Floris was overal bij
Floris is tegenwoordig een populaire jongensnaam. Dat gaat met pieken en dalen. Het Meertens Instituut houdt dit allemaal goed bij en dan zien we dat de naam Floris sinds 1990 met een opmerkelijke opmars bezig is (die de laatste jaren overigens weer wat afvlakt). Het is niet ondenkbaar dat deze populariteit veroorzaakt werd doordat degenen die in hun jeugd opgroeiden met de tv-serie Floris uit 1969, met Rutger Hauer in de titelrol, intussen volwassen waren geworden en deze naam nu gaven aan hun zoons. Dat kan een verklaring zijn, maar er zijn sinds de elfde eeuw altijd jongens geweest die Floris werden genoemd.

Er was een zesde-eeuwse heilige Sint-Florentius in Zuidoost-Frankrijk, in Orange en Arles. Misschien kwam Dirk met de cultus rond die heilige in contact toen hij in 1030 als pelgrim op weg was naar Jeruzalem. Maar mogelijk was Floris I toen zelfs al lang geboren. Tamelijk recent heeft Van der Spiegel zich nog eens over de materie gebogen en hij suggereert een heilige Florentinus wiens relieken in de vroege elfde eeuw ‘in het nieuws’ waren in Engeland (Peterborough), maar ook in Tiel.
De vrede tussen graaf Dirk III en de op Engeland gerichte kooplieden uit Tiel zou daardoor een mogelijke inspiratiebron voor naamgeving hebben kunnen zijn, maar de auteur voegt er direct aan toe dat dit slechts speculatie is. We weten alleen zeker dat er vijf graven van Holland Floris werden genoemd, de laatste was de beroemde Floris V (1254-1296) en ook enkele hoog-adellijke families in Holland noemden hun zonen Floris, wellicht als eer- en dankbetoon aan het gravenhuis of omdat de betreffende graaf als peetvader optrad.
Het Huis Egmond
Een van de families die in de vijftiende eeuw diverse Florissen kende, was het Huis Egmond. In 1469 (misschien 1470, afhankelijk van de gehanteerde jaarstijl) werd bij hen Floris van Egmond geboren, zoon van Frederik van Egmond (1440-1521) en Aleida van Culemborg (1445-1471). De familie Van Egmond stamde oorspronkelijk uit Kennemerland, maar Frederik van Egmond en voor hem zijn vader Willem IV (1412-1483) hadden belangrijke posities weten te verwerven in het rivierengebied. Door huwelijken waren zij onder andere heren van IJsselstein en van Buren geworden.
Floris’ moeder Aleida was een telg uit een aanzienlijk adellijk geslacht en stierf een jaar na zijn geboorte. Floris’ vader Frederik was legeraanvoerder in dienst van de hertogen van Bourgondië, die sinds 1433 tevens graven van Holland waren. Ook diens vader Willem IV en zijn overige familie speelde een voorname rol in het militaire bestuur van het graafschap en soms daarbuiten. De jonge Floris werd ook legeraanvoerder en ontpopte zich tijdens zijn leven tot militaire steunpilaar van het Bourgondisch-Habsburgse bewind. Hij trouwde op 12 november 1500 met Margaretha van Glymes-Bergen (1481-1551), dochter van Cornelis van Bergen, lid van een voornaam Brabants geslacht uit Bergen op Zoom. Zij kregen twee dochters, Walburga (1502-1547) en Anna (1504-1574), en één zoon, Maximiliaan (1509-1548).
Een atypische edelman
In dienst van de graaf/hertog/keizer vocht Floris in vele oorlogen: tegen Jonker Frans, de Utrechters, de Geldersen, de Friezen, weer tegen de Geldersen en tegen de Fransen. Hij werd meer dan eens benoemd tot stadhouder en uiteindelijk tot kapitein-generaal, de hoogste militaire rang in de Nederlanden. Hij was in dienst van achtereenvolgens hertog Filips de Schone en diens vader en regent rooms-koning en keizer Maximiliaan van Oostenrijk, van koning en later keizer Karel V en van de beide landvoogdessen Margaretha van Oostenrijk en Maria van Hongarije. Hij reisde met Filips de Schone mee naar Spanje om zijn heer daar tot koning te zien worden gehuldigd en hem er te zien sterven.

