Linnaeus en Buffon hadden in achttiende eeuw tegenstrijdige opvattingen over de natuur

11 minuten leestijd
Carl Linnaeus en Georges-Louis Leclerc de Buffon
Carl Linnaeus en Georges-Louis Leclerc de Buffon

Wie in Burlington House in Londen met de lift afdaalt naar een ondergronds complex komt op de plek waar een collectie wordt bewaard van een achttiende-eeuwse wetenschapper wiens werk van blijvende invloed op de biologie is geweest. De ondergrondse Strong Room is voorzien van een veiligheidskluis waarin temperatuur en vochtigheid nauwelijks aan schommelingen onderhevig zijn. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was de versterkte ruimte zelfs voor Duitse bommen onaantastbaar. Opgeborgen in laden bevinden zich hier originele manuscripten van de Zweedse wetenschapper Carl Linnaeus (1707-1778) en door hem verzamelde specimens van planten en insecten.

Het in 2025 met de Pulitzer Prize onderscheiden boek Al wat leeft is een dubbelbiografie over de Zweed en zijn Franse collega en tijdgenoot Georges-Louis Leclerc de Buffon (1707-1788). De auteur is de Amerikaan Jason Roberts die aan de universiteit van Californië een graad in de literatuur behaalde en ooit werkte als softwareontwikkelaar bij Apple. Daarna publiceerde hij boeken en artikelen over soft- en hardware. Zijn eerste boek over de wetenschapsgeschiedenis, A Sense of the World (2006), gaat over de Britse blinde avonturier James Holman (1786-1857). De oorspronkelijke Engelstalige versie van Al wat leeft, getiteld Every Living Thing, verscheen in 2024.

Jongere jaren

Linnaeus en Buffon hebben elkaar nooit ontmoet en onderhielden zelfs geen schriftelijk contact met elkaar. Dat terwijl ze bezig waren met een vergelijkbare missie: het vastleggen van al het leven op aarde. Voordat Roberts begint aan het verklaren van de tegenstrijdige visies van de mannen op de natuur, beschrijft hij eerst hun pad richting succes. Deze paden verschillen behoorlijk, want terwijl Linnaeus met een dominee als vader van relatief bescheiden afkomst was, erfde Buffon, die geboren werd als Georges-Louis Leclerc, op jonge leeftijd een fortuin van zijn oom die belastinginner was voor de graaf van Savoye. Door het bezit van een landgoed bij het dorp Buffon mocht hij zich ook graaf noemen. Anders dan zijn vader, die als ambtenaar zoutbelasting inde, koos Buffon voor een carrière in de wetenschap. Hij verwierf grote faam als directeur van de Jardin du Roi, de botanische tuin van de Franse koning in Parijs.

Portret van Linnaeus uit 1891
Portret van Linnaeus uit 1891. In zijn hand houdt hij een linnaeusklokje.
Linnaeus was voorbestemd om net als zijn vader dominee te worden, maar vanwege tegenvallende schoolprestaties adviseerde zijn school dat hij beter in de leer kon gaan bij een kleer- of schoenenmaker. De jongeman had een grote belangstelling voor de plantenwereld en werd, mede vanwege zijn geringe lengte, ‘De Kleine Botanicus’ genoemd. De botanica was echter op dat moment geen hoofdvak en slechts onderdeel van de studie geneeskunde, omdat planten een medicinale werking werd toegeschreven. Met weinig enthousiasme stonden Carls ouders het hun zoon toe om een opleiding in de geneeskunde te volgen. Hij was een arme student en natuuronderzoeker John Muir zou daarom later over hem zeggen:

Zijn blik was vol van planten, maar zijn maag was meestal pijnlijk leeg.

Linnaeus studeerde af als arts aan de universiteit van Harderwijk, maar zou in zijn leven slechts één patiënt behandelen. Het was de bestudering van de natuur waar hij zich levenslang aan wijdde. In 1741 werd hij benoemd tot professor aan de universiteit van Uppsala.

Middeleeuwse tekening van de eendenmosselboom.
Middeleeuwse tekening van de eendenmosselboom.

