Het tweedaagse geallieerde bombardement op kasteel Zuylestein vond op een bijzonder moment plaats, 25 en 26 maart 1945. Dat was in de periode van de eindfase van de oorlog. Operatie Plunder was net begonnen. Wat weten we van de piloten van de Royal Air Force en wat is bekend over de SS-divisiestaf waarvan door het verzet werd gezegd dat zij op kasteel Zuylestein hun verblijf zouden hebben gehad? En wie waren betrokken bij deze verzetsgroep? En wat weten we van de soldaten van de 34e SS-divisie Landstorm Nederland?
Portret RAF-piloten
Van de piloten van de Spitfires die de eerste dag Zuylestein aanvielen weten we niet veel met uitzondering van de Wing Leader Tadeusz Sawicz. Over hem is eerder een biografisch portret gemaakt. Op de tweede dag waren het piloten van de Hawker Typhoons die de verwoestende aanval op het kasteel Zuylestein hebben ingezet. Dat was onder leiding van squadron leader Dicky Durrant (afkomstig uit het Verenigd Koninkrijk). In het Operation Record Book van het squadron staat hierover het volgende vermeld:
A Dutch S.S. Headquarters at ZUYLENSTEIN was the next target and S/L Durrant took off with eight aircraft at 1550 hours. Direct hits with three salvos of rockets were obtained on the building, whilst the rest of the target was well covered with rocket and cannon strikes. The building was left pouring white smoke. There was no flak.

Een andere piloot die betrokken was bij het bombardement was Norman Cecil Pye. Deze Engelse piloot is slechts tweeëntwintig jaar oud geworden. Hij overleed door een militair motorongeluk. Hij ligt begraven op de Oorlogsbegraafplaats Jonkerbos in Nijmegen.

Sinds het starten van operationeel vliegen in augustus 1943 heeft Fl/Lt Lawless deelgenomen aan meer dan 140 offensieve missies. Voorafgaand aan D-Day bombardeerde hij V1-lanceerplaatsen en andere zwaar verdedigde doelen, evenals jagerpatrouilles en aanvallen op vijandelijke scheepvaart. Sinds D-Day heeft hij meer dan 70 missies voltooid met raketprojectielen tegen sterke punten, legerhoofdkwartieren, kanonposities, weg-, spoor- en binnenvaartverkeer.
Ook kreeg hij het Amerikaanse Distinguished Flying Cross (DFC) met de volgende toelichting:
Deze officier nam deel aan een groot aantal operationele missies. Vele daarvan waren gericht tegen zwaar versterkte vijandelijke posities, geschutsopstelling, weg- en spoorverkeer. Bij verschillende gelegenheden gedurende het Ardennenoffensief in januari 1945 leidde Flt Lt Lawless een vlucht en door de vijanden zowel in de lucht als op de grond aan te vallen, verleende hij directe steun aan de Amerikaanse strijdkrachten. Zijn excellente leiderschap en initiatief was een uitstekend voorbeeld voor zijn collega-piloten. In defensieve patrouilles heeft deze officier 10 vliegende bommen vernietigd.
Tussen Operatie Plunder door
Wat opvalt in de logboeken van de Royal Air Force en het historische RAF-materiaal is dat het tweedaagse bombardement plaatsvond, terwijl Operatie Plunder net was begonnen. Het is een bombardement tussendoor geweest, net zoals in die week ervoor en erna. Operatie Plunder startte op 23 maart 1945 als militaire operatie aan het einde van de Tweede Wereldoorlog met als doel de Rijn over te steken, het belangrijke Ruhrgebied in handen te krijgen en op te rukken naar Berlijn. Tussendoor vonden meerdere bombardementen plaats op vijandelijke hoofdkwartieren door de No. 84 Group van de RAF.
