De Australische Aboriginals betaalden een hoge prijs voor de Britse kolonisatie

10 minuten leestijd
Aboriginal mannen
Aboriginal mannen met possumhuidmantels en dekens, Penshurst (Victoria), 1858.

Op 27 mei 2013 onthulden Australische en Nederlandse hoogwaardigheidsbekleders in Mapoon in het uiterste noorden van Australië (Queensland) een gedenkteken, vlakbij de plek waar in 1606 het VOC-jacht Duyfken was gearriveerd. Het eerste contact tussen Europeanen en de oorspronkelijke bevolking van Australië, de Aboriginals, vond voor zover bekend toen plaats, 164 jaar voordat James Cook op de Australische kust landde. De Aboriginals leefden toen al minstens 45.000 tot 50.000 jaar in Terra Australis of het Zuidland, zoals het vijfde werelddeel werd genoemd. Sommige onderzoekers houden het zelfs op 65.000 tot 80.000 jaar.

Migratieroute

Kolaia-man
Kolaia-man met een hoofdtooi behorend bij een vuurceremonie, 1916. Foto Herbert Basedow, coll. National Museum of Australia
De eerste migraties vonden plaats in een tijd van lagere zeespiegels, toen er landbruggen waren tussen Azië en Australië. Tussen de voormalige continenten Sunda en Sahul (Soenda en Sahoel) moesten kleinere wateroppervlakten worden overgestoken, zoals tussen Bali, Lombok en Timor. Het ‘paleocontinent’ Soenda verbond Java, Borneo en Sumatra met het vasteland van Azië. Sahoel omvatte de huidige landmassa’s van Australië, Tasmanië en Nieuw-Guinea. Beide bestonden van 2,6 miljoen tot ongeveer 8000 jaar geleden.

De oversteek van de wateren die er nog wel waren geldt als de oudst bekende zeevaart ter wereld. Het Australische continent was ongeveer 35.000 jaar geleden geheel bevolkt. Het is onbekend of er één of meerdere migratiegolven zijn geweest; genetisch onderzoek wijst op een gevarieerde populatie. De meest dorre gebieden van het binnenland zijn pas ongeveer 10.000 jaar geleden permanent in gebruik genomen. Tasmanië werd tussen 13.500 en 8000 jaar geleden door rijzende zeeniveaus een eiland, waardoor de bevolking van de rest van Australië werd afgesloten.

Kaart van Soenda en Sahoel
Kaart van Soenda en Sahoel (CC BY-SA 3.0 – Maximilian Dörrbec – wiki)

Levenswijzen

De verspreiding door het continent betekende aanpassing aan verschillende klimaten en ecosystemen. De inheemse volken spraken meer dan tweehonderd talen en honderden dialecten. De bevolkingsgrootte vóór de kolonisatieperiode bedroeg tussen de 300.000 en meer dan een miljoen mensen. Lange tijd is aangenomen dat de bevolking tot het aanbreken van de koloniale periode uitsluitend bestond uit jagers-verzamelaars. Recent onderzoek toont echter dat er ook landbouwachtige activiteiten plaatsvonden.

De grootste eenheden waren de volken of taalgroepen, gekenmerkt door gemeenschappelijke cultuurpatronen en frequent onderling contact. Daarbinnen bestonden territoriale groepen volgens patrilineaire (vaderlijke) afstamming, die bepaalde plekken en gebieden beheerden. Een niveau ‘lager’ waren er clans, die afstamming claimden van een gemeenschappelijke voorouder via mannelijke of vrouwelijke (matrilineaire) lijn. ‘Bands’ van twee of meer families vormden de basis van de samenleving.

Horatio Hale
Horatio Hale
Er bestond een sterke band met het eigen territorium. Sociale contacten met de buitenwereld werden onderhouden op grote bijeenkomsten, waar rituelen en andere sociale activiteiten plaatsvonden. Schaarse goederen gingen rond via vaste handelsroutes. De netwerken werden verder onderhouden door allerlei verwantschapsrelaties en religieuze activiteiten van ‘moieties’ of mystieke genootschappen. Verwantschapsgroepen regelden huwelijken en wederzijdse verplichtingen.

