Top 50 – Nederlandse woorden uit het Maleis & Indonesisch

Woorden die je uit een andere taal overneemt noem je leenwoorden. In totaal zijn er 109 Maleise of Indonesische en 3 Javaanse woorden geleend in de Nederlandse taal, waarmee het Indonesisch qua aantal leenwoorden op de zevende plaats komt, na de Romaanse talen Italiaans en Spaans, maar nog voor het Jiddisch. Dit artikel geeft een overzicht van 50 mooie leenwoorden uit de Maleise of Indonesische taal.

VOC-duit
VOC-duit
Veel Maleise en Indonesische woorden zijn via het personeel van de VOC, zeelieden en reizigers in het scheepsjargon terechtgekomen en via die weg in de Nederlandse taal beland.

Achtergrondinformatie Maleise en Indonesische leenwoorden

De volgorde van onderstaande lijst is enigszins willekeurig en gebaseerd op de smaak van de auteur. Bij deze lijst dient aangetekend te worden dat woorden die vóór 1928 geleend zijn, Maleis genoemd worden. Begrippen van ná die tijd heten Indonesisch. In 1928 werd het Maleis namelijk uitgeroepen tot de nationale taal, de Bahasa Indonesia (‘Indonesische taal’). De Indonesische regering legde dit in 1945 in de grondwet vast, waarna in 1972 een spellingverandering volgde die afweek van het vroegere Maleis.

De meeste Indonesische leenwoorden, 39 stuks, zijn in de negentiende eeuw in de Nederlandse taal opgenomen. In die periode was de Nederlandse aanwezigheid in Indië het meest intensief. Maar ook in de twintigste eeuw is het aantal leenwoorden vrij omvangrijk: achttien woorden vóór 1950 en tien erna. Deze laatste tien woorden waren zeer waarschijnlijk al eerder in de kleine kring van Indische Nederlanders bekend, maar zijn pas later in Nederlandse woordenboeken terechtgekomen.

- advertentie -

Overigens is de Nederlandse invloed op het Maleis-Indonesisch veel groter geweest dan andersom. Er bestaan ongeveer 8000 woorden in de Indonesische taal die zijn ontleend aan het Nederlands. Een fraai voorbeeld is het senappan, dat afkomstig is van ‘snaphaan’ en in de Indonesische taal vrij algemeen gebruikt wordt voor ‘geweer’. Onze Dikke Van Dale noemt als betekenis bij snaphaan: ‘een ouderwets geweer dat door middel van een haan met een vuursteen wordt afgeschoten’. Andere fraaie voorbeelden zijn asbak, spanduk (spandoek), mesin (machine), kantor (kantoor), buku (boek), buku mopor (klachtenboek) of knalpot. Maar hoe verliep de beïnvloeding eigenlijk andersom, van het Maleis-Indonesisch naar het Nederlands?

De Top 50

Nummer 1 t/m 10

bakkeleien kibbelen, bekvechten, redetwisten. Afkomstig van het Maleise berkelahi, dat letterlijk ‘bezig zijn met vechten’ betekent. Oorspronkelijk gebruikten Nederlandse zeelieden dit woord voor daadwerkelijke vechtpartijen (er is nog een voorbeeld uit 1910 bekend van deze betekenis), maar de betekenis verschoof steeds meer naar bekvechten. Ruzie maken met woorden dus, zonder fysiek geweld.
banjeren heen-en-weer lopen, sjokken, slenteren, rustig wandelen. Via het Amsterdamse dialect in de Nederlandse taal terechtgekomen en oorspronkelijk afkomstig uit het Maleis. Taalkundige Marlies Philippa schrijft in diens Etymologisch Woordenboek van het Nederlands (2003-2009) over banjeren het volgende:

Ontleend aan Maleis banyak ‘veel’. Gezien de betekenis van het verwante werkwoord banjeren ‘heen en weer lopen’ of ‘veel branie maken, nerveus heen en weer lopen’, lijkt ook invloed van Maleis banjir ‘stroom, invasie, toevloed, overstroming’ en van het werkwoord (mem)banjir ‘overstromen, toestromen, binnenstromen’ niet uitgesloten.”

