Tentoonstelling Gevangen door Atjeh

De wereld van Bruegel in zwart-wit

Bruegel, de mysterieuze Brabantse meesterkunstenaar

450 jaar geleden overleed Pieter Bruegel de Oude. Die herdenking is de gelegenheid tot tal van tentoonstellingen, waaronder één bijzondere over/met prenten van de geniale Brabander. In het Brusselse achttiende-eeuwse paleis van landvoogd Karel van Lotharingen, nu onderdeel van de Koninklijke Bibliotheek van België, worden prentkunst en kunde, plus internationale commercie geëvoceerd. Het geeft een weids wereldbeeld van het humanisme van die tijd. Maar Bruegel blijft – ook voor kenners – een enigma.

Quasi-eigentijds portret van Pieter Bruegel de Oude, toegeschreven aan Jan Wierix, uit Pictorum celebrium effigies
Quasi-eigentijds portret van Pieter Bruegel de Oude, toegeschreven aan Jan Wierix, uit Pictorum celebrium effigies

Hij maeckte veel spookerijen, en drollen, waerom hij van velen wordt geheeten: Pier den Drol. Een guitige schilder, zo werd Pieter Bruegel de Oude (rond 1526/1527 – 1569) aanzien. De man van ‘drollerieën’: de grote vissen eten de kleine – drollerie, De zeven hoofdzonden -drollerie, Patientia – drollerie, De verzoeking van de heilige Antonius – drollerie… Zo worden zijn prenten in (eigentijdse) inventarissen vermeld. De bedenker van de gezapige boerenbruiloften vol rijstpap en pensen, de man van de spreuken, de man die (voor ’t eerst) heksen op bezems door de lucht deed vliegen, de man van het donzige winterlandschap, de man die Icarus in de zee deed totteren… De schilder van ons collectief geheugen.

Bruegel was meer dan een schilder; hij was vooreerst een uitzonderlijk begaafde tekenaar. Duizenden schetsen en ‘krabbels’ moet hij hebben gemaakt. In zijn tijd waren vooral zijn prenten bekend. Een prent kostte een dagloon van een ongeschoolde arbeider. Niet dat arbeiders in hun houten, dampig en somber krot een prent zouden hebben opgehangen maar die reproducties hebben bijgedragen tot zijn populariteit.

Hieronymus Cock naar Pieter Bruegel - Patientia / geduld (een van de zeven deugden)
Hieronymus Cock naar Pieter Bruegel – Patientia / geduld (een van de zeven deugden) © KBR

Veertig schilderijen van de vader van de schildersdynastie zijn gekend. Schilderijen die pas op latere leeftijd werden gekonterfeit en na zijn dood op 42 à 43-jarige leeftijd een begeerd verzamelobject voor een elite werden. Een 70-tal prenten en 65 tekeningen van zijn hand overleefden. Alle prenten(afdrukken) zijn nog bewaard in het Brusselse prentenkabinet. Dat bezit ook drie originele tekeningen (Luxuria-Ontucht (1558), uitgevoerd met pen en bruine ijzergallus- en carboninkt en Justitia-Gerechtigheid (1559), in pen en grijsbruine inkt). Dan is er nog de verbluffende (vrije) tekening (pen en bruine inkt) van een overweldigende boom langs een waterloop met een nietige hengelaar en visser (rond 1554). De mens is maar een klein detail in een grootsere kosmos.

Gelaagd

Zijn Bruegels werken grappig? Spottend? Ironisch? Hebben ze een morele ondertoon? Waren het speldenprikken naar de toenmalige politiek en zeden? Bleef Bruegel trouw katholiek? Of sympathiseerde hij met het nieuwe geloof, het protestantisme? Quatschvragen, zegt drs. Maarten-Jan Bassens, co-curator van de tentoonstelling, Bruegels werk is enorm gelaagd; het is als een moreel kompas met lessenslessen.

