Somaliland – Ontstaan van een niet-erkende staat

13 minuten leestijd
Hargeisa, de hoofdstad en grootste stad van Somaliland.
Dronebeeld van Hargeisa, de hoofdstad en grootste stad van Somaliland.

Het Afrikaanse Somaliland is in alle opzichten een land. Het heeft een grondwet, een functionerend democratisch stelsel en een overheid die dingen doet voor burgers. Dat is opmerkelijk in een regio die wordt gekenmerkt door politieke instabiliteit en zwakke staatsstructuren. Toch wordt Somaliland door de internationale gemeenschap waaronder Nederland niet erkend als een soeverein land. Het wordt gezien als een provincie van Somalië. Hoe is dat zo gekomen?

De Somaliërs leven niet alleen binnen de grenzen van het land Somalië. Hun oorspronkelijke leefgebied valt binnen de huidige erkende staten Somalië, Djibouti, Kenia en Ethiopië. En er wonen tegenwoordig zo’n 41.000 Somaliërs in Nederland. Historisch leefden ze nooit in staten, kleine sultanaten op de kust daargelaten. Dat hele concept is de Somaliërs opgelegd door de buitenwereld. Het volk maakte altijd deel uit van grensoverstijgende ontwikkelingen: de komst van islam, de eeuwige strijd met Ethiopië en last but not least de bemoeienis van buitenlandse koloniale rijken als het Osmaanse Rijk en de Europese mogendheden.

Nomadische clans

Ligging van Somaliland in de Hoorn van Afrika.
Ligging van Somaliland in de Hoorn van Afrika.
Niet de staat maar de clan is de belangrijkste organisatievorm van het Somalische volk. Waar een stam zich veelal onderscheidt van andere stammen door een specifieke eigen cultuur, taal of religie, zijn clans daarentegen sociale eenheden die niet cultureel, taalkundig of religieus van aard zijn. Alle Somaliërs hebben in principe dezelfde cultuur, dezelfde taal (Somalisch) en dezelfde religie (soenitische islam). Er zijn vier nomadische hoofdclans te onderscheiden: Hawiye, Darod, Dir en Isaaq. Die laatste domineert in Somaliland. In het uiterste zuiden wonen nog twee clans van landbouwers. Iedere hoofdclan kent weer subclans.

De Somalische clans ontstonden in een omgeving waar het hele jaar door droogte heerste. Daardoor ontwikkelden de nomadische bewoners de gewoonte om samen te werken en een groep te vormen. De clans voerden onderling oorlog over schaarse middelen als water en weidegronden. Lidmaatschap van een clan was een verzekeringspolis. En voor egalitaire nomadische clans is een begrensde staat niet relevant. Dat is iets voor landbouwers en stadsbewoners: aan grond gebonden onderdanen van een heerser.

Toen in de negentiende eeuw Europese imperialistische machten hun oog op de Hoorn van Afrika lieten vallen, was er in ‘Groot-Somalië’ dus geen georganiseerde staat die zich kon verzetten, zoals wel het geval was in het naburige keizerrijk Ethiopië.

Verspreiding van de belangrijkste Somalische clans over Somalië, Somaliland, Djibouti, Ethiopië en Kenia.
Verspreiding van de belangrijkste Somalische clans over Somalië, Somaliland, Djibouti, Ethiopië en Kenia. De aangegeven grenzen en leefgebieden zijn schematisch. (CC BY-SA 4.0 – Dalahow – wiki)

De koloniale tijd

De Europese interesse in de Hoorn van Afrika begon pas in 1859. Toen kreeg namelijk de Fransman Ferdinand de Lesseps opdracht van Saïd pasja, de Osmaanse onderkoning van Egypte, om het Suezkanaal aan te leggen. In 1869 werd de vaarweg geopend. Hierdoor werden de Rode Zee en de Golf van Aden ineens strategisch belangrijk vaarwater. Frankrijk vestigde daarop in Obock een buitenpost om zijn nautische belangen te verdedigen. Uiteindelijk zou dit het begin worden van de Côte Française des Somalis ofwel Frans-Somalië, het huidige Djibouti.

