Nederland kwam in 1981 massaal in actie voor hongerend Polen

‘Een Pak van je Hart voor Polen’
12 minuten leestijd
Een Pak van je Hart voor Polen
Konvooi van 120 vrachtwagens met kerstpakketten vertrekt vanuit Utrecht naar Polen. Duizenden mensen staan langs de route om de chauffeurs uit te zwaaien. (CC0 - Croes, Rob C. / Anefo)

Op zondag 13 december 1981 vertrok vanuit Utrecht een groot konvooi van zo’n 150 voertuigen, volgeladen met bijna 200.000 voedselpakketten, richting Polen. De stoet werd – ondanks sneeuw en koude – uitgeleide gedaan door vele duizenden toeschouwers. Dit konvooi met hulpgoederen was het resultaat van ruim een maand actievoeren door de Stichting Vriendenhulp voor Polen uit Heemstede en dagblad De Telegraaf. Op 7 november 1981 werd de actie ‘Een Pak van je Hart voor Polen’ zo aangekondigd in de krant:

Polen hongert. Op slechts 750 kilometer van ons vandaan staan mensen met lege magen een dag in de rij voor een ei. De nood is groot, groter dan wij echt weten. Kleine kinderen en bejaarden zijn er het ergst aan toe. Er moet hulp komen. Nu. Vandaar een bliksemactie van onze lezers. Stuur ook een Pak van je Hart voor Polen.

Een Pak van je Hart voor Polen
Afbeelding in De Telegraaf, 11 november 1981 (Delpher)
De krant schetste een somber beeld van de situatie in Polen; er was weinig voedsel en brandstof te krijgen – en dat met de winter in aantocht. Hulp was nodig. Voor vijftig gulden stuurde je één pakket. Het doel van de actie was om zoveel mogelijk kerstpakketten naar Polen te sturen.

In dit artikel wil ik twee vragen beantwoorden. Waarom is er in het begin van de jaren tachtig aan Polen zoveel hulp verleend? En hoe werd er bij het geven van die hulp voor gezorgd dat die op de juiste plaats terecht kwam? Om deze vragen te beantwoorden ga ik eerst in op de situatie in Polen in het begin van de jaren tachtig. Daarna gaan ik dieper in op een van de eerste en grootste hulpacties, ‘Een Pak van je Hart voor Polen’, van november en december 1981.

Ontwikkelingen in Polen

Na de Tweede Wereldoorlog kwam Polen, net als de rest van Oost-Europa, in de invloedssfeer van de Sovjet-Unie. Het land was een dictatuur; alle macht was in handen van de communistische partij. Regelmatig was het onrustig in Polen; in 1956, 1968, 1970 en 1976 protesteerden duizenden mensen tegen het regime. De regering kocht die onrust steeds af met gesubsidieerd voedsel en andere consumptiegoederen. Om dat te kunnen betalen werd veel geld geleend, met als gevolg een zeer hoge staatsschuld.

Deze strategie kon de Poolse regering natuurlijk niet eindeloos volhouden. Zij zag zich daarom genoodzaakt om per 1 juli 1980 de vleesprijzen flink te verhogen. Daarna werd het snel onrustig in het land; de eerste bedrijven gingen in staking. Binnen een paar weken waren de stakingen verspreid over heel Polen; ze groeiden uit tot een brede oppositie tegen het communistische regime. In Gdansk werd de Lenin-scheepswerf bezet en richtten de stakers de onofficiële vakbond Solidarność (Solidariteit) op. De elektromonteur Lech Walesa (geboren in 1943) was hun voorman.

Stakingsleider Lech Walesa deelt handtekeningen uit
Stakingsleider Lech Walesa deelt handtekeningen uit, 1980 (CC0 – Nationaal Archief – wiki)

De bond werd geadviseerd door een groep intellectuelen en gesteund door de in Polen invloedrijke Katholieke Kerk. Anders dan in voorgaande jaren, toen stakingen vaak met grof geweld werden onderdrukt, koos het regime nu voor onderhandelingen. Op 31 augustus sloten de regering en de stakers een historisch akkoord. Enkele maanden later, op 10 november, kreeg voor het eerst in Oost-Europa een onafhankelijke vakbond een legale status (er waren wel vakbonden in Polen en elders in het Oostblok, maar die waren een verlengstuk van de communistische partij, en dus niet onafhankelijk). Een groot deel van de beroepsbevolking sloot zich daarop aan bij Solidariteit.

