Virginie Demont-Breton inspireerde Vincent van Gogh

6 minuten leestijd
L'homme est en mer - Virginie Demont-Breton
L'homme est en mer - Virginie Demont-Breton (CC BY 2.0 - wiki)

L’homme est en mer (de man is op zee) is een aangrijpend schilderij (1887-89) van de Franse kunstenares Virginie Demont-Breton. Het weemoedige maar ook hard realistische doek inspireerde Vincent van Gogh. Daarom kocht het Van Gogh Museum het werk van de vrouwelijke artieste aan op de kunstbeurs TEFAF-Maastricht.

De zee lokt en lokte altijd al tal van kunstenaars. In de tweede helft van de negentiende eeuw kregen zeelandschappen een nieuwe impuls. Op zoek naar licht en alle schakeringen, zo belangrijk voor impressionisten, en vluchtend uit de vervuilde stadslucht ontdekten gedegen burgers maar ook artiesten pittoreske vissersdorpjes. Het werd een nieuw ‘toeristisch’ en artistiek elan.

Virginie Demont-Breton
Virginie Demont-Breton (CC BY-SA 4.0 – Nardac Gulliver – wiki)
Ook voor Virginie Breton (1859-1935), geboren en getogen in een mijnwerkersgemeente in Noord-Frankrijk maar toevend in de riante zuidrand van Parijs. Rond 1881 ontdekte ze samen met haar echtgenoot Adrien Demont het kustdorpje Wissant, aan de Franse Noordzee tussen Cap Blanc-Nez en Cap Gris-Nez met hun spectaculaire krijtrotsen. Het koppel Demont-Breton ligt daarmee aan de basis van de schilderschool van Wissant.

Betoverd door die ongerepte natuur laat het schilderende echtpaar er tien jaar later de villa Le Typhonium bouwen. Hun oom, de Belgische architect Edmond De Vigne bedenkt die in neo-Egyptische stijl. Het artistieke koppel is verzot op de Egyptische cultuur zonder evenwel ooit het land te hebben bezocht. Zo gefascineerd is de familie dat de gezinsleden zelfs ‘Egyptische kledij’ dragen in een muurdecoratie, bedacht door de vrouw des huizes. Haar echtgenoot Adrien Demont beeldt Virginie zelfs uit als een farao maar wel voor zijn schildersezel.

Villa Le Typhonium in Wissant
Villa Le Typhonium in Wissant (Pas-de-Calais, Frankrijk), woon- en werkplaats van Virginie Demont-Breton en Adrien Demont.

Kunstenaarsfamilie

Want niet alleen Virginie schildert, ook Adrien is een kunstenaar. Meer nog, ze leert hem kennen in het atelier van haar schilderende vader, Jules Breton. Virginie is amper veertien, Adrien eenentwintig bij hun eerste ontmoeting. Adrien, zoon van een notaris in Douai, had zijn rechtenstudie ‘salut’ gezegd voor een artistieke opleiding.

Virginie Breton komt dus uit een artistiek milieu. Haar vader Jules, zoon van de burgemeester van Courrières, trekt naar Gent om les te volgen bij de (toen) bekende historicus-archeoloog en schilder Félix De Vigne. Dochter Élodie de Vigne loopt er ook rond en het resultaat is een huwelijk en een enige dochter, Virginie.

Les Tourmentés (De getormenteerden), olieverf op doek – Virginie Demont-Breton, 1905
Les Tourmentés (De getormenteerden), olieverf op doek – Virginie Demont-Breton, 1905

Ondanks dat artistieke, florissante milieu is het niet evident voor Virginie om een carrière als vrouwelijke schilder te starten. Ze leert dan wel het métier bij haar vader. Een scholing voor meisjes bestaat niet want een professionele, artistieke loopbaan is niet aangewezen voor een vrouw. Zelfs studeren is uit den boze voor een meisje; het zou haar reproductieorganen kunnen aantasten. Denkt men…

Vissersvrouw - Virginie Demont-Breton
Vissersvrouw – Virginie Demont-Breton
Virginie geeft niet op en op haar eenentwintigste krijgt ze al erkenning bij de Salon des artistes français (Salon van Franse artiesten), waar haar vader jurylid is. Ze heeft talent want in 1881 wordt haar schilderij La Femme du Pêcheur (de vrouw van de visser) bekroond met een medaille.

