De Zeeuwse edelman Wolfert I van Borsele (ca. 1245-1299) wist zich door geslepen machtspolitiek op te werken tot de belangrijkste figuur van het graafschap Holland en Zeeland. Zijn autocratische neigingen wekten echter veel weerstand en leidden tot zijn gewelddadige dood. Wel bleef dankzij Wolferts politiek zijn geslacht lange tijd de belangrijkste adellijke familie in Zeeland. Tijdens de Hoekse en Kabeljauwse twisten en onder het Bourgondische Huis namen de Van Borsele’s nog prominente posities in.
Oorsprong
Het stamland van de familie lag in het gebied rondom het huidige Borssele op Zuid-Beveland. In het in 1530/32 verdronken dorp Monster (nu Borssele) ligt nog altijd de Berg van Troje, waar hun mottekasteel stond. Vermoedelijk behoorden de Van Borseles tot de lage landadel, voortgekomen uit de welgestelde boerenstand. Vanaf ongeveer de tweede helft van de dertiende eeuw kwam uit de Zeeuwse landadel een hoge adel naar voren, de potentes, met de Van Borsele’s op de eerste plaats.

Met andere Zeeuwse geslachten kozen de Van Borsele’s ter verbetering van hun positie in de dertiende en vroege veertiende eeuw wisselend positie tussen de Hollandse en de Vlaamse graaf. Zeeland Bewestenschelde (Walcheren en de Bevelanden) was sinds de elfde eeuw een twistappel tussen beide graafschappen; de Hollandse graaf was hier leenhulde verschuldigd aan de Vlaamse.
Veere als spilleleen
Wolfert werd tussen 1245-1250 geboren als zoon van heer Hendrik van Borsele. Zijn moeder was waarschijnlijk Clarissa van Gavere of Maria van Egmond. Met zijn oudere broer Nicolaas wordt Wolfert genoemd in een charter uit 1271, de eerste van een reeks vermeldingen in volgende jaren. In april 1280 blijkt Wolfert aanwezig in het gevolg van graaf Floris V tijdens een beleg van het in 1528/29 gesloopte kasteel Vredelant, een Stichts grensfort tegen Holland.

Wisselende loyaliteit
Wolfert keerde in 1290 met veel andere hoge Zeeuwse edelen zijn jas en koos de kant van de Vlaamse graaf Gwijde van Dampierre. Ontevredenheid over de manier waarop Floris de Keur van Zeeland toepaste – of negeerde – lag hieraan ten grondslag. Nog hetzelfde jaar werd de vrede hersteld. De groeiende betekenis van Veere blijkt uit het feit dat hier een nieuwe Keur van Zeeland werd beoorkond, die Floris V had gesloten na zijn Vlaamse gevangenschap in het kasteel van Biervliet in 1290.
Floris nam de twee leiders van de opstand, Jan van Renesse (senior) en Wolfert van Borsele, toch weer op in zijn raad, wellicht om ze op deze manier beter in de gaten te kunnen houden. In 1292 brak een nieuwe opstand uit, omdat Floris de in zijn gevangenschap afgeperste belofte om leenhulde aan Vlaanderen te doen niet nakwam; hij noemde zich ook officieel graaf van Zeeland. Graaf Gwijde had de Zeeuwse loyaliteit gekocht met rentelenen (het recht op jaarlijkse rente-uitkeringen). De nieuwe rebellie stond onder leiding van de families Van Borsele en Van Cats.

Rivaal ten val gebracht
Opnieuw werd na enkele jaren verzoend. Wolfert stond weer aan de Hollandse kant en versloeg als aanvoerder met Dodijn van Everinge in 1295 de binnengevallen Vlamingen in de Slag bij Baarland.

