Beatrix de Rijk (Soerabaja, 1883 – Den Haag, 1958) was de eerste Nederlandse vrouw met een vliegbrevet. Reeds op jonge leeftijd was de in Parijs werkzame mannequin de Rijk geïnteresseerd in paardrijden, ballonvaren, motorfietsen en snelle auto’s. Ballonvaren ze al snel te saai, zij wilde leren vliegen. Na als vrouw te zijn geweigerd bij de vliegschool van Deperdussin haalde zij op 6 oktober 1911 haar brevet bij de vliegschool van de gebroeders Hanriot in Frankrijk.
Beatrix de Rijk hoort thuis in het rijtje van luchtvaartpioniers van het eerste uur zoals: Jan Hilgers, Frits Koolhoven en Anthony Fokker. Door hun enerverende vliegdemonstraties met veel publiek waren vliegeniers in de jaren 1910 een soort rocksterren. En de Rijk was in die tijd misschien nog wel beroemder dan haar mannelijke collega’s.
Onstuimige jeugd

In Nederland zette Beatrix haar onstuimige levensstijl onverdroten voort, zij reed rond in een Adler sportwagen en later op een NSU-motorfiets. Omdat haar moeder het wilde leven van haar dochter maar niets vond, vertrok Beatrix met haar erfdeel naar Parijs en werd mannequin bij het beroemde modehuis Worth. Zij bezocht regelmatig paardenraces in Auteuil en was lid van de in 1909 opgerichte damesballonvereniging ‘Stella’. Het ballonvaren ging haar echter al snel vervelen, Beatrix wilde leren vliegen.1
Aviatrice in haute couture
Voor 2000 francs nam Beatrix vliegles bij de gebroeders Hanriot in Bétheny bij Reims, nadat zij als vrouw was geweigerd bij de vliegschool van Deperdussin. De vliegschool van Hanriot had overigens ook les gegeven aan andere Nederlandse vliegeniers, zoals Gijs Küller en Frits Koolhoven. Beatrix bleek een snellere leerling dan menig mannelijke collega. Zij maakte zelfs zoveel indruk op Marcel Henriot, dat hij haar een baan aanbood als pilote. Beatrix was trouwens zelf niet zo gecharmeerd van de vliegtuigen van Hanriot:
…wat latten met veel spandraden, wat aeroplane-stof en een zwak motortje.

Zij behaalde op 6 oktober 1911 haar (Franse) vliegbrevet en was daarmee de zesde gebrevetteerde vrouwelijke pilote ter wereld. Op haar brevet had zij zichzelf overigens wel vijf jaar jonger gemaakt door het geboortejaar aan te passen. Ze werd beroemd, want ze kreeg van Parijse modehuizen het verzoek vooral hun producten te dragen. Er werden zelf parfums naar haar genoemd. In 1913 kocht ze haar eigen vliegtuig, een Deperdussin 1910, en trok door Europa om demonstraties te geven. Ze liet zich in haute couture fotograferen voor haar vliegtuig.
Aan het begin van de Eerste Wereldoorlog bood ze haar diensten aan bij zowel de Nederlandse als de Franse luchtmacht, maar beide weigerden. Na de oorlog vertrok ze met haar tweede man naar Nederlands-Indië, om vier maanden later alweer terug te keren naar Nederland. Vervolgens vertrok ze naar een suikerplantage op Sumatra, waar De Rijk werd herenigd met haar zoon. Nadat deze plantage in 1932 failliet was gegaan gingen ze wonen in Wassenaar. Het tweede huwelijk liep in 1934 echter ook op de klippen. Haar hang naar avontuur bleef ongebroken en eind 1935 probeerde zij af te reizen naar Abessinië (het huidige Ethiopië) om als pilote te strijden tegen de Italianen. Ook dit plan draaide op niets uit.
Vergeten en berooid in Den Haag
In de Tweede Wereldoorlog en in de daaropvolgende Indonesische vrijheidsoorlog verloor ze alles. Haar enige zoon Jan kwam in 1943 om in een Japans interneringskamp en haar eerste man verdween spoorloos in Atjeh. Na de oorlog raakte Beatrix de Rijk in vergetelheid. Weliswaar werd zij als eregast van de Koninklijke Vereniging voor de Luchtvaart (KNVvL) in 1948 en 1951 in het zonnetje gezet vanwege haar verdienste als aviatrice, maar ze kon moeilijk verkroppen dat haar dagen van rijkdom en roem voorbij waren.
In de jaren 1950 woonde ze in armoedige omstandigheden in een zijstraatje aan de Hoefkade in Den Haag. De KNVvL organiseerde in 1952 nog een hulpactie om haar noden enigszins te lenigen. In haar laatste levensjaren verdiende ze wat geld als bordenwasser in het Palace Hotel in Scheveningen en schoonmaakster bij een Haagse familie. Na een langdurige ziekte overleed Beatrix de Rijk op 18 januari 1958 in het Zeehospitium in Kijkduin.2
Andere Nederlandse luchtvaartpioniers van het eerste uur
Gijs Küller, (Loenen aan de Vecht, 1881 – Helvoirt, 1956)
Gijs Küller was de eerste Nederlander die op 8 november 1909, boven Frankrijk, een gemotoriseerde vlucht maakte. Hij behaalde zijn brevet bij de vliegschool van Hanriot op 5 april 1910. Küller was ook de eerste piloot die in 1911 een motorvlucht maakte boven Nederlands-Indië. Hij stond bekend als een onbevreesde slecht weer-vlieger.

