Synode van Dordrecht (1618-1619) – Kerkstrijd in de jonge Republiek

Belangrijke landelijke kerkvergadering
6 minuten leestijd
Synode van Dordrecht
Een vergadering van de nationale synode te Dordrecht - Schoolplaat naar Pouwels Weyts de Jonge door G. van Hove

De Synode van Dordrecht, ook wel Dordtse Synode, was een landelijke kerkvergadering die een einde moest maken aan het conflict tussen remonstranten en contra-remonstranten. Deze strijd over de leer van de uitverkiezing verdeelde de jonge natie diep en liep uit op een politiek en religieus keerpunt. De synode duurde van 13 november 1618 tot 29 mei 1619.

Aan het begin van de zeventiende eeuw was de Tachtigjarige Oorlog tussen de Nederlandse opstandelingen en Spanje al meer dan veertig jaar aan de gang. Beide partijen waren uitgeput door het lange conflict en zochten naar een tijdelijke wapenstilstand. Toen in 1609 het Twaalfjarig Bestand inging, legden de opstandelingen in de Republiek en de Spanjaarden de wapenen neer. De wapenstilstand zou twaalf jaar duren. In de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden woedde echter nog wel een geloofsstrijd. Deze strijd was al langer gaande, maar het conflict met de Spanjaarden had de verschillen tussen de partijen wat naar de achtergrond gedrukt.

Twaalfjarig Bestand
Twaalfjarig Bestand
Het Twaalfjarig Bestand maakte in feite een einde aan de eenheid binnen de Republiek. Het theologische conflict draaide voor een groot deel om het leerstuk van de ‘predestinatie’ (uitverkiezing). Het ging hierbij kortweg om de vraag of God bij de geboorte van een mens al bepaalde of diegene naar de hemel of hel zou gaan, ofwel of de mens zelf nog invloed had op zijn redding.

Enerzijds waren er de remonstranten (ook wel rekkelijken of arminianen). Zij deelden de mening van de in 1609 overleden hoogleraar Jacobus Arminius die stelde dat God niet al bij de geboorte bepaalde of een schepsel naar de hemel of hel zou gaan. Aan de andere kant stonden de contra-remonstanten, volgelingen van een andere godgeleerde: Franciscus Gomarus. Zij werden ook wel de preciezen of gomaristen genoemd en waren er juist van overtuigd dat bij aanvang van het leven het Laatste Oordeel al vast stond. Deze gedachtegang liet geen ruimte voor de vrije wil. Geloof werd gezien als een gevolg van goddelijke genade en niet als een menselijke verdienste.

In een poging een einde te maken aan het geruzie vaardigden de Staten van Holland in 1614 een edict uit. Bepaald werd dat predikanten zich voortaan niet meer mochten uitlaten over het leerstuk van de voorbeschikking. Tot echte rust leidde dit echter niet. De contra-remonstranten klaagden dat de godsdienst onderdrukt werd en drongen kerken binnen waar remonstranten binnenkwamen.

Stadhouder Maurits van Oranje
Stadhouder Maurits van Oranje, 1608 – Michiel Jansz van Mierevelt
De contra-remonstranten drongen aan op een synode (nationale kerkvergadering), maar de Staten van Holland weigerden dit. De Staten besloten enkele predikanten af te zetten en verklaarden dat godsdienst een gewestelijke aangelegenheid was. Stadhouder Maurits van Oranje, opperbevelhebber van de strijdkrachten, besloot hierop de kant van de contra-remonstranten te kiezen. Hij bezocht op een zondag in Den Haag demonstratief de enige kerk waar leden van deze stroming samenkwamen.