De periode na november 1980 gebruikte Solidariteit om zijn organisatie op te bouwen. Om het regime en de Russen niet te provoceren opereerde de vakbond zeer voorzichtig; het socialistische systeem en de leidende rol van de communistische partij werden niet ter discussie gesteld. Men wist immers hoe het was afgelopen in Hongarije in 1956 en in Tsjechoslowakije in 1968; daar had de Sovjet-Unie ingegrepen om haar onwelgevallige ontwikkelingen hardhandig de kop in te drukken.

Onderwijl bleef het onrustig in Polen; er waren stakingen en protesten, de industriële productie kelderde. Vanuit Moskou gezien leek het Poolse regime de controle te hebben verloren. In de nacht van 12 op 13 december 1981 riep de Poolse premier Wojciech Jaruzelski de staat van beleg uit, wellicht om een militaire interventie van de Sovjet-Unie te voorkomen. Het leger nam de macht over. Veel voormannen en adviseurs van Solidariteit werden gearresteerd. Enkele maanden later verbood het regime de vakbond, die vervolgens ondergronds ging.

De Poolse premier Wojciech Jaruzelski
De Poolse premier Wojciech Jaruzelski, 1981

De Poolse crisis vond plaats in een periode – eind jaren zeventig, begin jaren tachtig – dat de Koude Oorlog weer oplaaide. In 1979 viel de Sovjet-Unie Afghanistan binnen om het communistische regime daar te redden. In het begin van de jaren tachtig was Nederland in de ban van de mogelijke stationering van Amerikaanse middellangeafstandsraketten in West-Europa; en dat was weer een reactie op de plaatsing van Russische SS20-raketten in Oost-Europa.

Reacties in Nederland

De Nederlandse dagbladen volgden de ontwikkelingen in Polen op de voet. Vanaf begin juli berichtten ze over de onrust in Polen na het verhogen van de vleesprijzen. Half juli schreven ze over de massale stakingen.

Op 1 september 1980 hadden de kranten veel aandacht voor het de dag daarvoor gesloten akkoord tussen de regering en de vakbond. Ze waren enthousiast: het akkoord was ‘historisch’ (Volkskrant), het was een ‘uniek succes’ (NRC) en betekende een ‘doorbraak in Polen’ (De Telegraaf). Voor het eerst was er in een Oostblokland ruimte voor een onafhankelijke vakbond. De NRC schreef: ‘In geen enkel land dat binnen de directe machtssfeer van de Sovjet-Unie ligt heeft men totnogtoe kans gezien dergelijke ruimte voor inspraak en vrije informatie van de burger te scheppen’. Voor de (nabije) toekomst waren er echter nog genoeg vraagtekens. De Volkskrant verwoordde die als volgt:

De vraag is […] of de Poolse partijtop zich werkelijk zal weten te schikken in een politiek en maatschappelijk bestel waarin men niet langer het alleenvertoningsrecht bezit.’ En wat gaat de Sovjet-Unie doen? ‘Het zijn in alle opzichten adembenemende tijden voor Polen.

Na de afkondiging van de staat van beleg reageerden de kranten op 14 december 1981 vooral zeer bezorgd. De Telegraaf beschreef de situatie als ‘hoogst ernstig’; de consequenties waren nog niet te overzien maar een goede afloop leek moeilijk voorstelbaar. De krant vreesde nog steeds een Sovjet-ingrijpen, als de zaak verder uit de hand zou lopen. En het Westen kon politiek niets doen om Polen te helpen. De Volkskrant leek het somberst over de toekomst:

Als de Poolse soldaten weigeren op Poolse arbeiders te schieten, en het communistisch regime in Polen het onderspit delft, zal de “broederlijke hulp” van de Sovjet-Unie niet lang meer op zich laten wachten. Alleen een wonder kan Polen nog behoeden voor een bloedbad.

