Nee, spelen was het niet voor de Amerikaanse kunstenaar Alexander Calder (1898-1976). Zijn bewegende beelden zijn mijmerende voorwerpen, voorzichtig tastend naar evenwicht. Ruimte, licht en schaduw, wind en reflectie, geluiden, schaduwen en het menselijk oog maken deel uit van zijn kunstwerken die nog altijd actueel én… speels zijn. Niets is verstijfd of gestold bij Alexander Calder.

Beweging is voor Calder immers een middel om te begrijpen hoe een beeld ruimte kan creëren. Zoeken, voortdurend zoeken naar een ‘sprekender’ beeldtaal kenmerkte Alexander Calder. Dat weet zijn kleinzoon Sandy (Alexander) Rower die de Foundation Calder beheert:
Zo ontwikkelde Calder een volume zonder volume. En dan gooide hij dat weg en herbegon opnieuw. Hij vernieuwde voortdurend. Het is verbazend dat je een historische tentoonstelling kan opzetten en je kan er geen datering op plakken. Als iemand je vertelt dat dit een hedendaagse kunstenaar is, geloof je het. Sommige mensen denken dat hij een populaire artiest na de Tweede Wereldoorlog was. Dat is een misvatting: hij was populair in de tijd waarin hij leefde.
En Calder blijkt nog altijd populair.
Wat een circus!
Kunst is Alexander met de paplepel ingegeven: zijn moeder Nanette is schilder; zijn vader en grootvader zijn beeldhouwers. Daarover grapt hij:
Ik ben niet opgevoed. Ik ben gekaderd.
Na zijn (eerste) opleiding aan het Stevens Institute of Technology in Hoboken (New Jersey) volgen een rist van jobs: brandweerman op een pakketboot, chronometer (om de tijd op te meten) bij een bosbedrijf, tekenaar voor de Edison Company in New York, illustrator voor de National Police Gazette… Eén van de reportage die hij maakt, is over de circussen van de Ringling Brothers en Barnum & Bailey.
Alexander Calder voert zijn circus op
Het circus is vertrokken: Calder tekent een handboek met allerlei grappige dieren en zet zijn eigen (mini)circus op. Zijn circus dat bestaat uit… ijzerdraad, koordjes, blokjes hout… Het is eigenlijk een performance of een happening avant-la-lettre. Vijf jaar blijft hij knutselen en prutsen aan dat circus waarmee hij zelfs een ‘optreden’ geeft op de boerderij van Joan Miró in Mont-Roig (Catalonië). Zijn circus beschrijft hij zo:
Er zijn ongeveer twintig nummers, met een tussenpauze en met apennootjes. En met de exotische muziek van een grammofoon, gedirigeerd door mijn vrouw die een magnifieke ‘chef d’orchestre’ is en met het geluid van een tamboer, van timbalen, van een pijp in karton… om de Leeuw te horen brullen.

- 69 figuurtjes en dieren
- 8 mechanismen
- 90 (ongeveer) accessoires (tapijten, stoffen, lampen,…)
- Onderhoudsstukken
- Muziekinstrumenten, muziekplaten, geluidsmakers
In totaal vijf valiezen voor transport.
De Koning van de IJzerdraad
Zoals wel meer Amerikanen in die tussenoorlogse tijd verkast Calder in 1926 naar Parijs. Wanneer hij zijn latere vrouw Louisa James, een meisje uit de betere burgerij van Massachusetts ontmoet, is zij net terug van een ‘studiereis’ naar Parijs. Na hun huwelijk vestigt het koppel zich in de Franse Lichtstad. Voor Louisa zal Alexander ook een heel leven lang opzienbarende, haast hedendaagse juwelen ontwerpen. Eerst uit gewoon metaal, later uit edelmetaal. De eerste juwelen – met koperdraad op straat achtergelaten door arbeiders – maakte hij al begin twintigste eeuw voor zijn zusje Peggy, later voor de ‘kunstpausin’ Peggy Guggenheim en andere society-figuren.
IJzerdraad wordt zijn teken’potlood’. In de Parijse surrealistische kringen – en cafés! – ‘schetst’ hij portretten van zijn vrienden in metaaldraad: Josephine Baker, Kiki de Montparnasse, de Catalaanse schilder Joan Miró met wie hij een levenslange vrolijke vriendschap koesterde. Soms lijken het wel verfrommelde kapstokken die aan het plafond wentelen en door luchtverplaatsingen hun eigen vertoning spelen. Calder wordt tot koning van de ijzerdraad gekroond.
Mensen denken dat monumenten op de grond moeten geplaatst worden. Maar mobiles kunnen eveneens monumentaal zijn. Calder