amper bijna, nauwelijks. Afkomstig van hampir. Dit woord komt in deze betekenis ook voor in het Afrikaans en onder mariniers, wat duidt op een koloniale herkomst.
Dat is niet mijn pakkie-an ‘dat is niet mijn verantwoordelijkheid’. Afkomstig van bagian wat betekent: zorg, taak, verantwoordelijkheid. Waarschijnlijk associeerde men dit woord op een lollige manier met het Maleise pakaian (kleding), dat vrijwel hetzelfde klinkt als pakkie-an. Aldus J.W. de Vries in De Nieuwe Taalgids.
gladjakker een sluw, gemeen, listig persoon. Gladjakker is ontleend aan geladak, een Maleis woord voor zwerfhond of – er zijn meerdere versies in omloop – van gladag, een verkorting van djaran gladag, destijds een soort lastpaard. De VOC’ers namen dit over als gla-dakker, wat stond voor een gemeen, sluw persoon. Onder invloed van het al bestaande gladjanus ontstond uiteindelijk het woord ‘gladjakker’.
branie lef, waaghals. Ontleend aan het Maleise bijvoeglijke naamwoord berani (moedig, brutaal). Vaak gebruikt als uitdaging om te bewijzen dat je iets gewaagds durfde te doen. Vandaar ook branieschoppen, wat betekent dat je je moedig of dapper gedraagt. Een leus van de Ambonese KNIL-soldaten was ‘Brani mati, brani makan pèlor’:

Wij zijn niet bang voor de dood, we trotseren de kogels.”

Scheepslieden en militairen hebben dit begrip in de Nederlandse taal geïntroduceerd. In Indië had brani trouwens niet de pejoratieve klank van het Nederlandse ‘branieschopper’, een persoon die onrust stookt.

goeroe gezaghebbend onderwijzer, van het Maleise guru: ‘leermeester’. Deze term betekende aanvankelijk ‘inlandse godsdienstleraar in Nederlands-Indië’, later verbreedde de betekenis zich naar het meer algemene ‘gezaghebbende onderwijzer’.
babi pangang Indonesisch gerecht met varkensvlees: babi panggang. De Indonesische ‘g’ is volgens een taalkundige verdwenen in het Nederlands omdat die lastig uit te spreken is in die taal.
piekeren tobben, bepeinzen, overdenken. Dit woord is ontleend aan het Maleise en Javaanse begrip pikir, dat ‘overleg’ of ‘overdenking’ betekent. Het Maleise woord vertoont verwantschap met het Arabische fikr ‘het denken’ en is uit die taal ontleend.
pienter slim, schrander, bijdehand, bekwaam. Uit heet Maleis pintar (knap, slim), op Java gebruikt men het woord pinter.
Klamboe - cc
Klamboe – cc

