Soeharto zelf in 1965 volop betrokken bij ‘couppoging’ en moord op generaals

14 minuten leestijd
Soeharto (in camouflage-uniform)
Soeharto (in camouflage-uniform) enkele dagen na de gebeurtenissen van 30 september/1 oktober 1965. (National Security Archive)

De Indonesische generaal Soeharto was in 1965 volop betrokken bij de ‘30 septemberbeweging’ en de moord op zes generaals. Onmiddellijk erna schilderde hij het af als een couppoging van communistische partij PKI. Soeharto’s manoeuvres leidden tot een ongekende massamoord en baanden voor hemzelf de weg naar het presidentschap. De Australische historicus Greg Poulgrain zet het op een rijtje in een recent in Jakarta verschenen boekje met een explosieve inhoud.

Dat Soeharto’s blazoen in 1965 niet zo onbezoedeld was als hij zelf altijd heeft beweerd is op zichzelf niet nieuw. Toch is het heel zinvol hoe concreet Poulgrains alle bedenkingen tegen Soeharto’s optreden van destijds op een rijtje zet en onderbouwt. Aan voor Soeharto zeer belastende zaken die andere historici en hijzelf eerder al opschreven, voegt de auteur meer resultaten van archiefonderzoek toe plus uitspraken uit interviews die hij had met enkele belangrijke spelers in het drama van 1965. Bij elkaar vormt het een voor Soeharto (1921-2008) vernietigende cocktail.

Poulgrain is gespecialiseerd in Indonesische geschiedenis en politiek sinds 1945, waarover hij ook diverse boeken publiceerde. Tot het nieuwe boekje besloot hij toen in 2025 bekend werd dat de Indonesische regering de officiële geschiedenis laat herschrijven. Toen de voortekenen sterker werden dat huidig president Prabowo Subianto zijn ex-schoonvader Soeharto tot Nationale Held wilde verheffen (wat 10 november 2025 inderdaad gebeurde) zal dat Poulgrains motivatie vast niet hebben verminderd.

De aanloop naar 30 september 1965

In de eerste helft van de jaren zestig probeerde de Indonesische president Soekarno een lijn te volgen waarvoor hij de term ‘Nasakom’ had bedacht: nas voor ‘nasionalisme’, a voor ‘agama’ (= godsdienst) en kom voor ‘komunisme’. Hij probeerde evenwicht te bewaren tussen het invloedrijke leger, dat de jonge republiek in de oorlog tegen Nederland (1945-1949) overeind had gehouden, en de Partai Komunis Indonesia (PKI), destijds in omvang de derde communistische partij ter wereld, na die van de Sovjet-Unie en China.

Soekarno schrijft zijn Nasakom-concept
Soekarno schrijft zijn Nasakom-concept. Hij signeerde de foto in 1959.
De meesten in de legertop zagen niets in Nasakom en waren anti-PKI. Een groep Indonesische militairen, waarvan de kern zich bevond in de presidentiële garde Tjakrabirawa, wilde Soekarno in 1965 beschermen tegen een vermeende ‘Dewan Jenderal’ (Raad van Generaals). Die raad zou een staatsgreep willen plegen op of vlak voor 5 oktober, de Dag van de Strijdkrachten. De verdenking dat zo’n Raad van Generaals bestond, ontstond in januari 1965 toen vijf generaals – Yani, Soeprapto, Haryono, Parman en Sukendro – af en toe informeel overlegden. Afzetten van Soekarno stond niet op de agenda, wel onder meer het militaire promotiebeleid en de meningsverschillen tussen de generaals Abdul Haris Nasution (minister van Defensie) en Ahmad Yani (legercommandant), van wie de eerste scherper anti-PKI was dan de tweede.

De Soekarno-gezinde militairen kwamen in actie in de nacht van 30 september op 1 oktober 1965. Drie generaals werden thuis gedood, drie andere opgepakt, afgevoerd naar een verlaten rubberplantage aan de rand van Jakarta en daar de volgende ochtend doodgeschoten. Alleen Nasution kon ontsnappen, door over de muur te klimmen die zijn woning scheidde van het perceel van de Iraakse ambassade. Zijn adjudant, luitenant Pierre Andries Tendean, werd wel opgepakt en de volgende ochtend gedood. Nasutions vijfjarige dochtertje Ade Irma Suryani werd door kogels getroffen en overleed vijf dagen later in een ziekenhuis.

Nasution (1918-2000), vaak Pak Nas (meneer Nas) genoemd, was een generaal met grote naam en faam. Hij had de guerrillatactiek bedacht en uitgewerkt waarop de Nederlandse troepen in de oorlog tegen Indonesië (1945-1949) de tanden stukbeten, waardoor de jonge republiek aan het langste eind trok. Een loepzuivere democraat was hij niet. In 1958 bedacht hij het Middenweg-concept, dat het leger een vinger in de politieke pap gaf. Maar toen die politieke rol vanaf 1966 vele malen groter werd, vond hij dat te ver gaan. En toen in 1980 het onderdrukkende Soeharto-bewind Nasution te bar werd, behoorde hij tot de ondertekenaars van ‘Petisi 50’, die aandrong op matiging.

Op 21 mei 1998 leest Soeharto de tekst voor over waarmee hij aftreedt. Rechts opvolger B.J. Habibie.
Op 21 mei 1998 leest Soeharto de tekst voor over waarmee hij aftreedt. Rechts opvolger B.J. Habibie.

Nasution over Soeharto in de jaren negentig

Te midden van een met veel geweld gepaard gaande crisis zag Soeharto zich uiteindelijk in mei 1998 gedwongen tot aftreden. Zo ver was het nog lang niet in 1995, al spitste de politieke situatie zich wel toe. In het publieke debat werd geopperd dat Nasution wellicht kon helpen de steeds dictatorialer opererende Soeharto tot rede te brengen. Zou een gesprek tussen hem en Soeharto inderdaad een optie zijn?, vroeg ik Nasution voorjaar 1995 bij hem thuis in Jakarta. “Jawel, maar híj wil niet”, aldus Nasution met een achterwaarts hoofdgebaar richting één straat verderop. Daar, op nummer 8 in Jalan Cendana (Sandelhoutstraat), woonde Soeharto. Schuin boven de gemakkelijke stoel waarin mijn gastheer zat, hing aan de muur een geschilderd portret van een meisje: Ade Irma, door kogels geveld in 1965.

Ook Poulgrain heeft Nasution geïnterviewd, vaak zelfs. Zo vernam hij dat Nasutions vrouw, Johana Sunarti Gondokusuma (1923-2010), met Soeharto nooit meer een woord heeft gewisseld sinds haar details bekend waren geworden over wat op 30 september/1 oktober 1965 was gebeurd. Ze hield Soeharto verantwoordelijk voor de dood van Ade Irma. Nasution liet zich niet verleiden tot verder gaande uitspraken, maar, schrijft Poulgrain:

Soeharto verantwoordelijk houden voor de dood van de dochter is hetzelfde als zeggen dat Soeharto verantwoordelijk was voor het doden van de generaals.

Het gezin Nasution in 1965
Het gezin Nasution in 1965. Van links naar rechts Abdul Haris Nasution, dochter Ade Irma Suryani, echtgenote Johana Sunarti Gondokusuma en dochter Hendrianti Saharah.

Heksenjacht

Op 1 oktober 1965 nam Soeharto binnen het leger het voortouw. Er kwam een heksenjacht op gang tegen echte of vermeende communisten en andere linksdenkenden. Het resulteerde in zeker een half miljoen en wellicht een miljoen doden. Nog eens een miljoen mensen belandden achter de tralies. In maart 1966 kreeg Soeharto van president Soekarno de bevoegdheid alles te doen wat hij nodig achtte om de orde in het land te herstellen, in maart 1967 werd hij waarnemend president en in maart 1968 president.

