Witte van Haamstede overwon de Vlamingen in een slag die niet plaatsvond

6 minuten leestijd
Bronzen beeld van Witte van Haamstede bij kasteel Haamstede
Bronzen beeld van Witte van Haamstede bij kasteel Haamstede, door Joop van Nugteren (2015). Foto H.M.D. Dekker.

Witte van Haamstede (1273/1281-1321) speelde een belangrijke rol in de oorlog tussen Holland en Vlaanderen. In de geschiedschrijving werd hij het bekendst door de Slag bij het Manpad (1304), die blijkens later historisch onderzoek nooit heeft plaatsgevonden.

Fantasieportret van graaf Jan I
Fantasieportret van graaf Jan I (1296-1299). Gravure van Cornelis Visscher in ‘Principes Hollandiae, Zelandiae et Frisiae’, 1650
Witte was een bastaardzoon van graaf Floris V van Holland en Zeeland bij Aleid van Heusden. Hij heette dan ook Witte van Heusden, tot hij na Floris’ dood van de nieuwe graaf, zijn halfbroer Jan I, de heerlijkheid Haamstede in leen kreeg (1299). Dit was mogelijk omdat de laatste Van Haamstede zonder nageslacht was gestorven. De in 1297 verbeurd verklaarde goederen van de naar Vlaanderen uitgeweken Jan van Renesse werden er nog bij gevoegd; de Van Haamstedes en Van Renesses waren allebei takken van het geslacht van de heren van Zierikzee.

Slot Haamstede

Witte nam zijn intrek in het kasteel Haamstede, dat in deze periode een stenen donjon (verdedigbare woontoren) moet zijn geweest; in 1313 wordt het kasteel als steenhuis vermeld. De donjon is later geïntegreerd in het huidige slot Haamstede, het fraaiste van de zeer weinige kastelen die Zeeland nog rijk is. Bouwhistorisch onderzoek bracht aan het licht dat de donjon boven de kelder vier verdiepingen had.

Kasteel Haamstede
Kasteel Haamstede. Foto H.M.D. Dekker.

Tegen de Zeeuwse edelen

In 1299 nam Witte deel aan het Beleg van Dordrecht door een grotendeels Zeeuws leger. Bij dit mislukte beleg, dat diende om Wolfert van Borsele te steunen in zijn conflict met deze stad, bezette Witte het kasteel Puttensteyn (Oud-Beierland), van waaruit hij de scheepvaart op Dordrecht kon blokkeren. Dit kasteel is vermoedelijk in 1304 door invallende Vlamingen verwoest.

Fantasieportret van graaf Jan II van Holland
Fantasieportret van graaf Jan II van Holland, door Hendrik van Heessel (gest. 1470).
In 1300 was Witte in actie in Zeeland, als deelnemer aan de strafexpeditie van graaf Jan II tegen de Vlaamsgezinde, herhaaldelijk van loyaliteit wisselende Zeeuwse edelen. Met de stad Zierikzee bracht hij op weinig zachtzinnige wijze Schouwen onder controle, terwijl Jan van Avesnes, oudste zoon van de graaf, met grof geweld huishield op Walcheren en Zuid-Beveland. P.J. Harrebomée schreef in 1858:

Niemand sparende, die zich tegen hem verzette, en onverbiddelijk tegen elken wederspanneling, die hem in handen viel, verspreidde hij schrik en vreeze om zich heen. Dit was de reden, dat de Zeeuwen hem den naam van Jan zonder genade gaven.

Spectaculaire acties

De acties waaraan Witte in Zeeland bijdroeg moeten volgens historicus Ronald de Graaf ‘spectaculair’ zijn geweest. Vijanden werden gelokaliseerd met boden, waarna vanaf schepen aanvallen plaatsvonden: ‘Men vocht overdag en ’s nachts op dijken en rondom landhuizen.’

De Zeeuwse edelen wisten later nog wel het westen van Zuid-Beveland te bezetten. Ze werden echter op 1 januari 1301 definitief verslagen bij Lodijke (nu een verdronken dorp in de Oosterschelde) door aanhangers van de graaf uit Reimerswaal, Poortvliet en Tholen. De slag bij Lodijke geldt als afsluiting van een tijdperk van ongeveer drie eeuwen, waarin de eigengereide Zeeuwse edelen een vrijwel onafhankelijke positie tegenover de graven hadden ingenomen, zodat historici wel spraken van een adels- of ambachtsherenrepubliek.

