Vrouwelijke schrijvers in de Republiek: van Anna Roemers tot Gesina Brit

7 minuten leestijd
Anna Roemers
Anna Roemers - Pentekening door Vera Anna Mae Polkamp / Fixdit
historische klassiekers podcast
 
In de nieuwe podcastreeks Historische Klassiekers wordt het werk van schrijvende vrouwen uit de vroegmoderne tijd (1500-1800) in de spotlights gezet. Voor de serie, een initiatief van Fixdit, maken hedendaagse auteurs nieuwe hertalingen van historische teksten – van Anna Bijns tot Petronella Moens – die in de afleveringen worden besproken. Iedere hoofdaflevering wordt bovendien vergezeld door een bonustrack, waarin aanvullende auteurs of thema’s kort worden uitgelicht.

Op Historiek verschijnt bij elke bonustrack een artikel met extra verdieping en achtergrond – steeds met drie vrouwelijke tijdgenoten uit dezelfde periode. Vandaag verschijnt de bonustrack 2.1 Historische Klassiekers – Bonusauteurs Johanna Coomans, Margaretha van Godewijck en Gesina Brit.

Tijdgenoten

Anna Roemers
Anna Roemers – Pentekening door Vera Anna Mae Polkamp / Fixdit
Alhoewel alle kinderen in de Republiek basisonderwijs kregen, ook meiden, bleef voor hen hoger onderwijs aan het begin van de zeventiende eeuw grotendeels onbereikbaar. Alleen vrouwen uit rijke, humanistische gezinnen kregen makkelijker toegang tot talen, boeken en kunsten zoals muziek of schilderkunst. Bijvoorbeeld Anna Roemers, die centraal staat in de tweede aflevering van de podcast-serie Historische Klassiekers.

Geschriften van deze vrouwen circuleerden vaak handgeschreven, zoals de meeste literatuur in die tijd. Zo kwam langzaam een vroegmoderne literaire cultuur tot leven, waar vrouwen onderdeel van uitmaakten, ondanks de sociale beperkingen. Zij begonnen zelfs langzaamaan een eigen traditie te vormen. Johanna Coomans, Margaretha van Godewijck en Gesina Brit maakten daar deel van uit in de zeventiende en vroeg achttiende eeuw. Zij worden belicht in de bonustrack van Historische Klassiekers, hier te beluisteren. Hieronder vindt u artikelen over hen.

Johanna Coomans: dichten vanaf de wieg

Stel je een zeventiende-eeuwse dichter voor die, terwijl de pap pruttelt en de wieg zachtjes kraakt, verzen optekent. Dat beeld klópt bij Johanna Coomans (actief in Zeeland rond 1620), die zelf verbaasd is dat men haar – dochter van een Middelburgse regent, getrouwd en moeder – literair zo hoog aanslaat. Ik “zitte meestendeel omtrent de kinderwieg,” dicht ze nuchter. Ze geldt, samen met haar beroemdere tijdgenoot Anna Roemers, als een groot talent. De twee vrouwen corresponderen, dichten op elkaar en dragen elkaar als collega-kunstenaars een ‘lauwerkrans’ ofwel huldeblijk toe. Roemers bezoekt haar zelfs in Zeeland. Heel bewust werken zij aan een vroege vrouwencanon.

Roemers schreef een gedicht op Coomans dat zoek is geraakt (“Cierlijcke Laurecrans, met eerbiedige loffdichten, gezonden aen Ionckvrou Iohanna Coomans door de Constrijcke Anna Roemers”), wel kennen we het dankgedichtje dat Roemers voor haar op een glas graveert voor een genoten maaltijd. Alfred Schaffer hertaalde dat (u vindt het hier).

Embleem van een wapenschild met ‘de tong’, ontworpen door Johanna Coomans en geëtst door Adriaen van de Venne (1623).

Coomans op haar beurt houdt Roemers een spiegel voor. In haar gedicht prijst ze Roemers, maar vindt tegelijk dat ze maar eens moet trouwen. Het is kameraadschap, competitie en cultuurkritiek inéén. Vrouwen zitten in een vreemde spagaat: Coomans benadrukt steeds haar taken als “huyschwijf”, maar ondertussen publiceert ze wél. Vrouwen die hun lezers geruststellen – nee, ik verslons het huishouden niet – komen tot ver in de achttiende eeuw voor. Betje Wolff verontschuldigt zich bijvoorbeeld met: “Ik doe overdag als vrouw mijn plicht”.