Details over het drama in september/oktober 1965 kunnen hier achterwege blijven. Wel is het nuttig aan de hand van Poulgrain’s boekje de voornaamste gebeurtenissen te volgen. Dat maakt het mogelijk cruciale vragen over die omineuze dagen te beantwoorden.

President Soekarno (links) en generaal Soeharto
President Soekarno (links) en generaal Soeharto (midden) staan op 19 juli 1966 de pers te woord in Bogor, ten zuiden van Jakarta. De feitelijke macht berust dan al grotendeels bij Soeharto. (Nationaal Archief/UPI/Spaarnestad Photo, rechtenvrij)

Soeharto buiten schot

Nadat hij op Midden-Java de Diponegoro Divisie had geleid werd Soeharto in 1962 commandant van de belangrijke Strategische Reserve van het leger. Aanvankelijk heette die ‘Resimen Para Komando Angkatan Darat’ (RPKAD), in februari 1963 werd dat ‘Komando Cadangan Strategis Angkatan Darat’ met als makkelijker afkorting Kostrad. Het Kostrad-hoofdkwartier lag aan de oostkant van Medan Merdeka, het enorme plein in hartje Jakarta. Bijna recht ertegenover lag aan de oostzijde het complex van Radio Republik Indonesia (RRI), dat nog ter sprake komt.

Als Kostrad-commandant was Soeharto een van ’s lands belangrijkste militairen. Zo bezien zou het voor de hand hebben gelegen dat ook hij had behoord tot de topmilitairen tegen wie de ‘beweging’ van Soekarno-getrouwe militairen zich op 30 september/1 oktober keerde. Maar dat was niet zo. Soeharto werd geen haar gekrenkt. Hoe kon dat?

Embleem van Regiment Tjakrabirawa, de presidentiële garde
Embleem van Regiment Tjakrabirawa, de presidentiële garde (CC BY-SA 4.0 – Erpriatama – wiki)
Het leidende groepje van de ‘beweging’ bestond uit luitenant-kolonel Untung Syamsuri, kolonel Abdul Latief en Kamaruzaman bin Ahmad Mubaidah, bijgenaamd Sjam. Untung commandeerde Bataljon 1 van presidentiële garde Tjakrabirawa, Latief was commandant van een infanteriebrigade in Jakarta. Als militairen kenden ze Soeharto al sinds de onafhankelijkheidsoorlog (1945-1949). Ook Sjam had Soeharto in die tijd leren kennen, in Yogyakarta, waar Sjam overigens geen militair maar vooral organisatorisch werk deed.

In 1965 speelde Sjam een dubbelrol. Naar verluidt in 1957 ging hij inlichtingenwerk doen voor het legergarnizoen in Jakarta. In 1964 benoemde PKI-leider Dipa Nusantara Aidit hem tot hoofd van het Biro Khusus (Speciale Bureau) van de partij. Dat bestond al sinds de jaren vijftig; het moest inlichtingen over het leger verzamelen én linkse sympathieën onder militairen aanmoedigen. Ondanks die PKI-opdracht kon Sjam ongehinderd Soeharto’s Kostrad-hoofdkwartier in- en uitwandelen. Voorts bracht hij met Soeharto eens een bezoek aan kolonel Suwarto van Seskoad, de staf- en commandoschool van het leger in Bandung. Over die kolonel was Nasution tegenover Poulgrain duidelijk: “Suwarto was CIA’’. Over Sjams rol verderop meer.

Dankzij een militaire inlichtingenman kan Poulgrain het opvallende feit melden dat Soeharto en PKI-voorman Aidit elkaar op 28 oktober 1965 ‘ergens’ hebben ontmoet. Aidits suggestie de leiding van de ‘beweging’ op zich te nemen wimpelde Soeharto af. Wel bespraken ze 30 september als datum voor de ‘beweging’ om in actie te komen.

