Jezus, mythen en voorlichting (5)

Nu ik een paar dagen geleden de balans heb opgemaakt van het Jezusmythicisme, geef ik vandaag een evaluatie van de methode, voordat ik dan eindelijk ter zake kan komen: door welke factoren verspreidt het mythicisme zich? De balans was daar.

Mythicisten, zo hoop ik te hebben aangetoond, denken anders dan oudheidkundigen. Sceptischer. Daar is niets mis mee, mits je consistent bent. Je kunt niet enerzijds sceptisch zeggen dat er onvoldoende bewijs is voor de historiciteit van Jezus en vervolgens anderzijds voor het ontstaan van het christendom een verklaring bieden die niet bestand is tegen diezelfde scepsis. Dat is selectief winkelen.

Beeld van Eunus op Sicilië - cc

Beeld van Eunus op Sicilië – cc

Het staat natuurlijk iedereen vrij de historiciteit van Jezus (vier niet-christelijke en een half dozijn christelijke bronnen) af te wijzen, mits men ook het bestaan afwijst van zwakker gedocumenteerde personen als de charismatici Eunus (2x) en Alexander van Abonutichus (1x), de Bataafse leider Julius Civilis (1x), de Spartaanse koning Leonidas (2x) en de Atheense filosoof Sokrates (3x). (Ik reken elimineerbare bronnen uiteraard niet mee.)

Zulke scepsis is nuttig. Het moet worden erkend dat de historisch-kritische methode, met haar eenzijdige nadruk op het hermeneutische verklaringsmodel, beslist niet de enig denkbare benadering is van het verre verleden. Ik zou er een lief ding voor over hebben als oudheidkundigen wat vaker gebruik zouden maken van de andere verklaringsmodellen (het wetmatige, het vergelijkend-oorzakelijke en de physics of society).

Hoewel er dus noten te kraken zijn over de methode waarmee historici en andere oudheidkundigen het verre verleden benaderen, vermoed ik dat de historisch-kritische methode toch het beste, of het minst slechte, is waarover we momenteel beschikken. Teveel resultaten, gebaseerd op deze benadering, zijn namelijk bevestigd.

Omslag van Machiavelli's Il Principe en La Vita di Castruccio Castracani da Lucca uit 1550.

Omslag van Machiavelli’s Il Principe en La Vita di Castruccio Castracani da Lucca uit 1550.

Als voorbeeld neem ik het bekende hoofdstuk uit Machiavelli’s traktaat De vorst, waarin hij de regering van een reeks Romeinse keizers schetst om op basis daarvan lessen te formuleren. Die reconstructie baseerde hij op de teksten die in zijn tijd circuleerden: een stuk of drie Latijnse bronnen. Hier is evident niet voldaan aan de mythicistische kritiek dat zo weinig bronnen onvoldoende zijn, en zulke kritiek is in de zestiende eeuw ook geleverd. (Ze staat bekend als “historisch pyrrhonisme”.) Toch kon vrij snel worden vastgesteld dat reconstructies als die van Machiavelli correct waren: men begon het wetenschappelijk potentieel van antieke inscripties te realiseren en korte tijd later ontdekte men dat ook munten belangrijk bewijsmateriaal vormden. De bestudering van de materiële cultuur bevestigde dus dat een betoog dat op slechts drie bronnen was gebaseerd, wel degelijk de waarheid kon benaderen.

Mijn punt is dat een reconstructie van het verleden, gebaseerd op een betrekkelijk gering aantal teksten, juist kan zijn. Liever had ik natuurlijk dat we essays en brieven hadden van Jezus’ hand, maar bij gebrek daaraan kan de methode van kritische bronnenstudie leiden tot correcte resultaten. Dat is zeker gebeurd met het Jezusonderzoek: de oude, door Albert Schweitzer opgestelde standaardreconstructie van Jezus als een joodse messias met een eschatologisch bewustzijn, was gebaseerd op een beproefde historisch-kritische lezing van welbekende teksten, en de toenmalige actualiteit van die eschatologische ideeën op overdonderende wijze bevestigd toen de Dode Zee-rollen werden ontdekt.

