Indonesische krissen waren geregeld gewoon gebruiksvoorwerpen (meestal steekwapens, eventueel gereedschap voor de boer). Maar vaak waren en zijn ze veel meer dan dat, verbonden als ze heten te zijn met mystiek en geesten. En soms zijn ze onderwerp van getouwtrek tussen landen. Onderstaand een blik op enkele typerende episodes met krissen in de hoofdrol.
De seculiere, niet op religie gebaseerde Republiek Indonesië kent zes officieel erkende godsdiensten (al mogen ook andere worden beleden): islam, katholicisme, protestantisme, hindoeïsme, boeddhisme en confucianisme. Maar even krabben aan het maatschappelijk oppervlak volstaat, zeker op Java, om ook te stuiten op bijgeloof, mysterie en magie. Krissen spelen daarbij geregeld een rol.
Stille krachten
Op zichzelf is dat voor Nederlanders niets nieuws. We kennen dat geloof in magie uit de roman De stille kracht (1900), vermoedelijk het bekendste werk van Louis Couperus (1863-1923). Toen het in 1974 in drie delen op televisie werd vertoond zaten volgens het Instituut voor Beeld en Geluid miljoenen Nederlanders voor het scherm. Ook in onze tijd ligt dat geloof in magie in Indonesië nog dicht onder de oppervlakte. Zo sprak ik in mei 1997 in Jakarta de toen 79-jarige sociaaldemocraat Soebadio Sastrosatomo. Hij was een strijdmakker geweest van ’s lands eerste minister-president, Soetan Sjahrir. In 1997 leek president Soeharto’s regeerperiode zijn einde te naderen (in mei 1998 trad hij inderdaad af) en Soebadio wilde graag helpen het laatste zetje te geven.
Een van de vragen aan hem: had hij contact met oppositiekopstuk Megawati Soekarnoputri, dochter van de in 1970 overleden eerste president? Soebadio, verder toch een nuchter man, antwoordde: “Natuurlijk hebben we contact. Toen zij voor het eerst hier bij mij thuis kwam, zei ik: het is je vader die je stuurt. Bij het afscheid nemen zei ze: u weet dat ik contact heb met mijn vader, maar op welke manier hebt u contact? Toen glimlachte ik alleen.” Het was, in Soebadio’s woorden, ‘weer een Javaans verhaal, u kunt het geloven of niet’.
Tegen die achtergrond is het niet vreemd dat krissen, zeker keris pusaka (pusaka = erfstuk), nogal eens in verband worden gebracht met magie en geesten. Daarover verderop meer. Nu eerst iets over enkele historisch belangrijke krissen die in koloniale tijden naar Nederland verdwenen.
De kris van Klungkung

Krissen en andere voorwerpen roofde het KNIL zowel van het slagveld als uit het paleis van Klungkung. Eerst ging de buit naar Batavia. Daar schonk gouverneur-generaal Van Heutsz een deel aan het Bataviaasch Genootschap van Kunsten en Wetenschappen (nu het Indonesische Museum Nasional), een ander deel werd geveild ten bate van de Indische schatkist en het derde gedeelte van de buit ging in november 1908 met stoomschip Wilis naar Nederland. In maart 1909 schonk het ministerie van Koloniën vijftien op Bali buitgemaakte objecten aan het etnografisch museum van de Koninklijke Militaire Academie in Breda. In 1956 ging de Bredase collectie over naar het Rijksmuseum voor Volkenkunde in Leiden (nu Wereldmuseum Leiden).

In 2022 vroeg Indonesië Nederland om teruggave van diverse objecten, waaronder ‘de kris van Klungkung’. Na onderzoek in de Wereldmuseum-collectie kwam vast te staan om welke kris het ging. Een mooi exemplaar, maar de onderzoekers konden niet bepalen of deze kris heeft toebehoord aan Dewa Agung Jambe II zelf of aan iemand uit zijn naaste omgeving. Evenmin werd duidelijk of de kris is buitgemaakt op het terrein waar de puputan plaatsvond of in het paleis. Hoe dat ook zij, op 10 juni 2023 tekende staatssecretaris Gunay Uslu (Cultuur) in Leiden de officiële papieren voor de teruggave aan Indonesië.