Naast Zuylestein werd het hoofdkwartier van generaal Blaskowitz in de buurt van Oldenzaal geraakt (ook met informatie van het verzet) en het hoofdkwartier van de Wehrmachtbefehlshaber (Friedrich Christiansen) in Bussum. Deze laatste twee bombardementen vonden plaats op respectievelijk 30 maart en 21 maart 1945.
Informatie verzet over Duitse aanwezigheid
Lokale verzetsmensen wisten de Engelsen te informeren dat een Duitse generaal met zijn staf intrek had genomen in kasteel Zuylestein. Op 23 maart 1945 leverde de Groep Kees via Spijker info aan Londen. Spijker was een schuilnaam voor Pierre Louis baron d’Aulnis de Bourouill. Wat opvalt aan deze baron is dat hij veel contacten heeft met studenten in het verzet en scout is.

Het is aannemelijk dat Bonnike de inlichtingen over de Duitse aanwezigheid via de baron naar Londen heeft doorgestuurd. Beiden zaten in het circuit van studenten in het verzet, beiden waren scouts en Bonnike’s laatste actie was vlakbij kasteel Zuylestein.
Uit verschillende bronnen is duidelijk geworden dat de SS-divisiestaf die (mogelijk) op kasteel Zuylestein heeft gebivakkeerd vanuit Leersum/Amerongen zich verplaatste naar het gebied rond Veenendaal waar de eindfase van de oorlog nog heftig is geweest. Uit een inlichtingenrapport over de Duitse troepenverplaatsingen in Gelderland blijkt dat deze divisiestaf ook daadwerkelijk is gesignaleerd:
In de avond van 16/4 werd de divisiestaf der SS-divisie Landstorm Nederland waargenomen, passerende door Veenendaal, vanuit Elst in de richting De Klomp. Waarschijnlijk was deze staf op weg naar een nieuwe verblijfplaats.

Entourage SS Oberführer Kohlroser
Uit het rapport van de Politie Utrecht over het 84e Regiment van de 34 SS-divisie Landstorm Nederland weten we ook wie bij de entourage van SS Oberführer Martin Kohlroser hoorde. Zijn adjudant was SS Haupsturmführer Erich Neudel. Hij was verantwoordelijk voor interne dienstaangelegenheden (voorleggen van ingekomen post), maar ook voor de verplaatsing van officieren en manschappen. Ook zaken zoals het verlenen van onderscheidingen, officiersbeoordelingen en bevorderingen vielen daaronder.
De commandant van de Divisiestaf was SS Sturmbanführer Paul Kuhlmeyer. Uit informatie van de Engelse 49th West Riding Infanteriedivisie blijken nog meer namen. Naast Kuhmeyer en Neudel worden ook de volgende personen genoemd: Obersturmführer Carmse en Untersturmführer Kruse.
Portret soldaten SS-divisie Landstorm
Wie waren die mensen die bij de SS Landstorm Nederland zaten? Tjeerd Holwerda was wachtmeester 1e klasse bij de rijkspolitie. Hij voltooide in 1948 zijn onderzoek naar de gebeurtenissen in Leersum op 5 mei 1945 toen nog zeven doden vielen bij een treffen tussen Nederlandse SS’ers en Nederlandse verzetsmensen. Een paar portretten geven een aardig beeld wie deze Nederlandse SS’ers waren die in Leersum zaten (vlakbij kasteel Zuylestein).
“Op 18-jarige leeftijd, ben ik, tegen de wil van mijn ouders, vrijwillig bij de Duitse Waffen-SS gegaan. Eerder had ik mij aangesloten bij de NSB, ook tegen de wil van mijn ouders. Mijn vader heeft mij deswege de toegang tot zijn woning ontzegd.
Ik heb dienst gedaan aan het oostfront. Daarna heb ik een korte politieke opleiding gekregen in Neu Babelsberg bij Berlijn. Ik was inmiddels afgekeurd voor het oostfront. (….). Op 5 mei 1945 was ik SS-Unterscharführer bij de 6e Compagnie Regiment 84 van de Landstorm Nederland.
