Tuinierende soldaten in Thessaloniki tijdens de Eerste Wereldoorlog

4 minuten leestijd
Uitzicht op een dal met daarin een kampement van de geallieerden aan het Oriënt-front (links) en de daarbij behorende groentetuinen (rechts).
Uitzicht op een dal met daarin een kampement van de geallieerden aan het Oriënt-front (links) en de daarbij behorende groentetuinen (rechts).

De Macedonische stad Thessaloniki wordt ook wel kortweg Saloniki genoemd en vormde in haar geschiedenis regelmatig het middelpunt van conflicten tussen rivaliserende machthebbers. Uiteindelijk kwam deze belangrijke havenstad in 1912 in Griekse handen, maar ging drie jaar later opnieuw een rol spelen als uitvalsbasis voor wederom een militaire campagne. Want tijdens de Eerste Wereldoorlog landde hier een leger dat bestond uit soldaten die letterlijk uit alle uithoeken van de wereld afkomstig waren en strijd moesten gaan leveren aan het zogenaamde ‘Oriënt-front’, dat nadien echter snel in de vergetelheid raakte.

Deze operatie was een vervolg op het mislukte Dardanellen-offensief, waarmee de geallieerden begin 1915 hoopten Duitsland en Oostenrijk-Hongarije te treffen door hun meest oostelijke bondgenoot, het Ottomaanse Rijk uit te schakelen. Een poging om met een oorlogsvloot Constantinopel te bereiken mislukte echter, terwijl de strijdmacht van Britten, Australiërs en Nieuw-Zeelanders die daarna bij Gallipoli landde zich na enkele maanden al weer moest terugtrekken. De tegenstand van het Ottomaanse leger was te sterk gebleken en daarom ging men het proberen tegen de Bulgaren die eveneens waren toegetreden tot de Centrale Mogendheden. Na de Britten was het dit keer de beurt aan de Fransen om de leiding te nemen en die legden het bevel voor deze actie in handen van generaal Maurice Sarrail (1856-1929).

Situatie aan het Oriënt-front van de Eerste Wereldoorlog.
Situatie aan het Oriënt-front van de Eerste Wereldoorlog.
De soldaten die in Thessaloniki aan land werden gezet, waren afkomstig uit zeer verschillende landstreken en dat gold in het bijzonder voor het Franse leger. Ze kwamen uit Portugees Mozambique, Frans Marokko, -Algerije en -Tunesië, maar ook uit Frans Indochina: het huidige Vietnam, Laos en Cambodja. Voor het Britse Rijk vochten troepen die afkomstig waren uit Cyprus, Egypte, Palestina, Pakistan, India en Nepal. Het maakte de coördinatie van al deze militaire eenheden uiterst gecompliceerd.

Spoedig bleek dat muggen de grootste vijand waren, want deze besmetten grote delen van het leger met malaria en brachten daarmee de paraatheid direct in gevaar. Daarnaast ontbrak het aan de benodigde infrastructuur, zodat men maandenlang bezig was om deze op te bouwen, net als de benodigde aanvoerlijnen. Alles bijeen genomen waren de omstandigheden verre van eenvoudig en daarbij kwamen dan nog de snikhete zomers en bitterkoude winters.

Contacten met achtergebleven familieleden waren gebrekkig omdat de afstand tot het thuisfront voor de koloniale militairen vaak duizenden kilometers bedroeg. Gelegenheid voor verlof om hen te bezoeken zoals aan het Westfront was er eenvoudigweg niet. Het enige wat afwisseling bood van het eentonige leven in de kampementen en kazernes waren wandelingen door de straten van Thessaloniki. Daar waren ze vrij om te gaan en staan waar ze wilden. Bezoek aan theaters, cafés en sportwedstrijden gaf hier een welkome afleiding om de dagelijkse sleur te ontvluchten en niet te hoeven denken aan toekomstige offensieven met duizenden gesneuvelden.

Un parisien à Salonique
Ter afwisseling van de alledaagse sleur in de kampementen gingen de militairen vertier zoeken in de straten van Thessaloniki. Tekeningen in tijdschriften als deze zouden al snel bij de Fransen het beeld oproepen dat ze het er van namen terwijl hun landgenoten sneuvelden aan het Westfront. – gallica.bnf.fr

Moestuintjes

Naast toeristisch vertier kwam er nog een andere vrijetijdsbesteding in zwang: tuinieren. Als eerste liet de generale staf een groentetuin aanleggen om van een gevarieerde maaltijd verzekerd te zijn. Aanleg, onderhoud en bewaking waren geheel in handen van haar ondergeschikten. Daarna kregen ook de militaire lazaretten moestuinen, waarin vooral soldaten in de laatste fase van hun herstel voedsel verbouwden voor hun strijdmakkers die nog niet zo ver waren.

Voor een eitje bij het ontbijt gingen ze ook kippen houden. Dit was de manier van leven die ze thuis gewend waren, want velen waren afkomstig uit boerenfamilies. In hun brieven kwamen passages voor als: ‘We hebben in het dal ongeveer een halve hectare met groenten aangeplant, slechts een paar kilometer van het front verwijderd. Daardoor kunnen we onze eigen aardappels oogsten en binnenkort zullen daar ook boontjes, kolen en sla bij komen’.

tuinen Thessaloniki
Niet alleen bij de militaire kampen maar ook midden in de stad werden tuinen aangelegd door de militairen.

Correspondentie van deze aard begon door te sijpelen naar de Franse pers, die er berichten over ging plaatsen in de kranten. Deze waren op hun beurt weer aanleiding voor publicisten en ondernemers om prenten uit te brengen van soldaten die achter het Oriënt-front zichtbaar genoten van het goede leven in de steden en dorpen van Macedonië. En dit terwijl hun landgenoten massaal sneuvelden in de loopgraven bij Verdun voor de verdediging van het vaderland.

De tegenstelling tussen de martelaren aan het Westfront en de levensgenieters die ver van huis hun verantwoordelijkheid ontliepen werd zo zwaar opgeklopt dat ook prominente politici zich genoodzaakt voelden om zich in de publiciteit te mengen, waaronder niemand minder dan premier Georges Clemenceau (1841-1929). Als geharnaste tegenstander van het Oriënt-front liet hij zich spottend uit over generaal Sarrail en zijn ‘tuinierende soldaten’. Daarmee bracht hij de soldaten in diskrediet en de generaal even later ten val.

Militaire begraafplaats van Zeitenlik, Thessaloniki
Militaire begraafplaats van Zeitenlik, Thessaloniki (CC BY 3.0 – Саша Шљукић – wiki)

Succesvol offensief

Uiteindelijk zou het verhaal een andere wending krijgen. Het Oriënt-leger bleef weliswaar nog tot het najaar van 1918 inactief, maar greep op 25 september van dat jaar haar kans om zich te bewijzen door een grootschalig offensief te lanceren. Tot ieders verrassing slaagde ze er toen in om de Bulgaarse vijand, die gesteund werd door Duitse eenheden en adviseurs, te verslaan. Helaas is deze overwinning nooit deel uit gaan maken van het collectieve geheugen met betrekking tot de Eerste Wereldoorlog, omdat ze door de gruwelen aan het Westfront volledig werd overschaduwd. Als herinnering resteert in het noorden van Thessaloniki nog de militaire begraafplaats van Zeitenlik waar twintigduizend ‘tuinders’ begraven liggen.

Bronnen

– Arte TV Stadt, Land & Kunst / Invitation au Voyage, 27-10-2025
×