Veel mensen die op vakantie gaan, besluiten een klein aandenken mee naar huis te nemen: een souvenir. Hoewel dit Franse leenwoord pas sinds 1837 in Nederlandse teksten wordt aangetroffen, is het gebruik om tastbare reisherinneringen mee te nemen al veel ouder. Al in de Middeleeuwen namen pelgrims bijvoorbeeld zogeheten pelgrimsinsignes mee, kleine metalen plaatjes die ze aan hun kleding bevestigden als bewijs van hun bedevaart. Een souvenir ter herinnering aan de reis.

Pelgrims
Een vroeg voorbeeld van het reis-aandenken is de pelgrimsinsigne. Toen het maken van religieuze bedevaarten vanaf ongeveer de twaalfde eeuw steeds meer een massafenomeen werd, groeide ook de behoefte aan reisherinneringen. Voor die tijd keerden veel bedevaartgangers ook al wel huiswaarts met tastbare herinneringen aan hun tochten, maar nu werden dergelijke objecten op veel grotere schaal gefabriceerd en ontstond een echte handel.
Omdat tin relatief goedkoop was en dit materiaal een relatief laag smeltpunt heeft, konden er snel veel insignes mee geproduceerd worden. Ze verschenen in allerlei varianten. Vaak waren er heiligen of hun attributen op afgebeeld.
Edelstenen
Vakantie was in de eeuwen hierna voor de meeste mensen nog iets totaal onbekends, maar natuurlijk werd er wel gereisd, zeker door de vermogender leden van de samenleving. Bekend zijn bijvoorbeeld de zogenoemde grand tours, lange educatieve reizen die jonge aristocraten uit met name Engeland en andere delen van Europa vanaf de zeventiende eeuw maakten om culturele vorming op te doen en belangrijke steden en kunstwerken op het continent te bezoeken.
Deze vermogende jongelingen keerden doorgaans ook niet met lege handen huiswaarts. Populair waren met name gegraveerde stenen, ook wel bekend als cameeën of gemmen. Dergelijke vroege souvenirs werden vaak bewaard in kostbare doosjes of kistjes: de dactyliotheek.
Bavelaartjes
Tot ver in de negentiende eeuw bleven vakanties voorbehouden aan de elite, die de zomers doorbracht in luxe buitenhuizen langs de Vecht of aan zee. Wie toch verder reisde, nam vaak exotische voorwerpen mee naar huis, die vervolgens bijvoorbeeld een plek kregen in de populaire rariteitenkabinetten.

In eigen land waren vanaf de negentiende eeuw ook de zogeheten bavelaartjes tamelijk populair: kleine kijkkastjes met minutieus gesneden taferelen achter glas. Hoewel ze oorspronkelijk niet per se als souvenir waren bedoeld, functioneerden ze geregeld wel als aandenken en kunstig verzamelobject. De bekende kastjes zijn vernoemd naar de Leidse familie Bavelaar, die deze beroemde miniaturen tot in de negentiende eeuw vervaardigde.
Massatoerisme
Pas met de opkomst van industrie en spoorwegen werd vakantie geleidelijk bereikbaar voor bredere lagen van de bevolking. En daarmee ontstond ook behoefte aan goedkope souvenirs voor de massa: koelkastmagneten, sleutelhangers, t-shirts, agenda’s, petjes, pennen, brillenkokers en koffiemokken – meestal bedrukt met herkenbare afbeeldingen of teksten, als bewijs dat de eigenaar écht in het betreffende land is geweest.

Veel landen kregen hun eigen typische souvenirs. De clichés worden daarbij niet geschuwd. Zo staat België bekend om beeldjes van Manneken Pis, Nederland om molens, klompjes en Delfts blauw, Frankrijk om miniatuur-Eiffeltorens, Portugal om kleurrijk beschilderde haantjes en kurkproducten en Rusland om de matroesjka-poppen.
-https://historiek.net/de-pelgrimsinsigne-een-middeleeuws-massaproduct/16892/
-https://etymologiebank.nl/trefwoord/souvenir
-https://www.etymonline.com/word/souvenir
-https://www.zuiderzeemuseum.nl/nl/page/4100/souvenirs
-https://www.allardpierson.nl/agenda/archeologielezingen-souvenirs-uit-de-grand-tour
-https://nl.wikipedia.org/wiki/Bavelaartje
Luxe vakanties door de eeuwen heen
Waarom we de ‘vakantie’ danken aan de rechtbank
Spuithuisjes en brandbestrijding in Rotterdam
Het leven van Constantijn Huygens jr. in beeld
Met bloed ondertekende verklaring uit 1712 ontdekt in Nijmegen