Johan Hilgers (Probolinggo (Java), 1886 – Ngawi (Java), 1945)
Johan (Jan) Hilgers was op 19 juli 1910 de eerste Nederlander die een motorvlucht maakte boven Nederland. De nog ongebrevetteerde piloot Hilgers vloog alleen in een rechte lijn boven een heideveld ten Noorden van Ede, hij beheerste het vliegen toen nog onvoldoende om bochten te draaien. In 1912 ging hij werken voor Fokker en later als instructeur-werktuigkundige bij de luchtvaartafdeling van de KNIL in Nederlands-Indië.
Clément van Maasdijk (Den Haag, 1885 – Schaarsbergen, 1910)
Clément van Maasdijk was in de zomer van 1910 in een felle tweestrijd gewikkeld met Jan Hilgers wie als eerste Nederlander een vlucht boven Nederland zou maken. Hilgers was van Maasdijk echter net enkele dagen te snel af. Van Maasdijk had wel de trieste primeur om de eerste Nederlandse luchtvaartdode te worden, hij stortte datzelfde jaar op 27 augustus tijdens een vliegdemonstratie neer in Schaarsbergen (vlakbij Arnhem) en werd geplet door de motor.
Frits Koolhoven (Bloemendaal, 1886 – Haarlen, 1946)
Frits Koolhoven studeerde werktuigbouw in België en begon zijn werkzame leven in de auto-industrie. Op 24 jarige leeftijd gooide hij het roer om en haalde in 1910 zijn vliegbrevet bij Hanriot in Frankrijk. Hij bouwde als een van de eerste Nederlanders zijn eigen vliegtuig: de Heidevogel. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werkte hij in Engeland en construeerde militaire vliegtuigen voor de Geallieerden. Na de oorlog keerde hij terug naar Nederland en richtte in 1926 de NV Vliegtuigenfabriek Koolhoven op, een directe concurrent van Fokker.

Anthony Fokker (Blitar (Java), 1890 – New York, 1939)
Anthony Fokker was niet de eerste Nederlandse piloot, maar veruit wel de bekendste. Hij dankte zijn faam niet alleen aan zijn grote vliegtalent, maar ook aan zijn zakelijk inzicht. Hij vloog op 1 september 1911 met zijn zelfgebouwde ‘Spin’ boven Haarlem een rondje rond de Grote Kerk. Tijdens de Eerste Wereldoorlog bouwde hij gevechtsvliegtuigen voor de Duitsers. In het interbellum werd Fokker de grootste producent van passagiersvliegtuigen ter wereld.3
2 – Een vergeten vrouw in de luchtvaarthistorie, NRC Handelsblad (14 februari 1984)
3 – Het grootse avontuur van de luchtvaart, A.M. Josephy Jr., J. van Hattum (1963)
Triomf met de ‘Uiver’, noodlot met de ‘Nijmegen’
Wie was Roland Garros? De vliegenier achter het beroemde tennistoernooi
Albert Plesman (1889-1953) – Eerste president-directeur van KLM
Rammende Russen: totale agressie en de taran