Wolfert wist Jan van Renesse met succes in diskrediet te brengen bij Jan I. Met de graaf verbleven beide edelen in de Zeeuwse stad Reimerswaal, ter voorbereiding van onderhandelingen met de hertog van Brabant. Van Renesse werd naar Bergen op Zoom afgevaardigd om de gesprekken te beginnen. Vervolgens overtuigde Wolfert de jonge graaf ervan, dat Van Renesse met de hertog samenspande om hem ten val te brengen. De opzet slaagde. Jan werd in Veere gedaagd maar verscheen niet, en werd uit Zeeland verbannen. Wolfert voltooide de zaak door kasteel Moermond, het stamslot van Jan van Renesse, te verwoesten.

Nog meer bezit
In de nu volgende jaren ontwikkelde Jan van Renesse zich tot een hoofdrolspeler aan Vlaamse zijde in de Vlaamse oorlog (1297-1305) tegen Holland en Zeeland, terwijl Wolfert vanaf 1297 de belangrijkste bestuurder in het graafschap Holland was. Wolfert kreeg nu ook onder meer Beverwijk en Oudewater in bezit, ofschoon de legaliteit hiervan werd betwist.
Het tiende deel van het Nieuw Nederlandsch biografisch woordenboek (1937) hanteerde enigszins de wierookkwast ten aanzien van Wolfert in deze periode. Weliswaar wist hij door zijn invloed op graaf Jan zijn bezit aanzienlijk te vergroten.
Maar ook heeft hij dien invloed gebruikt om Holland uit den chaotischen toestand te redden, waarin het graafschap na den dood van Floris V was geraakt. Van alle zijden besprongen, door de Westfriezen, den utrechtschen bisschop en de Vlamingen, wist Wolfert deze vijanden te bedwingen, de meesten tot een eervollen vrede te noodzaken.
Vanaf de late dertiende eeuw breidden Wolfert en zijn opvolgers ook hun Zeeuwse grondgebied uit met de bedijking van de polders van Vrouwenpolder, als sluitstuk van de inpolderingen van noordelijk Walcheren.
Na de dood van Sybille trouwde Wolfert in 1297 met Catharina van Durbuy. Zij was de weduwe van Albrecht van Voorne, burggraaf van Zeeland en de man die Jacob van Maerlant inhuurde. Het huwelijk was een verbintenis, die met een ander huwelijk nog verstevigd werd. Catharina was de moeder van Gerard van Voorne, voormalig schildknaap van Floris V. De jonge Gerard huwde met Wolferts dochter Heylewijf of Heilwich. De jongeman wist in naam van graaf Jan, met wie hij bevriend was, de na de moord op Floris V verbeurde goederen van de heren van Amstel, van Woerden en Van Velsen in handen te krijgen. Catharina speelde ook als vermeend minnares van Floris V vermoedelijk een rol in het politieke spel.

Aloud van Ierseke
Wolfert sloot in 1298 een anti-Vlaams verbond met Frankrijk. Het had succes: graaf Gwijde van Dampierre zag af van de Hollandse leenhulde over Zeeland Bewestenschelde. In Holland begonnen ontevreden edelen zich echter te roeren. Met lede ogen zagen ze de toenemende autocratie van Wolfert en de begunstiging van zijn Zeeuwse beschermelingen aan.
Een van die Zeeuwse gunstelingen was Aloud van Ierseke. Wolfert benoemde hem tot baljuw van Zuid-Holland, dat wil zeggen bestuurlijk en juridisch vertegenwoordiger van de graaf. Aloud nam deel aan het beleg van de burcht IJsselstein, in het kader van het slepende conflict tussen de Hollandse graaf en Utrechtse edelen, die op de achtergrond werden gesteund door Vlaanderen. De burcht van Gijsbrecht van IJsselstein viel in 1298 in Hollandse handen.
Aloud sprak als Hollands vertegenwoordiger recht over de bezetting van de burcht. Het leidde tot een ijzingwekkend salomonsoordeel. De helft van de zestien tot dertig resterende mannen werd vrije aftocht beloofd. Hiervoor moesten allen volgens één versie van het verhaal dobbelen voor hun leven; in gesloten ampullen waren Hollandse en Leuvense penningen gestopt. Wie een Leuvense penning trok werd onthoofd, wie de Hollandse penning trok werd in gevangenschap afgevoerd naar Dordrecht. De mannen die dachten geluk te hebben, werden volgens een overlevering later alsnog gedood.
De dood van Wolfert
In 1299 verleende Wolfert stadsrechten aan Rotterdam, die echter al snel werden ingetrokken. De alleenheerschappij van de Zeeuw wekte steeds meer onlustgevoelens in Holland. Niet alleen onder de edelen. Met Dordrecht ontstond een conflict over Wolferts bemoeienissen met het stadsbestuur. Dit liep uit op een belegering door Aloud van Ierseke en andere Zeeuwse edelen zoals Nicolaas van Kats en Witte van Haamstede, met een grotendeels Zeeuws leger. Het beleg duurde van de laatste week van juli tot na half augustus 1299. Het werd een mislukking.