Vanaf 1888 begonnen de Britten ten zuiden van Djibouti de noordelijke kust van Somalië onder hun controle te brengen. Het was het begin van het protectoraat Brits-Somaliland. Ook incorporeerde het Verenigd Koninkrijk een stuk van zuidelijk Somalië in zijn reeds bestaande kolonie Kenia. De Italianen verschenen vrij laat op het imperialistische toneel. Veel keuze hadden ze daarom niet meer in de Scramble for Africa. Tussen 1885 en 1890 veroverden ze Eritrea. Ook begon Italië zich het overgebleven zuidelijke deel van de Somalische kust toe te eigenen: Somalia Italiana.

Aangejaagd door deze Europese expansie in hun voortuin begonnen de Ethiopiërs onder bewind van negusa nagast of keizer Johannes IV (1831-1889) de door Somaliërs bewoonde Ogadenwoestijn onder hun controle te brengen. De woestijn moest een buffer vormen tegen een mogelijke Britse of Italiaanse invasie. Zodoende leefden de Somalische clans vanaf 1889 in naam in Ethiopië of Franse, Britse en Italiaanse koloniale entiteiten. Onvermijdelijk werden ze daardoor beïnvloed.

Brits-Somaliland

Mohammed Abdullah Hassan
Mohammed Abdullah Hassan te paard op een kameel, omringd door enkele van zijn derwisjen.
De Jemenitische havenstad Aden was een strategisch belangrijk bolwerk van de Britten. Toen het Suezkanaal af was, deden veel schepen van en naar Brits-Indië Aden aan om bevoorraad te worden. Maar Aden werd omringd door onvruchtbaar en vijandig gebied. Daarom werd Noord-Somalië belangrijk, want de nomaden daar fokten Berberawi schapen. Die stonden bekend om hun vette achterwerk. De relatief vruchtbare regio werd daarom de leverancier van vlees voor Aden. Vee is trouwens nog steeds het belangrijkste exportproduct van Somaliland.

In 1899 kregen de Britten te maken met een opstand onder leiding van de soefidichter en islamitische radicaal sayyid Mohammed Abdullah Hassan. Hassan was een religieus en politiek leider die met zo’n 3.000 derwisjen een oorlog tegen de Britten en aan hen gelieerde clans begon. Die oorlog kwam pas ten einde toen de ‘Mad Mullah’, zoals de Britten hem noemden, in 1920 doodging aan de Spaanse griep. In de decennia daarna lieten de Somalilanders en de Britten elkaar grotendeels met rust, waardoor er een vredige status-quo ontstond. Hierdoor bleef ook de egalitaire clanstructuur in stand.

In het zuidelijker gelegen Italiaans-Somalië lag dat heel anders. De Italianen bemoeiden zich vanuit hun hoofdstad Mogadishu actief met het leven van de Somaliërs. Vooral van 1921 tot 1941 onder de agressieve heerschappij van de fascisten werd de oorspronkelijke balans tussen de clans verstoord. Alhoewel de Italianen in de Tweede Wereldoorlog de controle over hun kolonie verloren, mochten ze van de Verenigde Naties in 1950 het bestuur weer overnemen. Een wonderbaarlijk besluit dat de gegroeide kloof tussen Brits-Somaliland en Zuid-Somalië groter maakte.

De republiek Somalië

In 1960 werd Italiaans Somalië onafhankelijk. Aangemoedigd door de Britten zagen de Somaliërs een kans om voor het eerst in de geschiedenis een Groot-Somalische staat te vestigen. Maar de pan-Somalische beweging werd verdeeld door clantegenstellingen. Gelukkig voor de verdeelde nationalisten was daar keizer Haile Selassie I (1892-1975) die duidelijk maakte dat Ethiopië nooit afstand zou doen van zijn Somalische gronden. Hij dreigde zelfs impliciet met annexatie van de rest. Die houding stimuleerde de Somaliërs in hun streven naar samenwerking en vereniging.