Maar bovenal, Bruegel was géén Vlaming want hij werd geboren in Breda, de huidige gemeente Son & Bruegel, Noord-Brabant. De schilder-schrijver Karel van Mander meldt in ‘Het Schilder-boeck’ van 1604 dat:

“Pieter Brueghel, den welcken is geboren niet wijt van Breda, op een Dorp gheheeten Brueghel, welcks naem hy met hem ghedraghen heeft, en zijn naecomelinghen ghelaten.”

Eerder – in 1567 – meldde de Italiaanse zakenman en kunstliefhebber Lodovico Guicciardini, die vermoedelijk de kunstenaar nog bij leven heeft gekend, Pietro Breughel di Breda in zijn boek Descrittione di tutti i Paesi Bassi (Beschrijving van alle Neder-Landen). Als plek van afkomst werd ook wel eens – foutief blijkt nu – Brogel, huidig Limburg, toen prinsbisdom Luik, aangestipt.

Video bij de tentoonstelling:

‘Peeter’ werkte en was lid van ‘t schildersgilde in Antwerpen, reisde naar Italië, woonde en overleed in Brussel. Bruegel was dus een wereldburger in het groothertogdom Brabant. En dat hertogdom, waarvan ook ‘s Hertogenbosch en het huidige Franse Valenciennes deel uitmaakten, was een eeuwenoude vijand van het graafschap Vlaanderen. Geschiedenis wordt geschreven en bekeken via de omweg van het wereldbeeld van de schrijvers.

Al luidt de titel van de tentoonstelling – in het Engels weliswaar – ‘De wereld van Bruegel in Zwart-Wit’, het schouwen naar Bruegel behoeft meer nuancetinten. Er zitten veel grijszones in zijn werk; niet alleen qua betekenis maar ook in de prenten. En zelfs in de tentoonstelling die op een educatieve en toch niet al te lollige manier de bijzondere zestiende-eeuwse figuur uit de doeken doet: behalve dan de kauwgomballenautomaat. Bruegel zou gezegd hebben: ‘’t staet als een tang op ’n verken’.

Internationale reputatie

Prenten zijn een wonderbaarlijke maar vergeten kunstuiting. Bruegel verwierf er bij leven al een internationale reputatie mee. Eén werk heeft Bruegel helemaal zelf afgeleverd: van De Hazenjacht (1560) ontwierp hij zowel de tekencompositie (in pen en grijsbruine inkt, penseel en donkerder grijze inkt) en etste zelf de plaat die dan werd bijgewerkt met een burijn. Daarbij maakte de kunstenaar zelf een fout want hij verwisselde (dat verdomse spiegelbeeld!) de cijfers en kraste 1506. Dat een kunstenaar zelf de koperen plaat bewerkte, was uitzonderlijk. Want in de zestiende eeuw leverde de kunstenaar enkel de basistekening. Die compositie, ‘de partituur’, werd dan door het vakmanschap van een graveur in spiegelbeeld omgezet. Daarbij waren er drie mogelijkheden: een ets waarbij een naald in een zuurbestendige (was)laag de tekening traceert, een gravure die meer vakmanschap vereist omdat met een burijn een V-vormige inkeping in de koperplaat werd gekrast of een houtgravure.

Frans Huys naar Pieter Bruegel - Een Hollandse huik en boeier, ca. 1561-1565
Frans Huys naar Pieter Bruegel – Een Hollandse huik en boeier, ca. 1561-1565 © KBR

De hoge technische vaardigheden leidden ertoe dat de graveur (vaak Pieter van der Heyden, Frans Huys, Philips Galle (uit Haarlem), de broers Joannes en Lucas van Doetecum) meestal vermeld wordt. De prenten waarvan de thematiek een belangrijke rol speelde als verkoopmiddel, werden vaak – in het geval van Bruegel – ingekleurd verkocht. Zelfs met goudverf. De prijs vermenigvuldigde zich dan met vier of met vijf. Ze werden ‘gedruckte schilderyen’ genoemd.