Staatsgreep

Raadpensionaris Johan van Oldenbarnevelt vermoedde dat de stadhouder aanstuurde op een staatsgreep en liet in 1617 door de Staten van Holland de zogenaamde Scherpe Resolutie aannemen. Hierin werd bepaald dat troepen die door Holland werden betaald ook alleen aan de regering van Holland mochten gehoorzamen. Ook werd vastgesteld dat de steden in Holland ieder hun eigen religieuze en politieke zaken mochten regelen. Zo mochten ze bijvoorbeeld zelf soldaten, zogenaamde waardgelders, aannemen om de orde te handhaven. In sommige steden waar de remonstranten in de meerderheid waren werden inderdaad waardgelders aangenomen. Lang niet alle steden waren echter blij met de Scherpe Resolutie. Enkhuizen, Edam, Purmerend, Amsterdam en Dordrecht waren bijvoorbeeld tegen.

Stadhouder Maurits was van mening dat zijn rol als opperbevelhebber van het leger door de Scherpe Resolutie ernstig werd aangetast. Afgevaardigden van Friesland, Groningen, Gelderland en Zeeland hadden al besloten een nationale synode te houden in Dordrecht. Stadhouder Maurits ging hierna op reis en wist ook Overijssel en Utrecht aan zijn kant te krijgen, waardoor Holland alleen kwam te staan. Holland hield echter voet bij stuk en bleef zich tegen een synode uitspreken. De Staten-Generaal verleenden de stadhouder hierop een dictatoriale volmacht.

Maurits gebruikte deze volmacht. Hij liet belangrijke leden van de oppositie arresteren. Onder hen bevonden zich de vooraanstaande staatslieden Johan van Oldenbarnevelt, Hugo de Groot en Rombout Hogerbeets. Van Oldenbarnevelt werd op 12 mei 1619 wegens landverraad en hoogverraad zelfs ter dood veroordeeld. Op 13 mei 1619 werd hij op het Binnenhof in Den Haag onthoofd, een van de meest dramatische gebeurtenissen uit de vroege geschiedenis van de Republiek.

Executie van Van Oldenbarnevelt in Vondels toneelstuk Palamedes (Bibliotheek van het Vredespaleis)
Executie van Van Oldenbarnevelt in Vondels toneelstuk Palamedes (Bibliotheek van het Vredespaleis)

Synode van Dordrecht

De eerste zitting van de Synode van Dordrecht vond plaats op 13 november 1618. Voorzitter was dominee Johannes Bogerman uit Leeuwarden. Duidelijk was dat de synode tot doel had af te rekenen met het gedachtegoed van de remonstranten en de eenheid in de Kerk te herstellen. Behalve 37 predikanten en 19 ouderlingen woonden ook 5 hoogleraren (waaronder Gomarus) en 18 commissarissen-politiek de vergadering bij. Daarnaast waren er uitnodigingen verstuurd naar calvinistische kerken in het buitenland. Hoewel afgevaardigden uit Frankrijk en Schotland om politieke redenen ontbraken, waren er toch vijfentwintig buitenlandse godgeleerden aanwezig, vooral uit Engeland, de Palts, Hessen, Schotland en Zwitserland. De voertaal van de kerkvergadering, die dus een internationaal karakter kreeg, was Latijn.

Synode van Dordrecht - Bekend schilderij van Pouwels Weyts de Jonge, 1621
Synode van Dordrecht – Bekend schilderij van Pouwels Weyts de Jonge, 1621

Aanvankelijk waren ook vertegenwoordigers van de remonstranten in Dordrecht aanwezig, maar velen van hen wilden uiteindelijk niet in het figuurlijke beklaagdenbankje plaatsnemen. Vrijwel de gehele kerkvergadering bestond immers uit contra-remonstranten, waardoor de ondervraging van de remonstranten steeds meer het karakter kreeg van een rechtszitting. In lange redevoeringen betwistten de aanwezige remonstranten de bevoegdheid van de synode. Uiteindelijk stuurde synodevoorzitter Bogerman hen weg, met de woorden:

Dimittimini, exite, exite. (Wij zenden u heen, gaat heen, gaat heen)

Johannes Bogerman
Johannes Bogerman
Niet verwonderlijk was dat de contra-remonstranten door de Synode van Dordrecht in het gelijk werden gesteld. Hun standpunten werden vastgelegd in vijf punten, de zogenoemde Dordtse Leerregels. Daarin bepaalden de afgevaardigden hoe de leer van de genade en de verlossing moest worden opgevat, en somden ze ook de ‘dwalingen’ van de remonstranten op. Een van de belangrijkste uitspraken was dat alleen Gods genade bepalend is voor het geloof van de mens, en niet de menselijke wil.