De kris van Diponegoro
Minder snel verliep het met een kris van de Javaanse prins Diponegoro (1785-1855), de oudste zoon van sultan Hamengku Buwono III van Yogyakarta en de bekendste officiële nationale held van Indonesië. Hij leidde de Java-oorlog (1825-1830) tegen de Nederlandse troepen, werd gevangen genomen en verbannen naar Celebes (nu Sulawesi), eerst naar Manado (1830-1833), daarna naar Makassar, waar hij overleed en is begraven. Die Java-oorlog kostte veel levens, aan Javaanse kant tussen de 100.000 en 200.000 en aan Nederlandse kant ongeveer achtduizend Europese doden en zo’n zevenduizend gesneefde ‘inlandse’ militairen. Een deel viel niet tijdens gevechten, maar bezweek aan ziektes.
Al sinds de Ronde Tafel Conferentie (1949), die de oorlog tussen Nederland en Indonesië moest beëindigen, vroeg Indonesië teruggave van in de koloniale tijd naar Nederland verdwenen kunst- en andere objecten, ook de kris van Diponegoro. Lang waren Nederlandse ambtenaren en museumdirecteuren onwillig. Zo citeerde historica Caroline Drieënhuizen (Open Universiteit) wat een ambtenaar in 1967 adviseerde: “Zo veel mogelijk ‘de boot afhouden’.” Van Diponegoro’s in Nederland belande bezittingen gingen er in 1977 niettemin een paar terug naar Indonesië: een lans, een parasol en een zadel uit de collectie van Museum Bronbeek in Arnhem. Maar hoe zat het met de kris van de Javaanse prins?
Daarvoor even terug naar de Java-oorlog. In februari 1830 kreeg kolonel Jan-Baptist Cleerens (1785-1850) opdracht met Diponegoro besprekingen te openen. Op 16 februari vroeg Cleerens de prins naar Magelang (Midden-Java) te komen om met generaal Hendrik Merkus de Kock (1779-1845) te onderhandelen over beëindiging van de oorlog. Ook als ze het niet eens zouden worden, was Diponegoro daarna vrij om te vertrekken, zegde Cleerens toe. Om die afspraak te bezegelen gaf de prins de kolonel als teken van vertrouwen een kris.

In zijn in 1831/’32 in het Javaans geschreven autobiografie Babad Dipanagara (Diponegoro’s Geschiedenis) noemde de prins Cleerens kang tyas pan langkung pitajengipun (een man wiens hart kon worden vertrouwd). Dat is althans één van de versies over hoe Cleerens kwam aan een kris van Diponegoro (die overigens op 28 maart 1830 van generaal De Kock geen vrijgeleide kreeg, maar gevangen werd genomen). Er zijn ook andere mogelijkheden, het is een nog steeds onopgelost vraagstuk. Feit is wel dat deze kris een naam had: Kyai Nogo Siluman, wat de Javaanse schilder Raden Saleh later in Nederland vertaalde als: De Toverende Koning der Slangen.

Kolonel Cleerens vertrok in september 1830 naar Nederland. Begin 1831 schonk hij de bijzondere kris aan koning Willem I, die hem liet opnemen in het Koninklijk Kabinet van Zeldzaamheden in Den Haag. In 1883 werd die collectie opgeheven en verdeeld over zeven erfgoedinstellingen, waaronder het Rijks Etnographisch Museum in Leiden (later Rijksmuseum voor Volkenkunde geheten, nu Wereldmuseum Leiden, onderdeel van het Nationaal Museum voor Wereldculturen). Zo belandden tientalen krissen in Leiden. Maar bij de verhuizing in 1883 ging veel schriftelijke informatie over de objecten verloren. Zo kwam het dat bij het Leidse museum heel lang onbekend was of de kris van Diponegoro daar ergens lag of niet.
Zoektocht en overdracht
In 2017 begon een poging het eindelijk eens grondig uit te zoeken. Volgens het onderzoeksrapport gebeurde dat ‘in reactie op hernieuwde aandacht voor de whereabouts van de kris in de media en wetenschap’ en ‘vanwege de verantwoordelijkheid die het museum voelt ten aanzien van herkomstonderzoek naar betwiste objecten in de collectie’. Bij het onderzoek werden ook Indonesische experts ingeschakeld die in opdracht van hun regering naar Leiden reisden. Details van het onderzoek kunnen hier achterwege blijven. Wat telt, is de conclusie die begin 2020 definitief werd getrokken: in de Leidse collectie was objectnummer RV-360-8084 de enige kris die aan prins Diponegoro kan hebben toebehoord. Dat moest hem zijn: kris Kyai Nogo Siluman.