Op 26 juni 1960 werd Brits-Somaliland een onafhankelijk land. De noorderlingen wilden zich zo snel mogelijk samenvoegen met het Italiaanse zuiden. Op 1 juli 1960 verenigden beide koloniale entiteiten zich in de onafhankelijke Republiek Somalië met Mogadishu als hoofdstad. Echter, beide partijen verzuimden in hun haast om dit vast te leggen in een ondertekend verdrag. Hierdoor lag aan de unie geen juridische basis ten grondslag.

De fusie tussen de Britse en Italiaanse koloniën was voornamelijk een ideologische en emotionele kwestie geweest, terwijl de praktische uitvoerbaarheid als bijzaak was gezien – een zeer Somalische manier om naar politiek te kijken. Helaas is de realiteit uit harder hout gesneden…

…aldus de Franse historicus en Afrika-specialist Gérard Prunier.

Leiders van de Isaaq-clan in Hargeisa tijdens het bezoek van de hertog en hertogin van Gloucester aan Somaliland in 1958.
Leiders van de Isaaq-clan in Hargeisa tijdens het bezoek van de hertog en hertogin van Gloucester aan Somaliland in 1958. (CC BY-SA 4.0 – Michael Pitt – wiki)

De dictatuur

De fusie tussen de Britse en Italiaanse kolonies was ongelijkwaardig. Somaliland was dunner bevolkt en minder ontwikkeld dan het Italiaanse Somalië. De Italianen hadden sinds hun terugkeer in 1950 met zegen van de VN geïnvesteerd in het opleiden van een autochtoon ambtenarenapparaat. Dit gaf de “Italiaanse Somaliërs” in Mogadishu een voorsprong op de minder ontwikkelde “Britse Somaliërs” uit Somaliland. Het zuiden domineerde het noorden in alle opzichten.

In de jaren zestig probeerde de republiek te functioneren als democratie, maar clanbelangen bleven overheersen. De macht kwam vooral in handen van de welvarende Majeerteen, een subclan van de Darod en van oudsher kooplieden en piraten. Hun bewind werd gekenmerkt door vriendjespolitiek en corruptie. Het enige functionerende onderdeel van de overheid was het leger. Daarom keek de bevolking naar het leger om in te grijpen en orde te brengen.

Toen op 15 oktober 1969 president Ali Shermarke werd vermoord door een van zijn lijfwachten, greep het leger zijn kans. Onder leiding van generaal Mohammed Siad Barre (1910-1995), zelf een Darod met wortels in de Ogadenwoestijn, vond er een geweldloze staatsgreep plaats. Het leger installeerde een Supreme Revolutionary Council en begon een modieus militair-socialistisch bewind.

Daarmee kwam Somalië in de bipolaire wereld van de Koude Oorlog in het door Moskou geleide anti-Westerse kamp. Dat was overigens geen verrassing. Het land ontving al militaire steun van de Sovjet-Unie. De keuze voor het Sovjet-kamp was voor Mogadishu ook een logische: aartsvijanden Ethiopië en Kenia bevonden zich namelijk in het door de VS geleide Westerse kamp.

Oorlog met de aartsvijand

Mengistu Haile Mariam
Mengistu Haile Mariam, de communistische leider van Ethiopië, omstreeks 1977-1978.
Somaliland was onder de militaire dictatuur niet beter af. Het werd feitelijk leeg getrokken ten behoeve van het centrale bewind in Mogadishu. Prominente oppositieleiders werden vervolgd en in veel gevallen ter dood veroordeeld. Generaal Siad Barre bevoordeelde zijn eigen Darod-clan. Ook begon hij een kostbare oorlog met Ethiopië. Barre was een overtuigd pan-Somalist en viel op 13 juli 1977 de Ogadenwoestijn binnen om lokale Somalische guerrilla’s te hulp te schieten. Een goed gekozen moment, want op dat moment was Ethiopië verzwakt door een extreemlinkse revolutie.

