Dieren zijn op vele manieren ingezet bij oorlogsvoering en tijdens de Tweede Wereldoorlog wel heel destructief en wreed. Honden werden door de Russen tot lopende kamikazebommen getraind om vijandelijke tanks te vernietigen. En de Amerikanen overwogen zelfs een zogenoemd Dogs Army, waarbij honden de landingstroepen moesten vervangen.
Maar liefst veertigduizend honden, met name herders, werden vanaf de jaren dertig door de Russen getraind om ingezet te worden bij reddingswerk, eerste hulpverlening en bijvoorbeeld vervoer van gewonde soldaten. Ze werden getraind door gerekruteerde jagers, circusdompteurs en politiehondentrainers. Svetlana Gladysh schreef er een boek over: Sobaki na Frontakh Velikoi. Ze vermeldt daarin dat er elf verschillende taken waren weggelegd voor de militaire honden, waarvan er negen als ‘Top Secret’ werden beschouwd. Tot de belangrijkste taken behoorden het opsporen van mijnen en explosieven; tijdens de Tweede Wereldoorlog werden op die manier ruim vier miljoen ladingen gedetecteerd. De tactiek was daarmee opvallend succesvol.

De eerste experimenten werden gedaan met explosieven in dikke canvas verpakkingen die op de rug van de hond werden bevestigd. Iedere verpakking bevatte 6 kilo TNT.
Maar na een half jaar training bleken de honden die taak niet goed te kunnen uitvoeren. Daarom werd de strategie aangepast: zodra het uitsteeksel van het hondentuigje met de onderzijde van de tank – het meest kwetsbare deel – in aanraking kwam, volgde een explosie. De hond kwam daarbij direct om het leven.

In 2008 vertelde de toenmalige conservator Frans Smits van het Delfts Legermuseum naar aanleiding van de tentoonstelling ‘Dappere Dieren’:
De honden was aangeleerd dat je onder een tank moest kruipen; tijdens oefeningen werden stukken vlees onder de tanks bevestigd. Ze wisten niet dat er – eenmaal op het slagveld – een mijn op hun rug gebonden was, die explodeerde zodra ze met hun rug de tank raakten.
Tijdens de training werden de honden hongerig gehouden en de stukken vlees onder de tanks waren gekookt, zodat ze een sterkere geur afgaven. Aanvankelijk werd geoefend met stilstaande tanks, vervolgens met de motor lopend en daarna begeleid door geweervuur en andere oorlog simulaties.

De praktijk
De Russen probeerden deze tactiek vanaf de zomer van 1941 aan het Duitse oostfront uit. Maar het resultaat viel tegen. Veremeyev: ‘…de honden leerden wat hen opgedragen was, maar eenmaal op het slagveld terecht gekomen, raakten ze verward.’ De honden weigerden onder bewegende, schietende tanks te kruipen en sommige doodden of verwonden eigen soldaten, nadat ze terugsprongen in de eigen loopgraven, waarbij de lading vaak alsnog ontplofte. Hierop werden terugkerende honden afgeschoten.

Later kwam nog een andere zwakke kant van de strategie aan het licht: de honden waren getraind met Russische tanks, die anders roken door de gebruikte verf en smeerolie, en omdat ze op diesel reden, terwijl Duitse tanks benzine gebruikten. De honden gingen instinctief op de bekende geur van de Russische tanks af. Er zijn berichten opgedoken van enkele tientallen tanks die op deze wijze beschadigd zouden zijn, onder andere bij Stalingrad en Koersk. In de roman Kaputt schrijft Curzio Malaparte, destijds Italiaanse oorlogscorrespondent, dat Duitse soldaten die begin 1942 een Oekraïens dorp innamen, er allereerst alle honden doodschoten omdat ze verdacht waren:

Volgens Russische opgave werden honderden vijandelijke tanks op deze wijze beschadigd, maar zelfs Russische historici deden dat later af als propaganda om de trainingsprogramma’s te rechtvaardigen. Dit lijkt ook het meest waarschijnlijke, omdat er geen meldingen zijn dat deze methode na 1942 nog werd toegepast.
Parachutistenhond

Tijdens de Tweede Wereldoorlog gebruikten Amerikaanse parachutisten hondenkarren, honden dienden als mascotte, spoorden gewonden op en voerden munitie aan. Rob, War Dog 471/322, was een Engelse parachutistenhond die ruim drie jaar in Italië en Afrika diende. Hij maakte twintig geslaagde sprongen en ondersteunde de artillerie als waakhond en koerier. In het boek The Dog’s Tale wordt uitgelegd waarom honden goed mijnen kunnen detecteren:
Het geurvermogen is ongeveer een miljoen keer beter dan dat van de mens; een veel groter hersengedeelte is gericht op het ruiken en interpreteren van geuren…

Met een verderstrekkend idee kwam William A. Prestre, oorspronkelijk een voormalige Zwitserse legerofficier, die in Santa Fe woonde: hij overtuigde het leger ervan honden met duizenden tegelijkertijd bij landingen op eilanden in de Grote Oceaan in te zetten. De geschrokken Japanners zouden zo alle kanten op vluchten. Windhonden zouden eerst aan land gaan vanwege hun snelheid (zo paniek veroorzakend), gevolgd door herders en Deense doggen als dodelijke aanvalswapens. Ze werden getraind in een speciaal kamp op Cat Island bij de monding van de Mississippi. Het leek daar qua omstandigheden enigszins op de tropische eilanden in de Grote Oceaan.
Op verzoek van Prestre schreef luitenant kolonel Nichols een brief aan zijn leidinggevende in Washington, dat het programma het best zou werken met ‘levend aas’. Daarbij werd gedacht aan mensen van Japanse origine. Nichols:
… er is een kans dat er een ongeluk gebeurt dat moeilijk te verhullen en geheim te houden is als een van hen gehospitaliseerd zou raken… (U kunt deze brief beter verscheuren en opeten) ….de eerste keuze valt op gevangenen en de tweede op genaturaliseerde Japanners (…) het liefst zonder familie in ons land.
Uiteindelijk werden genaturaliseerde Japanners ingezet die in het Amerikaanse leger dienden. Ray Nosaka werd geselecteerd voor een uiterst ‘geheime missie’ en met nog vierentwintig anderen van Wisconsin naar Cat Island gebracht, met het idee dat honden zo konden wennen aan ‘de Japanse geur’ en aan de agressie van Japanners. De soldaten moesten de honden in beschermende pakken aanvallen. Als de honden niet fel reageerden, zo vertelde Nosaka aan onderzoekers van de University of Hawaii, ‘werden ze aan een hek vastgebonden en gaf mijn meerdere me een zweep om de hond mee te slaan’. Daarna viel de hond hem dan wel aan. Als ‘levend aas’ werd Nosaka herhaaldelijk gebeten door de honden.
Belangrijkste probleem bij deze aanpak bleek dat de honden te volgzaam waren of bang voor vijandig vuur. Tijdens een demonstratie met hoge officieren merkte kolonel Ridgley Gaither op: ‘Er was geen duidelijk agressieve houding te bespeuren bij de honden om zo iemand kwaad te doen. Voor hen was het gewoon onderdeel van een routineklusje.’ Het programma werd stopgezet nadat er al miljoenen dollars aan was uitgegeven. Later zijn er pogingen gedaan om muilezels met explosieven in te zetten, onder andere in Israël en Irak. Fox News meldde in 2006 nog dat de veiligheidspolitie in Afghanistan een ezel met dertig kilo explosieven en landmijnen had onderschept, die door de Taliban was ingezet bij een aanval in de stad Qalat.
Dierenlef en dierenleed in de oorlog
Sergeant Stubby, de meest gedecoreerde hond uit de Eerste Wereldoorlog
Oorlog om de zwerfhond (1925)
Wat is de Pavlovreactie? Ivan Pavlov en zijn hond
De Hondsdagen, de warmste periode van het jaar
Sirius – Een heldere ster (en de hond van Orion)
Het rouwende hondje van George S. Patton