Glunderend gingen op 4 maart 2020 in de Indonesische ambassade in Den Haag minister Ingrid van Engelshoven (Cultuur), ambassadeur I Gusti Agung Wesaka Puja en directeur Stijn Schoonderwoerd van het Nationaal Museum van Wereldculturen met de kris op de foto. Kort daarna waren koning Willem-Alexander en koningin Máxima op staatsbezoek in Indonesië. De kris was daar inmiddels ook. Met de Indonesische president Joko Widodo bewonderde het koningspaar de kris in Bogor (West-Java), in het paleis waar ooit de gouverneurs-generaal van Nederlands-Indië resideerden. In november 2020 toonde Museum Nasional de kris aan het publiek, nu (maart 2026) bevindt hij zich in Museum Keris Solo in Surakarta/Solo (Midden-Java).

Vraagtekens bij echtheid
Maar al snel na terugkomst van de kris in Indonesië ontstond er discussie, meldde het Indonesische weekblad Tempo op 21 april 2020. Klopten de kenmerken van de teruggegeven kris wel? Was dit wel kris Kyai Nogo Siluman van Diponegoro, had Nederland wel de goede kris geretourneerd? Het Leidse museum reageerde met een persbericht met de glasheldere kop: ‘Geen twijfel aan juistheid onderzoek naar teruggegeven kris’. Vervolgens bleef het lang stil.
Maar toen werd het 2 oktober 2025. De Indonesische minister van Cultuur, Fadli Zon, had iets opmerkelijk te melden. In Museum Nasional in Jakarta vertelde hij journalisten dat de Indonesische regering zich opnieuw zou inspannen historische objecten uit het buitenland terug te krijgen. Een van de objecten die hij met name noemde: kris Kyai Nogo Siluman.
Indonesische media konden er geen chocola van maken. Die kris van Diponegoro had Nederland in 2020 toch al teruggegeven? Dagblad Kompas meldde dat historicus Sri Margana (Universitas Gadjah Mada, Yogyakarta) het ‘zeer waarschijnlijk’ acht dat er in Nederland meer krissen van Diponegoro liggen. Op de vraag of Indonesië inmiddels (maart 2026) aan Nederland heeft gevraagd om teruggave van nóg een kris van Diponegoro antwoordt een woordvoerster van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap: “Er zijn nog verzoeken van Indonesië in behandeling en daar communiceren we over na een besluit van de minister op basis van een advies van de Commissie Koloniale Collecties”. Dat schept geen duidelijkheid in deze kwestie, dus afwachten maar.
Dialoog tussen een speer en een staf

De lang van elkaar gescheiden speer en staf konden eindelijk weer ‘een dialoog’ beginnen, aldus Carey. Door een incident in Museum Nasional, zei hij, ‘begon ik persoonlijk te begrijpen dat deze erfstukken nog steeds ‘in leven’ zijn’.
Wie dat leest uit de mond van een serieus te nemen wetenschapper als Carey zal wellicht minder verbaasd zijn over een bijdrage die master-studente Archeologie en Erfgoed Juliana Könning (Universiteit van Amsterdam) recent schreef in kwartaalblad Inside Indonesia. Na teruggave van Diponegoro’s kris door Nederland aan Indonesië was ze ‘benieuwd te observeren hoe de kris zich zou gedragen tijdens en na zijn reis’. Toen ze in 2023 een zomerprogramma bijwoonde aan Universitas Gadjah Mada in Yogyakarta hoorde ze van de al genoemde historicus Sri Margana dat culturele voorwerpen vaak onderdeel zijn van een sterke relatie tussen mens en object. En een medestudent vertelde dat de kris-drager de kris zo veel mogelijk overal meeneemt…
…omdat ze twee delen van een geheel zijn. Zonder elkaar zijn zowel kris als drager incompleet.
Ook noteert Könning dat ze op Java ‘ervoer dat voorwerpen actief deel uitmaken van sociale processen’ en dat ‘historische objecten zich niet gedragen als passieve kunstvoorwerpen, maar als actieve sociale deelnemers’. De vader van een medestudente, afkomstig uit een Javaans dorpje, wast zijn kris elk jaar in de eerste maand van de islamitische kalender, in het Javaans Suro geheten, in het Indonesisch Muharram. Dat wassen doet hij met een mengsel van water, gekneusde ananasbladeren, mengkudu (noni, Indische moerbei) en limoen. Een week lang wordt de kris daarin ondergedompeld. Aan het eind van het reinigingsproces bidt de vader voor de kris. Iedere stad of dorp, vertelde de medestudente, heeft zijn eigen versie van het ritueel.