Een Pak van je Hart voor Polen
Bericht over de hulpactie in De Telegraaf, 11 november 1981 (Delpher)

Solidariteit met Polen

Burgers en maatschappelijke organisaties in Nederland volgden de ontwikkelingen in Polen met grote belangstelling, zoals dat eerder gold voor andere volksbewegingen in Oost-Europa, zoals in Hongarije (1956) en Tsjechoslowakije (1968). De opkomst van de vakbond Solidariteit riep veel sympathie op. Christie Miedema, die in 2015 promoveerde op een onderzoek naar politieke steun aan Polen, zei hierover in een interview:

Het voordeel van Solidariteit was dat vrijwel iedereen hier zich ermee kon identificeren: linkse mensen zagen arbeiders en vakbondsactivisten, rechtse mensen zagen anticommunistische vrijheidsstrijders, religieuze mensen zagen toegewijde katholieken.

Hulp aan Polen

Door de economische crisis als gevolg van jarenlang communistisch wanbeheer en door de voortdurende onrust was de situatie in Polen in de loop van 1981 kritiek geworden. In november 1981 riep Walesa het Westen op voedsel te sturen naar Polen: ‘Wij wenden ons tot u, arbeiders en vakbonden, met een dringende oproep: vraag uw regeringen zich in te zetten voor buitengewone en onmiddellijke voedselhulp voor Polen in de komende maanden’.

In Nederland ontstonden er vanuit kerken, vakbonden en maatschappelijke organisaties allerlei initiatieven om de Polen te helpen. In 1981 was in Heemstede de Stichting Vriendenhulp voor Polen opgericht, om de nood te helpen lenigen:

Ons enige doel is met een Hollands kerstpakje een beetje vreugde te brengen in Poolse gezinnen. […] Dat ze even weten dat de Hollandse mensen Polen niet vergeten.

De initiatiefnemers waren Peter en Kitty Ansems en Elisabeth Doets-Jedraszewska (van Poolse afkomst). De Stichting werkte nauw samen met de Katholieke Kerk in Polen: ‘De kerk is de best georganiseerde sociale instelling in Polen. Zendingen aan het bisdom ondervinden aan de grens nooit problemen. De kerk houdt ook zelf toezicht op de verdeling van de goederen, zodat er niets aan de strijkstok blijft hangen.’ De drie bestuursleden van de Stichting kregen veel steun van bedrijven en instanties. Ook vanuit andere steden en dorpen in Nederland kwam de hulpverlening op gang.

‘Een Pak van je Hart voor Polen’

Begin november 1981 startte de actie ‘Een Pak van je Hart voor Polen’, waarbij de Stichting Vriendenhulp voor Polen samenwerkte met De Telegraaf. Die actie bleek al snel zeer succesvol te zijn. Al binnen enkele dagen was er meer dan één miljoen gulden binnen. De Telegraaf: ‘Overduidelijk blijkt hieruit weer op verheugende wijze de traditionele offervaardigheid in ons land als het gaat om mensen in nood.’ De Stichting Vriendenhulp voor Polen noemde de vele hulp ‘hartverwarmend’.

Binnen een week was er 2 miljoen gulden binnen. Vanuit Polen reageerde men verheugd. ‘Wij begrijpen ook wel dat het westen de voedselproblemen van 36 miljoen Polen niet kan oplossen, maar het is voor de mensen hier van het allergrootste belang dat ze zich niet in de steek gelaten voelen. Deze fantastische geste uit Holland komt als een grote morele steun voor alle Polen, óók voor hen die er alleen maar van horen,’ zei monseigneur Czeslaw Domin, bisschop van Katowice. Verder zei hij dat die hulp hard nodig was: ‘De toestand is onveranderd slecht. De mensen hebben het zo nodig, weet u. De winkels zijn leeg. Vooral families met veel kinderen hebben het moeilijk, evenals zieken en bejaarden.’

Op 21 november was er al 5 miljoen gulden opgehaald. Nadat ook op televisie aandacht was besteed aan de actie – in het programma TV-Privé van Henk van der Meyden – stroomde het geld binnen. Op 12 december was er 9 miljoen gulden opgehaald (dat is omgerekend bijna 11 miljoen euro in 2024). Daar konden bijna 200.000 kerstpakketten van worden gekocht. Die pakketten vertegenwoordigden een waarde van zo’n 18 miljoen gulden, dit dankzij gulle steun van het bedrijfsleven.