Nummer 11 t/m 20

ketjap de bekende Indonesische sojasaus.
soebatten aanhoudend smeken, vleiend toespreken, vanuit een overdreven vriendelijkheid. Later ook wat negatiever ‘kibbelen’ gaan betekenen. ‘Soebatten’ is ontleend aan Maleis sobat ‘vriend’, dat afkomstig is van het Arabische ṣuḥba(t), het meervoud van ṣaḥib ‘vriend’ of een soortgelijke vorm die ‘vriendschap’ betekent. De betekenis van soebatten is ontstaan doordat iemand die aanhoudend smeekte zijn gesprekspartner telkens aansprak met sobat: ‘sobat, sobat, sobat!!’ (‘vriend’). Het woord is – aldus G.J. van Wyk in het Etimologiewoordeboek van Afrikaans (2003) – minstens sinds 1637 in de Nederlandse taal bekend en werd reeds in 1657 ook door iemand als Jan van Riebeeck (1619-1677) gebruikt, VOC-koopman en stichter van de eerste Europese handelspost in Zuid-Afrika in 1652. In het Nederlands kennen we als variant op soebatten de uitdrukking ‘daar hielp geen “lieve-moederen” aan’.
tabee groet, tot ziens. Van het Maleise woord tabe.
plopper (ook wel peloper/pelopor/pelopper) Indonesische vrijheidsstrijder. Doet klankmatig denken aan het woord ‘voorloper’ of ‘pionier’. Dit woord keerde terug in Nederlandse taal en werd ‘plopper’, een naam voor voorlopers of verkenners in de vrijheidsstrijd in 1945. Het woord werd ook gebruikt voor ‘opstandeling’.
amok stampij. Van amuk: een tijdelijke verstandsverbijstering die ontaardt in woede.
klamboe muskietennet, afkomstig van het Indonesische woord kelambu.
sambal scherpe Indonesische saus, kruiderij. In het Maleis: ‘rode peper’.
saté geroosterd vlees aan een stokje. Volgens Pieter Johannes Veth (1814-1895) e.a., Uit Oost en West: Verklaring van 1000 woorden uit Nederlands-Indië (1889, in 2003 herdrukt) komt het woord uit het Tamil – een taal die gesproken wordt in het zuiden van India, in Singapore en Maleisië -, waarin sataj vlees betekent.
nasi rijst in gekookte vorm, een bekend Indonesisch gerecht. In gerechtsnamen uit Nederlands-Indië kwam ‘nasi’ meestal voor in combinatie met een ander, specificerend Maleis woord. In Nederland is vooral de nasi goreng (‘gebakken rijst’) bekend, vaak afgekort als nasi. We kennen ook nasi rames, nasi guning, et cetera.
pisang banaan. De pisang zijn, de banaan dus, houdt in dat je ‘de lul’, pineut, sigaar of sjaak bent. Zie op Historiek het artikel de pisang zijn.
Kroepoek - cc
Kroepoek – cc

Nummer 21 t/m 30

orang oetan mensaap of lelijk mens. In het Maleis is orang (h)utan een samenstelling van orang ‘man, mens’ en (h)utan ‘woud’, samengevoegd dus: ‘bosmens’.
kroepoek viskoekjes, een knapperige lekkernij uit Indonesië. Van het Maleise kerupuk, een zogenoemd onomatopee (woord gebaseerd op klanknabootsing).
mango tropische vrucht, vermoedelijk ontleend aan het Maleise mangga, een woord dat op zijn beurt wellicht uit het Portugees afkomstig is.
jonk Indonesische benaming voor een Chinees schip. Ontleend aan het Maleise djong. Voor de Portugezen en de Nederlanders was dit woord een aanduiding voor het standaardtype schip waarmee ze in Zuidoost-Azië op zee voeren.
prauw Indonesisch: vaartuig. De taalkundige Pieter Johannes Veth schreef in 1889 over dit woord:

…Vernederlandst uit het Javaanse en Maleise prahoe, pĕrahoe of praoe, is zeker een van de meest bekende en gebruikte onder de inlandse woorden, die eerst in Indië, later ook, waar over Indië gehandeld wordt, in Nederland, in onze taal zijn opgenomen.”

kakkies voeten.
rampokken roven. Afkomstig van het Javaanse rampog: met velen tegelijk met lansen op iets aanvallen.
sago Indonesisch voor ‘zetmeel’, een voedingsmiddel bereid uit het merg van de sagopalm.
tank (water)reservoir, benaming voor vijvers of grote kunstmatige waterbakken. Op Ceylon een veelgebruikte term door de VOC-werknemers. Dit lijkt een Engels woord, maar het is een Indisch woord, vermoedelijk uit het Sanskriet, Hindoestaans of Maleis. Vergelijk het Maleise telaga: waterkom, dat snel uitgesproken tot een verbastering naar ‘tank’ kan hebben geleid. Op de website etymologiebank.nl lezen we:

Onzeker is de afkomst van het Indische tânkh, tânken of tâken, tanki, tânka zelf; de waarschijnlijkste gissing (…) is dat het ontstaan is uit Sanskriet tatâka, een bijvorm van tadâga (talâga), waaruit rechtstreeks gesproten is het Hindoestani talão; alsook het Javaanse talôgô, Maleis tĕlaga.”

lorre naam van een papegaai.
Kaart van Nederlands-Indië door William Dampier, 1697
Kaart van Nederlands-Indië door William Dampier, 1697