In 1974 was keizer Haile Selassie afgezet door jonge Marxistisch-Leninistische legerofficieren. Uiteindelijk kwam de macht in handen van luitenant-kolonel Mengistu Haile Mariam. Geconfronteerd met twee bondgenoten die elkaar in de haren vlogen, koos Moskou ondubbelzinnig voor het belangrijkere Ethiopië. Zwaar wapentuig en circa 15.000 Cubaanse soldaten werden ingevlogen om de in eerste instantie succesvolle Somaliërs terug over de grens te jagen.

Na zware verliezen trok het Somalische leger zich terug. Met het leger kwamen ook bijna een miljoen etnisch Somalische vluchtelingen mee, waaronder veel gewapende strijders. Om deze gevaarlijke en gefrustreerde mannen zo snel mogelijk uit de buurt van Mogadishu te krijgen, stuurde Siad Barre hen naar Somaliland waar ze de lokale bevolking begonnen uit te buiten. Maar die hadden ook hun bijdrage aan de oorlog geleverd en waren niet van plan om een en ander lijdzaam te ondergaan.

De generaal reageerde op protesten met keiharde onderdrukking en vervolging. In reactie daarop richtten Isaaq-vluchtelingen in Londen in 1981 de Somali National Movement (SNM) op met als doel het ten val brengen van zijn regime.

Koningin Juliana Somalische president Siad Barre
Koningin Juliana ontvangt de Somalische president Siad Barre, 6 september 1978. (CC0 – Koen Suyk / Anefo – Nationaal Archief)

Buitenlandse inmenging

Door de inval in Ethiopië lag Somalië uit de gratie bij de door Moskou geleide socialistische wereldorde. Siad Barre zag zich gedwongen over te lopen naar het Westerse kamp. De Amerikanen namen in 1980 de Sovjetbasis bij de Somalilandse havenplaats Berbera over. Het door de Russen aangelegde vliegveld diende daarbij ook als noodlandingsbaan voor de space shuttle.

tijdschrift Somali National Movement
Exemplaren van Somali Horizon, het tijdschrift van de Somali National Movement (SNM), uit 1987. (CC BY-SA 4.0 – Gerard van de Bruinhorst – wiki)
De SNM zocht op haar beurt steun bij de Ethiopische dictator Mengistu, de Libische dictator kolonel Moammar al-Qadhafi en het extreemlinkse militaire regime van Zuid-Jemen. De acties van de SNM waren in het begin erg beperkt en de reactie van generaal Barre was nog mild. Begin 1983 verbood hij echter de handel in qat. Het kauwen op deze licht stimulerende plant is erg populair in de Hoorn van Afrika en Jemen. Barre verdacht de qat-handelaren onterecht van sympathie met de rebellen. Nu hun lucratieve handel was verboden schonken ze uit wraak massaal hun Toyota terreinwagens aan de SNM, die ze ombouwde tot bewapende ‘technicals’.

In het kader van de Koude Oorlog ontving het Barre-regime wapens en geld van onder meer de VS en Saudi-Arabië om het door Moskou gesteunde Ethiopië te bestrijden. Om eigen redenen stuurden ook landen als Egypte en het Zuid-Afrikaanse apartheidsregime wapens. En ook voormalig kolonisator Italië stuurde steun. Om de zaken nog ingewikkelder te maken gebruikte Siad Barre veel van die steun niet in de strijd tegen Ethiopië, maar tegen de SNM en de opstandige clans van Somaliland. De SNM daarentegen ontving geen noemenswaardige buitenlandse steun. Het dwong de rebellen vooral steun te zoeken bij de eigen bevolking, iets dat op langere termijn veel waardevoller zou blijken.

technical niger
Een Toyota Land Cruiser die is omgebouwd tot een bewapende ‘technical’, gefotografeerd in Niger in 2019. Dergelijke geïmproviseerde gevechtsvoertuigen werden ook door de Somali National Movement gebruikt. (CC BY-SA 4.0 – NigerTZai – wiki)

Einde Koude Oorlog

Op 4 april 1988 tekenden Ethiopië en Somalië noodgedwongen een vredesverdrag in Djibouti, de Djibouti Peace Agreement. Beide regimes waren uitgeput en hadden te maken met oprukkende binnenlandse verzetslegers. De Sovjet-Unie had door de oorlog in Afghanistan geen reserves meer om de vele andere oorlogen en linkse regimes die ze financierde of anderszins steunde gaande te houden. De steun die Siad Barre ontving van het Westen was in de praktijk beperkt van aard. De VS had hem als overloper nooit helemaal vertrouwd en hield hem bij gebrek aan een alternatief in het zadel, maar ook niet meer dan dat.