Een Pak van je Hart voor Polen
Duizenden mensen staan langs de route om de chauffeurs uit te zwaaien. (CC0 – Croes, Rob C. / Anefo)

Hulpkonvooi naar Polen

Op zondag 13 december, om ongeveer half twee ‘s middags, vertrok een lange colonne van zo’n 150 voertuigen vanuit Utrecht naar Polen. De Holland Duck Club (een vereniging van chauffeurs met veel internationale ervaring) verzorgde het transport; de vrachtwagens waren door bedrijven ter beschikking gesteld. Er reden overigens niet alleen vrachtwagens mee, maar ook enkele auto’s van de ANWB Wegenwacht en het Rode Kruis. Veel bedrijven ondersteunden de actie; daarnaast werkten ministeries en andere instanties mee om administratief de weg te effenen voor de lange tocht naar Polen.

Ondanks het onheilspellende nieuws uit Polen – waar die nacht de staat van beleg was uitgeroepen – besloten de chauffeurs toch op weg te gaan. Staatssecretaris Jaap van der Doef (Verkeer en Waterstaat) gaf het startsein; hij sprak van ‘een grandioos voorbeeld van wat particulier initiatief vermag’. Ook de Poolse ambassadeur was aanwezig; die liet weten dat het konvooi onbelemmerd de Poolse grens zou kunnen passeren. Wim Woudenberg van de Holland Duck Club:

Zeker na de toezegging van de ambassadeur verwacht ik helemaal geen problemen aan de grens. Je moet ook niet vergeten dat de hele Pak van je Hart-actie volstrekt a-politiek is opgezet.

‘Een Pak van je Hart voor Polen’ - Een deel van de stoet
‘Een Pak van je Hart voor Polen’ – Een deel van de stoet (CC0 – Croes, Rob C. / Anefo)

Vele duizenden mensen waren getuige van het vertrek van de stoet; ook onderweg stonden duizenden langs de snelwegen. Onder begeleiding van de politie ging de lange stoet naar de Duitse grens, die vlot kon worden gepasseerd. Ook de controles bij de grensovergangen naar Oost-Duitsland en naar Polen verliepen relatief vlot. Daarna reed de stoet naar Poznan in het westen van Polen, de voorlopige bestemming. Ondanks de zeer slechte omstandigheden – strenge vorst, sneeuwstormen, gladde wegen – verliep de tocht voorspoedig.

Des te groter was de teleurstelling toen het konvooi na aankomst in Poznan naar een door militairen en politie afgeschermd terrein buiten de stad, een racecircuit, werd gestuurd. Feitelijk werd het konvooi daar opgesloten. De Poolse autoriteiten wilden – tegen de gemaakte afspraken in – dat alle pakketten daar zouden worden uitgeladen, waarna het Poolse leger voor de distributie zou zorgen. Dat weigerden de chauffeurs:

Als de soldaten alles gaan uitladen, steken we de boel nog liever in de fik.

De Stichtingsbestuurders Peter en Kitty Ansems en Elisabeth Doets waren ook in Poznan toen dit gebeurde, en kwamen meteen in actie. De bisschop van Poznan werd ingeschakeld, en ook de burgemeester van de stad. Pas na lange onderhandelingen mochten de vrachtwagens met een speciale vergunning en onder toezicht van de militaire politie vertrekken naar kerkelijke centra in Poznan, Katowice en Warschau; in die steden en de nabije omgeving gingen ze de pakjes afleveren.

‘Een Pak van je Hart voor Polen’
‘Een Pak van je Hart voor Polen’ – Een deel van de stoet (CC0 – Croes, Rob C. / Anefo)

De groep vrachtwagens voor Warschau werd op 17 december midden in de nacht ontvangen door aartsbisschop Glemp. Die sprak woorden van dank uit, waarna vervolgens in Warschau en omgeving de pakjes werden bezorgd. Zo ging het ook in Katowice; daar werd het konvooi die dag vroeg in de morgen hartelijk ontvangen door bisschop Domin.

De katholieke geestelijkheid speelde bij de distributie van de pakketten een belangrijke rol. ‘Wij geven de voedselpakketten alleen bij de kerken af, zoals was afgesproken. Het zijn dan ook uitsluitend de geestelijken van die kerken, die de zo fel begeerde pakketten aan de hongerige Polen uitdelen’, zei Wim Woudenberg van de Holland Duck Club.

Op 17 december kopte De Telegraaf: ‘Uitdelen [van de pakketten] loopt gesmeerd’. Ook radio Warschau berichtte dat begonnen was met het distribueren van de pakketten. Deze berichten leidden tot grote opluchting in Nederland, waar men niets meer had gehoord van de chauffeurs nadat die de Poolse grens waren gepasseerd (in Polen waren vanwege de staat van beleg alle verbindingen verbroken; er kon dus niet worden gebeld met Nederland).