Een deel van de Zeeuwse edelen werd na het debacle van Lodijke gevangengenomen en naar Henegouwen overgebracht. Anderen vluchtten naar Vlaanderen en vestigden zich met name in Hulsterambacht, waar diverse Zeeuwse edelen, zoals de Van Maalstedes, bezittingen hadden. De opstandige Bruggelingen stuurden hen in 1302 boodschappers om hen te vragen mee te strijden tegen de Franse koning. Dit was de onderneming die uitliep op de beroemde Guldensporenslag bij Kortrijk, waarin Jan van Renesse de aanvoerder was van het Zeeuwse contingent.

Het belangrijke jaar 1304

Nagebouwde blijde bij de Noordhavenpoort in Zierikzee
Nagebouwde blijde bij de Noordhavenpoort in Zierikzee, ter herinnering aan het beleg van 1304. Foto H.M.D. Dekker, juni 2023.
In maart 1304 werd Witte evenals Willem, zoon van graaf Jan II, als deel van een groep van achtenveertig man tot ridder geslagen. Het was een beloning voor de inzet bij de achterliggende succesvolle acties en de verdediging van Zierikzee tegen de Vlamingen. Een tweede Vlaamse beleg van deze stad volgde in mei 1304. Op 10 augustus vond de Slag op de Gouwe plaats, een Hollands-Zeeuwse overwinning die het pleit van de oorlog voor Zeeland beslechtte.

In deze verwarrende periode ontsnapte Witte van Haamstede met een groep soldaten uit Zierikzee, landde bij Zandvoort en trok naar Haarlem. Hij zou daar Vlaamse troepen bij het Manpad hebben verslagen en vervolgens een aantal Hollandse steden voor graaf Jan II op de Vlamingen hebben veroverd, waarna hij ook wel ‘de gesel der Vlamingen’ werd genoemd.

Hardnekkige mythe

Het verhaal over de overwinning bij het Manpad zou een hardnekkige mythe blijken. De eerste vermelding ervan vond plaats in de Divisiekroniek van Cornelius Aurelius uit 1517. Witte zou in Haarlem zijn banier met de rode leeuw hebben ontvouwd. Het volk uit Kennemerland, Waterland, Oost- en West-Friesland stroomde toe en toen trok men de stad uit ‘met ontwonden blinckende bannieren met een vreesselick geluyt van basuynen’. Bij Hillegom kwam hen een grote Vlaamse legermacht tegemoet ‘ende daer geviel eenen grooten strijt overmits de vreesselicke slaghen ende dat groote gecrij dat daer was van den genen die geslagen werden’.

Witte in Haarlem 1304
Witte van Haamstede duikt op in Haarlem, 1304. Ontwerptekening van Jacobus Buys voor het ‘Vaderlandsch Woordenboek’ van Jacobus Kok (35 dln., 1785-1799). Coll. Rijksmuseum, Amsterdam.
Het verhaal meldt een klinkende overwinning voor Witte en de zijnen. De gesneuvelde Vlamingen werden ontkleed, hun kleren en wapens op een hoop gegooid. Vervolgens trokken de overwinnaars naar andere Hollandse steden. In Delft zouden ze in één straat vijfhonderd Vlamingen hebben gedood, waarom die straat Vlamingstraat werd genoemd.

Gedenknaald

Hoogleraar en dichter David Jacob van Lennep, vader van de bekende schrijver Jacob van Lennep, woonde dichtbij het oord van de veronderstelde gebeurtenissen, namelijk in de Heemsteedse buitenplaats Huis te Manpad, die sinds 1767 in het bezit van zijn familie was. Het verhaal rond Witte hield hem nogal bezig, want in 1817 liet hij een gedenknaald voor de slag plaatsen en in 1827 publiceerde hij zijn Verhandeling over het belangrijke van Hollands grond voor gevoel en verbeelding. Van Lennep sloot dit historisch-romantisch pleidooi af met de Hollandsche duinzang, waarin hij de overwinning aan het Manpad nogmaals bezong.