Tijdens de synode werd ook een nieuwe kerkorde vastgesteld, de zogenoemde Dordtse Kerkorde. Daarin werd de organisatie van de gereformeerde kerk vastgelegd, waarbij de staat in hoge mate invloed bleef houden op het kerkelijk leven.

Ongeveer tweehonderd remonstrantse predikanten werden uit hun ambt gezet. De predikanten liepen het risico vervolgd te worden, tenzij ze de zogenaamde ‘Acte van Stilstand’ (preekverbod) ondertekenden. Zeker tachtig predikanten weigerden, gingen in ballingschap en vormden hun eigen kerk: de Remonstrantse Broederschap.

Kist voor de originele stukken van de Statenvertaling (Catharijneconvent)
Kist voor de originele stukken van de Statenvertaling (CC0 – Catharijneconvent)

Statenvertaling

Tijdens de Synode van Dordrecht werd ook besloten de gehele bijbel uit het Hebreeuws en Grieks in het Nederlands te vertalen. Deze Nederlandse vertaling, die in 1637 klaar was, leverde een belangrijke bijdrage aan de eenheid en het karakter van de Nederlandse taal. De bijbel kreeg de naam Statenvertaling, omdat de Staten-Generaal de vertaling bekostigde en autoriseerde.

​Sententie Synode van Dordrecht, 6 mei 1619

Vertaling in hedendaags Nederlands

Omdat sommigen uit onze kring zijn weggegaan en zich ‘remonstranten’ zijn gaan noemen — een naam die volgens de synode, evenals die van de ‘contra-remonstranten’, beter in vergetelheid kan raken — hebben zij door hun eigen handelen en optreden de kerkdienst en orde ernstig verstoord.

Zij hebben de tucht van de kerk naast zich neergelegd, de vermaningen en oordelen van hun medebroeders genegeerd en zo de tot dan toe bloeiende, in geloof en liefde verenigde kerken van Nederland zwaar en zorgelijk in beroering gebracht. Daarbij hebben zij schadelijke en oude dwalingen opnieuw tot leven gewekt en nieuwe leerstellingen bedacht. Deze hebben zij, openlijk en heimelijk, in woord en geschrift onder het volk verspreid en met grote felheid verdedigd.

De leer die tot dan toe in de kerken werd aanvaard, hebben zij met laster en onheuse beschuldigingen overladen, waardoor zij overal aanstoot, verdeeldheid, onrust en gewetensproblemen hebben veroorzaakt. Zulke zware zonden tegen geloof, liefde, goede zeden, eenheid en vrede van de kerk kunnen door geen mens rechtvaardig worden geduld. Kerkelijke dienaren die zich daaraan schuldig maken, moeten daarom volgens de traditie van alle tijden met zware kerkelijke straffen worden bestraft.

Daarom verklaart en oordeelt de synode — na Gods naam te hebben aangeroepen en zich bewust van haar bevoegdheid, gesteund door de Staten-Generaal — dat de predikanten die zich als leiders van partijvorming in de kerk hebben gedragen en dwaalleringen hebben verkondigd, schuldig zijn bevonden aan het vervalsen van het geloof, het verbreken van de eenheid van de kerk en het veroorzaken van ernstige ergernissen.

In het bijzonder geldt dit voor degenen die voor deze synode zijn gedaagd en bovendien koppig verzet hebben getoond tegen de besluiten van het wettig gezag en tegen de synode zelf.

Bronnen

-Christelijke encyclopedie, Deel 1 – (Kok Kampen, 2005) p.459-461
-Handboek Nederlandse kerkgeschiedenis – Herman J. Selderhuis, red. (Kok, 2025)
×