Nummer 31 t/m 40

koelie dagloner, die zware lichamelijke arbeid verricht, sjouwer. Van het Maleise kuli. De term ‘koelie’ werd frequent gebruikt in Nederlands-Indië. Niet-volwaardige koelies noemde men in Deli ook wel ‘stinkers’. Het woord koelie wordt ook wel als scheldwoord (‘stommeling’) gebruikt.
sarong kledingstuk. Verkorting van het Maleise kain sarung, waarbij kain ‘doek ‘ betekent en sarung ‘huls’ of ‘koker’.
passagieren aan wal gaan van zeelieden. Van het Maleise pesisir, wat (zee)strand of stranddistricten betekent. De term werd speciaal gebruikt voor de noordkust van Java.
rimboe wildernis, oerwoud. Ontleend aan Maleis rimbu: ‘wildernis’.
tang kwaadaardige vrouw, feeks, kreng. Van het Maleise setan(g), wat zoiets betekent als duivels, boosaardig, en dat op zijn beurt van het Arabische sjeitan komt, dat ontleend is aan het Hebreeuwse satan. Deze verklaring geven althans taalkundigen als Pieter Johannes Veth en Matthias de Vries (1820-1892). Andere taalwetenschappers zien eerder een verband met de overdrachtelijke betekenis van de tang, het stuk gereedschap waarmee je iets vastknijpt.
toko (Chinese) winkel. Vermoedelijk is dit woord afkomstig uit het Hokkien-Chinese woord thô-khò (of in het Mandarijn-Chinees tŭkù), wat ‘grondmagazijn, opslagplaats in de grond’ betekent. De Chinezen gebruikten dit woord al in de vijftiende eeuw voor de stenen opslagruimten van de Javanen. Later raakte het vermoedelijk in gebruik voor de daarmee verbonden winkels. Een andere verklaring die wel gegeven wordt is dat de term een verkorting is van tokohuis ‘koophuis, winkel’. Tokohuis is dan een samenstelling van Javaanse toekoe ‘kopen, dat in lokale dialecten klinkt als ‘toko’, en het Nederlandse woord huis.
patjakker gemene kerel, schurk, schelm, smeerlap. Volgens etymologen ontleend aan het Javaanse badjag en het Maleise woord badjak, dat ‘zeerover’ betekende. Hier werd het achtervoegsel ‘-aar’, dat veel voorkomt in persoonsaanduidingen, aan toegevoegd. Taalkundigen verbinden ‘patjakker’ ook wel eens met het West-Vlaams woord ‘patjakken’ of het Oost-Vlaamse ‘patsakken’ (‘hinken’). Het Oost-Vlaams scheldwoord patsak wordt wel gebruikt voor ‘lamlendige kerel’ of ‘klein mismaakt mens’.
strootje sigaret. Van het Maleise serutu: sigaar. Doordat in Indonesië tabak vaak in maïsblad wordt gerold om het daarna te roken, is in het Nederlands volksetymologisch de variant ‘strootje’ ontstaan.
loempia Het Indonesische woord lumpia (tot 1972 loempia) is afkomstig van het Chinese Lun Pia (潤餅), dat zoiets betekent als ‘zachte pannenkoek’.
tempo doeloe de vroegere tijd, die goede ouwe tijd. Verbinding van het Latijnse cq. Portugese tempo, tijd, en het Maleise dehoeloe: eerder, vroeger.
Karbouwen voor een ploeg in Indonesië - cc
Karbouwen voor een ploeg in Indonesië – cc