Vaak werd de naam van de kunstenaar niet eens vermeld. Bij De verzoeking van de Heilige Antonius (1556) staat wel de ‘producent/verkoper’, namelijk Hieronymus Cock (1518-1570), gedrukt. Cock, een geslepen Antwerpse handelaar, zette zelfs het talent van Bruegel naar zijn hand bij de prent De grote vissen eten de kleine (1557). Zijn marketingtruc bestond erin om het als een concept van… Jheronimus Bosch te verkopen. ‘Bosch inventor’ staat er te lezen. Samen met zijn eega Volcxken Diericx (rond 1520-1600), baatte Cock de prentenuitgeverij ‘In de Vier Winden’ (en dat in tijden van internationale wereldontdekkingen en het netwerk van handelsbeurzen) uit. Na het heengaan van Mevrouw Cock, die de prentenhandel na de dood van haar man nog dertig jaar bestierde, bezat de zaak zowat 1600 koperplaten, waarvan 65 naar ontwerpen van Bruegel. Als aanstormend talent was hij door het echtpaar – mogelijks al voor 1552 – gelokt. Bruegel was toen nog niet op studiereis naar Italië getrokken. En die tocht maakte indruk. De stadsmens uit de Lage Landen keek er zijn ogen uit vanaf de Alpen tot de straat van Messina nabij Sicilië. Die reiservaringen, die Bruegel ongetwijfeld in schetsboekjes bewaarde, kopieerde hij evenwel niet klakkeloos. Zijn imposante landschappen zijn ‘gesampelde’ composities die bijzonder populair waren en de aanzet waren van de latere landschapsschilderkunst, niet enkel de Hollandse maar via Rubens ook de Engelse.

Hieronymus Cock naar Pieter Bruegel - De hazenjacht, 1560
Hieronymus Cock naar Pieter Bruegel – De hazenjacht, 1560 – © KBR

Platteland

Natuurlijk trok Breugel ook naar het ‘inheemse’ platteland. Met de rijke handelaar Hans Franckaert, die bij zijn Kempense hoeves de pacht ging innen, trok hij naar de boerenbuiten. Franckaert blijkt de opdrachtgever van De boerenbruiloft. Die uitstappen waren – mogelijks – inspiratiebron voor de prenten De Sint Joriskermis (1558) en De kermis van Hoboken (1559). Over de interpretaties van die boerenesbattementen is al veel inkt gevloeid.

Hoeveel afdruksels van prenten van Bruegel er zijn gemaakt, is niet te achterhalen. Tot in de achttiende eeuw werden prenten – bijna aan de lopende band – afgedrukt. Nadien slabakt het. De koperplaten waren tot op de draad versleten en geen enkele koperplaat naar Bruegel werd bewaard. Misschien werden ze wel tot kogels of komforen gerecycleerd.

Naarmate een koperplaat gebruikt werd, verminderde ook de kwaliteit van de afdruk. Diverse stadia/staten van afdrukken leveren bijzonder interessante informatie op. Kunsthistoricus en onderzoeker drs. Maarten-Jan Bassens:

“Het stond de eigenaar van een prent vrij om zelf met pen en inkt de nodige verbeteringen aan te brengen. Voor drie deugden die in het Prentenkabinet van de Koninklijke Bibliotheek van België bewaard worden, is dit alvast het geval.”

Frans Hogenberg naar Pieter Bruegel - De kermis van Hoboken, 1559
Frans Hogenberg naar Pieter Bruegel – De kermis van Hoboken, 1559 © KBR

Tien jaar maakt Bruegel ontwerpen voor Cock die hem promootte als de ‘tweede Bosch’. Guiccciardini had al geschreven:

“Piero Brueghel di Breda, grande imitatore della scienza et fantasie di Girolamo Bosco, onde n’ha anche acquistato il sopranome di ‘Secondo Girolamo Bosco.” (Pieter Bruegel uit Breda, grote imitator van de wetenschap en fantasie van Jheronimus Bosch, vandaar dat hij de bijnaam ‘de tweede Bosch’ verwierf)

