Karel de Grote en het ontstaan van ‘de Christenheid’

Rome, Kerk, Wereld
4 minuten leestijd
Kroning van Karel de Grote, in de Grote Kronieken van Frankrijk
Kroning van Karel de Grote, in de Grote Kronieken van Frankrijk
De Katholieke Kerk is een spiritueel wereldrijk. Een wereldwijde organisatie, gedragen door één idee. Tegelijk is het ook een strak geleide hiërarchie, met aan het hoofd één man: de paus. Vanuit Rome bestuurt hij samen met de Curie de Kerk, en dat al bijna 2000 jaar lang. In het boek Rome, Kerk, Wereld laat emeritus hoogleraar Peter Rietbergen zien hoe de Katholieke Kerk haar invloedrijke positie wist te veroveren – en hoe ze die in Rome, het bestuurscentrum en spirituele hart, tastbaar maakte, onder meer met indrukwekkende architectuur, beelden en schilderkunst. Op Historiek lees je een fragment uit het boek, waarin wordt beschreven hoe Karel de Grote bijdroeg aan de groei van de pauselijke macht en de vorming van middeleeuws Europa.

Christelijke keizers en koningen

Of Keizer Constantijn de Petrusbasiliek ooit bezocht, is de vraag. Zeker weten we dat de Frankenkoning Karel, bijgenaamd ‘de Grote’ (r. 768-814), zich op de eerste Kerstdag van het jaar 800 in Rome door Paus Leo in Godsnaam liet zalven, kronen en uitroepen tot ‘keizer die het rijk van de Romeinen bestuurt’: daarmee bedoelde hij duidelijk heel zuid- en west-Europa, maar ook de gebieden die hij, nu met goedvinden van de paus, verder voor het Roomse christendom zou veroveren. Deze plechtigheid vond naar alle waarschijnlijkheid plaats op de trappen vóór de basiliek, zodat het verzamelde volk hem kon toejuichen en zo zijn keizerschap kon bevestigen, zoals al in de Romeinse keizertijd gebruikelijk was. Daarna is Karel de kerk binnen gegaan om te bidden vóór het hoogaltaar, boven Petrus’ graf.

Fresco met een doorsnede van de oude Sint Pieter basiliek
Fresco met een doorsnede van de oude Sint Pieter basiliek

In de loop van de eeuwen groeide het complex van de St Pieter verder uit: er kwamen tal van zijkapellen, het met arcades omzoomde atrium kreeg een fontein, en ook een voorportaal, en bovendien, naast de eveneens latere klokkentoren, een loggia van waaruit de pausen de zegen konden geven aan het op de stenen trappen en de verder zanderige ruimte ervoor verzamelde gelovige volk.

De verklaring voor het ontstaan en de uitbreiding van wat het grootste heiligdom van de katholieke christenheid werd, ligt in de veranderingen die Europa sedert Constantijns regering had ondergaan.

Reconstructie van de oude Sint Pieter basiliek
Reconstructie van de oude Sint Pieter basiliek (CC BY-SA 4.0 – Debole – wiki)

Het begon met de macht die de bisschoppen van Rome vestigden over de stad die zij de hunne gingen noemen, zeker toen Constantijn uiteindelijk zijn residentie verplaatste naar Constantinopel en daarna, in de loop van de vierde en vijfde eeuw, ook andere steden de functie van hoofdstad kregen: de keizers zetelden soms in Milaan en in Ravenna. In Rome rivaliseerde vervolgens eeuwenlang de stadsbisschop – de paus – met de stadsadel maar werd daarin dikwijls gesteund door de christelijke vorsten van Europa.

Middeleeuws miniatuur: Karel, koning van de Franken, wordt door Paus Leo tot keizer gekroond, vóór of in de St Pieter.
Middeleeuws miniatuur: Karel, koning van de Franken, wordt door Paus Leo tot keizer gekroond, vóór of in de St Pieter. uit: Rome, Kerk, Wereld
Onder het keizerlijk gezag was het christendom allengs de godsdienst van het hele imperium geworden, tot aan de rijksgrenzen langs de Rijn, de Donau en de Eufraat toe. Maar terwijl in de loop van de vierde en vijfde eeuw dat Romeinse gezag, en vervolgens dat rijk verdwenen, zetten overal regionale heersers, zelf intussen gekerstend, een politiek in van gebiedsuitbreiding en brachten het christendom tot de Britse eilanden, tot de Nederlanden, tot ‘Duitsland’ en allengs tot het verdere oosten en zuidoosten van Europa. In het besef dat eenheid van religie een essentieel instrument was om hun positie te handhaven, riepen zij dikwijls de hulp in van lokale bisschoppen en, indien nodig, van die ene paus die in Rome zijn superieure gezag ontleende aan zijn rol als Petrus’ opvolger, als plaatsbekleder op aarde van de Christus, Gods zoon.

In dit proces speelde Karel de Grote een doorslaggevende rol. Zijn voorvaderen hadden de troon van “Francia” genomen, en een begin gemaakt met de uitbreiding van hun rijk in contreien die eeuwen tevoren tot het Romeinse imperium hadden behoord: het zuidwesten van het latere Frankrijk, Noord-Italië, de Nederlanden.

De buste van Karel de Grote, een geïdealiseerd portret van de keizer uit de 14e eeuw
De buste van Karel de Grote, een geïdealiseerd portret van de keizer uit de 14e eeuw (CC BY-SA 4.0 – )

Karel zelf echter veroverde in een reeks veldtochten ook de uitgestrekte Germaanse gebieden ten oosten van de Rijn, tot aan de Elbe. Daarbij steunde hij op de Kerk: missionarissen trokken naar deze ‘heidense’ streken om die te bekeren, en plaveiden zo de weg voor Karels soldaten, en voor de onderwerping van deze regio aan het geestelijk gezag van de pausen. Maar bij het besturen van de zeer uiteenlopende werelden die tenslotte zijn rijk vormden, had de Koning Keizer de Kerk ook structureel hard nodig: alleen de mannen van de clerus boden hem de traditie van taal en cultuur die hij behoefde om zijn wereld een zekere eenheid te geven, en zo blijvend te kunnen controleren.

Rome, Kerk, Wereld
 
Intussen had Karel geenszins de bedoeling een Europees ‘imperium’ te stichten – hij verdeelde, volgens familiegewoonte, zijn erfenis onder zijn zonen. Maar gedurende zijn lange regering en door zijn beleid was, bij zijn dood in 814, een groot deel van Europa inderdaad een christelijke cultuurkring geworden waarin gedurende de volgende eeuwen, terwijl vorsten kwamen en gingen, juist de ‘Kerk van Rome’ de constante factor vormde. Over steeds duidelijker ‘nationale’ grenzen heen, gaven de geloofsleer én het rechtssysteem dat de pausen bezigden – het Romeinse Recht werd omgevormd tot Kerkelijk Recht – de bewoners van Europa een zekere eenheid van denken en doen. Hun wereld noemden zij veelal: ‘de Christenheid’.

×