‘De naald’, een hardstenen obelisk op een sokkel met wapens en opschrift, verrees op de hoek van de Herenweg en de Manpadslaan. Het is een rijksmonument dat onderdeel uitmaakt van de buitenplaats en het wordt sinds 2016 beheerd door de Stichting Monumentenbezit.

Houtgravure van de Naald in Heemstede, ter herinnering aan de Slag bij het Manpad
Houtgravure van de Naald in Heemstede, ter herinnering aan de Slag bij het Manpad. In: ‘Hollandsch penning-magazijn voor de jeugd’ dl. IV (1835-1838).

‘Onmogelijk bij gebrek aan tegenstanders’

Historicus Frits Hugenholtz toonde in 1955 aan dat de slag nooit heeft plaatsgevonden. Toen Witte van Haamstede vanuit Zierikzee in Holland verscheen, waren er volgens Hugenholtz eigenlijk geen Vlamingen in Holland over: ‘een slag aan het Manpad is alleen al onmogelijk bij gebrek aan tegenstanders’. Ook worden de veronderstelde geleden verliezen niet vermeld in de rekeningen van de Vlaamse steden uit de tijd, die toch zeer gedetailleerd plachten te zijn:

Geen enkele aanwijzing is er echter in te vinden dat in Holland, bij Haarlem of elders, verliezen aan mensen of oorlogsmaterialen zijn geleden. Ik kan dan ook geen andere conclusie aan dit betoog over de historie van de slag bij het Manpad verbinden dan deze: Een veldslag waardoor Holland werd bevrijd van de Vlaamse overheersing is nooit geleverd; de slag bij het Manpad is niet gestreden.

Bronzen beeld van Witte van Haamstede bij kasteel Haamstede
Bronzen beeld van Witte van Haamstede bij kasteel Haamstede, door Joop van Nugteren (2015). Foto H.M.D. Dekker.
Laatste jaren

Graaf Willem III beleende Witte van Haamstede in 1313 met nog meer Schouwse goederen, die in een ruilovereenkomst waren afgestaan door Hendrik en Costijn van Renesse. Hiermee werd Witte de belangrijkste ambachtsheer in de Westhoek van Schouwen. Omstreeks 1321 stierf hij, op ongeveer veertigjarige leeftijd. Ongeveer, want als Witte’s geboortejaar wordt ook wel 1273 genoemd.

Als ambachtsheer van Haamstede volgde zijn zoon Floris hem op. Aan Witte’s huwelijk met zijn achternicht Agnes (Agniese) van der Sluijs, dochter van de Brabantse ridder Arnold van der Sluijs, zouden ook twee andere zoons zijn ontsproten. Hun namen waren Arnoud en Jan, terwijl ook een Guy of Gwijde en een Frederik worden genoemd.

De Slag bij het Manpad kreeg wat Witte’s heldenreputatie betreft ook een negatieve tegenhanger. In Joost van den Vondels treurspel Gijsbrecht van Aemstel (1637) komt zijn personage er niet al te best af. Witte verkracht en vermoordt in dit stuk Klaeris van Velzen, moeder-overste van het Clarissenklooster; hij vermoordt hier ook een groep nonnen en doorsteekt de oude bisschop Gozewijn, de oom van Gijsbrecht:

Hy duwde ’t bloedigh zwaerd in ’s grijzen loome zyde, Tot aen ’t verguld gevest.

Gijsbrecht van Aemstel
Voorblad van het vijfde bedrijf van ‘Gijsbrecht van Aemstel’, uitg. 1901. Linksboven de aartsengel Rafaël naast het wapen van Amsterdam.

Bronnen

– J.P. van den Broecke, Middeleeuwse kastelen van Zeeland: bijzonderheden over verdwenen burchten en ridderhofsteden (1978), 95-105.
– Paul Brusse/Peter Henderikx (red.), Geschiedenis van Zeeland deel I (2012).
– Ernst Dekkers e.a., Slot Haamstede. Tussen zand en zout. Geschiedenis, bouwgeschiedenis en archeologie van een kasteel op Schouwen (2021).
– Ronald de Graaf, Oorlog om Holland 1000-1375 (1996).
– F.W.N. Hugenholtz, ‘Historie en historiografie van de slag aan het Manpad (1304)’, Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leiden 1953-1955, 31-47.
Joost van den Vondel, Gysbreght van Aemstel. Met inleidingen en aantekeningen door Mieke B. Smits-Veldt (1994).
×