Van Bies naar Bevers

Een bezoek aan het nieuwe Biesboschmuseum

Donkere wolken drijven over de Noordwaard. Het water rondom het museumeiland is grauw. De nazomer lijkt ver weg. Om een bewolkte zondag zinvol te besteden, hebben veel mensen een bezoek gepland aan het op 26 juni 2015 heropende Biesboschmuseum bij Werkendam. Ook Historiek bezocht op deze zesde september het museum dat vertelt over het verleden en heden van dit waterrijke Nationaal Park.

Verborgen onder een dak van gras oogt het museum van buiten als een vorm van landschapskunst. Het oude museumgebouw, bestaande uit zeshoekige paviljoens is verdwenen onder het groen, terwijl een nieuwe vleugel met een gigantische glazen pui opvallend uitsteekt. Het moderne bouwwerk ligt op een nieuw gecreëerd eiland dat aan twee kanten met het vasteland verbonden is met een brug. De metamorfose maakte onderdeel uit van de complete herinrichting van de Noordwaard, het uitgestrekte poldergebied dat ten noordoosten grenst aan de Biesbosch. Het wordt momenteel ontpolderd om de rivier de Nieuwe Merwede meer ruimte te geven.

Het nieuwe Biesboschmuseum - Foto: Kevin Prenger
Het nieuwe Biesboschmuseum – Foto: Kevin Prenger

Fluisterboten

Eenmaal in het museum valt de enorme omvang op van het bezoekerscentrum. Ook van binnen speelt het gebouw met het omliggende landschap, want door de grote glazen wand heb je een weids uitzicht op het wateroppervlak buiten. De van een restaurant voorziene ruimte is, in tegenstelling tot het museum, vrij toegankelijk en een uitermate geschikt startpunt voor een bezoek aan de Biesbosch, bijvoorbeeld met de fluisterboten die voor rondvaarten vanaf deze locatie vertrekken. Een grote groep zuiderburen, gepast gekleed in windjacken en gewapend met verrekijkers en fototoestellen, maakt zich deze zondag op voor zo’n vaartocht, uiteraard in de hoop bevers te spotten. De grote knaagdieren werden in 1988 in het gebied geherintroduceerd en gedijen er goed. Ze zijn tegenwoordig hét symbool van de Biesbosch.

Paneel van het altaarstuk “De Sint-Elisabethsvloed” - Foto: Kevin Prenger
Paneel van het altaarstuk “De Sint-Elisabethsvloed” – Foto: Kevin Prenger

De Sint-Elisabethsvloed

Voor ons geen bevers, maar een bezichtiging van het heringerichte museum. De vaste expositie beslaat meerdere ruimtes en nissen die elk een apart thema behandelen. De eerste zaal is alvast veelbelovend. Behalve dat hier een negentiende-eeuwse kopie hangt van twee panelen van het altaarstuk “De Sint-Elisabethsvloed” (circa 1490-1495) wordt op de muur ook een geanimeerde bewerking ervan geprojecteerd. Het epische schilderij toont de gelijknamige watersnoodramp die in de nacht van 19 op 20 november 1421 plaatsvond. Een bijzonder zware noordwesterstorm, gevolgd door een zeer hoge stormvloed, geholpen door slecht dijkonderhoud als gevolg van twisten tussen Hollandse edelen, veroorzaakte een overstroming die meerdere dorpen in de polder tussen Dordrecht en Geertruidenberg verzwolg. Er ontstond in de loop der tijd een binnenzee in het gebied dat we tegenwoordig als de Biesbosch kennen. De invloed van eb en vloed zou hier pas met de bouw van de Haringvlietsluizen in 1970 stoppen.

- advertentie -

De indrukwekkende animatie brengt het kunstwerk tot leven: verdronken mensen en vee drijven in het water en overlevenden brengen zichzelf en hun resterende bezittingen met bootjes in veiligheid. Het exacte slachtofferaantal van de ramp is onbekend en werd in het verleden tot Bijbelse proporties opgeblazen, maar wordt tegenwoordig geschat op 2.000. In een nis worden meerdere objecten geëxposeerd die de animatie aanvullen. Daaronder overblijfselen van gebouwen uit verdronken dorpen en ook een reproductie van een schilderij waarop een klein meisje is afgebeeld. Ze dobbert in de golven in een ledikantje dat in balans wordt gehouden door een kat. Het tafereel is gebaseerd op het verhaal van het vondelingetje Beatrix (de Rijke) dat aldus aangetroffen zou zijn en na de ramp door de bevolking van Dordrecht opgevangen werd. Soortgelijke verhalen doken ook op na andere watersnoodrampen, dus ondenkbaar is het niet dat er met de waarheid een loopje genomen is.