Gewapende conflicten waren nooit grootschalig, maar kwamen wel voor. De Amerikaans-Canadese etnoloog en antropoloog Horatio Hale onderscheidde in 1840 vier typen inheemse oorlogvoering: formele veldslagen die stopten wanneer enkele krijgers waren gedood of gewond, rituele processen tegen misdadigers waarbij met wapens wonden werden toegebracht, raids om vrouwen te verkrijgen en wraakaanvallen.

Mythische sporen in het landschap

De oorsprongsverhalen van de inheemse Australiërs gaan waarschijnlijk zeer ver terug. Hun bekendste mythische concept is de Droomtijd (Tjukurpa, Alcheringa, Altjeringa), een complex begrip dat als een parallelle wereld niet alleen met het verleden, maar ook het heden en de toekomst is verbonden.

Mythische wezens schiepen de wereld en de mens, en gaven deze ook zijn leefregels. Verschillende volken in het zuidoosten van Australië erkenden bijvoorbeeld de hemelgod Baiame als schepper; hij werd doorgaans als een mens en frontaal afgebeeld. Een ander mythisch wezen is de Regenboogslang, die rivieren en bergen vormde en de Zondvloed veroorzaakte. Hij springt van plas naar plas en schenkt aan sjamanen voorspellende en geneeskrachtige gaven. De ‘Devils Marbles’ in het Noordelijk Territorium worden als zijn eieren beschouwd.

Baiame Cave
Schildering van Baiame in Baiame Cave (Wonnarua-volk), bij het dorp Broke in New South Wales. (CC BY-SA 3.0 – Sardaka – wiki)

Het voorbeeld geeft al aan dat het landschap talrijke mythische sporen en verwijzingen naar de Droomtijd bevat. Een heel bekend mythisch oord is Uluru (voorheen Ayers Rock) in centraal Australië, nog wel in het Noordelijk Territorium. Verschillende scheuren in deze gigantische rotsformatie duiden op een strijd tussen twee mythische wezens, terwijl diverse holen zijn uitgegraven door bovennatuurlijke mollen en in weer andere grotten geesten huizen. De Aboriginals kregen in 1985 het eigendom terug van deze beroemde toeristische trekpleister, waarna de traditionele naam Ayers Rock in onbruik raakte.

rotsformatie Uluru
Helicopterview van de mythische geladen rotsformatie Uluru. (CC BY 2.0 – Corey Leopold – wiki)

‘Songlines’

De mythen in relatie tot het landschap zijn ook overgeleverd in ‘songlines’ (Droomtijdlijnen): verhaaltradities over de verbinding van het land en de mensen met de Droomtijd, eigenlijk geritualiseerde ‘kaarten’ van een gebied. Wanneer mensen reisden, brachten ze elke plek opnieuw in herinnering, waarbij het ontstaan ervan en de relatie tot de voorouders werd herverteld of gezongen. Elke voorouder of totemfiguur (symbool voor een groep of individu) en de routes die deze had afgelegd, waren verbonden met een reeks verhalen of liederen. De songlines behelsden ook informatie over praktische zaken, zoals plekken waar water en voedsel te vinden was.

Elke totemistische clan was verantwoordelijk voor de instandhouding van deze kennis. Omdat volledige routes zeer uitgestrekte gebieden konden beslaan, tot en met de hele breedte van het continent, bezat elke clan slechts de kennis van een deel ervan. Tijdens ontmoetingen werden afzonderlijke segmenten samengevoegd.

Geboorte en dood

In de traditionele opvattingen van de Aboriginals wordt een foetus tot leven gebracht door een geest die uit de Droomtijd afkomstig is. Deze geestelijke herkomst is belangrijker dan de band met de ouders. Gedurende het leven wordt de geest bevestigd en gesterkt door inwijdingen (symbolische dood gevolgd door wedergeboorte) en een reeks andere rituelen.

Rouwrituelen worden in belangrijke mate door vrouwen voltrokken. Ze waken over de overledene en versoberen in veel gevallen hun kleding en haarstijl. Vaak is er ook sprake van onthouding van seks, vermaak en sommige typen voedsel. In veel gemeenschappen zijn deze rituelen sinds de kolonisatie sterk vervaagd.

Het lichaam van een dode kon worden overgelaten aan de elementen, al of niet op platforms of in bomen; soms vond een tweede begrafenis plaats terwijl in de fase daarvoor het lijk nog werd beschouwd als min of meer levend; het werd dan nog voorzien van voedsel en drank. Graf- en herdenkingstekens hebben een aanzienlijke variëteit. Er kan sprake zijn van grote houten grafpalen (zoals van het Tiwi-volk), versierde houders van gebeente of uitgesneden afbeeldingen van mythische wezens en mensen.

Na de dood gaat de geest weer op in de Droomtijd. Deze blijft echter ook op aarde aanwezig, om kracht te geven aan volgende generaties. Elke geest blijft dicht bij de plaats van overlijden en kan daar zijn grootste invloed uitoefenen. Geesten verzamelen zich ook op belangrijke sacrale locaties.

Kunst

Wandjina Kimberley
Wandjina-rotskunst in de Kimberley-regio, Noordwest-Australië. Wandjina’s zijn clangeesten en voorouders.
De traditionele kunst van de Aboriginals is diep verbonden met de mythologie. Er worden drie hoofdstijlen onderscheiden, samenhangend met ecologische zones: de centrale woestijn, de zuidoostelijke kust en de noordoostelijk/noordelijke kusten. Naast de bekende rotskunst gaat het vooral om mobiele objecten, zoals versierde boemerangs, schilden en speren. Ook lichaamsversiering en hoofdtooien zijn belangrijk. In de schilderkunst is vooral uit Arnhem Land in het Noordelijk Territorium de ‘röntgenstijl’ bekend, waarbij de interne organen van afgebeelde figuren zichtbaar zijn.

Oppervlakken van rotsen (in de centrale woestijn) of van heilige voorwerpen (tjurunga’s) zijn versierd met ontwerpen in gebogen en rechte lijnen, waarbij elk ontwerp verwijst naar een specifieke overlevering die aan de desbetreffende clanleden bekend is. Geometrische vlakvullingen omvatten verder punten, cirkels, spiralen en kruisen. Schilderingen werden ook met natuurlijke pigmenten op boombast gemaakt. In Tasmanië ontstond een geheel eigen traditie met onder meer in steen gekerfde voorstellingen (petrogliefen).

Gwion Gwion
‘Gwion Gwion’-figuren (onvertaalbaar) op een rotstekening in Noordwest-Australië (Kimberley-regio); volgens een studie uit 2020 mogelijk 12.000 jaar oud. (CC BY-SA 2.0 – TimJN1 – wiki)

Muziekinstrumenten

Didgeridoospeler tijdens de opening van de World Masters Games in Sydney, 2009 (CC BY 2.0 – Murray Foubister – wiki)
Gestileerde bewegingen, dans, mime en liederen zijn vanouds belangrijke onderdelen van ceremonies en rituelen. Een bekend instrument in noordelijk Australië is de didgeridoo, een blaasinstrument in de vorm van een lange hoorn, gevormd van hout of bamboe. Het gebruik gaat vaak samen met dat van verschillende typen slagstokken (ritmestokken). In andere gebieden worden ook boemerangs of knuppels als ritme-instrument gebruikt.

Contact met Hollanders

Van de ontmoeting met de bemanning van de Nederlandse pinas Duyfken in 1606 bestaan verschillende inheemse overleveringen. De Hollanders hadden vermoedelijk contact met leden van de Yolngu-gemeenschap. Schipper Willem Jansz was volgens een Yolngu-overlevering een kleine man met rood haar en een witte huid. Het contact ontaardde spoedig: tijdens een schermutseling werden vier tot negen Hollanders en een groot aantal Aboriginals gedood.

Mercuriuskop op de bak (voorschip) van een Australische replica van de Duyfken
Mercuriuskop op de bak (voorschip) van een Australische replica van de Duyfken, op bezoek bij de VOC-dagen in Middelburg (2002) – Foto H.M.D. Dekker
Later volgden nog verschillende contacten met bemanningen van andere Hollandse schepen. De naam Dirk Hartog Eiland (voor de westkust) herinnert aan de landing van de gelijknamige kapitein aldaar in 1616. Ontdekkingsreiziger Abel Tasman verkende in 1642 de kusten van Tasmanië en het zuiden van Australië, en noemde het continent Nieuw-Holland. Na vriendelijke uitwisselingen met de Aboriginals vonden ook hier gewelddadige confrontaties plaats.

Het schip Vergulde Draeck liep in 1656 vast op een koraalrif voor de westkust. Een reddingsmissie vanuit Batavia leidde tot het eerste vreedzame contact met drie Aboriginals van vermoedelijk het Yued-volk, die met handgebaren probeerden te communiceren. In 1696 landde kapitein Willem de Vlamingh op de westkust en trok later langs de Swan River die hij Zwaanenrivier noemde; hier zou de eerste Europese waarneming van zwarte zwanen hebben plaatsgevonden. Pogingen om een ‘Zuidlander’ (Aboriginal) te vangen mislukten. Wel vond De Vlamingh op Dirk Hartog Eiland een tinnen bord dat Dirk Hartog daar in 1616 had achtergelaten, en voegde er een eigen inscriptie aan toe. Tientallen rotstekeningen getuigen her en der van de vroege contacten van inheemsen met Europeanen.

Engelse kolonisatie

James Cook landde in april 1770 aan de oostkust bij het huidige Point Hicks en in Botany Bay. Acht jaar nadien verscheen de eerste Engelse vloot bij Port Jackson op het land van het Eora-volk. De schepen waren bemenst met ongeveer 1500 veroordeelden om een nieuwe strafkolonie te bevolken, mariniers, zeelui, kolonisten en beambten. De kolonisatie was begonnen.

James Cook landt in Botany Bay (1)
James Cook landt in Botany Bay, 29 april 1770. Schilderij van E. Phillips Fox (1902), National Gallery of Victoria.

Conflicten

Het arriveren van de ‘First fleet’ was geen goed nieuws voor de Aboriginals. Hun leven veranderde drastisch. Het opeisen van hun land door de nieuwkomers leidde in de navolgende periode tot guerrillaoorlogjes, ziekten, grote culturele verstoring en als gevolg van dit alles een enorme afname van de bevolking. Tienduizenden Aboriginals kwamen om; in Tasmanië waren in 1860, nog geen eeuw later, slechts enkele volbloed Aboriginals over.

De gewapende conflicten woedden tussen 1788 en ongeveer 1850, met latere uitlopers, door heel het continent. Ze gingen wegens de technologische voorsprong van de kolonisten gepaard met bloedbaden en zelfs regelrechte uitroeiingspraktijken. De Australische historicus Geoffrey Blainey schreef over deze periode:

Op duizend geïsoleerde plekken deden zich schietpartijen en speerincidenten voor. Erger nog, pokken, mazelen, influenza en andere nieuwe ziekten verspreidden zich van het ene Aboriginalkamp naar het andere… De belangrijkste veroveraar van de Aboriginals zou ziekte worden, met haar bondgenoot ontreddering.

Nog in 1932-1934 deed zich de ‘crisis van Caledon Bay’ voor. Japanse stropers hadden een Yolngu-vrouw gemolesteerd, hetgeen leidde tot het doden van een politieman. Tijdens deze crisis zwenkte de publieke opinie merkbaar naar de kant van de Aboriginals.

Massamoord Aboriginals
Massamoord door de bereden politie van New South Wales op Aboriginals bij Waterloo Creek, 1838. Litho van W. Walton naar Louisa and Godfrey Charles Mundy, 1852

Controle

Hoewel het publieke begrip voor de Aboriginals groeide, teisterden stelselmatige onderdrukking, discriminatie en bevoogding hen nog lang. Hun sociale structuren waren ontwricht, velen leefden in de marge van steden en dorpen, als ze niet waren overgeplaatst naar reservaten. Zelfs de eerste Protection Act (beschermingswet) van de deelstaat Victoria in 1869 was een mandaat voor totale controle. Kinderen werden weggehaald bij hun ouders, volwassenen gedwongen tewerkgesteld.

In de jaren 1920 werd het protectiebeleid vervangen door een assimilatiepolitiek, die standhield tot de jaren zeventig. Ook dit bracht bepaald geen verbetering. Generaties van onder meer door de katholieke kerk ‘gestolen kinderen’ werden in internaten opgevoed om ze in de westerse samenleving te kunnen integreren.

Omslag

Pas een referendum in 1967 bracht grondwettelijke erkenning van de Aboriginals. Het opende in theorie de weg naar burgerlijke erkenning, landrechten en zelfbeschikking. Vanaf de latere jaren zestig gingen de Aboriginals zelf zich ook steeds bewuster opstellen, onder andere via ‘grassroots-bewegingen’. Het eigen adviesorgaan National Aboriginal Conference (1977-1985) kreeg echter geen echte bevoegdheden.

Aboriginal Flag Tent Embassy
e Aboriginal vlag bij de nog altijd bestaande eigen ‘tentambassade’ in Canberra, 1974 (CC BY-SA 4.0 – Australian Information Service, Canberra – wiki)

Een belangrijke tendens was de door de regering Whitlam vanaf 1972 nagestreefde ‘self-determination’, waarbij Aboriginals meer invloed kregen op eigen zaken, gezondheidszorg en onderwijs. In 1976 volgde de invoering van de Aboriginal Land Rights Act, de start van wettelijke landrechten voor de inheemse bevolking. Pre-koloniale landrechten werden erkend in de Mabo-uitspraak (1992); de Native Title Act (1993) stelde Aboriginals in staat om eigendomsrechten op land juridisch aan te tonen.

Het Bringing Them Home report (1997) documenteerde de gedwongen verwijdering van Aboriginal-kinderen uit hun families. Een jaar tevoren hadden de katholieke religieuze orden in Australië hun excuses aangeboden voor hun grote aandeel in het gedwongen weghalen van kinderen.

Verzoening

Excuses van de overheid kwamen in 2008. In de National Apology bood premier Rudd uit naam van het parlement officiële verontschuldigingen aan voor het beleid van vorige Australische regeringen. Een jaar tevoren was de campagne Closing the Gap gelanceerd, die probeerde om de verschillen te verzachten tussen de Aboriginals en overige Australiërs op het gebied van kindersterfte, onderwijs, werkgelegenheid en levensverwachting.

Ongeacht de goede bedoelingen bleven er punten van frictie. De Northern Territory Intervention (2007-2012) was een noodinterventie in Aboriginal-gemeenschappen om kindermisbruik aan te pakken. Deze riep echter controverses op, omdat hiermee volgens velen de zelfbeschikking weer werd ingeperkt. Een voorstel om een Aboriginal-adviesraad in de grondwet te verankeren is in 2023 in het Voice to Parliament Referendum verworpen.

Bronnen

– Bain Attwood, Rights for Aborigines (2003).
– Ronald M. Berndt, Robert Tonkinson, ‘Australian Aboriginal peoples’, Britannica, URL: https://www.britannica.com/topic/Australian-Aboriginal
– J. Connor, The Australian Frontier Wars 1788 – 1838 (2002).
– Jan J.B. Kuipers, De VOC. Een multinational onder zeil, 1602-1799 (2e dr., 2016).
– Sally Morgan, Mijn plek (4e dr., 1999).
– Leo F. Triebels, Enige aspecten van de regenboogslang (dissertatie Nijmegen), 1958.
×