Anti-tankhonden en andere dierenexperimenten in oorlogstijd

7 minuten leestijd
De anti-tank hond
Een anti-tank hond en zijn lading.

Dieren zijn op vele manieren ingezet bij oorlogsvoering en tijdens de Tweede Wereldoorlog wel heel destructief en wreed. Honden werden door de Russen tot lopende kamikazebommen getraind om vijandelijke tanks te vernietigen. En de Amerikanen overwogen zelfs een zogenoemd Dogs Army, waarbij honden de landingstroepen moesten vervangen.

Maar liefst veertigduizend honden, met name herders, werden vanaf de jaren dertig door de Russen getraind om ingezet te worden bij reddingswerk, eerste hulpverlening en bijvoorbeeld vervoer van gewonde soldaten. Ze werden getraind door gerekruteerde jagers, circusdompteurs en politiehondentrainers. Svetlana Gladysh schreef er een boek over: Sobaki na Frontakh Velikoi. Ze vermeldt daarin dat er elf verschillende taken waren weggelegd voor de militaire honden, waarvan er negen als ‘Top Secret’ werden beschouwd. Tot de belangrijkste taken behoorden het opsporen van mijnen en explosieven; tijdens de Tweede Wereldoorlog werden op die manier ruim vier miljoen ladingen gedetecteerd. De tactiek was daarmee opvallend succesvol.

Sovjet-trainingskamp voor militaire honden
Sovjet-trainingskamp voor militaire honden
Vanaf 1935 werden in een speciaal kamp buiten Moskou zogeheten anti-tank honden getraind. De viervoeters kregen op hun rug een explosieve lading die onder een stilstaande vijandelijke tank moest worden achtergelaten en vervolgens met een tijdmechanisme of via afstandsbediening tot ontploffing werd gebracht. De Russische wapendeskundige Yuri Veremeyev verklaarde hierover eens tegenover de Daily Mail:

De eerste experimenten werden gedaan met explosieven in dikke canvas verpakkingen die op de rug van de hond werden bevestigd. Iedere verpakking bevatte 6 kilo TNT.

Maar na een half jaar training bleken de honden die taak niet goed te kunnen uitvoeren. Daarom werd de strategie aangepast: zodra het uitsteeksel van het hondentuigje met de onderzijde van de tank – het meest kwetsbare deel – in aanraking kwam, volgde een explosie. De hond kwam daarbij direct om het leven.

Opgezette anti-tankhond in het militair-historisch museum voor artillerie, genie en verbindingsdiensten, Sint-Petersburg
Opgezette anti-tankhond in het militair-historisch museum voor artillerie, genie en verbindingsdiensten, Sint-Petersburg (CC BY-SA 2.0 – Damien – wiki)

In 2008 vertelde de toenmalige conservator Frans Smits van het Delfts Legermuseum naar aanleiding van de tentoonstelling ‘Dappere Dieren’:

De honden was aangeleerd dat je onder een tank moest kruipen; tijdens oefeningen werden stukken vlees onder de tanks bevestigd. Ze wisten niet dat er – eenmaal op het slagveld – een mijn op hun rug gebonden was, die explodeerde zodra ze met hun rug de tank raakten.

Tijdens de training werden de honden hongerig gehouden en de stukken vlees onder de tanks waren gekookt, zodat ze een sterkere geur afgaven. Aanvankelijk werd geoefend met stilstaande tanks, vervolgens met de motor lopend en daarna begeleid door geweervuur en andere oorlog simulaties.

anti-tankhonden
Soldaten van het 1e legerdetachement anti-tankhonden op weg naar een gevechtsmissie, 1942

De praktijk

De Russen probeerden deze tactiek vanaf de zomer van 1941 aan het Duitse oostfront uit. Maar het resultaat viel tegen. Veremeyev: ‘…de honden leerden wat hen opgedragen was, maar eenmaal op het slagveld terecht gekomen, raakten ze verward.’ De honden weigerden onder bewegende, schietende tanks te kruipen en sommige doodden of verwonden eigen soldaten, nadat ze terugsprongen in de eigen loopgraven, waarbij de lading vaak alsnog ontplofte. Hierop werden terugkerende honden afgeschoten.

Antitankhond
Antitankhond
De trainers, die een band met de dieren hadden opgebouwd, werden daardoor minder welwillend hen te trainen. Zo vertelde trainer Vokats aan Svetlana Gladysh: ‘We begonnen na te denken hoe we de tanks konden vernietigen en de hond konden redden. Het was triest en zonde om de hond (een van ons) te doden.’ Er zouden zelfs weigerachtige trainers gefusilleerd zijn. Al gauw zagen de Duitse soldaten het gevaar van de Hundminen in en gingen iedere hond die in zicht kwam (met mitrailleurs) afschieten of te lijf met vlammenwerpers. Ook gebruikten ze dit als propagandamiddel: ‘Russische soldaten zijn te laf om zelf te vechten.’

Later kwam nog een andere zwakke kant van de strategie aan het licht: de honden waren getraind met Russische tanks, die anders roken door de gebruikte verf en smeerolie, en omdat ze op diesel reden, terwijl Duitse tanks benzine gebruikten. De honden gingen instinctief op de bekende geur van de Russische tanks af. Er zijn berichten opgedoken van enkele tientallen tanks die op deze wijze beschadigd zouden zijn, onder andere bij Stalingrad en Koersk. In de roman Kaputt schrijft Curzio Malaparte, destijds Italiaanse oorlogscorrespondent, dat Duitse soldaten die begin 1942 een Oekraïens dorp innamen, er allereerst alle honden doodschoten omdat ze verdacht waren:

malaparte kaputt
 
‘Groepen SS’ers en Panzerschützen renden al schietend met hun mitrailleurs de straten af en gooiden handgranaten naar die arme bestaardhonden met hun gelige vacht, rode glansogen en kromme poten, ze haalden ze uit de tuinen en hagen, ze zaten ze bloedig achterna op de akkers. (…) Het fanatiekst bij deze jacht waren de tanksoldaten, de Panzerschützen. Het leek of ze persoonlijk iets tegen die arme beesten hadden. Ik vroeg aan de Panzerschützen: ‘Waarom Nou?’. De Panzerschützen betrokken. ‘Vraag dat maar aan de honden,’ antwoordden ze nors, en ze keerden me de rug toe.’ Later blijkt de oorzaak van die felheid: ‘Die Hunde! Die Hunde!’, riepen de soldaten om ons heen met angstige stem (…) Het blaffen van de honden overstemde het razende geronk van motoren, af en toe waren er zwakke stemmen te horen die de wind doofde in het wijdverbreide geritsel van het gras. ‘Die Hunde! Die Hunde!’ En opeens klonk de doffe klap van een explosie, toen nog een, toen weer andere, je zag twee, drie, vijf Panzer de lucht invliegen en de flits van stalen platen in hoge fonteinen van aarde.

Volgens Russische opgave werden honderden vijandelijke tanks op deze wijze beschadigd, maar zelfs Russische historici deden dat later af als propaganda om de trainingsprogramma’s te rechtvaardigen. Dit lijkt ook het meest waarschijnlijke, omdat er geen meldingen zijn dat deze methode na 1942 nog werd toegepast.

Parachutistenhond

Sergeant Stubby
Sergeant Stubby
In oorlogstijd zijn duiven ingezet om berichten te versturen en dolfijnen getraind om onderzeeërs op te sporen. Paarden hadden als voordeel dat ze weinig geluid maakten, terwijl honden door hun geblaf sneller werden gehoord. Toch hebben veel honden militaire dienst verricht. Ze werden al door de Romeinen ingezet als waakhond of om de vijand af te schrikken. In de Middeleeuwen kregen ze zelfs een ‘harnas’ aangemeten. Beroemd is het verhaal van Stubby die tijdens de Eerste Wereldoorlog bij Verdun ‘dienst deed’. Als hij met zijn neus wegdook in een kledingstuk wisten de manschappen: een gasaanval!

Tijdens de Tweede Wereldoorlog gebruikten Amerikaanse parachutisten hondenkarren, honden dienden als mascotte, spoorden gewonden op en voerden munitie aan. Rob, War Dog 471/322, was een Engelse parachutistenhond die ruim drie jaar in Italië en Afrika diende. Hij maakte twintig geslaagde sprongen en ondersteunde de artillerie als waakhond en koerier. In het boek The Dog’s Tale wordt uitgelegd waarom honden goed mijnen kunnen detecteren:

Het geurvermogen is ongeveer een miljoen keer beter dan dat van de mens; een veel groter hersengedeelte is gericht op het ruiken en interpreteren van geuren…

Rob, War Dog 471/322, ontvangt in 1945 een onderscheiding, de Dickin Medal
Rob, War Dog 471/322, ontvangt in 1945 een onderscheiding, de Dickin Medal
Naast de Russische tactiek van anti-tank honden zijn er ook andere pogingen gedaan om honden ‘de hete kolen uit het vuur te laten halen’. Zo trainden de Amerikanen in Fort Belvoir in 1943 honden om explosieven vijandelijke bunkers binnen te brengen, waarna ze via een tijdmechanisme zouden exploderen. Van dit plan werd uiteindelijk afgezien omdat de honden te vaak terugkeerden, met het risico eigen manschappen te verwonden of doden. Men vreesde dat dit in echte gevechtssituaties nog erger zou worden, omdat de honden dan door vijandelijk vuur in verwarring konden raken.

Met een verderstrekkend idee kwam William A. Prestre, oorspronkelijk een voormalige Zwitserse legerofficier, die in Santa Fe woonde: hij overtuigde het leger ervan honden met duizenden tegelijkertijd bij landingen op eilanden in de Grote Oceaan in te zetten. De geschrokken Japanners zouden zo alle kanten op vluchten. Windhonden zouden eerst aan land gaan vanwege hun snelheid (zo paniek veroorzakend), gevolgd door herders en Deense doggen als dodelijke aanvalswapens. Ze werden getraind in een speciaal kamp op Cat Island bij de monding van de Mississippi. Het leek daar qua omstandigheden enigszins op de tropische eilanden in de Grote Oceaan.

Op verzoek van Prestre schreef luitenant kolonel Nichols een brief aan zijn leidinggevende in Washington, dat het programma het best zou werken met ‘levend aas’. Daarbij werd gedacht aan mensen van Japanse origine. Nichols:

… er is een kans dat er een ongeluk gebeurt dat moeilijk te verhullen en geheim te houden is als een van hen gehospitaliseerd zou raken… (U kunt deze brief beter verscheuren en opeten) ….de eerste keuze valt op gevangenen en de tweede op genaturaliseerde Japanners (…) het liefst zonder familie in ons land.

Uiteindelijk werden genaturaliseerde Japanners ingezet die in het Amerikaanse leger dienden. Ray Nosaka werd geselecteerd voor een uiterst ‘geheime missie’ en met nog vierentwintig anderen van Wisconsin naar Cat Island gebracht, met het idee dat honden zo konden wennen aan ‘de Japanse geur’ en aan de agressie van Japanners. De soldaten moesten de honden in beschermende pakken aanvallen. Als de honden niet fel reageerden, zo vertelde Nosaka aan onderzoekers van de University of Hawaii, ‘werden ze aan een hek vastgebonden en gaf mijn meerdere me een zweep om de hond mee te slaan’. Daarna viel de hond hem dan wel aan. Als ‘levend aas’ werd Nosaka herhaaldelijk gebeten door de honden.

Belangrijkste probleem bij deze aanpak bleek dat de honden te volgzaam waren of bang voor vijandig vuur. Tijdens een demonstratie met hoge officieren merkte kolonel Ridgley Gaither op: ‘Er was geen duidelijk agressieve houding te bespeuren bij de honden om zo iemand kwaad te doen. Voor hen was het gewoon onderdeel van een routineklusje.’ Het programma werd stopgezet nadat er al miljoenen dollars aan was uitgegeven. Later zijn er pogingen gedaan om muilezels met explosieven in te zetten, onder andere in Israël en Irak. Fox News meldde in 2006 nog dat de veiligheidspolitie in Afghanistan een ezel met dertig kilo explosieven en landmijnen had onderschept, die door de Taliban was ingezet bij een aanval in de stad Qalat.

Video over de antitankhond:

Aflevering in een nieuwe rubriek over allerhande technische mislukkingen uit het verleden.
×