Dark
Light

Rijksmuseum toont Aziatische schatten

Luxe in de Gouden Eeuw
3 minuten leestijd
Joan Nieuhoff, Plaat, beschilderd met chinoiseriedecoratie, ca. 1670-1690
Joan Nieuhoff, Plaat, beschilderd met chinoiseriedecoratie, ca. 1670-1690

In de Gouden Eeuw werden de interieurs van de steeds rijker wordende elite steeds meer verfraaid met luxe voorwerpen uit Azië. Het Rijksmuseum in Amsterdam staat vanaf zaterdag met een speciale tentoonstelling stil bij de Aziatische schatten die onderdeel uit gingen maken van het Hollandse interieur.

De Aziatische schatten, vervaardigd van bijzondere, kostbare materialen en versierd met intrigerende exotische motieven die niemand ooit eerder had gezien, veroorzaakten volgens het Rijksmuseum meteen grote opwinding in Amsterdam.

“Zij kleurden en verrijkten de wereld van de Nederlanders, zij prikkelden de fantasie en de nieuwsgierigheid. Flinterdun wit porselein met blauwe motieven uit China, dozen van schitterend lakwerk en zijden stoffen uit Japan, sieraden met edelstenen uit India en Indonesië, zijden stoffen uit Japan, gesneden ivoren voorwerpen uit Ceylon (Sri Lanka), bizar gevormde schelpen, zwart ebbenhout, filigrain uit India… de Hollanders vergaapten zich aan al dat moois en namen het enthousiast op in hun tot dan toe veel ingetogener interieurs.”

Foto Erik Smits/Monique Bröring
Foto Erik Smits/Monique Bröring

Het bijzondere hieraan was dat niet alleen de allerrijksten zich deze voorwerpen konden veroorloven, ook een groot deel van de groeiende middenklasse kon dat. Al die kostbare luxe werd door ‘de eerste multinational ter wereld’, de VOC, naar Amsterdam gebracht, op dat moment de ‘haven van de wereld’.

Ronde schotel van blauw beschilderde majolica, anoniem, ca. 1630 - ca. 1650
Ronde schotel van blauw beschilderde majolica, anoniem, ca. 1630 – ca. 1650

Porselein

Het blauw-witte porselein uit China was vooral populair. Het was veel dunner, gladder en lichter in gewicht dan het aardewerk dat in Holland werd geproduceerd. Al snel werd de productie van het aardewerk verfijnd in Delft en ontstond het beroemde ‘Delfts Blauw’, dat dus een Chinese oorsprong heeft. Vanaf ongeveer 1660 kwam daar het gekleurde Japanse porselein bij, meegebracht door VOC-ambtenaren die terugkeerden uit het Verre Oosten. Weer creëerde dit een sensatie en twintig jaar later was vooral het exclusieve (en dus dure) Kakiemon-porselein het hoogst gewaardeerd bij de Hollandse elite.

De tentoonstelling Azië > Amsterdam laat veel voorbeelden zien van porseleinen kommen, schalen, koppen en kannen met als hoogtepunt een schenkkan met een gouden deksel uit ongeveer 1640, met het wapen van de trotse eigenaar.

Stilleven met kalkoenpastei, Pieter Claesz., 1627
Stilleven met kalkoenpastei, Pieter Claesz., 1627

Lakwerk

Deksel van lakdoos, circa 1640. Peabody Essex Museum, Salem, VS
Deksel van lakdoos, circa 1640. Peabody Essex Museum, Salem, VS
Het Rijksmuseum:

“Even fascinerend vonden de Hollanders Japans lakwerk, dat zeldzamer en dus kostbaarder was vanwege het complexe en tijdrovende vervaardigingsproces. Een kastje van lakwerk kostte in de zeventiende eeuw zo’n 180 gulden, waarbij een goedbetaalde VOC-ambtenaar ongeveer 54 gulden per maand verdiende.”

In de expositie is een groep lakwerk van hoge kwaliteit te zien, waaronder twee zeer grote lakkisten. De één werd twee jaar geleden door het Rijksmuseum verworven en is zeer rijk gedecoreerd met ingelegd goud, zilver, parelmoer en zelfs kristal. De ander werd speciaal vervaardigd voor de vrouw van een gouverneur-generaal van de VOC en draagt haar naam.

“Alleen omdat de Hollanders zo’n vertrouwenspositie in Japan hadden konden zij aan dergelijke uitzonderlijk zeldzame objecten komen. Niet eerder was zoveel lakwerk van deze kwaliteit in Nederland te zien.”

Kist (met een olifantenjacht en het eiland Matara), ca. 1660-1670. Hout, schildpad, bedekt met gesneden ivoor The Ashmolean Museum, Oxford. Aankoop mogelijk door steun van Friends of the Ashmolean Museum
Kist (met een olifantenjacht en het eiland Matara), ca. 1660-1670. Hout, schildpad, bedekt met gesneden ivoor The Ashmolean Museum, Oxford. Aankoop mogelijk door steun van Friends of the Ashmolean Museum

Meubelen

De meubelen die de VOC-functionarissen meenamen waren niet bestand tegen het tropische klimaat. Daarom lieten de Hollanders meubelen vervaardigen uit lokale houtsoorten. De Aziatische meubelmakers moesten wel uitgaan van westerse voorbeelden, hetgeen leidde tot Hollandse kabinetten in een combinatie van oosterse en westerse materialen en motieven. Soms werd dat ingelegd met ivoor, zoals in een zeer zeldzame wieg die gedecoreerd is met Hindoeïstische voorstellingen. Ivoor werd ook gebruikt in andere voorwerpen, zoals kleine kistjes uit Ceylon waarvan er één versierd is met een voorstelling van Adam en Eva: een opdracht van een VOC-ambtenaar ter plaatse.

De vormen van de Aziatische meubelen waren niet altijd geschikt voor het Hollandse interieur. Zij werden daarom aangepast aan het gebruik hier. Lage lakkabinetten werden op een voet geplaatst, soms werden ze zelfs door Hollandse meubelmakers verzaagd en hergebruikt in een nieuw kabinet. Het Hollandse interieur veranderde echter ook onder invloed van de Aziatische weelde. Porselein werd getoond op speciaal daarvoor gevormde planken en consoles. De geïmporteerde zijde en katoen bracht veel meer kleur en variatie in de vorm van beddenspreien, gordijnen en wandbespanningen.

De tentoonstelling ‘Azië > Amsterdam, Luxe in de Gouden Eeuw’ loopt van 17 oktober 2015 tot en met 17 januari 2016. Meer informatie op www.rijksmuseum.nl

×