De Guldensporenslag – De strijd om Vlaanderen (1302)

//
4 minuten leestijd
De Guldensporenslag - De strijd om Vlaanderen (1302)
De Guldensporenslag - De strijd om Vlaanderen (1302)

Op 11 juli 1302 nam een Vlaams leger dat grotendeels bestond uit ambachtslieden en boeren het op tegen een compleet Franse ridderleger. De slag is de geschiedenisboeken ingegaan als de Guldensporenslag. In Vlaanderen is 11 juli sinds 1973 een officiële feestdag.

Gwijde van Dampierre
Gwijde van Dampierre
Het graafschap Vlaanderen kreeg in 1278 een nieuwe graaf: Gwijde van Dampierre. De graaf verzette zich tegen expansiepolitiek van Frankrijk en probeerde steeds meer grip te krijgen op de binnenlandse stadsbesturen.

Vlaanderen was in verband met de wolhandel in deze tijd economisch gezien sterk afhankelijk van Engeland maar had nog wel een feodale band met Frankrijk.

Toen Frankrijk en Engeland in oorlog waren, koos graaf Gwijde van Dampierre de kant van Engeland en liet hij de Franse koning Filips IV weten dat hij hem niet langer als leenheer erkende. Hij deed dit in 1297 nadat de Engelsen gedreigd hadden de wolstapel te verplaatsen van Brugge naar Dordrecht. Ongeveer twee jaar nadat de graaf het verbond met Engeland had gesloten, kwam Vlaanderen geïsoleerd te staan. Engeland en Frankrijk sloten in 1299 namelijk vrede tijdens het Verdrag van Montreuil.

Kort hierna (begin 1300) werd Vlaanderen door de troepen van Filips IV van Frankrijk bezet. Graaf Gwijde van Dampierre gaf zich hierop, samen met zijn zonen, over aan de Fransen. Het graafschap Vlaanderen werd vervolgens in zijn geheel bij het Franse kroondomein gevoegd.

Brugse Metten

Afbeelding van de Brugse Metten op de Kist van Oxford
Afbeelding van de Brugse Metten op de Kist van Oxford
Op 17 mei 1302 trok de Franse edelman Jacques de Châtillon met een troepenmacht Brugge binnen. Hij was door Filips IV tot gouverneur van Vlaanderen aangesteld. In reactie op zijn komst verliet een groot aantal Bruggelingen de stad. De opstandelingen verenigden zich en voerden in de nacht van 18 mei een verrassingsaanval uit. In de stad verplichten ze de soldaten scilt ende vrient (schild en vriend) te zeggen. Fransen die de kreet probeerden na te zeggen struikelden veelal over het eerste woord dat met Brugs dialect uitgesproken moest worden. De opstandelingen wisten zo wie ze moesten doden. Gouverneur Jacques de Châtillon wist ternauwernood te ontkomen.

Na deze zogenoemde Brugse Metten startten de Vlamingen een bevrijdingsoffensief. Veel van de troepen kwamen in juli samen bij Kortrijk. De Franse koning voelde zich in zijn eer aangetast en maakte zich ernstig zorgen over de onlusten. Hij stuurde daarom een ridderleger naar Vlaanderen. Dit leger, geleid door Robert II van Artesië, sloeg op 8 juli 1302 kamp op aan de Pottelberg bij Kortrijk. Twee dagen lang bestormden de Fransen hierna de stad. Tevergeefs. Duidelijk werd toen dat een treffen in het open veld onvermijdelijk was.

Guldensporenslag

Op 11 juli rukte het Franse leger daarom naar het gebied ten oosten van de stad Kortrijk, achter de Groeningebeek, waar zich het Vlaamse kamp bevond. Het Vlaamse leger bestond uit ongeveer achtduizend man, hoofdzakelijk bestaande uit boeren en ambachtslieden, allen te voet en gewapend met pieken, hellenaarden en ‘goedendags’, een typisch Vlaams wapen bestaande uit een dikke knots met een stalen punt. De Vlamingen stelden zich op in een halve maan. In het midden bevonden zich bewoners van het Brugse Vrije, rechts Bruggelingen onder leiding van Willem van Gulik de Jongere en links inwoners van het oostelijk deel van Vlaanderen onder leiding van Gwijde van Namen. Daarnaast was er een reservekorps van de Zeeuwse edelman Jan III van Renesse, aanvoerder van de Vlaamse troepen.

Resten van goedendags - Foto: CC / Paul HermansIn de middag begonnen de boogschutters met hun ‘inleidende beschietingen’. Voorafgegaan door lichte infanterie rukte hierna het ongeveer tweeduizend man sterke Franse ridderleger op. Dit in drie groepen. De linkergroep viel als eerst aan. Deze aanval werd opgevangen door een muur van in de grond gestoken pieken en Vlamingen die toesloegen met hun goedendag. Dit opvallende wapen werd vooral bekend door de Guldensporenslag waarbij hij dan ook zeer succesvol werd ingezet.

De Vlamingen wisten de aanval van de linkerflank succesvol af te slaan en ook de aanval van de rechtervleugel werd door de Vlamingen gepareerd. Hierna rukte het centrum van het Franse leger op. De Fransen leken hier aanvankelijk door te breken, maar vooral door tussenkomst van Jan III van Renesse werd ook deze aanval uiteindelijk afgeslagen. De Vlamingen namen geen gevangenen. Vrijwel alle ridders kwamen om, ook Robert II van Artesië.

Op het slagveld verzamelden de Vlamingen hierna ongeveer vijfhonderd gulden riddersporen. De Guldensporenslag dankt hieraan zijn naam. De sporen werden opgehangen in de Onze-Lieve-Vrouwekerk in Kortrijk.

De slag der Gulden Sporen - Nicaise De Keyser, 1836 (Foto: CC / Paul Hermans)
De slag der Gulden Sporen – Nicaise De Keyser, 1836 (Foto: CC / Paul Hermans)

Bij Filips IV kwam de nederlaag hard aan. De koning had hierna meer moeite om een leger bijeen te krijgen dat de Vlamingen tot de orde kon roepen. Uiteindelijk slaagde hij hier toch in en in 1305 werden de Vlamingen zo alsnog gedwongen akkoord te gaan met een vredesverdrag. Dit Verdrag van Athis-sur-Orge maakte een einde aan de Vlaamse vrijheidsstrijd tegen Frankrijk. Naast een rente van tweehonderdduizend pond moesten de Vlamingen herstelbetalingen ter hoogte van vierhonderdduizend pond aan Frankrijk voldoen. Het Frans-sprekende deel van Vlaanderen werd verder officieel door de Franse koning ingelijfd.

Vlaamse emancipatiestrijd

De Guldensporenslag staat voor veel Vlamingen symbool voor de Vlaamse emancipatiestrijd. Vanaf eind negentiende eeuw worden in Vlaanderen op verschillende plekken 11-julivieringen gehouden. In 1973 werd de dag uitgeroepen tot Feestdag van Vlaanderen.

Boek: De Leeuw van Vlaanderen, of de Slag der Gulden Sporen

Video over de Guldensporenslag