Nummer 41 t/m 50

mataglap toestand van verstandsverbijstering, knettergek, door razernij verblind. Deze term – een combinatie van het Maleis mata (oog) en gelap (donker) – noemde Multatuli in het bekende boek Max Havelaar (1859).
karbouw herkauwer, buffel. En tevens: lomperd, stommeling.
bazar bazaar, winkel, fancy-fair. Via pasar in de Nederlandse taal terechtgekomen. Het Maleisisch heeft het woord ontleend aan het Perzisch. Naast ‘winkel’ komt in Vlaanderen ook de betekenis ‘rommel, rotzooi’ voor.
oorlam ander woord voor een borreltje. Afkomstig van orang lama: oud mens of Indische oudgast, te lezen als: ouwe drinkebroer.
klewang afkomstig van kelewang: een kort, breed zwaard. Dit woord is sowieso sinds 1768 in de Nederlandse taal bekend.
senang blij, prettig, lekker, comfortabel of aangenaam. Van het Maleise senang.
sinjo jongeheer, mannelijke halfbloed. Van het Maleise sinyo, dat dit woord weer heeft ontleend aan het Portugees.
totok volbloed Nederlander. De term werd eerst gebruikt voor Chinese immigranten uit de tweede of latere generaties, later voor volbloed Nederlanders. Geen van beide ouders van een ‘totok’ heeft Indisch of Indonesisch bloed hebben. Het woord werd ook dikwijls in negatieve zin gebruikt voor nieuwelingen, die – net aangekomen in Indië – het Indische levensritme en de lokale gebruiken nog niet gewend waren.
kongsi/kongsie firma, vereniging, club. Kongsi is in Nederlands-Indië de gewone naam van de mijnverenigingen van de Chinezen die in Nederlands-Indië werkten. Oorspronkelijk duidde het Chinese woord de besturen van dit soort firma’s aan. De term kongsi is een samenvoeging van de Chinese woorden kong ‘publiek’, en ssi of sse ‘bestuur’.
soesa drukte, ophef. Van het Maleisische soesah en genoemd in Multatuli’s boek Max Havelaar.

~ Enne Koops

Boekentip: Atlas van de Nederlandse taal – Mathilde Jansen
Lees ook: Top 50 Jiddische woorden in het Nederlands
Of lees…: Top 50 Arabische woorden in het Nederlands
Historiek taaltrivia: Historische uitdrukking, begrippen en scheldwoorden op Historiek

Bronnen

Boeken
-Nicoline van der Sijs, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen (2e druk; Amsterdam & Antwerpen: Veen Uitgevers, 2002 [2001]) 72, 297-300.
-Joop van den Berg, Soebatten, sarongs en sinjo’s; Indische woorden in het Nederlands (Den Haag: BZZTÔH, 1991).
-Derk Jan Eppink, De stille kracht van taal; Over de wederzijdse beïnvloeding van het Nederlands en het Indonesisch (Amsterdam &Antwerpen: Atlas Contact, 1995).
-Ewout Sanders, Taaltumult! De mooiste observaties, hartenkreten en boze brieven uit Onze Taal (Amsterdam: Athenaeum – Polak & Van Gennep, 2002) 155-156.
-P.J. Vet, Uit Oost en West. Verklaring van eenige uitheemsche woorden (Arnhem: P. Gouda Quint, 1889) 42,

Internet
-http://www.etymologiebank.nl (voor achtergronden van diverse woorden)
-http://archief.wereldomroep.nl/nederlands/article/nederlanders-voelen-zich-senang-het-indonesisch
-http://home.online.nl/ed.vos/bahasa-indonesia/indonesische-leenwoorden.htm
-http://indearchipel.wordpress.com/2012/12/17/indonesische-leenwoorden-in-het-nederlands/
-http://www.isgeschiedenis.nl/nieuws/de-invloed-van-de-koloniale-tijd-op-de-nederlandse-taal/
-http://www.mokums.nl/cursus_amsterdams.html
-http://tallsay.com/page/4294969581/koloniaal-taalgebruik-indonesische-leenwoorden-in-het-nederlands
-http://www.mijnwoordenboek.nl/dialect/Marine%20jargon%20%28veelal%20Maleis%29

Twee sandwiches
Iedereen kent de vraag: “Wat eten wij vandaag” En het antwoord is…
Japanse kruiser Haguro die Hr.Ms. kruiser De Ruyter tot zinken bracht, waarbij schout-bij-nacht Karel Doorman omkwam.
Een internationaal onderzoeksteam heeft geconcludeerd dat drie Nederlandse oorlogsgraven op de boden…

Dit atikel is afkomstig van online geschiedenismagazine www.historiek.net

Meer van dit soort berichten? Like ons dan!

Ook adverteren op Historiek?
Goede keus! Klik hier