Psychiatrie in Indië hielp kolonialisme goedpraten

Prima boek leidt grote publiek rond in bijzonder stukje historie
7 minuten leestijd
Laan in het psychiatrisch ziekenhuis in Lawang (Oost-Java) anno 2024
Laan in het psychiatrisch ziekenhuis in Lawang (Oost-Java) anno 2024. Het was Chris Engelhards eerste werkplek in Indië. - Foto uit het boek 'De ‘Javaanse psyche’'

Psychiatrie in de kolonie Nederlands-Indië richtte zich in de jaren 1900-1940 niet zomaar en niet alleen op geesteszieke patiënten. Psychiatrie in Indië werd ook ingezet om het kolonialisme te rechtvaardigen en te bestendigen. Marens Engelhard laat dat zien in zijn boeiende boek De ‘Javaanse psyche’.

Aan de orde van de dag is het beslist niet, maar het kan op Java eens een keertje voorkomen dat een bezoeker die de weg vraagt pardoes de verkeerde kant op wordt gestuurd. En dat, terwijl de Indonesiër die dat doet best weet dat het waarschijnlijk de verkeerde richting is. Mogelijk doet het u denken aan de Tweede Wereldoorlog, toen ‘we’ Duitsers, althans volgens de verhalen achteraf, geregeld expres verkeerde richting-aanwijzingen gaven. Denk aan de hilarische scenes van Koot en Bie: “Do ist der Bahnhof”..

Maar zo zit dat op Java in zo’n geval niet. Als ze de vraag van de bezoeker niet kunnen beantwoorden, zullen verreweg de meeste Indonesiërs gewoon zeggen dat ze het helaas niet weten. Maar het kan eens voorkomen dat een enkeling die het niet weet toch wijst: daar moet u heen. Goede kans dat die Javaan niet ‘malu’ wil zijn, zich niet wil hoeven schamen omdat hij of zij het niet weet, en daarom maar wat zegt. Is dat een kronkel in de Javaanse geestesgesteldheid? Welnee, het is een cultureel ‘dingetje’, iets wat een slinkende kleine minderheid nog met zich meesleept.

Ik moest eraan denken bij het lezen van het boek De ‘Javaanse psyche’. Auteur Marens Engelhard zet dat ‘Javaanse psyche’ niet voor niets tussen aanhalingstekens. Immers: bestaat er wel zoiets als de Javaanse psyche (geestesgesteldheid)? Ook niet voor niets heeft het boek liefst twee ondertitels: ‘Koloniale psychiaters in Nederlands-Indië 1900-1940’ en ‘Een familiegeschiedenis’. Aan de hand namelijk van zijn eigen familiegeschiedenis schildert Engelhard tevens een beeld van de psychiatrie in het koloniale Indië in de eerste decennia van de twintigste eeuw. Dat beeld stemt lang niet altijd vrolijk.

Herman en Chris
Chris Engelhard, zijn vrouw Amy en hun nog piepjonge zoontje Herman in 1916 op weg naar Java aan boord van het stoomschip Rindjani. Herman werd later de vader van auteur Marens Engelhard. – Foto uit het boek ‘De ‘Javaanse psyche’’
Voor het uitdiepen van dit onderwerp brengt Marens Engelhard (1955) uitstekende bagage mee. Om te beginnen is hij historicus (hij studeerde moderne Aziatische geschiedenis). Bovendien werkte hij onder meer als rijksarchivaris/directeur van het Nationaal Archief. Het kwam hem van pas bij de lastige klus om voldoende historisch materiaal over psychiatrie in Indië te vergaren. Wat hielp, is dat hij ook in Indonesië op zoek is gegaan.

Kort samengevat is de voor het onderwerp relevante familiegeschiedenis deze. Psychiater Christiaan Frederik (Chris) Engelhard (1887-1959) en zijn vrouw Amy-Caroline (Amy) Knappert (1890-1976) gingen op 11 augustus 1916 in Rotterdam aan boord van het stoomschip Rindjani voor de reis naar Java. Hun pas vier maanden oude zoontje Herman ging ook mee. Veel later zou Herman de vader worden van auteur Marens Engelhard; Chris en Amy waren dus opa en oma van de auteur. Geheel vreemd was Indië voor hen niet. Er woonden al familieleden, ook eerdere generaties hadden er gewoond en gewerkt, Chris’ vader en Amy’s moeder waren op Java geboren.