Over de lange vriendschappelijke band tussen Soeharto, Untung en hemzelf heeft Latief twee belangrijke opmerkingen gemaakt: “We waren als familie’’ en “Hij (Soeharto, red.) was een van ons’’. Ziedaar het antwoord op de vraag waarom de ‘beweging’ van Soekarno-getrouwe militairen zich wel richtte tegen andere topmilitairen, maar niet tegen Soeharto.

Latief over Soeharto’s voorkennis

Ook heeft Latief gemeld dat hij ‘twee dagen voor de gebeurtenissen van 1 oktober’ met zijn gezin op bezoek was bij Soeharto thuis (toen nog in Jalan Haji Agus Salim, niet in Jalan Cendana). Soeharto vertelde dat hij een dag eerder informatie had gekregen dat een staatsgreep van de Raad van Generaals inderdaad aanstaande was. Poulgrain tekent aan dat Soeharto daarmee aangaf hoe urgent het voor de ‘beweging’ was om vóór 5 oktober (de Dag van de Strijdkrachten) in actie te komen. Dus de militairen die hij er later van beschuldigde te hebben meegewerkt aan een PKI-couppoging kregen van Soeharto zelf een zetje om in te grijpen.

soeharto oktober 1965
Soeharto (rechts) op 5 oktober 1965 bij de begrafenis van de omgebrachte generaals.
Latief kwam Soeharto opnieuw tegen op 30 september, om elf uur ’s avonds. Dat was in het Legerziekenhuis in Centraal-Jakarta. Soeharto en zijn vrouw bezochten er hun drie-jarige zoontje Tommy, die bij een ongelukje thuis zeer hete soep over zijn gezicht en lijfje had gekregen. Latief en Soeharto wisselden slechts een paar zinnen. Latief vertelde dat de actie van de ‘beweging’ die nacht zou beginnen, Soeharto vroeg alleen: “Wie brengt de generaals naar de president?” Kort daarna meldde Latief aan onder anderen Untung: “Soeharto staat achter ons”. Het kwam overeen met de steun die Soeharto op 15 september had uitgesproken tegenover Untung.

Had Soeharto de actie van de ‘beweging’ willen voorkomen of stoppen, dan had het voor de hand gelegen dat hij die late avond van 30 september minimaal de direct boven hem gestelde legercommandant Yani had gealarmeerd. Ook een seintje aan minister van Defensie Nasution was logisch geweest. Maar dat deed Soeharto niet. Hij ging naar huis en wachtte af.

Was hij dus inderdaad, in Latiefs woorden, ‘een van ons’? Aan het Duitse weekblad Der Spiegel vertelde Soeharto in juni 1970 een heel ander verhaal. ,,Tegen elf uur kwam kolonel Latief van de putschisten het ziekenhuis binnen, maar schrok er blijkbaar voor terug me daar te vermoorden. Kort na middernacht ging ik naar huis, maar werd snel gewekt en over de moorden en kidnappingen ingelicht.’’ Over zijn voorkennis repte hij uiteraard niet.

Centrale Burgerlijke Ziekeninrichting Salemba
Indonesische Legerziekenhuis, waar Latief en Soeharto elkaar op 30 september 1965 kort spraken. In de jaren zeventig werd het sterk uitgebreid en gemoderniseerd. (CC BY-SA 3.0 – Wereldmuseum – wiki)

Een drastische koerswijziging

Dat in de nacht van 30 september op 1 oktober drie generaals waren gedood en drie opgepakt – daarin had Soeharto tegenover Der Spiegel gelijk. Op zichzelf was dat opmerkelijk genoeg, want de ‘beweging’ van Soekarno-getrouwe militairen had helemaal geen plannen gemaakt om wie dan ook te doden. De bedoeling was zeven generaals op te pakken, ze naar Soekarno te brengen en zich tegenover hem te laten verantwoorden voor hun veronderstelde coupplan. Maar het liep anders. Nasution wist, zoals hierboven vermeld, te ontsnappen, drie generaals, onder wie legercommandant Yani, werden thuis gedood en drie andere werden weliswaar ontvoerd naar de oude rubberplantage nabij luchtmachbasis Halim, maar daar op 1 oktober om 9 uur alsnog gedood. Hoe had het oorspronkelijke plan zo uit de hand kunnen lopen?

