De mastodont, tien kilometer verderop, is al vanaf de Rijnbrug bij Emmerich in het kale landschap te zien: de kerncentrale van Kalkar. Ooit een omstreden, internationaal project, dat symbool werd voor verzet tegen kernenergie. De centrale heeft nooit gefunctioneerd en werd omgebouwd tot ‘Wunderland Kalkar’.
Bij aankomst op een doordeweekse herfstdag zijn er slechts een twintigtal bezoekers. De getailleerde koeltoren is beschilderd met een berglandschap. De meeste gebouwen hebben een kleurtje gekregen en er zijn serres en beurshallen bijgebouwd. Omdat het zo afgelegen ligt, zijn er 450 hotelkamers in vijf hotels. De oorspronkelijke oudijzerhandelaar en latere zakenman Henny van der Most, bekend van diverse Nederlandse themaparken (en de helikopter waarin hij rondvliegt), kocht ‘de Brüter’ op voor 4,3 miljoen mark (de bouw had de belastingbetaler 8 miljard mark gekost) en investeerde twintig keer zoveel om er ‘Wunderland’ van te maken.
Tijdens een rondleiding vertelt Geschäftsführer Han Groot Obbink:
Ik kan me indenken waarom de centrale hier werd gebouwd, pal aan de Rijn, in een dunbevolkt gebied, vlakbij Nederland. Als er iets gebeurt: de wind waait meestal naar het westen. In 1996 begonnen we er het Freizeitpark te maken, dat in de visie van Van der Most een soort dorp moest zijn; nu met 36 vergaderzalen, vier restaurants, een pretpark voor kinderen tot twaalf jaar en in een kelder een 200 meter lange kroegenstraat met zeven themacafé’s. Er worden hier ook beurzen en congressen gehouden. De meeste bezoekers nemen een all inclusive arrangement met eten en overnachten.

Volgens Groot Obbink was de kerncentrale de grootste bouwruïne ter wereld en wordt hij maar voor een derde uitgebaat: “Zo gigantisch is het hier; de 65 meter hoge gebouwen staan deels nog leeg. Het terrein was stenig en koud. We troffen vooral transformatoren, pompen, aggregaten, luchtbehandelingssystemen en turbines aan. Ooit mocht hier niemand in; wij stelden het open voor 600.000 gasten per jaar. Bouwkundig kun je niks beters wensen; bij een aardbeving of als er een vliegtuig tegenaan vliegt gebeurt er niks.”
Maar je hebt ook te maken met twee meter dikke gewapende betonmuren, waarlangs afvoeren, afzuigsystemen, leidingen gelegd moeten worden en met kelders tot 27 meter onder de grond. In de voormalige controlekamer, nu vergaderzaal, is nog een wand te vinden met meterpanelen en monitoren en door de kroegenstraat lopend, vertelt Groot Obbink dat het op weekendavonden een drukke uitgaansboulevard is.

Idealisten
Nederland en België participeerden vanaf 1968 in het project, ieder voor 15% van de kosten. Er werkten 900 bedrijven uit de drie landen (tijdens hoogtijdagen 1500 vakmensen) aan dit prototype ‘dual use’ centrale, die stroom zou opwekken met plutonium (afvalmateriaal van andere kerncentrales) én als een soort perpetuum mobile met broedstaven van de reststof uranium 238 extra plutonium zou ‘kweken’. Dit maakte zulke reactoren tot een revolutionaire vinding.
De bouwers waren idealisten, die geloofden een goede energiebron te hebben aangeboord, ook voor atoomruimtevaart en kernonderzeeërs (later bleek dat een Duits vrachtschip, de op kernenergie varende Otto Hahn, vrijwel geen haven in mocht). Ze dachten dat de mens door kernenergie nog maar enkele uren per dag hoefde te werken, volgens Einstein zou het ‘de weg naar een nieuw paradijs openen’.
De tegenstanders, eveneens idealisten, gingen niet uit van een technisch innovatieparadijs, maar van een ‘gezond’ en kritisch milieudenken. Dankzij atoombommen op Hiroshima en Nagasaki waren 100.000 mensen omgekomen. Daardoor werd atoomenergie met militaire massavernietigingswapens geassocieerd. Het produceren van plutonium (ook militair inzetbaar) zou bij de Duitse regering een belangrijk argument zijn geweest voor de bouw en dat lag gevoelig, niet zo lang na de Tweede Wereldoorlog en de Duitse rol daarin.

