Aan de oostkust van de Verenigde Staten grenst Massachusetts aan het schier oneindige oppervlak van de Atlantische Oceaan. En het is ook in deze staat dat de Amerikaanse mythe haar wortels heeft. Aan de ene kant de oceaan met zijn geheimen en avonturen, aan de andere kant het vaste land met zijn uitgestrekte heuvellandschap dat van de kolonisten de naam Berkshire kreeg. Dit gebied werd de bakermat van een nieuwe beschaving toen de eerste kolonisten uit Europa hier in de zeventiende eeuw aan land gingen. Ver van deze kust schreef de bekende auteur Herman Melville (1819-1891) in 1851 Moby Dick, één van de belangrijkste werken uit de Amerikaanse literatuur.
Het verhaal draait om de door blinde haat gedreven jacht van kapitein Ahab op een legendarische witte potvis, en zit vol symboliek. Melville verwerkte er zijn vierjaarlange ervaring aan boord van een walvisvaarder in. Hij gebruikte de jacht en de walvis om de geschiedenis van de staat Massachusetts te vertellen, en in bredere zin die van het jonge Amerika. De bossen en heuvels van Berkshire en de havens en eilanden langs de kust dienden daarbij als decor voor een vertelling over de gevaren die de mensheid bedreigen. Want het beloofde land van de eerste kolonisten was rijk geworden door de hebzucht van haar latere bewoners, onder andere ten koste van de walvissen die genadeloos afgeslacht werden. Maar eens zou de natuur terugslaan…
Walvisvaartcentrum

Boven in de stad, ver weg van de haven waar het destijds voortdurend stonk en een rookwalm hing, getuigen de patriciërswoningen, parken en tuinen van de arrogantie van de reders en zakenlieden die met de walvissen een vermogen verdienden. Melville beschreef New Bedford als de rijkste plaats van heel New England. Zo was het William Rodman House met zijn klassieke zuilen halverwege de negentiende eeuw één van de duurste woonhuizen van heel Amerika. Maar het was een rijkdom waar bloed aan kleefde. Melville scheef hierover:
Alle statige villa’s met hun kleurrijke tuinen komen uit de Atlantisch-, Stille- en Indische Oceaan en zijn met de harpoen bejaagd, uit de diepzee omhoog gehaald en hier naartoe gebracht.

Jonas en de wil van God
Op een steenworp afstand van de haven staat de uit hout opgetrokken Seamen’s Bethel. Het was de laatste plaats van samenkomst op land voordat de zeelieden zich uitleverden aan de bedreigingen en ontberingen van de oceaan. Deze kerk speelde een sleutelrol in de symboliek van Melville. Aanvankelijk had ze geen naam, maar de zeelieden maakten er hun eigen kerk van. Voor die tijd werden de erediensten namelijk kort voor vertrek aan boord van de schepen gehouden.
Aan de wanden van de kerk kan men nu nog de herdenkingsborden zien voor bemanningsleden die op zee gebleven zijn. Melville was vooral geïnteresseerd in de preek van Father Mapple, die in de verfilming van John Huston (1907-1987) uit 1956 werd gespeeld door Orson Welles (1915-1985). Die handelde over het bijbelverhaal van Jonas en de Walvis, waarmee hij tot uitdrukking wilde brengen dat de mens zich aan de wil van God diende te onderwerpen. Jonas probeerde zich hier aan te onttrekken en werd vervolgens door een walvis opgeslokt, hetgeen een dramatisch hoogtepunt in boek en film vormt. Wie ongehoorzaam is aan God kan op zijn bestraffing rekenen. De witte potvis Moby Dick moet dan ook gezien worden als instrument van goddelijke almacht en gerechtigheid waarmee de blinde hoogmoed van de mens bestraft wordt.

Nantucket
Het eiland Nantucket, op één uur varen van het vaste land, is het laatste stukje land vóór de wijde Atlantische Oceaan. Voor de Wampanoag-indianen, die hier voor de komst van de Pilgrim Fathers woonden, betekende Nantucket het ‘ver verwijderd land’. De enige stad op het eiland met zijn dicht opeengepakte vissershuizen heeft een haven die nog iets van zijn ruige charme toont. Nantucket wordt ook wel de ‘kleine grijze dame’ genoemd, omdat dit de dominante kleur is op het eiland, zeker als de dichte ochtendmist dit nog eens extra benadrukt.