Luitenant-kolonel Untung
Luitenant-kolonel Untung
Sergeant-majoor Bungkus heeft daarover intrigerende dingen verteld. Hij behoorde tot presidentiële garde Tjakrabirawa en was chauffeur van een van de vrachtwagens die zouden worden ingezet om generaals af te voeren. Zijn directe commandant (van Compagnie C) was marine-luitenant Doel Arief, die zelf weer onder bevel van kolonel Untung viel. In de late middag van 30 september instrueerde Doel Arief de pelotonscommandanten op de oude rubberplantage. Hij deed dat namens ‘onze bataljonscommandant’ (Untung). De missie was de veronderstelde staatgreep van generaals te ondervangen door die generaals op te pakken. Volgens Bungkus gebruikte Doel Arief het woord ‘nangkap’ ( = arresteren, oppakken).

Het sein om in actie te komen liet nogal op zich wachten. Midden in de nacht van 30 september op 1 oktober kwam Doel Arief volgens Bungkus plots met een nieuwe instructie, naar Doel Arief zei opnieuw namens ‘de bataljonscommandant zelf’ (Untung, red.). Nu werd aan het oppakken van de generaals toegevoegd: ‘dood of levend’. Dat was nogal een verschil met het oorspronkelijke plan.

Dat Untung en/of Latief ineens tot zo’n drastische koerswijziging zouden hebben besloten, lijkt niet erg aannemelijk. Maar wie zou dan genoeg autoriteit hebben gehad om Doel Arief ervan te overtuigen dat het plan echt was bijgesteld? Volgens Poulgrain (en anderen) kan dat heel goed generaal Ali Moertopo (1924-1984) zijn geweest. In de jaren vijftig was hij Doel Ariefs commandant geweest bij de Banteng Raiders. Die vochten tegen de Darul Islam, die op West-Java een islamitische staat wilde stichten. Sinds 1964 had Ali Moertopo een andere functie. Binnen Soeharto’s Kostrad leidde hij inlichtingeneenheid Opsus (Speciale Operaties), die moest helpen een einde te maken aan de heftig opspelende ‘konfrontasi’ met buurland Maleisië. Ali Moertopo was dus Soeharto’s man.

De verdwijning van Doel Arief

Terecht schrijft Poulgrain echter ook dat we in feite niet weten wie achter die zeer late wijziging van het operatieplan tegen de generaals zat. Eén man zou opheldering kunnen geven: Doel Arief. Nadat op 1 oktober de voornemens van de ‘beweging’ in duigen waren gevallen, namen heel wat Tjakrabirawa-militairen de benen naar Midden-Java. Vlak voordat ze met hun vrachtwagenkonvooi de stad Tegal aan Java’s noordkust bereikten, dook Ali Moertopo op. Volgens Poulgrain zal hij daar zo snel zijn geweest door een helikopter te gebruiken. Ali Moertopo vroeg Doel Arief even met hem mee te komen. Nadat ze buiten het zicht van de andere Tjakrabirawa-militairen waren geraakt, is van Doel Arief nooit meer iets vernomen. Een voor Ali Moertopo en Soeharto mogelijk zeer gevaarlijke getuige was voorgoed ‘verdwenen’.

Soeharto als Kostrad-bevelhebber
Soeharto als Kostrad-bevelhebber. Op het bordje op zijn bureau staat ‘panglima’ (commandant).