In Indië werd Chris eerst aangesteld als tweede man in krankzinnigengesticht Soember Porong in Lawang (Oost-Java). Het bestaat nog steeds, al heet het tegenwoordig Rumah Sakit Jiwa Dr. Radjiman Wediodiningrat. Vervolgens werd Chris in Soerakarta (Midden-Java) tijdelijk geneesheer in ziekeninrichting Mangoedjajan, een ‘doorgangshuis’ voor patiënten op weg naar de gestichten in Lawang en Buitenzorg (nu Bogor, West-Java). Tot slot werd hij de eerste geneesheer-directeur van het nieuwe krankzinnigengesticht in Magelang (Midden-Java). Tussendoor promoveerde hij tijdens een verlofperiode in 1923 aan de Utrechtse universiteit op een onderzoek dat hij op Java had gedaan. In 1925 keerde het gezin na negen jaar Indië terug in Nederland. Na een kort intermezzo in Franeker werd Chris in 1926 geneesheer-directeur van de Willem Arntzhoeve in Den Dolder.

Het gezin Engelhard rond 1928 in Den Dolder
Het gezin Engelhard rond 1928 in Den Dolder. Staand vader Chris Engelhard, zittend van links naar rechts Mary, Herman, moeder Amy, Aletta en Chris junior. – Foto uit het boek ‘De ‘Javaanse psyche’’

Ethische politiek

Van belang voor deze geschiedenis is dat Nederland in 1901 was overgestapt van onbarmhartige uitbuiting van Indië op de zogenoemde ethische politiek. Die was gericht op ‘ophefffing’ van de ‘inlander’. Einddoel: een zelfstandig Indië. Dat was iets anders overigens dan een onafhankelijk Indonesië, want ook volgens de ethici was dat voor de inheemse bevolking te hoog gegrepen. Nederlandse leiding zou nog heel lang nodig zijn en Indië moest deel blijven uitmaken van het Koninkrijk der Nederlanden. Dat de ethische politiek een zaak was van te weinig en te laat, dat deze politiek werd ingehaald door het Indonesische nationalisme valt buiten het kader van dit verhaal.

Wel van belang is dat Chris Engelhard een progressief psychiater was die patiënten serieus nam en ze echt wilde doorgronden. Anders dan conservatieve/reactionaire vakgenoten als Petrus Henri Marie Travaglino, zijn baas in Lawang, weigerde Chris te gemakkelijk ‘rassenpsychiatrische conclusies’ te trekken. In een publicatie in 1948 bijvoorbeeld maakte hij duidelijk dat psychische verschillen die men meende te zien tussen oosterlingen en westerlingen vooral moesten worden verklaard door sociale oorzaken. Het doet denken aan de Frans-Martiniquaanse psychiater Frantz Fanon (1925-1961), over wie onlangs een nieuwe biografie verscheen. Hij beschreef in de jaren vijftig hoezeer koloniale verhoudingen inwerkten op de geestesgesteldheid van de gekoloniseerde bevolking.

Net als later Fanon in Frankrijk en Algerije was Chris zich in Indië zeer bewust van de problemen waartegen een witte Nederlandse psychiater aanliep bij het behandelen van inheemse patiënten. Om te beginnen was er een taalprobleem. Verder was er nogal een verschil in sociale, culturele en maatschappelijke achtergrond tussen behandelaar en patiënt. In dit verband komt de auteur met een toepasselijk citaat van de in Indonesië als heldin geldende Kartini (al plaatst hij dat citaat in 1906, twee jaar nadat Kartini was overleden).

Veel van wat er nu nog duister is voor Europeanen zou ik gemakkelijk met een paar woorden kunnen oplossen en daar waar geen Europeaan toegang toe heeft, kan de Inlander komen. Allerlei finesses in de inlandsche wereld die zelfs voor den grootsten indoloog onbekend zijn gebleven kan de Inlander aan ’t licht brengen.

Chris Engelhard heeft dan ook gewaarschuwd zeer voorzichtig te zijn met conclusies over de geestesgesteldheid van Javaanse patiënten.

Patiënten in 1919 in Soerakarta (Solo)
Patiënten in 1919 in Soerakarta (Solo) – Foto uit het boek ‘De ‘Javaanse psyche’’

‘Nerveuze types’

Twee conservatieve vakgenoten hadden met dat trekken van conclusies echter geen enkel probleem. Zij vonden dat ze heel goed wisten hoe het zat en droegen dat met verve uit – volgens de auteur niet ontbloot van politieke (bij)bedoelingen. Het gaat om de al genoemde Travaglino (Chris’ baas in Lawang) en Feico van Loon. Zij schilderden de Javaan als emotioneel, van het nerveuze type, fantasierijk, kinderlijk, lui, ijdel, wreed en makkelijk te beïnvloeden.

De ethische idealen van ontvoogding en ontwikkeling zijn mooi, betoogde Travaglino, maar het is wel oppassen geblazen. Pogingen inlanders wetenschappelijk te scholen bijvoorbeeld achtte hij zinloos: zij kunnen niet veel tegelijk bevatten. Wel zou wetenschappelijke scholing inlanders nóg bevattelijker maken voor oproerkraaiers. Onderwijs moest zich daarom beperken tot de landbouw en ambachtelijk werk.

Vaderlijke macht

In het verlengde van de betogen van Travaligno en Van Loon lag het geluid dat psychiater Pieter Matthijs van Wulfften Palthe in 1948 liet horen naar aanleiding van de zogenoemde bersiap-periode (eind 1945, begin 1946). Na uitroeping van de Republiek Indonesië keerden pemuda (Indonesische jongeren) zich met veel geweld tegen Europeanen en Indonesische groepen die ze beschouwden als handlangers van de koloniale machthebbers: Indo-Europeanen, etnische Chinezen, Molukkers en adellijke bestuurders van eigen bodem.

Van Wulffen Palthe, zo meldt Marens Engelhard, zag in dat geweld ‘een oedipale reactie van de kinderlijke Javanen op het wegvallen van een vaderfiguur’. De eerste keer gebeurde dat toen begin 1942 het Nederlandse koloniale gezag door de Japanners werd weggevaagd, de tweede keer toen de Japanners in augustus 1945 capituleerden voor de Geallieerden. Engelhard:

Van Wulfften Palthe adviseerde het Nederlandse bewind de vaderlijke macht rigoureus te herstellen. Pogingen tot dialoog of onderhandeling waren bij voorbaat zinloos.

Al het materiaal overziend dat hij heeft verzameld, komt de auteur tot een duidelijke conclusie, die het verdient in zijn geheel te worden geciteerd. “De koloniale psychiatrie bleek een paradoxale mengeling van humanitaire geneeskunde en racistische arrogantie”, aldus Engelhard.

Ze deed zich aan me voor als een doolhof van oprechte wetenschappelijke belangstelling en pseudowetenschappelijke vooringenomenheid, als een ingewikkelde knoop van sociaal-medisch goede bedoelingen en tegelijkertijd opvattingen over de achterlijkheid van de Indonesische bevolking. Psychiatrische inzichten werden gebruikt om een voor die tijd humane en geborgen omgeving te scheppen voor krankzinnigen die tot dan toe vaak verwaarloosd werden, maar ze werden ook ingezet om koloniale overheersing te rechtvaardigen, en om te onderbouwen dat de inlanders nog lang niet toe waren aan onafhankelijkheid.

De ‘Javaanse psyche’
 
Ofwel, heel kort samengevat: in de eerste helft van de twintigste eeuw liet de psychiatrie zich in Indië gebruiken als hulpwetenschap voor het kolonialisme, als wetenschap die voortzetting van de koloniale machtsverhoudingen hielp onderbouwen en goedpraten.

Van zijn speurtocht en de resultaten daarvan heeft Engelhard in dit boek een boeiend relaas gemaakt. Wel maakt hij wat foutjes, zoals de brief die hij Kartini laat schrijven in 1906, twee jaar na haar dood. In een fotobijschrift laat hij Chris, Amy en baby Herman naar Indië varen in 2016 in plaats van precies een eeuw eerder. In de West-Javaanse geografische namen Gede (vulkaan) en Tjiandjoer (plaats) maakt hij spelfouten. Zulke kleine slippertjes vallen echter ruimschoots weg tegen de onmiskenbare verdienste van dit boek: het ontsluiert een wel al door wetenschappers beschreven, maar voor het grote publiek nog onbekend stuk koloniale historie, en dat op een prettig leesbare manier bovendien.

×