Scala Naturae

Na zijn hoofdpersonen te hebben geïntroduceerd, legt Roberts uit dat begin achttiende eeuw de ideeën over de natuur nog behoorlijk primitief waren. Er werd geloof gehecht aan het bestaan van de bernicla of eendenmosselboom waarin vruchten hingen die in ganzen veranderden. De barmometz is een ander voorbeeld en bestond volgens de overlevering uit een lam dat aan de steel van een plant groeide. De natuur werd nog bekeken vanuit het concept van de scala naturae, later de Grote Keten van het Bestaan genoemd. Onderaan de keten stonden de mineralen en bovenaan de mensheid, dan de engelen en uiteindelijk God. Dieren en planten werden gerangschikt naar hun vermeende machtspositie: de olifant of leeuw was koning van de dieren, de eik koning van de planten.

De Grote Keten van het Bestaan
De Grote Keten van het Bestaan uit Retorica Christiana, 1579

Botanische kamasoetra

Linnaeus kwam in 1730 met het idee voor een nieuw systeem om planten te classificeren. Eerder werd dit gedaan op grond van onder meer de geografische locatie waar planten groeiden, maar de Zweed baseerde zijn systeem op de voortplanting. Roberts schrijft:

Dat er bij planten geen keurig onderscheid tussen de seksen bestond, was voor Linnaeus geen bezwaar, maar een kans. ‘Ja, de liefde maakt zich meester van de plant zelf, van wie de mannen en vrouwen,’ vervolgde hij, ‘en zelfs de hermafrodieten hun huwelijk vieren.’ Hij betoogde dat planten geen strikte, louter mannelijke en vrouwelijke geslachtsdelen hadden, maar uiteenlopende combinaties van beide, en aan een spectrum aan seksualiteit deden. Dat bundelde hij tot een botanische kamasoetra.

Het seksueel systeem van Linnaeus om planten te classificeren.
Het seksueel systeem van Linnaeus om planten te classificeren.
De wijzen van voortplanting beschreef Linnaeus als ‘huwelijken’ die echter afweken van conventionele opvattingen hierover. Zo vergeleek hij polyandria, waarbij een bloem veel meeldraden telt, met de aanwezigheid van twintig mannen of meer binnen hetzelfde huwelijk. Dit seksueel systeem openbaarde hij in een tijd dat christelijke normen onaantastbaar waren en viel lang niet overal in goede aarde. Johann Georg Siegesbeck, een collega van Linnaeus, nam er in een pamflet in ferme bewoordingen afstand van, zo schrijft Robert, “omdat het vreemd was aan de Bijbel en tevens een morele belediging vormde die zo weerzinwekkend was dat hij het ‘walgelijke hoererij’ noemde”. Linnaeus reageerde vilein door “een klein, stinkend onkruid” de naam Siegebeckia toe te wijzen.

Binomiale nomenclatuur

Naast planten wilde Linnaeus ook andere levensvormen, zoals dieren, classificeren. “In totaal zouden het er tussen de 20.450 soorten zijn,” schrijft Roberts, “waarvan de overgrote meerderheid al tot op zekere hoogte was geïdentificeerd en beschreven.” Zijn bevindingen verwerkte Linnaeus in Systema Naturae (1735) waarin hij drie rijken onderscheidde: mineralen, planten en dieren. Na de rijken volgden klassen, ordes, genera en soorten. In Species Plantarum (1753), dat als onderdeel van de Systema Naturae de plantenwereld beschreef, voorzag hij 5.940 planten van een dubbele naam. De naam van elke soort bestond uit twee Latijnse namen, de genusnaam gevolgd door de soortnaam. Een voorbeeld is de Linnaea borealis, het linnaeusklokje. Deze binomiale nomenclatuur werd al snel door andere botanici geaccepteerd en vormt tegenwoordig nog altijd de basis van de soortenaanduiding, niet alleen van planten maar ook van andere organismen.

Het linnaeusklokje. (CC BY-SA 3.0 – Henripekka Kallio – wiki)

Verschillende door Linnaeus vastgestelde namen behoren nog steeds tot ons vocabulaire. Zo introduceerde hij de term ‘fauna’, als metgezel van de flora, en bedacht hij de naam ‘cactus’ voor de orde van stekelige planten. Andere voorbeelden die Roberts noemt in zijn boek zijn: absint, azalea, amaryllis, tangare en boa constrictor. “Het waren bijna dichterlijke taalhandelingen die in de namen zelf waren gevat”, schrijft Roberts.

Linnaeus, een liefhebber van chocola, noemde de cacaoplant Theobroma cacao, of ‘eten van de goden’.

Histoire Naturelle

Histoire Naturelle, Générale et Particulière was het meesterwerk van Buffon. Tijdens zijn leven werden er zesendertig delen gepubliceerd, met onder andere zoogdieren, vogels en mineralen als onderwerp. Oorspronkelijk was het ook zijn bedoeling om planten, amfibieën, vissen, weekdieren en insecten te behandelen, maar daar kwam hij in de ruim veertig jaar dat hij werkte aan de Histoire niet toe.

De Histoire naturelle van Buffon
De Histoire naturelle van Buffon
De publicatie was een groot succes, mede doordat het in hedendaags Frans was geschreven en niet in academisch Latijn. Er werden zoveel exemplaren van verkocht dat Buffon volgens Roberts “de populairste non-fictieschrijver in de Franse geschiedenis werd”. De kijk van Buffon op de natuur was complexer dan die van Linnaeus. Waar de Zweed soorten classificeerde, beschreef de Fransman ze tot in detail, ervan overtuigd dat ze niet aan de hand van kunstmatige criteria gerangschikt konden worden. Roberts legt uit:

Geduldig observeren, alleen nu en dan een blik van onder de sluier opvangen, was nederig makend, maar voor Buffon was dat de enige keuze. De natuur was onpeilbaar, extreem complex – misschien niet door de mens te bevatten […]. Als je de natuur in keurige categorieën indeelde, dan ontkende je de inherente onderlinge samenhang van het leven.

Plattegrond van de Jardin du Roi in Parijs, 1636
Plattegrond van de Jardin du Roi in Parijs, 1636

Kabinet der Medicijnen

Onderdeel van de Jardin du Roi, waarvan Buffon directeur was, was het Kabinet der Medicijnen dat volgens Roberts bestond uit een “ratjetoe aan voorwerpen […], van kostbare edelstenen tot gedroogde planten en allerlei dieren, opgezet of drijvend in alcohol”. Bij het catalogiseren van de collectie zag Buffon het niet zitten om de classificatiemethode van Linnaeus toe te passen. “Alle systematische benaderingen van de natuur waren gebrekkig,” zo citeert de schrijver uit een brief die de Fransman aan een vriend schreef, “maar van alle methoden is die van Linnaeus de minst verstandige en meest monstrueuze.” Dat bijvoorbeeld oesters werden ingedeeld bij de wormen en zeekreeften bij de insecten wees Buffon af, net als dat honden, katten, vleermuizen en egels in dezelfde orde (Ferae, wild dier) zaten als leeuwen en tijgers.

Racisme

Robert toont ook aan hoe diametraal verschillend de kijk van Linnaeus en Buffon op de mens was. Linnaeus deelde deze in vier categorieën in: Homo sapiens americans, -europaeus, -asiaticus en -afer. Homo sapiens europaeus omschreef hij als: “Blond, golvend haar, Blauwe ogen. Zachtaardig, schrander, inventief.” Homo sapiens afer daarentegen werd door hem beschreven als: “Stompe neus. Dikke lippen. […] Sluw, traag, onverschillig.”

Roberts benadrukt het racistische karakter van deze uitleg waar Linnaeus zijn hele leven achter bleef staan en schrijft:

Het afbakenen van de ene groep als ‘geleid door wetten’ en een andere als ‘geleid door grillen’ kan alleen maar een schaamteloze verklaring van superioriteit zijn.

Bronzen beeld van Buffon in de Jardin des Plantes (ooit de Jardin du Roi).
Bronzen beeld van Buffon in de Jardin des Plantes (ooit de Jardin du Roi).
De Linnean Society in Londen neemt tegenwoordig afstand van dit racistische gedachtegoed van de Zweedse natuurvorser en noemt het “een van de achttiende-eeuwse wortels van het moderne wetenschappelijke racisme”.

Buffon vond de vier door Linnaeus vastgestelde variëteiten van de mens volgens Roberts “een fout van de hoogste orde”. Hij beschouwde het afschilderen van zwarte mensen als een minderwaardig excuus voor de slavernij waar hij een uitgesproken tegenstander van was. “Hun leed is om te huilen”, zo citeert Roberts de Fransman.

Zijn ze niet al ellendig genoeg omdat ze tot slaven zijn gemaakt; omdat ze worden gedwongen om altijd te werken zonder ook maar de geringste vruchten van hun arbeid te plukken, zonder te worden misbruikt, afgeranseld en als beesten te worden behandeld?

De Fransman vermoedde ook dat de beschaving eerst in Azië was ontstaan en niet via de Grieken en Romeinen in Europa was ontstaan zoals toentertijd algemeen werd aangenomen.

Vrouwen

Suzanne Curchod Necker
Salonnière Suzanne Curchod Necker, met wie Buffon een vriendschap onderhield.
Ook ten aanzien van vrouwen was de houding van Linnaeus bepaald niet vooruitstrevend. Terwijl Linnaeus veel moeite deed om zijn enige zoon op te leiden tot zijn opvolger, verbood hij zijn vier dochters om naar school te gaan. Zij waren slechts voorbestemd voor het huishouden, wat zelfs in die tijd binnen hogere kringen een primitieve opvatting was, want meisjes moesten op zijn minst Frans leren, de etiquette beheersen en wat algemene kennis verwerven om een gesprek te kunnen voeren. Buffon daarentegen had ruimdenkende opvattingen over vrouwen. Met salonnière Suzanne Curchod Necker, met wie hij een innige niet-seksuele vriendschap onderhield, voerde hij intellectuele gesprekken. Hij legde haar ook concepten van zijn werk voor omdat hij haar doordachte mening waardeerde.

Ecosysteem

Ook al legde Linnaeus een belangrijke basis voor de biologie en is zijn naam tegenwoordig bekender dan die van zijn Franse collega, in zijn boek laat Roberts zien dat Buffon zijn tijd ver vooruit was. Op zijn landgoed in Montbard plantte hij bijvoorbeeld bomen van dezelfde soort in verschillende soorten grond om hun ontwikkeling in een tijdsbestek van veertig jaar zorgvuldig te volgen. De auteur haalt de Franse historicus Jacques Roger aan die hierover schrijft:

Buffon is hier heel oorspronkelijk. Hij was de eerste die een bos niet als een verzameling bomen zag, maar als een op zichzelf staande eenheid, een geheel waarbinnen de individuen specifieke betrekkingen onderhielden en op elkaar inwerkten; kortom, als iets wat een voorloper was van wat tegenwoordig ecosysteem wordt genoemd.

Onuitputtelijke aarde

Buffon waarschuwde ook al vroeg dat de grondstoffen van de aarde niet onuitputtelijk waren. In zijn essay De la Terre Végétale schreef hij:

De productiecapaciteit van de natuur is zo groot dat de hoeveelheid plantaardige humus overal zou blijven toenemen, als we de aarde niet plunderen en uitputten met onze voorgenomen uitbating ervan, die bijna altijd buitensporig is.

Robert legt uit dat dit een godslasterlijke gedachte was, want hiermee werd de door God gegeven “hoorn des overvloeds” als ontoereikend gezien. Nog erger vanuit het perspectief van het christelijk geloof was dat Buffon concludeerde dat de wereld niet in een keer was geschapen, zoals in de Bijbel staat geschreven, maar dat dit een geleidelijk proces was geweest. Een anonieme recensent beschouwde Histoire Naturelle als ketterij, dat zowel schade toebracht aan God als aan de koning aan wie het was opgedragen.