N.N. van der Velde, geboren in Nederland op 13 augustus 1923, van beroep metaalbewerker
“Op 17 februari 1943 werd ik naar Duitsland gestuurd, naar de fabriek voor vliegtuigonderdelen Aero te Hamburg. Daarna heb ik Düsseldorf gewerkt, en nadat de fabriek in Hamburg gebombardeerd was, voor dezelfde firma in Bayreuth. Toen ik met verlof thuis was, heb ik gedacht maar liever onder te duiken, maar ik moest teruggaan omdat anders maatregelen zouden worden genomen tegen andere daar werkende Nederlanders.
In augustus 1944 heb ik een Nederlander ontmoet die ronselde voor de Germaanse SS en mij allerlei mooie voorspiegelingen maakte. In oktober ging ik naar een SS-kazerne in Neurenberg. Later kwam ik bij de Landstorm Nederland. Bij de tros van de 7e Compagnie diende ik als ordonnans onder Grünwald. Deze was een fanatieke SS-er en Nazi. Hij behoorde oorspronkelijk tot de lijfgarde van Hitler en droeg een band om de linker benedenmouw van zijn tuniek waar dat op stond.
N.N. Kriesels, geboren in Duitsland op 8 december 1914, beroepsmilitair
“In 1933 heb ik geweigerd lid te worden van de NSDAP. Ik moest niets van het nationaal-socialisme hebben en wilde naar Holland. (…) Door een vroegere wachtmeester van de cavalerie, genaamd Kaffka, genaamd, Dengler, heb ik mij laten overhalen lid te worden van de NSB. (…) Op 1 januari 1941 ging ik bij de WA. Ik droeg een uniform en kreeg de rang opperwachtmeester. Er was mij werk beloofd en dat heb ik inderdaad gekregen: heidevlechter bij de firma Bruil en Zonen, die voor de Duitse Wehrmacht werkzaamheden verrichtte op vliegveld Soesterberg.
Daarna werden wij overgenomen door de Wehrmacht. Wij moesten tekenen om te blijven of konden het concentratiekamp inmarcheren, dus veel keuze was er niet. (…) Mijn vrouwen en kinderen zijn naar mijn ouders in Duitsland gegaan en ik werd opgeroepen voor de Landstorm Nederland. Onder bedreiging met arrestatie ben ik toen, op 11 september 1944, in dienst gekomen te Agevoor.
Ik werd verder afgericht als soldaat. De eed op Hitler heb ik nimmer afgelegd. Doordat ik toevallig op wacht stond, ben ik er doorheen gerold. (…) Aan actieve gevechtshandelingen heb ik nimmer deelgenomen. Op 5 mei 1945 lagen wij in Leersum. Wij dienden toen onder Hauptscharführer Grünwald, die een erg agressief persoon was en een felle Naziman. Meermalen dreigde hij zijn mannen ter plekke dood te schieten indien zij blijk gaven van lafheid. Wij Hollanders hadden een flinke hekel aan hem.
De auteurs zijn amateur-historici die uitgebreid onderzoek hebben gedaan naar het bombardement op kasteel Zuylestein.
– RAF, Liberation of North West Europe Vol V From the Rhine tot he Baltic (1 Oct 1944-8 May 1945)
– 2nd Tactical Air Force Daily Log Sheet No. 2861 en 2880
– Verhalen over scouts in de oorlog (https://vrijheid.scouting.nl/)
– Koos van Zomeren, Een bevrijding, 1991
Van kasteel Zuylestein restte na tweedaags bombardement in 1945 slechts een ruïne
Philip van Alfen was de laatste huurder van kasteel Zuylestein
De tekenaar met de rafelrandjes: de grijze geschiedenis van Jo Spier
Het Ardennenoffensief door Duitse ogen
Dokter Satan, de beruchtste seriemoordenaar in de Tweede Wereldoorlog