Een ‘braaf huisvrouwtje’ is Coomans echter niet. Net als Roemers durft ze het manbeeld te bevragen. Waar Jacob Cats vrouwen waarschuwde zichzelf te beschermen, draait Coomans de boel om. In de bundel De Zeeusche Nachtegael (1623) van Cats publiceert zij het gedicht “Wapenschild voor alle eerlicke ionghmans”. Niet de vrouw, maar de man wordt hier aangesproken op zijn verantwoordelijkheid, met name op zijn verraderlijke tong. Mooie praatjes kunnen een meisje net zo goed ten val brengen als fysieke agressie.

Coomans wordt vergeleken met de Italiaanse dichter Vittoria Colonna, hét renaissance-voorbeeld van vrouwelijke geleerdheid en literaire roem. Haar poëzie is opgenomen in gezaghebbende werken, zoals Johan van Beverwijcks Van de wtnementheyt des vrouwelicken geslachts (1639), waarin meer vrouwelijke auteurs zichtbaar werden. Ook Roemers staat daarin en nog meer auteurs die in de podcast-serie Historische Klassiekers aan bod komen. Johanna Hobius noemt Coomans in haar Vrouwenlof in 1642 en Eelkje van Bouricius dicht nog verontschuldigend in 1652 dat zij geen Roemers’ of Coomans kind is. Vrouwen schrijven dus niet als uitzondering, maar als voorbeeld. Ze laten zien dat intellect, moederschap en maatschappijkritiek geen tegengestelden hoeven te zijn. En dat mannen best mee mogen veranderen.

Margaretha van Godewijck: parel in de Dordrechts kroon

We gaan naar Dordrecht. Ziedaar een vrouw die dicht, onder andere in het Latijn, emblemen tekent, landschappen borduurt, sterren bestudeert en het klavecimbel bespeelt. Haar naam is Margaretha van Godewijck. En hoewel ze buiten haar geboortestad nauwelijks bekend is, is ze in haar tijd een opmerkelijke verschijning. ‘Onze Dordrechtse Parel’, noemde de stadsgeschiedschrijver haar trots in 1677, het jaar van haar overlijden. Hij prijst haar om haar veelzijdige talenten en haar vasthoudendheid in een wereld waar geleerdheid en kunst vooral aan mannen zijn voorbehouden.

Van Godewijck groeit op in een gezin waar cultuur en kennis gevierd worden. Haar vader, leraar aan de Latijnse school, onderwijst haar thuis in Grieks, Latijn, Frans, Italiaans en Engels. Hebreeuws kan ze begrijpen. Haar kennis van deze talen is indrukwekkend voor een vrouw in haar tijd, al was ze waarschijnlijk niet zo geleerd als haar tijdgenoot Anna Maria van Schurman. Net als veel andere rijke vrouwen in de zeventiende en achttiende eeuw beheerst ze meerdere kunsten.

Margaretha van Godewijck, door Samuel van Hoogstraten
Margaretha van Godewijck, door Samuel van Hoogstraten
En net als hen bemoeit ze zich ook met zogenaamd ‘mannelijke’ onderwerpen als politiek. Wij denken dat vrouwen in die tijd zelden een stem gegund werden in het openbare debat, maar Van Godewijck dicht onbelemmerd over actuele gebeurtenissen. Zoals de Nederlandse expansie naar Oost- en West-Indië of de explosie van het kruitmagazijn in Dordrecht. Ze looft lokale geleerden, rouwt om overleden predikanten en correspondeert met lokale dichters en kunstenaars.

Haar werk circuleert in handgeschreven bundels, net zoals Anna Roemers een handgeschreven bundel achterlaat. Die van Van Godewijck zijn gevuld met Latijnse verzen, emblemen en brieven. Publiceren wordt langzamerhand gebruikelijk, maar toch blijft ze bescheiden. Toch is haar ambitie onmiskenbaar. “Nulla dies sine linea” (vrij vertaald: geen dag zonder een regel) is haar devies. Elke dag oefent ze (net als Tesselschade Roemers), alsof ze met elke versregel haar plek in de literaire wereld opeist.