Een Sundanese kris
Daarmee belanden we bij de laatste episode, namelijk die over een Sundanese kris en een geest die verdween. Sundanezen vormen de hoofdbevolkingsgroep op West-Java. In het jaar 721 stichtte Prabu Tajimalela daar het koninkrijk Sumedang Larang. Het omvatte de bergachtige Parahyangan, in koloniale tijd de Preanger genoemd, een ruime regio rond de stad Bandung (die overigens pas in de negentiende eeuw is gesticht). Hoofdplaats van het koninkrijk was Sumedang, tegenwoordig een stadje ten noordoosten van Bandung. In 1620 werd Sumedang Larang samengevoegd met het grotere Midden- en Oost-Javaanse sultanaat Mataram ofwel Mataram Islam (zestiende tot achttiende eeuw) en gedegradeerd tot regentschap. Voortaan had Sumedang Larang geen koning meer, maar een bupati (regent). In 1706 maakte de Vereenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) aan het sultanaat Mataram een einde.
Wel kreeg VOC-opvolger Nederlands-Indië nog te maken met prins Kusumadinata IX, bijgenaamd prins Kornel (1761-1828). Hij stamde af van de Sumedangse koningen en was in 1791-1828 regent van Sumedang. Hij kreeg het aan de stok met Herman Willem Daendels, Indisch gouverneur-generaal van 1808 tot 1811. Diens grote project was de aanleg van de Groote Postweg (Jalan Raya Pos) van Anyer in het westen van Java naar Panarukan in het oosten. De weg was belangrijk voor de post, de handel en vooral voor het koloniale leger.

En nu de Sundanese kris. Midden twintigste eeuw woonde in Citimun, een dorp zo’n zeven kilometer ten noorden van Sumedang, ene Karmita. Hij was dorpsschrijver, een soort secretarisfunctie, en hij kon het goed vinden met een nakomeling van prins Kornel. De volgende in de prinselijke familielijn had een goede relatie met Karmita’s zoon Oos Suwarsa (1942-2012). Pak Oos (pak is kort voor bapak = meneer) kreeg van die prinselijke nazaat een kris. Het was een bijzonder exemplaar, de mannelijke helft namelijk van een krissentweeling. Wat er van de vrouwelijke helft is geworden vermeldt de geschiedenis niet. Nadat Pak Oos was getrouwd met de eveneens Sundanese Bu (kort voor ibu = mevrouw) Iin Karsinah (1949-2005) stichtten ze in Jakarta een gezin. De kris ging uiteraard mee.

Dat in die kris een geest huisde, meenden ze wel zeker te weten. Een ‘bewijs’ daarvan was er ook. Toen Ade Kusumawijaya (roepnaam Wiwit), een van de kinderen van Pak Oos en Bu Iin, als kereltje van een jaar of vijf eens het huis uit holde, kwam hij onder de auto van een buurman die zijn inrit afreed. Met één beentje raakte Wiwit klem onder een wiel. Was de buurman vijf of tien centimeter verder gereden dan zou de knie van het jochie zijn verbrijzeld. Maar zo erg was het gelukkig niet. Daarmee moest de geest van de kris van doen hebben, meenden Bu Iin en Pak Oos. Kennelijk had Pak Oos de kris dat jaar niet zorgvuldig genoeg verzorgd. De geest had wraak genomen, zij het met mate, want kleine Wiwit liep geen blijvend letsel op.
Anders dan zijn meeste soortgenoten vertoonde deze geest zich overigens niet buiten of in een kamer, hij verscheen in dromen. Pak Oos had hem op die manier waargenomen: een man in Sundanese kledij. Ook Bu Iin had zo’n droom gehad. En toen een broer van Pak Oos eens op bezoek kwam en een nachtje bleef slapen droomde hij over een man in dezelfde Sundanese kleding.
Ook Pak Oos reinigde jaarlijks zijn kris. Daarna stak hij hem dan met kleine witte melati-bloempjes in een stoffen zak. Zijn kinderen hebben geen idee waarom, maar op een dag besloot Pak Oos de kris van een verfje te voorzien. Daarbij brak het handvat van het lemmet. Volgens de familie-overlevering heeft de geest de kris toen verlaten. Na Pak Oos’ overlijden kwam de kris bij zijn oudste zoon terecht. Die heeft momenteel zijn eigen woning verhuurd en daarom allerlei spullen tijdelijk in een opslag gedeponeerd. Daar ligt de kris nu, vermoedelijk in een doos. De geest heeft er geen last van, die is immers, naar men zegt, al eerder zijn eigen weg gegaan.