Ietwat deftig geformuleerd: de standaardbenadering van het verleden, waarin een betrekkelijk gering aantal bronnen, mits verstandig gelezen, als vertrekpunt dient, levert resultaten op die voldoen aan de correspondentietheorie van de waarheid. Dat roept natuurlijk meteen de vraag op of ook aan de coherentietheorie is voldaan. Op dit punt zou kunnen worden gewezen op de reconstructie van Jezus’ halachische opvattingen, die in een joodse plattelandscontext past als een hand in een handschoen. Dit kan nooit zijn verzonnen in de christelijke wereld van na pakweg 70, aangezien de halachische kwesties daarin geen rol van betekenis meer speelden. Het moet ouder zijn.

Een laatste punt nog. Een tijdje geleden kwam iemand op de proppen met het idee dat het verhaal over de dood van de Sumerische godheid Dumuzi een model kon zijn voor Jezus, die werd verraden door een van de twaalf apostelen. Er zijn zeker parallellen tussen het Lijdensverhaal uit het Nieuwe Testament en de mythe, en je kunt die opvoeren als verklaring voor aspecten van het Lijdensverhaal. Maar uiteindelijk zul je moeten kiezen of je de totstandkoming van het christendom wil verklaren vanuit een Sumerische context of vanuit een Joodse context. Dan zul je vaststellen dat de joodse context, zoals gedocumenteerd in de Dode Zee-rollen en de Mishna, méér verklaart dan de Sumerische.

“Die verklaring is de beste,” zoals Karl Popper het ooit verwoordde, “die het meeste verband legt tussen de meeste verschijnselen met de meeste variëteit.” Nog anders gezegd: de traditionele, historisch-kritische methode, heeft excess empirical content. Niet alleen Jezus’ kruisdood, de lijdensweek en zijn optreden zijn zo te verklaren, ook zijn halachische opvattingen kunnen worden geduid. Dat is met een Dumuzi-parallel niet mogelijk. On n’a pas besoin de cette hypothèse-là. En dat geldt ook voor de mythicistische parallellen: ze verklaren stuk voor stuk minder dan de joodse context.

wordt vervolgd

~ Jona Lendering

Jona Lendering is historicus, webmaster van Livius.org en docent bij Livius Onderwijs. Hij publiceerde verschillende boeken. Zie ook zijn blog: mainzerbeobachter.com

Munt met daarop de beeltenis van Vespasianus
De uitdrukking 'Geld stinkt niet' (pecunia non olet) heeft niks te maken…
'De Zielenvisserij. Schilderij van Adriaen van de Venne (1569-1662), Links de Republiek, met Maurits , Willem Lodewijk en predikanten; rechts de aartshertogen met katholieke geestelijken. Ze vissen naar de zielen van gelovigen en worden verbonden met een regenboog.
De Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) dreunt nog steeds na in het Koninkrijk der…

- advertentie-


Historiek heeft een gratis mobiele app



Geschiedenis zoeken


Gerelateerde uitgaven:



Yuri Visser

About Yuri Visser

view all posts

Yuri Visser (1979) is de oprichter van Historiek. Vanuit Ermelo - waar hij samen met zijn partner en dochter van 4 woont - voert hij redactie over het platform (en de aanverwante projecten). Email: yurivisser@gmail.com | Twitter: yvisser



Download onze gratis app voor smartphone en tablet!

Historiek heeft een mobiele app, zowel beschikbaar voor Android als voor iPhone en iPad. Via de geschiedenis-app blijft u altijd op de hoogte van onze laatste berichten. Ook boekbesprekingen, blogs en onze historische achtergrondverhalen zijn via de app te lezen. Alle berichten die online staan, staan ook in de app. De geschiedenis-app wordt voortdurend uitgebreid en is natuurlijk helemaal gratis. Geschiedenis in de broekzak!

Download de app via de volgende links: