Pas vijf jaar na de wapenstilstanden van 1918 werd het laatste vredesverdrag van de Eerste Wereldoorlog ondertekend. Het kwam er nadat de Turken een eerder vredesverdrag hadden verworpen en een nieuwe oorlog hadden gewonnen.
Het Verdrag van Lausanne is het vredesverdrag dat in 1923 gesloten werd tussen de de Geallieerden uit de Eerste Wereldoorlog en Turkije. Het verving het drie jaar eerder gesloten Verdrag van Sèvres, dat nooit geratificeerd werd door Turkije en hardnekkig bestreden werd door de Turkse nationalisten onder Mustafa Kemal. Dit verzet leidde tot een bloedige oorlog tussen de troepen van Kemal en het Griekse leger.

Het nieuwe vredesverdrag was heel anders dan het Verdrag van Sèvres. Het telde “slechts” 143 artikelen – drie keer minder dan dat van Sèvres – hoewel daarnaast een tiental bijkomende conventies werden gesloten. Eerder, op 23 januari 1923, hadden Griekenland en Turkije al een conventie over bevolkingsruil gesloten, wat leidde tot een verplichte emigratie van Grieks-orthodoxe inwoners van Turkije naar Griekenland en van moslims in Griekenland naar Turkije.
In het verdrag stond niets meer over Smyrna, dat de Grieken hadden opgeëist maar in de oorlog tegen de Turken hadden moeten opgeven. Evenmin was er sprake van Armenië of Koerdistan.
Voornaamste bepalingen van het Verdrag van Lausanne:
- Oost-Thracië, dat eerder naar Griekenland zou gaan, bleef Turks, zij het met enkele grenscorrecties ten voordele van Griekenland en Bulgarije. Een afzonderlijke conventie legde een gedemilitariseerde zone op aan beide kanten van die grens.
- De Turken deden zonder problemen afstand van alle Arabische landen die tot het Ottomaanse Rijk hadden behoord (Syrië, Irak, Palestina, de Hidjaz), evenals van hun rechten op vroegere Ottomaanse vazalstaten in Noord-Afrika, zoals Egypte of Tunesië. Ze erkenden de afstand van Cyprus aan Groot-Brittannië en de eilandengroep rond Rhodos aan Italië. Dat laatste kreeg ook het door Grieken bewoonde eilandje Kastellorizo ten oosten van Rhodos, dat al in Sèvres was toegewezen.
- Leden van niet-moslim-minderheden in Turkije werden erkend als volwaardige Turkse staatsburgers en zouden vrij hun taal en godsdienst kunnen gebruiken. De garanties daarvoor waren echter veel beperkter dan in het Verdrag van Sèvres. De term “etnische minderheden” werd niet langer gebruikt en geen enkele minderheid, ook geen Armeniërs of Koerden, werd nog bij naam genoemd, laat staan dat er van autonomie sprake was.
- Een groot deel van het verdrag omvatte financiële en economische bepalingen, vooral een regeling voor de (grote) Turkse staatsschuld, maar van een financiële voogdij, zoals opgelegd in Sèvres, was geen sprake meer. De capitulaties – privileges die sommige Europese landen hadden gehad op het gebied van handel en rechtspraak – werden volledig afgeschaft, terwijl men die in Sèvres had willen herinvoeren. Van ontwapening was geen sprake meer.
Andere bepalingen

Een bijkomende Verklaring over Amnestie stelde dat niemand in Turkije of Griekenland kon worden vervolgd voor zijn “politiek of militair gedrag” tussen 1914 en 1922. Dit sloot vervolgingen wegens oorlogsmisdaden of massamoorden uit. Van enige vervolging voor de massamoorden op Armeniërs of andere christelijke minderheden was geen sprake meer, net zo min als schadevergoedingen voor overlevenden of nabestaanden. Ook dit was een totale breuk met Sèvres.
Het verdrag werd ondertekend door vertegenwoordigers van het Britse Rijk, Frankrijk, Italië, Japan, Griekenland, Roemenië en het Koninkrijk van Serven, Kroaten en Slovenen (Joegoslavië) en door “de Regering van de Grote Nationale Vergadering van Turkije”, de door generaal Mustafa Kemal in Ankara opgerichte regering in Ankara.
Het einde van het Ottomaanse Rijk en de grote veranderingen in het Midden-Oosten
De wapenstilstanden van 1918
Verdrag van Sèvres (1920) bleek even broos als porselein
De Turkse onafhankelijkheidsoorlog of Grieks-Turkse Oorlog
Het begin van het einde van de Eerste Wereldoorlog: de Veertien Punten van Wilson
De liquidatie van het Habsburgse Rijk