Ronald Frisart: Brutale Badio wil Indonesië redden. Oude socialist werpt zich op als wegbereider nieuw tijdperk. Geassocieerde Pers Diensten (GPD), 25 mei 1997.
– Piet Hagen: Koloniale oorlogen in Indonesië. Vijf eeuwen verzet tegen vreemde overheersing (Amsterdam 2018).
– Tom Quist: Provenance report regarding Staatsiekris – keris. PPROCE provenance reports, No. 31 (2022).
– Koloniale collectie overgedragen aan Indonesië. Persbericht Nationaal Museum voor Wereldculturen, 10 juli 2023.
– Caroline Drieënhuizen: De worsteling van Nederland met een Javaanse dolk. Webcolumn Cultuurwetenschappen, Open Universiteit, online juli 2020.
– Peter Carey: Jauh di Mata, Jauh di Hati – Renungan atas Kembalinya Keris Diponegoro Nogo Siluman, Cultureel platform langgar.co, online 13 maart 2020. Engelse versie bij wetenschappelijk platform academia.edu: A Blot on the Dutch Escutcheon [Een Schandvlek op De Oud Hollands Trouw]: Reflections on the Return to Indonesia of Prince Diponegoro’s Heirloom Dagger, Kangjeng Kiai Nogo Siluman [His Highness The Invisible King of the Snakes] in March 2020.
– Jos van Beurden: Inconvenient Heritage: Colonial Collections and Restitution in the Netherlands and Belgium (Amsterdam 2022).
– Wawancara Peter Carey (2): Keris Naga Siluman Nyimpen Crita Klawu tumrap Diponegoro. In: Panjebar Semangat, 24 januari 2026. Engelse versie: Kukuh Setyo Wibowo: Interview with Peter Carey (2): The Nogo Siluman Kris holds a Bitter Story for Diponegoro, online 15 januari 2026.
– Nationaal Museum van Wereldculturen: Onderzoeksverslag over de keris van prins Diponegoro, 4 maart 2020.
– Peter Carey: The Power of Prophecy. Prince Dipanagara and the end of an old order in Java, 1785-1855 (Leiden 2008).
– Stephen C. Headley: Durga’s Mosque. Cosmology, Conversion and Community in Central Java’s Islam (Singapore 2004).
– British Institute of International and Comparative Law: Caring for a national hero’s weapon: Object restitution in the Indonesian (legal) context. Online 16 juni 2023.
– Nederland gaf mogelijk verkeerde Indonesische dolk terug aan Indonesië. NU.nl, 22 april 2020.
– David van Duuren: De kris van Diponegoro. In: Jaarboek 8, Vereniging Vrienden Etnografica (2020).
– Geen twijfel aan juistheid onderzoek naar teruggegeven kris. Persbericht Wereldmuseum Leiden, 22 april 2020.
– Indonesia continues push for repatriation of artifacts from Europe. The Jakarta Post, online 16 oktober 2025.
– Indonesia pushes for return of historic keris, royal artifacts abroad. Antara, 2 oktober 2025.
– Pemerintah Akan Pulangkan Keris Nogo Siluman, Bedakah dengan Pusaka Pangeran Diponegoro yang Dikembalikan 2020? Kompas, online 4 oktober 2025.
– Mail woordvoering ministerie van OCW aan auteur, 13 maart 2026.
– Wawancara Peter Carey (3): Aja Sembrana karo Pusakane Diponegoro. In: Panjebar Semangat, 31 januari 2026. Engelse versie: Kukuh Setyo Wibowo: – Interview with Peter Carey (3): Don’t Be Reckless with Diponegoro’s Heirlooms, online 23 januari 2026.
– Juliana Könning: Essay: Tracing the social life of a keris. In: Inside Indonesia 162, oct-dec 2025, online 17 november 2025.
– Peter J.M. Nas, Prawito: Java and De Groote Postweg, La Grande Route, the Great Mail Road, Jalan Raya Pos. In: Bijdragen tot de Taal-, Land- en Volkenkunde, 2002, Vol. 158, No. 4.
– Mededelingen Dian Wasiat Suwarsaputri, dochter van Pak Oos en Bu Iin, aan auteur, 1998 en februari-maart 2026.
– Wikipedia: Kerajaan Sumedang Larang, Pangeran Kornel.
De gevangenneming van prins Diponegoro door generaal De Kock
Pistool Westerling te zien in museum: hoeveel bloed kleeft eraan?
Het zwaard van Echten – 3600 jaar oud zwaard
Het mysterie van koning Arthur