“Dit mooi vormgegeven overzichtsboek verscheen al in 2023, maar is nu voor ongeveer de helft van de prijs te koop. Hierdoor is het voor een veel groter publiek toegankelijk. Er zijn ruim 300 kunstenaressen, verspreid over vijf eeuwen uit zestig verschillende landen, in opgenomen. Daaronder bevinden zich de Nederlandse Charley Toorop, Marlene Dumas en Jacqueline de Jong. De kunstenaars zijn gerangschikt in alfabetische volgorde, zodat een afwisselend, caleidoscopisch overzicht ontstaat.

Bij het doorbladeren valt op dat schilderessen uit de zuidelijke continenten over het algemeen uitbundiger, kleurrijker werk maken dan bijvoorbeeld Scandinavische, die veelal zachter getinte, minder contrastrijke kleuren toepassen.
Ook valt op dat de Europese vrouwen die rond de Middeleeuwen schilderden, dat vaak leerden van hun vader. Een markant voorbeeld is Marietta Robusti uit de zestiende eeuw, die haar vader overal volgde, vaak verkleed als jongen, maar van wie uiteindelijk vrijwel haar hele oeuvre verloren ging, terwijl Quistelli haar werken bijna nooit ondertekende en verkocht vanwege de ‘vernederende associaties met een vak waarbij je je handen moest gebruiken.’
Successen
Er waren ook vrouwen die wel succes hadden, zoals Artemisia Gentileschi, die qua vakmanschap haar vader voorbijstreefde. De Engelse Sarah Biffin, geboren zonder armen of benen, werd een beroemd miniaturist die de koninklijke familie schilderde en de Franse Rosa Bonheur (1822-1899) had het geluk dat haar vader, een tekenaar, in gendergelijkheid geloofde. Ze maakte carrière, rookte, werkte in mannenkleren en was openlijk lesbisch. Lavinia Fontana was zo succesvol dat haar schilderende man haar assistent werd en Eugene Manet offerde zijn carrière op om die van zijn vrouw, Berthe Morisot, te ondersteunen. Minder gelukkig trof impressioniste Marie Bracquemond het, die tegengewerkt werd door haar echtgenoot en het schilderen opgaf. De Engelse Mary Beale krijgt nu pas erkenning, nadat een groot aantal schilderijen achteraf aan haar is toegeschreven.

Eeuwenlang moesten premoderne vrouwelijke kunstenaars tegen de stroom in roeien en doorploeteren omdat de toegang tot formele kunstopleidingen en lidmaatschap van een kunstgilde hen werd ontzegd. Daarnaast moesten ze zien uit te stijgen boven boven de beperkingen waarmee ze werden geconfronteerd vanwege hun sociaaleconomische klasse. (…) Of je kunstenaar kon worden, hing vaak helemaal af van waar je wieg had gestaan.

De Argentijnse Leonor Fini onderzocht in haar surrealistische schilderijen de vrouwelijke seksualiteit en begeerte. De Poolse Alexandra Exter schilderde kubistische doeken, waarin ze Russische en Oekraïense tradities verwerkte en de naar de VS verhuisde Nigeriaanse Njideka Akunyili Crosby voelt ‘een sterke drang om mijn verhaal als Nigeriaanse in de diaspora te vertellen’. Sybil Atteck uit Trinidad en Tobago geeft een kleurrijk antropologisch commentaar op haar geboorteland. De Franse Nicole Eisenman verbeeldt op humoristische wijze in een neo-expressionistische stijl de queer- en genderpolitiek.
Nieuw licht op vrouwelijke schilderkunst

Vrouwen kunnen niet schilderen. Dat is een feit.
Dit boek werpt een geheel ander licht op de vrouwelijke schilderkunst en toont aan hoe denigrerend, seksistisch en onterecht deze uitspraak was. Het biedt zo een belangrijke correctie en aanvulling op de mannelijk-dominante visie op de kunstgeschiedenis.
Hoe werden vrouwen in kunst voorgesteld?
Waar zijn de vrouwen?
Geniale vrouwen in een door mannen gedomineerde kunstwereld
Een naamloze vrouw in de Victoriaanse tijd
Kind van Staat & Voorbeelden van Van der Heck
Jan Mostaert en zijn bedevaart naar Halle