De twintigkoppige bemanning redde zich in drie sloepen en begon aan een huiveringwekkende tocht van negentig dagen zonder noemenswaardige hoeveelheden voedsel en drinkwater. Waanzinnig van de honger waren de overlevenden zelfs de ledematen van hun gestorven kameraden gaan opeten. Slechts vijf van hen, allen bewoners van Nantucket, keerden terug, maar waren zowel geestelijk als lichamelijk voor altijd getekend.
Herman Melville baseerde zich op deze tragedie voor wat in zekere zin een fabel zou worden. Zijn kapitein ging Ahab heten. Gedreven door blinde haat stortte deze zich met zijn bemanning in een moorddadige jacht op de witte walvis. Een duidelijke waarschuwing van Melville aan zijn tijdgenoten en hun onstilbare veroveringsdrang.
De jonge Verenigde Staten waren gesticht op de idealen van vrijheid en gelijkheid. Maar omdat de mens nu eenmaal is zoals hij is, was de walvisvangst door geldlust gedreven. In die zin hadden de Amerikanen afstand genomen van de oorspronkelijke principes. Na al zijn reizen en het optekenen van legenden en getuigenverslagen trok Melville zich in het binnenland van Massachusetts terug om zijn meesterwerk te gaan schrijven.
Een schilderachtig heuvellandschap
Twee uur rijden van New York bieden de Berkshire Mountains een totaal andere aanblik dan de kuststreken. Hel in de zomer en goudgekleurd in het najaar heeft deze streek met zijn bossen, heuvels en dalen van oudsher een onweerstaanbare aantrekkingskracht uitgeoefend op Amerikaanse intellectuelen. Herman Melville was daar geen uitzondering op. De dichtbegroeide bossen zijn er nauwelijks doordringbaar en de bomen zijn er van uiteenlopende ouderdom, maar over het algemeen eeuwenoud en in de herfst vanwege de bonte kleuren op hun mooist. Tegelijkertijd vormden ze een bron van vreemde verschijnselen die mensen gedurende de nachtelijke uren meenden waar te nemen. Alsof er voortdurend geheimzinnige wezens waren. Dat ondervond ook Melville en deze magische invloed keert terug in zijn boek.

In het stadje Pittsfield, te midden van het schilderachtige heuvellandschap en in het voormalige stamgebied van de Mohikanen, bevindt zich Arrowhead, het huis waar Herman Melville zich in 1850 terug trok om te gaan schrijven. De auteur uit New York die graag uitging en zich amuseerde verwisselde zijn stropdas en vest voor boerenkleding en ging er een stukje land bewerken en enkele stuks vee houden. In deze omgeving schiep hij het hoogtepunt uit zijn literaire werk in slechts zes maanden. Het uitzicht op het heuvellandschap inspireerde hem tot zijn beroemde creatie, want het venster boven zijn schrijftafel bood uitzicht op Mount Greylock die met zijn ruim duizend meter de hoogste bergtop van Massachusetts is. Als hij er in de winter naar keek deden de contouren hem denken aan de witte walvis met zijn staart en kop boven de golven van de oceaan. Terwijl hij driehonderd kilometer van de kust verwijderd was ontleende hij aan dit uitzicht zijn inspiratie voor Moby Dick. Massachusetts figureert daarin, zoals het op het eerst gezicht ook nu nog lijkt, als een uitgestrekt, tijdloos en onbedwingbaar land.
Herman Melville, de schrijver van ‘Moby Dick’ (1851)
Starbucks dankt zijn naam aan Moby Dick
Waarom Britten de potvis een ‘spermawalvis’ noemen
De traanjagers – Herinneringen van naoorlogse walvisvaarders
Orson Welles’ invasie van Mars
De Pony Express, een avontuurlijke koeriersdienst