Achtbaan en draaimolen
Buiten gekomen wijst Groot Obbink op grote toegangsdeuren: “Daar waren we twee weken lang dag en nacht met drilboren bezig om een doorbraak te maken.” Tussen de torenhoge gebouwen staan een achtbaan en een draaimolen; tegen een kaal betonnen gevel nietig ogende Eftelinghuisjes rond een ‘Bayerische Plaza’ in aanbouw. Vlakbij een klein museum ligt een metershoge turbineas; in het museum wordt de historie van de kerncentrale geëvoceerd met maquettes, transformatoren en veiligheidspakken. De buitengevel van de koeltoren is een klimwand en onderin de toren is een jungletown met touwklimrekken. Daarboven is een vloer met middenin een zweefmolen die tot boven de torenwand uitstijgt. Als Groot Obbink hard spreekt, weerkaatst zijn stem acht keer tegen de kale betonwanden.

Verzet
Icoon van het ‘Kalkar-verzet’ werd de plaatselijke boer Jozef Maas uit Hönnepel en het symbool van de beweging ‘Kernenergie? Nee bedankt!’ was een geelzwart lachend en stralend zonnetje. Begin jaren zeventig werden in Nederlandse steden zo’n honderd ‘Stroomgroepen Stop Kalkar’ opgericht. Linkse politieke partijen steunden hen en gemeenten verzetten zich tegen een ‘kalkarheffing’ van 3% op energierekeningen.
Bij een demonstratie ter plekke (1974) waren 10.000 demonstranten. In 1977 stonden 60.000 actievoerders en 15.000 politiemannen dreigend tegenover elkaar, als bij een ouderwetse veldslag. Enkele medewerkers van de centrale maakten een draai, zoals een bedrijfsleider, die na ontslag eind jaren zeventig een zeer negatief boek over de centrale schreef.
Het was een turbulent tijdsgewricht, waarin de linkse Rote Armee Fraction rechtse topfiguren (justitie en bedrijfsleven) in Duitsland ontvoerde en vermoorde. Bovendien waren er al ongelukken gebeurd met kerncentrales, zoals in het Engelse Windscale (1957), in de VS bij Detroit (1966) en Harrisburg (1979, 50.000 mensen geëvacueerd, sluiting, en ontmanteling waaraan 3000 mensen werkten), evenals Tsjernobyl (1986, geschat aantal doden nu en in de toekomst circa 200.000, grote delen van Wit Rusland waren onbruikbaar geworden voor landbouw). Daarop volgden na een Tsunami problemen rond kerncentrale Fukushima 1 (2011, ontsnapping radioactief materiaal, 200.000 Japanners geëvacueerd). In het Oostenrijkse plaatsje Zwentendorf werd een kant-en-klare kernreactor door veranderd inzicht ontmanteld (1985) en de Frans-Duitse Superphenix bij Lyon werd na veel storingen gesloten (1998, geschatte kosten 17 miljard euro).

Onkunde of wishful thinking
Het falen van de kweekreactor bij Kalkar heeft meerdere oorzaken: hij moest voldoen aan de nieuwste stand van zaken, kreeg te maken met steeds meer aanpassingen (zo werd een reactorvat, roestend na een zeetransport, vervangen) en met scherpere veiligheidseisen (vanwege demonstraties werden bijvoorbeeld een muur en gracht rondom het terrein aangelegd: 10 miljoen mark). De grondprijzen verdubbelden en er waren jarenlange vertragingen door de talloos benodigde vergunningen (circa 10.000 volle ordnermappen).

De eerste plannen dateren uit 1960; de centrale was uiteindelijk in 1986 gereed, maar zonder vereiste gebruiksvergunningen. Tijdens die lange periode ontstond meer inzicht in de risico’s en keerde de deelstaat Noordrijn-Westfalen zich tegen de Brüter. Bovendien brak brand uit op het dak door een falend koelsystem. Kees van den Bosch concludeert in zijn boek De Angst Reactor, met een gedegen analyse van dit megaproject, dat ook andere zaken speelden: een slechte planning, mismanagement en foutieve aannames.

De kerncentrale werd begin 1991 definitief opgegeven. Tot op het bot verontwaardigd zei een van de leidinggevenden achteraf het een regelrechte schande te vinden ‘dat ze er een Rummelplatz van hebben gemaakt’.

Burgerlijke ongehoorzaamheid in de jaren zeventig
De onheilspellende radioactieve wolk uit Tsjernobyl
Van kolen naar aardgas – De Nederlandse aardgastransitie
Gizmotron: een mislukte gitaaruitvinding uit de jaren zeventig
Anti-tankhonden en andere dierenexperimenten in oorlogstijd
Schots en scheef de rivier in: de I-35W Bridge