Het harde zeeleven

Moeder en kind zijn vaak de thema’s in Virginies werk, maar ook het harde leven van de vissers, zoals de ijslandvaarders die maanden op zee zijn. In 1911 stelt ze op het officiële kunstsalon La lettre d’Islande (De brief uit Ijsland) voor. Of eerder al Les Tourmentés (de Gekwelden) (1905); het aangrijpende doek (anderhalve op ruim twee meter groot) stelt de wenende vissersvrouwen bij de aangespoelde lijken van hun drenkelingen voor. Het hardvochtige leven van zeelui: de zee geeft en de zee neemt. Meerdere werken wijdt ze aan de dramatische leefomstandigheden en dan vooral van de achterblijvende vissersvrouwen.

Haar eerste groot succes op de Salon van 1883 is La Plage (het strand) dat een armoedig geklede vissersvrouw met haar naakte kroost spelend in de duinen uitbeeldt.

L'homme est en mer - Virginie Demont-Breton
L’homme est en mer – Virginie Demont-Breton (CC BY 2.0 – wiki)

L’homme est en mer (de man is op zee), haar levensgrote doek dat het Van Goghmuseum recent aankocht, sluit bij dat sociale aspect aan: het toont een trieste vrouw met een baby op schoot. Een pover haardvuurtje brandt maar de afgepeigerde vrouw zit er blootsvoets voor en op de achtergrond staat een werkloos textielgetouw.

In 1889 wekte dat tentoongestelde doek veel bewondering en gravures naar dat schilderij verschenen in kranten. Het was immers toen nog onmogelijk om een foto – laat staan een kleurenfoto – in een krant af te drukken. Le Monde Illustré publiceerde een zwart-wit prent van Virginies schilderij. Een prent die Vincent Van Gogh heeft gezien. Want aan zijn broer Theo pende hij dat hij het zo mooi vond en schilderde een eigen versie met veeleer blauwe en gele – Provençaalse?– kleuren in plaats van de aardekleuren van het oorspronkelijke werk. Vincent Van Gogh konterfeitte zijn werk in Saint-Paul de Mausole, het asiel voor geesteszieken in Saint-Rémy-de-Provence waar hij een tijd verbleef.

Vincent Van Gogh man op zee
Haar man is op zee (naar Virginie Demont-Breton), olieverf op doek – Vincent van Gogh, 1889, privécollectie. Van Gogh maakte dit werk naar een prent van Demont-Bretons L’homme est en mer.

Vrouwen voorwaarts

Virginie Demont-Breton werd al bij leven erkend als getalenteerde kunstenares. In 1883 – ze is amper vierentwintig jaar – ontvangt ze een gouden medaille op de Wereldtentoonstelling in Amsterdam. Ook haar echtgenoot Adrien bewondert haar en dat is wederzijds. Het is een emotionele en artistieke relatie vol respect en gelijkwaardigheid, zonder jaloezie of rivaliteit. Hij schildert vooral landschappen, de zee, de duinen, de kalkrotsen, zij het alledaagse leven in het dorp Wissant, vooral met vrouwen en kinderen.

Maar iets wringt bij Virginie: behalve in haar huiselijke kring worden vrouwen in de maatschappij niet voor vol aanzien. Daarom zal ze haar hele leven vechten voor de emancipatie en vooral de onderwijsmogelijkheden van vrouwen. Op haar vierentwintigste vervoegt ze Union des femmes peintres et sculpteurs. Van die Vereniging van vrouwelijke schilders en beeldhouwers wordt ze zelfs voorzitter (van 1894 tot 1901). Onverdroten vecht ze tegen de vooroordelen over vrouwelijke kunstenaars.

Als men over een kunstwerk zegt: “Dat is schilderkunst of beeldhouwkunst van een vrouw”, bedoelt men daarmee: “Dat is zwakke schilderkunst of zoetsappige beeldhouwkunst”, en als men een serieus werk moet beoordelen dat door het brein en de hand van een vrouw is voortgebracht, zegt men: “Dat is geschilderd of gebeeldhouwd alsof het door een man is gemaakt”. Deze vergelijking van twee gangbare uitdrukkingen volstaat om aan te tonen, zonder dat er commentaar op nodig is, dat er bij voorbaat een vooroordeel bestaat tegen de kunst van de vrouw. Virginie Demont-Breton, “La Femme dans l’art”, Revue des Revues, vol. XVI, nr 5,‎ 1 maart 1896, p. 448-453.
Moeder en kind in een sinaasappelboomgaard - Virginie Demont-Breton
Moeder en kind in een sinaasappelboomgaard – Virginie Demont-Breton

Uiteindelijk in 1897, bekomt ze de toelating voor vrouwen tot de belangrijke École des Beaux-Arts. Vanaf 1903 krijgen vrouwen zelfs het recht om mee te dingen naar de Prix de Rome, een prestigieuze wedstrijd waarbij de laureaten een verblijf van een jaar in Rome aangeboden krijgen.

Het water in - Virginie Demont-Breton
Het water in – Virginie Demont-Breton
Haar hele leven wordt Virginie zelf wel gelauwerd, zelfs met het Franse Erelegioen. De Koninklijke Academie van Antwerpen neemt haar op als lid.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog stelen en vernielen de Duitse bezetters tal van werken. Haar verdriet – ook het overlijden van haar dochter Éliane – verwerkt ze in haar dichtbundel Tendresse dans la tourmente (Tederheid in het Torment) (1920) en haar Memoires Les Maisons que j’ai connues (De Huizen die ik heb gekend) (1926 en 1930). Die levensherinneringen draagt ze op aan het zachte en moedige België, ‘haar tweede vaderland’. Met veel tederheid en weemoed vertelt ze over haar bezoeken al van haar prille bestaan aan Gent en het huis van haar grootouders De Vigne, en vooral haar grootmoeder:

Later, in 1886, toen ze via mij overgrootmoeder werd, was dat voor haar een nieuwe bron van trots, een nieuwe vreugde, een nieuwe gelegenheid om haar overvloed aan tederheid en haar hartelijke lach te verspreiden, die Vlaamse lach, zo aanstekelijk!

Wat borrelde die lach op tijdens de gezellige avonden uit mijn jeugd die bij haar thuis familie en vrienden samenbrachten en waar die bekende peperkoek en de ‘peperbollekes’ (in het Nederlands in de oorspronkelijke Franse tekst) de begeleidende thee of punch overtroefden!

Wat een vrolijke en merkwaardige verhalen werden daar verteld! De verteller begon meestal in het Frans. Maar op het moment dat de spanning het hoogst opliep en meegesleept door het vuur van het verhaal, vervolgde hij in de ruwe taal van Van Artevelde, in het Gentse Vlaams, het meest energieke en vrolijke dialect van het land. Begeleid door aanstekelijk gelach, zelfs voor degenen die niet alles hadden begrepen.

Virginie Demont-Breton (links) en Adrien Demont (rechts) met schilder Georges Maroniez (midden) op het strand van Wissant.
Virginie Demont-Breton (links) en Adrien Demont (rechts) met schilder Georges Maroniez (midden) op het strand van Wissant.

Begin dit jaar kondigden de Fondation Jules Breton en voorzitter Annette Bourrut Lacouture aan te starten met een catalogue raisonné van Virginie Demont-Breton.

Handtekening van Virginie Demont-Breton
Handtekening van Virginie Demont-Breton
×