Even veelzeggend als de plots gewijzigde instructie voor de militairen die de generaals moesten inrekenen waren op 1 oktober twee mededelingen die Radio Republik Indonesia (RRI) uitzond. Vroeg in de ochtend van 1 oktober hadden twee bataljons van de ‘beweging’ het RRI-complex bezet. Soeharto’s Kostrad-hoofdkwartier aan de overkant van het plein lieten ze ongemoeid. Sterker, de bezetters van het RRI-complex liepen daar ongehinderd in en uit om de toiletfaciliteiten te gebruiken.

De radioberichten van 1 oktober 1965

Om 7.15 uur bracht een RRI-nieuwslezer het eerste bericht. Gemeld werd dat Soekarno-getrouwe militairen een aantal generaals hadden afgevoerd om de president te beschermen tegen een door de Amerikaanse inlichtingendienst CIA gesteunde couppoging. Onder de mededeling was de naam van kolonel Untung getypt en ook diens handtekening stond er. Dus meldde de nieuwslezer: “Getekend luitenant-kolonel Untung’’.

Om 14.00 uur kwam RRI met een veel verder gaand bericht. Daarin was geen sprake meer van het beschermen van president Soekarno, maar werd melding gemaakt van de vorming van een ‘Revolutionaire Raad’ en werd het ontslag van de regering geëist. Ook onder deze mededeling was Untungs naam getypt, dus zei de nieuwslezer opnieuw: ‘getekend luitenant-kolonel Untung’. Wat radioluisteraars niet konden weten was dat onder dit bericht een handtekening van Untung ontbrak.

Monumen Pancasila Sakti
Het op 1 oktober 1973 onthulde ‘Monumen Pancasila Sakti’ in Jakarta ter ere van de gedode generaals en Nasutions adjudant. Van links naar rechts beelden van de generaals Sutoyo Siswomiharjo, D.I. Pandjaitan, R. Suprapto, Ahmad Yani, M.T. Haryono en Siswondo Parman en van luitenant Pierre Andries Tandean. (CC BY-SA 4.0 – Si Gam – wiki)

Dit tweede door RRI uitgezonden bericht gebruikte Soeharto voor zijn aantijging dat de ‘beweging’ van militairen en communistische partij PKI een staatsgreep tegen Soekarno wilden plegen. In zwang kwam de afkorting ‘G30S/PKI’, wat staat voor ‘Gerakan 30 September/PKI’ (30 Septemberbeweging/PKI). Soeharto baseerde hierop de massamoord die hij liet aanrichten onder linkse Indonesiërs.

Net als bij de instructies voor de militairen die bij de generaals langs zouden gaan, is het belangrijk te weten waar de beide aan RRI geleverde berichten – en vooral het tweede – vandaan kwamen. Poulgrain meldt dat beide RRI zijn aangereikt door de duistere Sjam.

Pas in 1967 is Sjam gearresteerd. Heel even typeerden Indonesische media hem toen als dubbelagent, maar al snel werd hij – met weglating van zijn goede relaties met Soeharto’s Kostrad – in de hoek van Aidit en diens PKI gedrukt. Het hielp om de communisten in een kwaad daglicht te zetten. Tot 1986 zat Sjam in de gevangenis, maar daar had hij een luxeleven. Letterlijk zakken vol geld kreeg hij ter beschikking. Hier en daar in de literatuur wordt vermeld dat Sjam in 1986 is geëxecuteerd. Voormalig adjunct-directeur van de inlichtingendienst van de luchtmacht luitenant-kolonel Heru Atmodjo bezwoer Poulgrain eind 1999 dat dat niet klopt. Waar anderen soms na jaren achter de tralies alsnog de kogel kregen, is Sjam niet geëxecuteerd, ‘maar verdween simpelweg’, aldus Poulgrain. Weer iemand die geen belastende verklaringen meer zou afleggen.

