Bij internationale voetbaltoernooien klinkt regelmatig het Marokkaanse volkslied, de Hymne Chérifien (النشيد الشريف). Ook tijdens de Afrika Cup, waar Marokko zowel deelnemer als gastland is, is de hymne veelvuldig te horen. Het lied is sinds 1956 het officiële volkslied van het koninkrijk Marokko, al werd het ook daarvoor al gebruikt bij ceremoniële gelegenheden.
De melodie van de Hymne Chérifien ontstond al tijdens het Franse protectoraat over Marokko. De muziek werd vermoedelijk rond 1952 gecomponeerd door de Franse officier en dirigent Léo Morgan, die verbonden was aan de koninklijke garde. De hymne was daarmee al in gebruik vóór de Marokkaanse onafhankelijkheid in 1956.
De tekst van het lied werd geschreven door de Marokkaanse dichter en professor Ali Squalli Houssaini en werd pas later officieel vastgesteld. Dat gebeurde in 1970, in de periode waarin Marokko zich voor het eerst plaatste voor het wereldkampioenschap voetbal.
Volgens sommige bronnen schreef Houssaini de tekst na een prijsvraag; andere bronnen melden dat hij dit deed na een directe opdracht van koning Hassan II.
Tekst
Nederlandse vertaling van het volkslied van Marokko
Fontein van vrijheid, bron van licht
Waar soevereiniteit en veiligheid elkaar treffen
Moge altijd samengaan in veiligheid
En soevereiniteit
Je hebt te midden van naties geleefd met sublimiteit
Ieders hart gevuld
Gezongen door iedere tong jouw kampioen is opgestaan en beantwoordt je roep.
Voor je ziel, voor je lichaam
De zegen hebben zij overwonnen
In mijn ziel en in mijn bloed
Jouw briezen ontwaakten zowel licht als vuur
Omhoog! Mijn broeders, streef naar het hoogste
Wij roepen tegen de wereld dat wij hier zullen leven
Met ons embleem: God Het thuisland en de koning
Ibn Battuta – De Marokkaanse ontdekkingsreiziger
Had Ismail, sultan van Marokko, echt 1042 kinderen?
Winnaars van de Afrika Cup – Alle kampioenen op een rij
Jan Janszoon van Haarlem (Moerad) – Nederlandse zeerover in Marokko
De Marokkaanse militaire bijdrage aan de strijd tegen nazi-Duitsland 1940-1945 (deel I)
De Barbarijse zeerovers en hun christenslaven