Door het vredesverdrag viel Ethiopië weg als uitvalsbasis voor de SNM. De onafhankelijkheidsbeweging ging daarom vol in de aanval. Somalilandse steden als Hargeisa en Bura’o werden belegerd. Door het succesvolle offensief viel het Somalische regeringsleger uit elkaar, waarna de soldaten zich op clanbasis hergroepeerden. De Darod bleven redelijk trouw aan Barre, maar de Hawiye hielden het voor gezien en trokken zuidwaarts.

Ze hadden geen moraal meer; het plegen van al die misdaden tegen burgers leverde hen wel geld op, maar geen bezieling, en leidde er uiteindelijk toe dat ze werden verslagen. majoor Mohamed Kosar (SNM)

Genocide

De enige betrouwbare troepen van Siad Barre waren de vluchtelingen uit de Ogaden. Door hun aantallen te overdrijven ontving Mogadishu veel voedselhulp van de UNHCR. Dat ging rechtstreeks door naar het leger. Het regime begon in reactie op het SNM-offensief de eigen gelederen van Isaaq-clanleden te zuiveren. Veel soldaten verdwenen in het gevang of werden gedood. In de Somalilandse steden werd geplunderd, Isaaq woningen werden binnengevallen, burgers werden opgepakt of ter plekke vermoord, vrouwen verkracht. Het offensief had de hardliners binnen het regime een excuus gegeven om een vernietigingscampagne te beginnen tegen de weerbarstige noorderlingen.

Toen de SNM Hargeisa innam, begon het regime zware artillerie van Russische en Zuid-Afrikaanse makelij naar het gebied te verplaatsen. De stad werd stevig onder vuur genomen zonder onderscheid te maken tussen militaire en burgerdoelen. De Somalische luchtmacht bombardeerde steden en vluchtelingenkolonnes vanuit de lucht. Vooral de door meedogenloze Rhodesische en Zuid-Afrikaanse huurlingen gevlogen en van de Verenigde Arabische Emiraten gekregen Hawker Hunter straaljagers waren effectief: zo’n 90% van Hargeisa werd vernietigd.

Ruïnes in Hargeisa, waarvan tijdens de strijd eind jaren tachtig naar schatting 90 procent werd verwoest.
Ruïnes in Hargeisa, waarvan tijdens de strijd eind jaren tachtig naar schatting 90 procent werd verwoest.

De vernietigingscampagne had alle kernmerken van een genocide. Zo’n 200.000 burgers werden gedood, waarvan 40.000 in Hargeisa. Anderen werden door de luchtmacht gedood op de vlucht naar Ethiopië, waar er zo’n 400.000 in vluchtelingenkampen terecht kwamen. Het drama ontging het westen grotendeels. Zowel voedsel- als militaire hulpleveranties aan het regime gingen gewoon door. Een VN-rapport uit 2001 stelde vast dat er een ‘genocide werd bedacht, gepland en gepleegd door de regering van Somalië tegen het Isaaq-volk van Noord-Somalië.’

Anarchie

Embleem van het United Somali Congress (USC)
Embleem van het United Somali Congress (USC)
Als de slachtpartij in Somaliland iets had bereikt, was het de ondermijning van de Somalische republiek en de pan-Somalische droom. Terwijl de internationale steun voor het Barre-regime verdween, werden ook in andere delen van de Somalische republiek rebellenlegers actief. Een van de grotere was het door de Hawiye-clan gedomineerde United Somali Congress (USC) dat in 1989 met steun van de SNM was opgericht. Het rukte langzaam op naar Mogadishu.