De Franse wetenschapper ontdekte ook dat soorten niet onveranderlijk waren. Soorten veranderden in de loop der tijd van vorm door zich aan hun omgeving aan te passen. Hoewel de term evolutie toentertijd nog niet de huidige betekenis had, vormden Buffons ideeën wel een voorloper van de later door Darwin geformuleerde evolutietheorie. Linnaeus daarentegen was een creationist en geloofde dat fossielen door God in de grond waren gestopt.

Grande Galerie de l'Évolution
Grande Galerie de l’Évolution, onderdeel van de Jardin des Plantes in Parijs. (CC0 – Joe deSousa – wiki)

Microben

Buffon wees ook op het bestaan van “een oneindige hoeveelheid organische deeltjes”, waarmee hij doelde op de microben die alleen waarneembaar waren met een microscoop. Linnaeus moest niets weten van het microscopisch kleine. Roberts schrijft:

Hij voerde het af naar het rijk van de Animalia, de orde Vermes (wormen), een genus dat hij Chaos noemde en voor de goede orde een enkele soortaanduiding met dezelfde naam: Chaos chaos.

Intellectuele erfenis

Beide hoofdpersonen stierven voorafgaand aan de Franse revolutie, maar in zijn boek beschrijft Roberts wel hoe er tijdens en na die periode werd omgegaan met hun intellectuele erfenis. Ten tijde van de Franse revolutie en de republiek werd Linnaeus in Frankrijk vereerd en Buffon, vanwege zijn verbintenis met het koningshuis, veracht. “Het ontbreken van hoogdravende taal en het goed te begrijpen classificatiesysteem werden verdedigd als model voor de democratisering van het denken”, schrijft Roberts. Erkenning voor Buffon was er later wel van Charles Darwin. In een addendum bij de vierde editie van Over het ontstaan van de soorten (eerste editie in 1859), noemde hij Buffon…

…de eerste auteur […], in de moderne tijd, die [het ontstaan van de soorten] op wetenschappelijke wijze heeft behandeld.

Afbeelding van een neushoorn uit Histoire naturelle.
Afbeelding van een neushoorn uit Histoire naturelle.

Herwaardering

Ook al is Roberts kritisch op het racistische en vrouwonvriendelijke gedachtegoed van Linnaeus, een afrekening met hem of een bom onder zijn reputatie is Al wat leeft niet. De Zweed was een man van zijn tijd en zijn wetenschappelijke erfenis legde de basis voor het werk van latere wetenschappers. Niet voor niets wordt zijn nalatenschap in Londen veilig ondergronds bewaard. Roberts weet een fascinerend beeld te schetsen van Linnaeus’ markante persoonlijkheid en van zijn groei van kleine naar grote botanicus.

Al wat leeft - Jason Roberts
 
De schrijver laat echter ook zien hoe Linnaeus’ Franse opponent Buffon eigenlijk veel verder was in zijn denken. Roberts’ boek kan gezien worden als herwaardering van de ruimdenkende Buffon die in zijn tijd weliswaar groot succes had, maar wiens naam lang niet zo bekend zou worden als die van Linnaeus en Darwin, terwijl zijn denken zeker niet minder inspirerend is.

De auteur weet wetenschappelijke onderwerpen duidelijk uit te leggen. Hij houdt de aandacht van de lezer erbij door de wetenschappelijke feiten af te wisselen met vermakelijke historische anekdotes, fraaie citaten en interessante biologische wetenswaardigheden. Alleen in de laatste hoofdstukken, die zich afspelen in de tijd na het overlijden van de twee hoofdpersonen, raak je als lezer wat overspoeld door de vele namen van de wetenschappers die in de voetsporen van Linnaeus en Buffon tot nieuwere inzichten kwamen. Echter, in het slot brengt de schrijver de wetenschap van de achttiende en eenentwintigste eeuw meesterlijk samen. Het boek is voorzien van vele illustraties, eindnoten en een bronnenlijst. Ook het vertaalwerk van Edzard Krol verdient een pluim, evenals het fraaie ontwerp van omslag en binnenwerk.

×