Schilderij gebaseerd op het verhaal van het vondelingetje Beatrix
Schilderij gebaseerd op het verhaal van het vondelingetje Beatrix – Foto: Kevin Prenger

Biezen- en rietsnijders

Omstreeks 1550 werd begonnen met het inpolderen van de ondiepe zee, geholpen door verlanding als gevolg van slibaanvoer door de rivieren. Het duurde nog tot 1850 voordat tweederde van het verloren land herwonnen werd voor de landbouw. De nattere en ruigere delen van het gebied werden benut voor de oogst van riet en bies, waaraan de Biesbosch zijn naam dankt. Het was keihard zwoegen voor de biezen- en rietsnijders. Soms waren ze de hele week van huis, zondagen uitgezonderd, en bivakkeerden ze in armzalige keten in de wildernis. Twee in het museum geëxposeerde prothesehanden tonen de risico van het werk. De eigenaar verloor enkele vingers bij het snijwerk. De ene kunsthand toont sporen van intensief gebruik, terwijl de ander vrijwel onbeschadigd is en dus vermoedelijk enkel op zondagen gedragen is. Ook andere objecten vertellen het verhaal van de griend- en rietcultuur, evenals dat van andere traditionele vormen van grondgebruik in de Biesbosch, zoals de wilgencultuur, eendenkooien en visserij.

Twee prothesehanden - Foto: Kevin Prenger
Twee prothesehanden – Foto: Kevin Prenger

“Crossings”

“De geschiedenis van de Biesbosch toont hoe Nederland als waterland kwetsbaar is, maar ook welke kansen dit ons biedt.”

Een aparte nis in het museum behandelt de Tweede Wereldoorlog, toen de moeilijk doordringbare Biesbosch een geschikte onderduikplek was voor Joden, verzetsmensen en in bezet Nederland neergekomen geallieerde vliegeniers. Ook werden er gevangen genomen Duitse militairen door het verzet vastgehouden. Toen het gebied zich in 1944 bevond tussen het bevrijde Brabant en het bezette Holland werden circa 320 nachtelijke “crossings” uitgevoerd, waarbij in kleine boortjes geallieerde militairen, Joden en militaire berichten door Nederlandse verzetsmensen werden overgebracht naar de geallieerde linie. Zo’n bootje maakt onderdeel uit van de expositie, maar verder komt deze periode er naar verhouding wat bekaaid vanaf. Terwijl de andere ruimtes voorzien zijn van moderne media kun je hier slechts een erg gedateerde documentaire bekijken over de “crossing” van de Britse generaal John Hackett. Een verbeterpunt voor het verder zo goed ingerichte museum.

Foto: Kevin Prenger
Foto: Kevin Prenger

Met aandacht voor de ruilverkaveling van de jaren zeventig, de herinrichting van de Noordwaard in de eenentwintigste eeuw en de tegenwoordige aantrekkingskracht van de Biesbosch op natuurliefhebbers en watersporters eindigt de expositie. Overigens niet voordat we alsnog oog in oog staan met de topattractie van het Nationaal Park, de bever. Dat het een opgezet exemplaar is mag de pret niet drukken, zeker niet voor de twee kinderen die zich door hun vader laten fotograferen met het dier. Het is een mooi symbool van hoe een watersnoodramp en eeuwenlange noeste arbeid uiteindelijk een gebied hebben voortgebracht waar natuurbeleving voor jong en oud een belangrijke plek inneemt. De geschiedenis van de Biesbosch toont hoe Nederland als waterland kwetsbaar is, maar ook welke kansen dit ons biedt. Het nieuwe Bieschboschmuseum is in het overbrengen van deze boodschap met vlag en wimpel geslaagd.

~ Kevin Prenger

Het Bieschboschmuseum is zowel met de auto als met de fiets of te voet goed te bereiken, vanuit Dordrecht met de pont bij De Kop van ’t Land en vanuit Werkendam via de Bandijk. De entree bedraagt €7,50. Met de Museumjaarkaart is de entree gratis. Actuele openingstijden zijn te vinden op de website: www.biesboschmuseumeiland.nl.

Bekijk ook onze uitgebreide onderwerpenlijst of het personenregister

Gelijk naar geschiedenisboeken over: