Geallieerde en Duitse portretten bij het bombardement op kasteel Zuylestein

7 minuten leestijd
Zuylestein
Daily Log Sheet van de 2nd Tactical Air Force, 26 maart 1945, met overzicht van RAF-luchtacties tijdens Operatie Plunder.

Het tweedaagse geallieerde bombardement op kasteel Zuylestein vond op een bijzonder moment plaats, 25 en 26 maart 1945. Dat was in de periode van de eindfase van de oorlog. Operatie Plunder was net begonnen. Wat weten we van de piloten van de Royal Air Force en wat is bekend over de SS-divisiestaf waarvan door het verzet werd gezegd dat zij op kasteel Zuylestein hun verblijf zouden hebben gehad? En wie waren betrokken bij deze verzetsgroep? En wat weten we van de soldaten van de 34e SS-divisie Landstorm Nederland?

Portret RAF-piloten

Van de piloten van de Spitfires die de eerste dag Zuylestein aanvielen weten we niet veel met uitzondering van de Wing Leader Tadeusz Sawicz. Over hem is eerder een biografisch portret gemaakt. Op de tweede dag waren het piloten van de Hawker Typhoons die de verwoestende aanval op het kasteel Zuylestein hebben ingezet. Dat was onder leiding van squadron leader Dicky Durrant (afkomstig uit het Verenigd Koninkrijk). In het Operation Record Book van het squadron staat hierover het volgende vermeld:

A Dutch S.S. Headquarters at ZUYLENSTEIN was the next target and S/L Durrant took off with eight aircraft at 1550 hours. Direct hits with three salvos of rockets were obtained on the building, whilst the rest of the target was well covered with rocket and cannon strikes. The building was left pouring white smoke. There was no flak.

Durrant en Lawless (met mascotte) in Frankrijk
Durrant en Lawless (met mascotte) in Frankrijk
Daarnaast is de piloot Arthur Bryant ook bekend, omdat hij later de oprichter was van de Association of 198 Squadron RAF’s. Dat is een soort reünistenvereniging van het squadron 198. In 2009 is hij overleden.

Een andere piloot die betrokken was bij het bombardement was Norman Cecil Pye. Deze Engelse piloot is slechts tweeëntwintig jaar oud geworden. Hij overleed door een militair motorongeluk. Hij ligt begraven op de Oorlogsbegraafplaats Jonkerbos in Nijmegen.

Bruce Lawless, links
Bruce Lawless, links
Van een andere piloot is veel meer bekend, dat is Bruce Lawless (afkomstig uit Nieuw-Zeeland). Hij was ook nog geen drieëntwintig jaar tijdens het bombardement op Zuylestein. Kort na dit bombardement werd hij aanbevolen voor het Britse Distinguished Flying Cross door Air Marshall Coningham. De toelichting op de onderscheiding luidt:

Sinds het starten van operationeel vliegen in augustus 1943 heeft Fl/Lt Lawless deelgenomen aan meer dan 140 offensieve missies. Voorafgaand aan D-Day bombardeerde hij V1-lanceerplaatsen en andere zwaar verdedigde doelen, evenals jagerpatrouilles en aanvallen op vijandelijke scheepvaart. Sinds D-Day heeft hij meer dan 70 missies voltooid met raketprojectielen tegen sterke punten, legerhoofdkwartieren, kanonposities, weg-, spoor- en binnenvaartverkeer.

Ook kreeg hij het Amerikaanse Distinguished Flying Cross (DFC) met de volgende toelichting:

Deze officier nam deel aan een groot aantal operationele missies. Vele daarvan waren gericht tegen zwaar versterkte vijandelijke posities, geschutsopstelling, weg- en spoorverkeer. Bij verschillende gelegenheden gedurende het Ardennenoffensief in januari 1945 leidde Flt Lt Lawless een vlucht en door de vijanden zowel in de lucht als op de grond aan te vallen, verleende hij directe steun aan de Amerikaanse strijdkrachten. Zijn excellente leiderschap en initiatief was een uitstekend voorbeeld voor zijn collega-piloten. In defensieve patrouilles heeft deze officier 10 vliegende bommen vernietigd.

Tussen Operatie Plunder door

Wat opvalt in de logboeken van de Royal Air Force en het historische RAF-materiaal is dat het tweedaagse bombardement plaatsvond, terwijl Operatie Plunder net was begonnen. Het is een bombardement tussendoor geweest, net zoals in die week ervoor en erna. Operatie Plunder startte op 23 maart 1945 als militaire operatie aan het einde van de Tweede Wereldoorlog met als doel de Rijn over te steken, het belangrijke Ruhrgebied in handen te krijgen en op te rukken naar Berlijn. Tussendoor vonden meerdere bombardementen plaats op vijandelijke hoofdkwartieren door de No. 84 Group van de RAF.

Naast Zuylestein werd het hoofdkwartier van generaal Blaskowitz in de buurt van Oldenzaal geraakt (ook met informatie van het verzet) en het hoofdkwartier van de Wehrmachtbefehlshaber (Friedrich Christiansen) in Bussum. Deze laatste twee bombardementen vonden plaats op respectievelijk 30 maart en 21 maart 1945.

Informatie verzet over Duitse aanwezigheid

Lokale verzetsmensen wisten de Engelsen te informeren dat een Duitse generaal met zijn staf intrek had genomen in kasteel Zuylestein. Op 23 maart 1945 leverde de Groep Kees via Spijker info aan Londen. Spijker was een schuilnaam voor Pierre Louis baron d’Aulnis de Bourouill. Wat opvalt aan deze baron is dat hij veel contacten heeft met studenten in het verzet en scout is.

Paul Bonnike
Paul Bonnike – Bron Oorlogsgravenstichting
Tegelijk is er het verhaal van Paul Bonnike. Hij is als student actief voor de Geheime Dienst Nederland (GDN). Hij was eenentwintig jaar aan het einde van de oorlog. Op 24 april 1945 werd Paul aan het eind van de ochtend op de weg tussen Leersum en Amerongen aangehouden. Zijn broer zat ook bij de GDN. Hij vertelde later dat hij tekeningen van Duitse artilleriestellingen in de buurt van Amerongen bij zich had. Wellicht heeft hij de indruk gewekt dat de papieren zouden worden afgehaald. Hij zou met de handen op de rug als een soort lokvogel ter hoogte van Zuylestein in het gras zijn geplaatst, terwijl de Duitsers zich vlakbij verdekt hadden opgesteld. Na enige uren zou er nog niemand zijn komen opdagen. Vervolgens is hij naar Woudenberg overgebracht en verhoord. ’s Avonds namen twee mannen van de Sicherheitsdienst hem mee. Hij moest voor hen uit fietsen. Paul werd vermoedelijk onderweg in het gebied tussen Woudenberg en Zeist neergeschoten.

Het is aannemelijk dat Bonnike de inlichtingen over de Duitse aanwezigheid via de baron naar Londen heeft doorgestuurd. Beiden zaten in het circuit van studenten in het verzet, beiden waren scouts en Bonnike’s laatste actie was vlakbij kasteel Zuylestein.

Uit verschillende bronnen is duidelijk geworden dat de SS-divisiestaf die (mogelijk) op kasteel Zuylestein heeft gebivakkeerd vanuit Leersum/Amerongen zich verplaatste naar het gebied rond Veenendaal waar de eindfase van de oorlog nog heftig is geweest. Uit een inlichtingenrapport over de Duitse troepenverplaatsingen in Gelderland blijkt dat deze divisiestaf ook daadwerkelijk is gesignaleerd:

In de avond van 16/4 werd de divisiestaf der SS-divisie Landstorm Nederland waargenomen, passerende door Veenendaal, vanuit Elst in de richting De Klomp. Waarschijnlijk was deze staf op weg naar een nieuwe verblijfplaats.

Verplaatsing SS divisiestaf naar Veenendaal
Verplaatsing SS divisiestaf naar Veenendaal

Entourage SS Oberführer Kohlroser

Uit het rapport van de Politie Utrecht over het 84e Regiment van de 34 SS-divisie Landstorm Nederland weten we ook wie bij de entourage van SS Oberführer Martin Kohlroser hoorde. Zijn adjudant was SS Haupsturmführer Erich Neudel. Hij was verantwoordelijk voor interne dienstaangelegenheden (voorleggen van ingekomen post), maar ook voor de verplaatsing van officieren en manschappen. Ook zaken zoals het verlenen van onderscheidingen, officiersbeoordelingen en bevorderingen vielen daaronder.

De commandant van de Divisiestaf was SS Sturmbanführer Paul Kuhlmeyer. Uit informatie van de Engelse 49th West Riding Infanteriedivisie blijken nog meer namen. Naast Kuhmeyer en Neudel worden ook de volgende personen genoemd: Obersturmführer Carmse en Untersturmführer Kruse.

Portret soldaten SS-divisie Landstorm

Wie waren die mensen die bij de SS Landstorm Nederland zaten? Tjeerd Holwerda was wachtmeester 1e klasse bij de rijkspolitie. Hij voltooide in 1948 zijn onderzoek naar de gebeurtenissen in Leersum op 5 mei 1945 toen nog zeven doden vielen bij een treffen tussen Nederlandse SS’ers en Nederlandse verzetsmensen. Een paar portretten geven een aardig beeld wie deze Nederlandse SS’ers waren die in Leersum zaten (vlakbij kasteel Zuylestein).

Mink Geijteman, geboren te IJmuiden op 23 september 1921

Op 18-jarige leeftijd, ben ik, tegen de wil van mijn ouders, vrijwillig bij de Duitse Waffen-SS gegaan. Eerder had ik mij aangesloten bij de NSB, ook tegen de wil van mijn ouders. Mijn vader heeft mij deswege de toegang tot zijn woning ontzegd.

Ik heb dienst gedaan aan het oostfront. Daarna heb ik een korte politieke opleiding gekregen in Neu Babelsberg bij Berlijn. Ik was inmiddels afgekeurd voor het oostfront. (….). Op 5 mei 1945 was ik SS-Unterscharführer bij de 6e Compagnie Regiment 84 van de Landstorm Nederland.

N.N. van der Velde, geboren in Nederland op 13 augustus 1923, van beroep metaalbewerker

Op 17 februari 1943 werd ik naar Duitsland gestuurd, naar de fabriek voor vliegtuigonderdelen Aero te Hamburg. Daarna heb ik Düsseldorf gewerkt, en nadat de fabriek in Hamburg gebombardeerd was, voor dezelfde firma in Bayreuth. Toen ik met verlof thuis was, heb ik gedacht maar liever onder te duiken, maar ik moest teruggaan omdat anders maatregelen zouden worden genomen tegen andere daar werkende Nederlanders.

In augustus 1944 heb ik een Nederlander ontmoet die ronselde voor de Germaanse SS en mij allerlei mooie voorspiegelingen maakte. In oktober ging ik naar een SS-kazerne in Neurenberg. Later kwam ik bij de Landstorm Nederland. Bij de tros van de 7e Compagnie diende ik als ordonnans onder Grünwald. Deze was een fanatieke SS-er en Nazi. Hij behoorde oorspronkelijk tot de lijfgarde van Hitler en droeg een band om de linker benedenmouw van zijn tuniek waar dat op stond.

N.N. Kriesels, geboren in Duitsland op 8 december 1914, beroepsmilitair

In 1933 heb ik geweigerd lid te worden van de NSDAP. Ik moest niets van het nationaal-socialisme hebben en wilde naar Holland. (…) Door een vroegere wachtmeester van de cavalerie, genaamd Kaffka, genaamd, Dengler, heb ik mij laten overhalen lid te worden van de NSB. (…) Op 1 januari 1941 ging ik bij de WA. Ik droeg een uniform en kreeg de rang opperwachtmeester. Er was mij werk beloofd en dat heb ik inderdaad gekregen: heidevlechter bij de firma Bruil en Zonen, die voor de Duitse Wehrmacht werkzaamheden verrichtte op vliegveld Soesterberg.

Daarna werden wij overgenomen door de Wehrmacht. Wij moesten tekenen om te blijven of konden het concentratiekamp inmarcheren, dus veel keuze was er niet. (…) Mijn vrouwen en kinderen zijn naar mijn ouders in Duitsland gegaan en ik werd opgeroepen voor de Landstorm Nederland. Onder bedreiging met arrestatie ben ik toen, op 11 september 1944, in dienst gekomen te Agevoor.

Ik werd verder afgericht als soldaat. De eed op Hitler heb ik nimmer afgelegd. Doordat ik toevallig op wacht stond, ben ik er doorheen gerold. (…) Aan actieve gevechtshandelingen heb ik nimmer deelgenomen. Op 5 mei 1945 lagen wij in Leersum. Wij dienden toen onder Hauptscharführer Grünwald, die een erg agressief persoon was en een felle Naziman. Meermalen dreigde hij zijn mannen ter plekke dood te schieten indien zij blijk gaven van lafheid. Wij Hollanders hadden een flinke hekel aan hem.

De auteurs zijn amateur-historici die uitgebreid onderzoek hebben gedaan naar het bombardement op kasteel Zuylestein.

Bronnen

– Archief NIMH
– RAF, Liberation of North West Europe Vol V From the Rhine tot he Baltic (1 Oct 1944-8 May 1945)
– 2nd Tactical Air Force Daily Log Sheet No. 2861 en 2880
– Verhalen over scouts in de oorlog (https://vrijheid.scouting.nl/)
– Koos van Zomeren, Een bevrijding, 1991
×