Éliane – verwerkt ze in haar dichtbundel Tendresse dans la tourmente (Tederheid in het Torment) (1920) en haar Memoires Les Maisons que j’ai connues (De Huizen die ik heb gekend) (1926 en 1930). Die levensherinneringen draagt ze op aan het zachte en moedige België, ‘haar tweede vaderland’. Met veel tederheid en weemoed vertelt ze over haar bezoeken al van haar prille bestaan aan Gent en het huis van haar grootouders De Vigne, en vooral haar grootmoeder:
Wat borrelde die lach op tijdens de gezellige avonden uit mijn jeugd die bij haar thuis familie en vrienden samenbrachten en waar die bekende peperkoek en de ‘peperbollekes’ (in het Nederlands in de oorspronkelijke Franse tekst) de begeleidende thee of punch overtroefden!
Wat een vrolijke en merkwaardige verhalen werden daar verteld! De verteller begon meestal in het Frans. Maar op het moment dat de spanning het hoogst opliep en meegesleept door het vuur van het verhaal, vervolgde hij in de ruwe taal van Van Artevelde, in het Gentse Vlaams, het meest energieke en vrolijke dialect van het land. Begeleid door aanstekelijk gelach, zelfs voor degenen die niet alles hadden begrepen.

Begin dit jaar kondigden de Fondation Jules Breton en voorzitter Annette Bourrut Lacouture aan te starten met een catalogue raisonné van Virginie Demont-Breton.

De sterrenhemels van Vincent van Gogh
Vincent Van Gogh geeft nog altijd mysteries prijs
Anna Boch, een schilderes altijd in beweging
Topondernemer Dirck Van Oss en de hand van Saenredam
Akira Yoshizawa (1911-2005) – Origami-kunstenaar
Canada verbeeld in schilderkunst 1910-1940