Waarschijnlijk was Anna Roemers een voorbeeld voor haar; Van Godewijck haakt aan bij de schoncken-sonnetten, waar Roemers de initiator van was. Zo laat ze meteen zien wat ze kan. Haar gedichten ademen de stijl van Jacob Cats, maar ze voegt er iets eigens aan toe: een lokale trots, een persoonlijke toon en politieke betrokkenheid (ze is een vurig aanhanger van het Huis van Oranje).

Van Godewijcks leven – ze blijft ongehuwd – toont hoe een vrouw in de zeventiende eeuw, ondanks allerlei belemmeringen, een intellectueel en artistiek bestaan kan opbouwen. Ze was geen revolutionair, maar een vrouw die gretig diverse vakken wilde leren en binnen de bestaande kaders van haar tijd haar eigen ruimte creëerde.

Gesina Brit: een vrouw die stadsbestuurders bestraffend toesprak

We schuiven wat op in de tijd. Amsterdam, begin achttiende eeuw. Gesina Brit (ca. 1669-1747) is lid van de collegianten, een groep protestanten die hun geloof op hun eigen manier interpreteren. Ze laten vrouwen meedoen in discussies en stellen dat ieder zijn eigen geweten moet volgen. Die omgeving voedt Brit’s scherpe blik op geloof, moraal en macht en geeft haar de durf om te spreken waar anderen zwijgen.

Ze vertaalt, als ze dertig is, A Mother’s Legacie to her Unborne Childe (1624) van Elisabeth Jocelyn-Brooke. In het boek worden jongetjes en meisjes direct aangesproken en volgens andere normen opgevoed, wat toen gewoon was. Brit denkt daar genuanceerder over. Ze laat meteen zien wat ze in huis heeft: ze voegt gedichten toe waarin ze niet alleen over de deugd predikt, maar ook expliciet vaders én moeders aanspreekt. Zo brengt ze subtiel haar collegiantse boodschap over van individuele verantwoordelijkheid en vrij denken. Dat doet ze opnieuw met gedichten in de embleembundel van Arnold Houbraken, waarin ze zich op politiek terrein begeeft door bijvoorbeeld over de moord op de gebroeders de Witt te dichten.

Gesina Brit
Gesina Brit, geportretteerd door Arnold Boonen
Haar meest uitgesproken politieke poëzie gaat over de vervolging van collegiantse groepen in Groningen (1705). Ze schildert de gereformeerde predikanten en burgerlijke handlangers af als een wolf en felle winterbeer die “het weerloos nest” aanvallen om het leven van hun geloofsgenoten te verwoesten. Met die beeldspraak keurt ze het geweld af waarmee de godsdienstvrijheid van haar geloofsgenoten in Groningen is onderdrukt.

Brit gaat verder dan afkeuren: ze giet nog wat olie op het vuur door expliciet te verwijzen naar de Spaanse Inquisitie: de gereformeerden waren hypocriet! De Republiek was immers ontstaan uit protest tegen de bloedorstige Spaanse katholieke overheersing en nu deden de Groningse regenten hetzelfde als de verguisde Spanjaarden. Ze pleit voor een concreet politiek alternatief. Burgerlijke besturen moeten zich niet onderwerpen aan kerkelijke bevelen als het gaat om religieuze praktijken. Juist zij hebben de taak de tirannie van een officiële kerk terug te dringen. Dat is een vroegmodern pleidooi voor de scheiding van kerk en staat.

Brit maakte onderdeel uit van een debat dat de grenzen van tolerantie en politieke macht in de Republiek tartte. Haar stem was daarmee onderdeel van een grotere beweging van intellectuelen die de contouren van wat later de Verlichting zou worden, mede vormgaven. En dat terwijl wij denken dat alleen mannen dat in gang hebben gezet.

Coomans, Van Godewijck en Brit waren geen uitzonderingen. Ook Gesina ter Borch schreef emblemen en was een bekend tekenaar. Maria de Wit schreef op dertienjarige leeftijd een scherp gedicht over Jacob Cats, maar haar talent is in de knop gebroken: ze stierf daarna. Zo zijn er nog veel meer. Al deze vrouwen laten zien: ook in een tijd waarin mannen het openbare debat domineerden, vonden vrouwen manieren om gehoord te worden. Of het nu ging om moederschap, geloof of politiek, hun stemmen waren deel van een grotere beweging die de moderne wereld vormgaf.

Meer weten? Luister naar de podcast-serie Historische Klassiekers of volg het nieuws over de serie op Substack.

×