De pakketten uit Nederland waren zeer welkom. Een meegereisde journalist van De Telegraaf schreef:

Tranen van ontroering zagen wij in het noodlijdende gezin [van Jan en Krystyna Hermann en hun kinderen in Warschau], toen pastoor Stefan Gralak van het bisschoppelijk voedselcomité bij hen drie […] Hollandse kerstpakketten kwam overhandigen.

Pastoor Gralak regelde het transport van tien volgeladen vrachtwagens naar een groot kerkelijk magazijn in Warschau, vanwaaruit de kerstpakketten verder werden gedistribueerd. De stemming onder de vrachtwagenchauffeurs en hun bijrijders was zeer positief; duidelijk was gebleken hoe hard de kerstpakketten van de Pak van je Hart-actie nodig waren.

‘De helden zijn terug’

Telegraaf van 21 december 1981
Telegraaf van 21 december 1981
Na enig oponthoud in Poznan, waar gewacht moest worden op een paar wagens die pech hadden, reisde de hele stoet weer terug naar Nederland. Toen men de grens naar West-Duitsland over was kon iedereen naar huis bellen. Op zondag 20 december was het konvooi weer in Nederland. ‘De helden zijn terug’, kopte De Telegraaf. Er was een ‘hartverwarmende slotbijeenkomst’ in Utrecht, georganiseerd door de Stichting Vriendenhulp voor Polen en de krant. Peter Ansems van de Stichting zei daar: ‘Lieve mensen, allemaal heel erg bedankt. Zonder jullie waren we nergens geweest’.

Voormalig minister Nelie Smit-Kroes (Verkeer en Waterstaat) was er ook: ‘Hartstikke fijn dat jullie dit gedaan hebben. […] Een hoeraatje voor de jongens’. De teruggekeerde chauffeurs spraken van ‘een moeilijke, maar zeer geslaagde, operatie, die zij voor geen prijs hadden willen missen’: ‘De mensen in Polen waren dolblij met onze komst en dat is onze immense beloning’. Chauffeur Jan van Zagten uit Dalfsen zei:

Ik had niet gedacht dat er zo’n armoe was. […] Wat leven wij in Holland dan toch in een paradijs.

De actie ‘Een Pak van je Hart voor Polen’ was een groot succes.

Tot slot

In de jaren tachtig werd vanuit Nederland veel hulp verleend aan de noodlijdende bevolking in Polen. Heel veel vrachtwagens met voedsel en medische en andere hulpgoederen reden in die jaren naar dat land. Het hierboven beschreven hulptransport is een van de vele voorbeelden.

De materiële nood in Polen was groot. Daarnaast hadden velen in Nederland sympathie voor de strijd voor een vrije vakbond en was men nog niet vergeten dat Poolse soldaten een bijdrage hadden geleverd aan de bevrijding van Nederland aan het eind van de Tweede Wereldoorlog. Men wilde dus graag hulp verlenen.

Bij het geven van hulp aan een dictatuur komt al snel de vraag naar voren of die hulp het regime niet juist legitimeerde en ondersteunde. Dat moest zoveel mogelijk worden voorkomen, maar hoe? En die hulp moest natuurlijk wel bij de juiste mensen terechtkomen. Polen in het begin van de jaren tachtig was een duidelijk voorbeeld van deze dilemma’s.

Bij de hulptransporten was de medewerking van de Poolse autoriteiten natuurlijk onontbeerlijk; er was een visum nodig en de goederen moesten worden toegelaten. De autoriteiten werkten mee omdat de hulpverlening nadrukkelijk een neutraal karakter had. En door in het geval van het hier beschreven hulptransport sterk te leunen op de Katholieke Kerk in Polen, die zorgde voor de distributie van de hulpgoederen, waren de organisatoren er zeker van dat de hulp op de juiste plaats terecht zou komen.

De hulp vanuit Nederland aan Polen in de jaren tachtig was gedreven door een sterk gevoel van solidariteit met de Poolse bevolking en van verbondenheid met de strijd voor vrijheid en democratie in dat land. Die hulp had niet alleen een directe impact op het welzijn van vele Polen, maar fungeerde ook als morele steun. De Polen wisten dat ze niet alleen stonden!

×