500 jaar vrouwelijke schilderkunst in één boek

4 minuten leestijd
Le caprice des belles, 1918 – Alice Bailly.
Le caprice des belles, 1918 – Alice Bailly.
In het boek Fenomenale vrouwen in de schilderkunst wordt de geschiedenis van de schilderkunst belicht aan de hand van het werk van meer dan driehonderd vrouwelijke kunstenaars, verspreid over bijna vijf eeuwen. Het rijk geïllustreerde overzicht biedt aandacht voor zowel bekende namen als minder bekende schilders uit uiteenlopende delen van de wereld. Een bespreking van het boek door Lex Veldhoen.

Dit mooi vormgegeven overzichtsboek verscheen al in 2023, maar is nu voor ongeveer de helft van de prijs te koop. Hierdoor is het voor een veel groter publiek toegankelijk. Er zijn ruim 300 kunstenaressen, verspreid over vijf eeuwen uit zestig verschillende landen, in opgenomen. Daaronder bevinden zich de Nederlandse Charley Toorop, Marlene Dumas en Jacqueline de Jong. De kunstenaars zijn gerangschikt in alfabetische volgorde, zodat een afwisselend, caleidoscopisch overzicht ontstaat.

Zelfportret (tegen muur), 1925 – Charley Toorop
Zelfportret (tegen muur), 1925 – Charley Toorop – Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam.
Van iedere kunstenares word een schilderij afgebeeld, vergezeld van een toelichtende tekst over haarzelf en het getoonde werk. Hiermee biedt dit boek een mooi internationaal overzicht van de vrouwelijke schilderkunst door de tijd heen. Dat het oorspronkelijk een Engels/Amerikaanse uitgave is, betekent wel dat er relatief veel Amerikaanse kunstenaressen zijn opgenomen, maar daarnaast treft de lezer ook Europese en (vooral recentere) Aziatische, Afrikaanse en Zuid-Amerikaanse in het werk aan.

Bij het doorbladeren valt op dat schilderessen uit de zuidelijke continenten over het algemeen uitbundiger, kleurrijker werk maken dan bijvoorbeeld Scandinavische, die veelal zachter getinte, minder contrastrijke kleuren toepassen.

Ook valt op dat de Europese vrouwen die rond de Middeleeuwen schilderden, dat vaak leerden van hun vader. Een markant voorbeeld is Marietta Robusti uit de zestiende eeuw, die haar vader overal volgde, vaak verkleed als jongen, maar van wie uiteindelijk vrijwel haar hele oeuvre verloren ging, terwijl Quistelli haar werken bijna nooit ondertekende en verkocht vanwege de ‘vernederende associaties met een vak waarbij je je handen moest gebruiken.’

Successen

Er waren ook vrouwen die wel succes hadden, zoals Artemisia Gentileschi, die qua vakmanschap haar vader voorbijstreefde. De Engelse Sarah Biffin, geboren zonder armen of benen, werd een beroemd miniaturist die de koninklijke familie schilderde en de Franse Rosa Bonheur (1822-1899) had het geluk dat haar vader, een tekenaar, in gendergelijkheid geloofde. Ze maakte carrière, rookte, werkte in mannenkleren en was openlijk lesbisch. Lavinia Fontana was zo succesvol dat haar schilderende man haar assistent werd en Eugene Manet offerde zijn carrière op om die van zijn vrouw, Berthe Morisot, te ondersteunen. Minder gelukkig trof impressioniste Marie Bracquemond het, die tegengewerkt werd door haar echtgenoot en het schilderen opgaf. De Engelse Mary Beale krijgt nu pas erkenning, nadat een groot aantal schilderijen achteraf aan haar is toegeschreven.

Janet Sobel invasion day
Janet Sobel, Invasion Day – werk van een kunstenaar die al vóór Jackson Pollock experimenteerde met dripping.
De achterliggende gevolgen van seksisme, dat ook in de kunstgeschiedenis prominent aanwezig is, komen zo ook bovendrijven. Bijvoorbeeld als je leest dat zogeheten dripping art al twee jaar eerder werd gemaakt door Janet Sobel dan door Jackson Pollock, terwijl hij er bekend mee werd. Marlow Moss wisselde jarenlang ideeën uit met Mondriaan en de twee beïnvloedden elkaar, maar haar modernistische werken, zoals Mondriaan die later ook ging maken, zijn relatief onbekend gebleven. De auteurs schrijven:

Eeuwenlang moesten premoderne vrouwelijke kunstenaars tegen de stroom in roeien en doorploeteren omdat de toegang tot formele kunstopleidingen en lidmaatschap van een kunstgilde hen werd ontzegd. Daarnaast moesten ze zien uit te stijgen boven boven de beperkingen waarmee ze werden geconfronteerd vanwege hun sociaaleconomische klasse. (…) Of je kunstenaar kon worden, hing vaak helemaal af van waar je wieg had gestaan.

Drie vrouwenfiguren, 1909–1910 – Aleksandra Ekster
Drie vrouwenfiguren, 1909–1910 – Aleksandra Ekster
Opvallend zijn de vele vernieuwende en zelf ontwikkelde technieken, die deels te maken hebben met vormen van creativiteit die vooral vrouwen beoefenen, zoals het werken met textiel en thema’s die dichtbij hen staan. Zo gebruikte de Zwitserse Alice Bailly voor haar ‘wolwerken’ garen als penseel. De Indiase Tanya Goel vermaalt gevonden bouwmaterialen tot pigment, terwijl een landgenote die uit een geslacht van edelsmeden afkomstig is hun gereedschappen en materialen toepast bij haar doeken.

De Argentijnse Leonor Fini onderzocht in haar surrealistische schilderijen de vrouwelijke seksualiteit en begeerte. De Poolse Alexandra Exter schilderde kubistische doeken, waarin ze Russische en Oekraïense tradities verwerkte en de naar de VS verhuisde Nigeriaanse Njideka Akunyili Crosby voelt ‘een sterke drang om mijn verhaal als Nigeriaanse in de diaspora te vertellen’. Sybil Atteck uit Trinidad en Tobago geeft een kleurrijk antropologisch commentaar op haar geboorteland. De Franse Nicole Eisenman verbeeldt op humoristische wijze in een neo-expressionistische stijl de queer- en genderpolitiek.

Nieuw licht op vrouwelijke schilderkunst

Fenomenale Vrouwen in de Schilderkunst
 
Sinds de eeuwwisseling worden er steeds vaker exposities georganiseerd rond vrouwelijke schilders, zoals ‘Elle’ in 2009 in Centre Pompidou. Maar nog steeds is een klein percentage schilderijen in bezit van musea gemaakt door vrouwen, terwijl het aantal vrouwelijke naakten juist zeer hoog is. In de VS was tussen 2008 en 2018 slechts 11% van de aangekochte werken door topmusea door vrouwen gemaakt en nog steeds gaapt er een groot gat tussen de prijzen die vergelijkbare werken van mannelijke en vrouwelijke schilders opbrengen. De bekende kunstenaar Georg Baselitz durfde in 2013 nog te beweren:

Vrouwen kunnen niet schilderen. Dat is een feit.

Dit boek werpt een geheel ander licht op de vrouwelijke schilderkunst en toont aan hoe denigrerend, seksistisch en onterecht deze uitspraak was. Het biedt zo een belangrijke correctie en aanvulling op de mannelijk-dominante visie op de kunstgeschiedenis.

×