Zeer belastend voor Soeharto was wat pas in 2018 dankzij speurwerk van de Australische historica Jess Melvin (University of Sydney) aan het licht kwam: kort voor het middaguur verstuurde Soeharto op 1 oktober zijn eerste instructies om op communistenjacht te gaan. Hij zond die aan brigade-generaal Ishak Djuarsa, regionaal commandant in Atjeh (Sumatra). Aan die instructies vallen twee dingen op. Ten eerste zijn ze vrij gedetailleerd, dus zal er enige tijd aan voorbereiding in hebben gezeten. Bovendien werden ze enkele uren eerder verzonden dan het gewraakte tweede RRI-nieuwsbericht dat om 14.00 uur de lucht in ging. Kortom: zijn voorkennis heeft Soeharto stilletjes gebruikt om de massamoord op linkse Indonesiërs in gang te zetten.

De rol van ‘preman’ en de dood van Yani

Ahmad Yani
Ahmad Yani
Een laatste aspect tot slot: de bemanning van de vrachtwagens die naar de woningen van de zeven generaals reden. De meerderheid daarvan bestond uit militairen. Ook waren er wat leden bij van PKI-jeugdorganisatie ‘Pemuda Rakyat’. En – belangrijker – er klommen, volgens Poulgrain door tussenkomst van Sjam, ook ‘preman’ op de trucks. Tegenwoordig betekent ‘preman’ crimineel. Destijds was het nog vooral een woord voor iemand in straat- of burgerkleding. Wat overigens niet uitsluit dat het in de vroege uren van 1 oktober 1965 wel degelijk om criminelen ging.

In de literatuur valt te lezen dat deze ‘preman’ een rol speelden bij het onmiddellijk doden van de generaals Haryono en Pandjaitan in of bij hun woningen. Bij legercommandant Yani lag dat anders. De officiële versie is dat een militair hem velde door hem dwars door het glas van een deur zeven kogels in de rug te schieten. Absolute zekerheid bestaat daarover niet. Wel had Yani’s dood een opvallend gevolg.

Al in 2021 legde Poulgrain in online-publicatie Eurasia Review uit hoe het Indonesische legerprotocol er in 1965 uitzag. Zou legercommandant Yani verdwenen zijn (dus niet gedood, maar bijvoorbeeld ontvoerd) dan moest hij worden vervangen door een luitenant-generaal – een heel hoge stafofficier, hoger dan een generaal-majoor, maar zonder troepen onder zijn commando. In geval van Yani’s dood kon zijn opvolger echter een ietsje lagere generaal zijn met wél troepen onder commando. Precies dat was Soeharto: generaal-majoor met de Kostrad-troepen onder zijn bevel. Op 1 oktober in de ochtend riep hij zichzelf uit tot commandant van het hele leger. “De dood van Yani opende voor Soeharto de deur om hoofd van het leger te worden’’, noteerde Poulgrain in 2021. In zijn boekje lezen we nu:

Soeharto had nooit, vrijwel in een nacht tijd, de positie kunnen krijgen die hij bereikte als de generaals niet waren gedood.

GREG POULGRAIN blood silence
 
Al met al heeft de Australische historicus een zeer informatief en intrigerend boekje geschreven. Helaas heeft het ook twee nadelen. Zo is het tot nu toe (april 2026) slechts in het Engels gepubliceerd. Terecht vroeg de op Java wonende Australische journalist Duncan Graham zich in het blad Inside Indonesia af wat het effect zal zijn als later dit jaar de Indonesische vertaling verschijnt. Uitgeverij Kompas heeft een Indonesische editie in het vooruitzicht gesteld. Of die er echt komt, moet blijken.

Tweede nadeel: Poulgrains Blood and Silence is in Indonesië te koop in boekwinkels en online, maar niet verkrijgbaar voor belangstellenden in het buitenland. Dat Historiek u er toch over kan informeren komt doordat iemand in Indonesië het voor ondergetekende kocht en naar Nederland stuurde.

Greg Poulgrain: Blood and Silence. The Hidden Tragedy 1965. Penerbit Buku Kompas, Jakarta 2026.

×