Floris van Egmond was geen ‘Hollandse’ edelman. Zijn familie was weliswaar grotendeels uit Holland afkomstig, maar zijn meeste bezittingen lagen buiten het graafschap Holland: in Gelre, Zeeland en in Brabant. Deze bezittingen waren bovendien niet onderdanig aan een andere heer dan de keizer zelf. Dat maakt Floris een wat atypische edelman voor de late middeleeuwen, maar juist wel weer typerend voor een bepaalde adellijke klasse uit de vroege zestiende eeuw voor wie het Habsburgse Rijk als geheel hun werkgebied was.
Fleurken Dunbier
Floris was steeds overal bij. Hij werd geboren in een middeleeuws graafschap en overleed op 25 oktober 1539 in het hart van een wereldrijk, op zijn eigen kasteel in Buren. Fleurken Dunbier zou zijn soldateske bijnaam zijn geweest. Zijn devies luidde sans faute, ‘zonder mankeren’. Hij was een ijzervreter pur sang en voor 100% loyaal aan zijn heer, die de meeste tijd overigens een vrouwe was, maar hij hield zijn eigen belangen daarbij altijd scherp in de gaten.
Wie was deze man en in wat voor wereld leefde hij? In welke kringen verkeerde hij en hoe zag zijn sociale en professionele netwerk eruit? Wat klopt er eigenlijk van zijn vaak in biografische woordenboeken en op internet aangetroffen karakterisering als ‘gevierd legeraanvoerder’, was dat echt zo? Wat was zijn houding ten opzichte van de grote politieke veranderingen tijdens zijn leven en hoe ging hij daarmee om? Wat is ten slotte zijn betekenis geweest en waarom zouden wij ons, vijfhonderd jaar later, nog om hem bekommeren?
Een cruciale periode
Veertig jaar na zijn dood braken de Nederlanden weg van de Habsburgse macht, maar tijdens Floris’ leven was daar nog lang geen sprake van. De tijd waarin hij leefde, is een periode die in veel Nederlandse geschiedschrijving wat tussen wal en schip valt. Dat is niet alleen jammer, maar ook onterecht. Bezien met het oog van de lange termijn is de periode tussen grofweg 1480 en 1530 cruciaal geweest voor de ontwikkeling van de Nederlanden als zelfstandige staat. We hebben het dan in geografische zin over de Lage Landen als geheel, de landen van de Bourgondische erfenis, en niet specifiek over het noordelijke stukje dat later als de Republiek bekend is komen te staan.
Het gravenhuis en de Bourgondische hertogen zijn gepasseerd, de Habsburgers treden aan en de Reformatie is aanstaande, maar ridderlijke eer en het katholieke geloof zijn nog alomtegenwoordig. De macht van burgers, adel en steden is groot en neemt nog steeds toe, maar de Europese monarchen beginnen eveneens een grote bestuurlijke en militaire macht te ontwikkelen om hun greep op maatschappij en politiek te centraliseren en te versterken. Vanuit historisch perspectief bezien staat men nog met één voet in de middeleeuwen en met de andere in de vroegmoderne tijd. In de kunsten spreken we soms over laat-gotiek en dan weer over vroege renaissance; de uitingen en kenmerken komen in deze periode door elkaar voor.

Verdwenen schedel graaf Floris I mogelijk teruggevonden
Maarten van Rossum, de beruchte veldheer die Den Haag plunderde
De dageraad van Holland – Geschiedenis van het graafschap 1100-1300
Gilden – middeleeuwse beroepsverenigingenBlijf op de hoogte van nieuwe artikelen
Middeleeuws ridderechtpaar in 3D
Hoe de diefstal van een koe in de dertiende eeuw een oorlog ontketende