In 1991 werd er stevig gevochten in de straten van Mogadishu. De SNM nam in Somaliland steeds meer steden in en belegerde Berbera. Hooggeplaatste regeringsleden vluchtten naar Kenia. Het regeringsleger hield op te bestaan en iedereen met een wapen herorganiseerde zich in clanverband. Ook de inmiddels bejaarde Siad Barre ontvluchtte in een tank de hoofdstad om een van de vele warlords te worden. Het gevolg was een oorlog van iedereen tegen iedereen. Alhoewel de SNM militair de sterkste verzetsbeweging was, was ze niet in staat het zuiden en Mogadishu in te nemen.

Onafhankelijkheid

Vanuit de logica dat wie de hoofdstad beheerst de legitieme regeringsmacht in handen heeft, richtte de internationale aandacht zich op de USC. De krijgsheer Mohammed Farrah Aidid (1934-1996) leidde binnen de verdeelde USC de grootste factie. Maar uiteindelijk zou zijn bewind van korte duur zijn. Somalië gleed verder af in honger en ellende. Inspanningen van de Verenigde Naties en een mislukte militaire interventie van de VS in 1992 brachten daar geen verandering in. Ook werd piraterij vanuit de semi-onafhankelijke regio Puntland een probleem.

Ondertussen had de SNM Berbera veroverd. Daarop organiseerden de clans een shir, een traditionele raadgevende vergadering van clanoudsten, religieuze leiders en andere vertegenwoordigers van de Isaaq en de noordelijke subclans van de Dir en Darod. De combinatie van een eigen Brits-koloniaal verleden en de gewelddadige anarchie in het ‘Italiaanse’ zuiden, leidde ertoe dat de shir op 18 mei 1991 instemde met het opheffen van de unie van 1 juli 1960. Somaliland was weer een onafhankelijke republiek.

Wat in Mogadishu niet lukte, lukte in Somaliland wel: een stabiele democratische staat vormen. Dat kwam voort uit een aantal zaken. Binnen de SNM werden de lakens niet uitgedeeld door de militaire tak. De burgerlijke tak had ook invloed. De buitenlandse steun en daarmee invloed was zeer beperkt. Verder hielden de clans elkaar in evenwicht. Toen Isaaq-subclans met elkaar in de clinch raakten, werd dat gesust door de Somalilandse Dir en Darod. Bij een conferentie in 1993 besloten de clanoudsten tot de vorming van een democratisch tweekamerstelsel en een regering onder een gekozen president.

Conclusie

Hoewel de Somaliërs een volk zijn, heeft de onderverdeling van hun leefgronden onder drie verschillende Europese kolonisatoren hen de facto verdeeld in drie volken (de Ethiopische en Keniaanse Somaliërs daargelaten) met een eigen politieke cultuur. Somaliland is een ander land dan Somalië. Het functioneert anders, en tegenwoordig beter. Dat behalve Israël geen enkel land Somaliland als soevereine staat erkent, is moeilijk te rijmen met het feit dat het gebied al decennialang als zelfstandige staat functioneert. Daarmee beperkt men de mogelijkheden voor Somaliland om zich verder te ontwikkelen. En draagt men mogelijk bij aan een zoveelste bloedig conflict in de Hoorn van Afrika.

Bronnen

– Adam, Hussein M., (1994) Formation and Recognition of New States: Somaliland in Contrast to Eritrea. Review of African Political Economy, No.59, 21-38.
– Chapin Metz, Helen, (Washington D.C. 1993). Somalia: A Country Study. Library of Congress.
– Prunier, Gérard, (London 2021). The Country That Does Not Exist. A History of Somaliland. C. Hurst & Co.
– Internet: geraadpleegd op 25.07.2026: https://www.cbs.nl/nl-nl/longread/rapportages/2023/inwoners-met-herkomst-sub-sahara-afrika/1-bevolking
– Internet: geraadpleegd op 25.07.2026: https://www.nytimes.com/1980/08/22/archives/us-officials-disclose-accord-with-somalia-on-access-to-key-base.html
– Internet: geraadpleegd op 25.07.2026: https://pulitzercenter.org/stories/valley-death-somalilands-forgotten-genocide
×