De kwestie liep al voor het einde van het beleg fataal af voor Wolfert. Hij week uit naar Zeeland om meer steun te ronselen, mét de door hem gegijzelde graaf Jan. Bij Schiedam werd hij gevangengenomen en opgesloten in de stadhuistoren van Delft. Daar werd hij op 1 augustus uit een venster gegooid en door een volksmenigte doodgeslagen. Er gingen beweringen rond dat behalve Hollandse edelen zijn aartsvijand Jan van Renesse en diens aanhang er iets mee te maken hadden, maar dit zullen weinig meer dan vermoedens zijn geweest.
Aloud van Ierseke kwam kort na Wolferts dood al even akelig aan zijn eind. De Dordtenaren namen hem gevangen, nadat hij zich op kasteel Craijestein had overgegeven. Met zijn twee broers, van wie één geestelijke was, zijn schildknaap en zijn scherprechter werd hij door woedende Dordtse poorters op 22 augustus doodgeslagen, nog voor hij kon worden berecht.

Zeeuwse invloed bleef
Nadat het Henegouwse huis aan de macht kwam in Holland en Zeeland, zijn verschillende bezittingen van de Van Borsele’s, zoals het huis Oostende in Goes, geconfisqueerd. Toch bleef de in verschillende takken uitgewaaierde familie nog lang machtig en aanzienlijk in Zeeland.
Wolferts verlening van stadsrechten aan Rotterdam was in 1967 aanleiding tot in de instelling van de Wolfert van Borselenpenning door die gemeente. De zilveren penning met het ridderzegel van Wolfert gaat gepaard met een draagspeld, en is bedoeld voor personen die een prominente rol hebben gespeeld in de Rotterdamse samenleving.
– P.J. Feij, ‘Heren van Borssele’, Encyclopedie van Zeeland, URL: https://www.encyclopedievanzeeland.nl/Heren_van_Borssele (1982, bew. 2025)
– Ronald de Graaf, Oorlog om Holland 1000-1375 (1996)
– J. van Herwaarden e.a., Geschiedenis van Dordrecht tot 1572. Geschiedenis van Dordrecht I (1996)
– Henk ’t Jong, De dageraad van Holland. De geschiedenis van het graafschap 1100-1300 (2018)
– Jan J.B. Kuipers, ‘Jan van Renesse, Vlaanderen en Holland’, in: id., Nederland in de middeleeuwen. De canon van ons middeleeuws verleden (2de herz. dr. 2020), 105-107
– P.C. Molhuysen en P.J. Blok (red.), Nieuw Nederlandsch biografisch woordenboek. Deel 10 (1937)
Floris V van Holland en Zeeland – ‘Der Keerlen God’
Jan van Renesse leefde en stierf met het zwaard
Witte van Haamstede overwon de Vlamingen in een slag die niet plaatsvond
Oosterscheldekering – Stormvloedkering van de Deltawerken
Ooggetuigen van de Watersnoodramp (1953)
Slavenschip strandt in zicht thuishaven: 3 doden