De reeks De zeven hoofdzonden (1556) schuift zich helemaal in die Boschiaanse beeldtaal: buitenaardse wezens, uitzinnige gedragingen, spookachtige sfeer, groteske bewegingen, excentrieke huisjes… De zonde druipt van het beeld. Elke zonde wordt – hoe kan ’t anders? – door een vrouwspersoon vertolkt. De naakte ‘Ontucht’ laat zich de bepotelingen van een glibberig, schurftig reptiel welgevallen. Een ander gedrocht biedt haar een karaf wijn aan want de wellust is verbonden met de gulzigheid. Al dat gekonkelfoes loopt niet goed af, lijken de prenten te zeggen.

Onderschriften

De zeven deugden, die enkele jaren later worden geprint en zowaar encyclopedisch met een meer protestantse inslag lijken, hebben dan veel minder dat opgestoken vingertje ‘Foei!’ En ook het schrikbeeld à la Jheronimus Bosch (rond 1450-1506) is verdwenen. Maar de discussie over de ‘filosofie’ van Bruegel moet met de nodige omzichtigheid worden gevoerd, aldus Maarten-Jan Bassens:

“Het ontwerp van de prenten kwam dan wel van Bruegel, een bijkomende betekenislaag kwam vaak tot stand door de toevoeging van onderschriften die door de graveur mee in de koperplaat werden gesneden. Van sommige titelprenten en dedicatieteksten in het Cocks fonds is geweten dat de uitgever voor het opstellen een beroep deed op de welwillendheid van enkele humanistische vrienden. Dit lijkt voor de Latijnse frases in de Bruegel-prenten echter niet het geval te zijn. Hoewel hiervoor een onderbouwde argumentatie ontbreekt, lijkt het Hieronymus Cock zelf te zijn geweest die deze opschriften met pen en bruine inkt onder de ontwerptekeningen heeft neergeschreven. De citaten werden overgenomen uit bekende klassieke en contemporaine geschriften, hetzij letterlijk, hetzij geparafraseerd.”

Pieter van der Heyden naar Pieter Bruegel - Elck (
Pieter van der Heyden naar Pieter Bruegel – Elck (“Chacun”), ca. 1558 © KBR

Het is kijken geblazen. Bruegels bonte beelden zijn een grabbelton. Elk detail is een verhaal op zich. “De kracht van Bruegel ligt erin dat hij prenten volstouwt met kleine elementen die op zichzelf kunnen staan”, aldus Maarten-Jan Bassens.

Bruegel is een verhalenverteller. Uren turen. Kijken zet aan tot denken en tot opnieuw kijken.

Vergetelheid

Bruegel lijkt terug van weg geweest: het blijft een vreemd gegeven. Een kunstenaar die vandaag bekend staat als een van de belangrijkste protagonisten van de Nederlandse kunstgeschiedenis, dreigde ooit bedolven te raken onder het stof van de vergetelheid. Hoewel Bruegel tijdens zijn leven succesvol was en zijn roem tot ver na zijn dood bleef nazinderen, zorgden de complexiteit van zijn werk, de veranderende smaak en een hele rist andere factoren ervoor dat de meester in de loop van de achttiende en negentiende eeuw langzaam uit de gedachten en harten van de kunstliefhebbers verdween.

Het kan verkeren, wist Bredero eerder al.

~ Eliane Van den Ende, historicus en cultuurjournalist.

Catalogus bij de tentoonstelling: Bruegel in black & white

De tentoonstelling ‘De wereld van Bruegel in Zwart-Wit’ is tot 16 februari 2020 te zien in de Koninklijke Bibliotheek van België, Kunstberg 28 in 1000 (hartje) Brussel. (Dagelijks geopend) www.kbr.be

Archiefstukken:

Meer tips ➱

Verder speuren:

Bekijk ook onze uitgebreide onderwerpenlijst of het personenregister