De Amerikaan had dan wel in 1927 al aan het Parijse Salon des Humoristes deelgenomen. Toch zijn die ijzerdraadportretten en mobiles – net als zijn circus – meer dan komische, groteske acties. Die ‘beeldhouwwerken’ doen Calder beseffen dat hij in een ruimte wil werken en dat sculpturen niet stram en stijf hoeven te staan. Zijn bewegende beelden zijn voortaan onderdeel van de kunstgeschiedenis. Het is de dadaïst Marcel Duchamp die schakend in de cafés rondhangt, die er de term mobiles voor bedenkt. Daarop grapt de Frans-Duitse dadaïst Jean Arp – zelf beeldhouwer – de vaste sculpturen dan maar… stabiles te noemen.

Wereldkunst
Maar dat speelse, zijn brede interesse voor architectuur, muziek, dans, performance, reizen, zelfs etnologie, voor het alledaagse, voor hoge en lage culturen en natuurlijk voor wetenschap spelen lang in het nadeel van Calder. Hij wordt lang niet au sérieux genomen. Bovendien ontwerpt hij bewegende decors voor de dansopvoeringen van Martha Graham en voor muziekopvoeringen van Erik Satie.
In 1967 was er nog een discussie in New York over of men – ja dan nee – een Caldersculptuur voor het ‘deftige’ Lincoln Center zou plaatsen. Al stond op de Wereldtentoonstelling in Brussel – Expo 58 – het beeld The Whirling Ear van Calder als een fonteinsculptuur voor het officiële Amerikaanse paviljoen. Waarna het lang verwaarloosd werd.

Nog een internationale tentoonstelling waarbij een werk van Calder een prominente rol speelde, was de wereldexpo in Parijs. In 1937 vroeg de Catalaanse architect Josep Lluis Sert die het Spaanse – republikeinse! – paviljoen had ontworpen om een fontein te bedenken. De beroemde kwikfontein (Mercury Fountain) als eerbetoon aan de mijnwerkers van Almadén, een dorp tussen Madrid en Cordoba (nu achter glas te zien in de Fundació Joan Miró in Barcelona).
In datzelfde paviljoen hing ook het beroemde schilderij Guernica waarmee Pablo Picasso woest reageerde op het brute bombardement op het Noord-Spaanse dorp. Boezenvriend Miró tekende eveneens present met het werk ‘Gerevolteerde Catalaanse landbouwer’.
Vrije vogels
Het is een politieke stellingname in de bloedige Spaanse burgeroorlog (vanaf juli 1936) van sprankelende, speelse non-conformistische artiesten die elkaar levenslang steunen, stimuleren en beïnvloeden.
Vrijheid van denken en doen was essentieel voor hun oeuvre. Toen – in 1976, zijn laatste levensjaar – de Amerikaanse president Gerald Ford hem de Medaille van de Vrijheid wou opspelden, weigerde Calder en vroeg in ruil amnestie voor de gewetensbezwaarden (de Vietnamoorlog was net beëindigd). Postuum probeerde men de kunstenaar alsnog de medaille toe te kennen. Louisa, zijn vrouw, weigerde pertinent om de plechtigheid bij te wonen.
Bij de dood van zijn vriend schreef Miró:
Your ashes will fly to the sky to make love with the stars…

De grote overzichtstentoonstelling Calder, Rêver en équilibre (Dromen in evenwicht) is tot 16 augustus 2026 te zien in en rond de Fondation Louis Vuitton in Parijs. Bij sommige kunstwerken staan ‘mediateurs’ die gedurende een kwartiertje informatie en achtergrond verschaffen over het kunstwerk (meestal in het Frans).
Hoe een “akelig” schilderij uitgroeide tot universele aanklacht tegen oorlog
De Nationale Konst-Gallerij, de Bataafse voorloper van het Rijksmuseum
De gevangenneming van prins Diponegoro door generaal De Kock
Glimlachende kunstenaressen uit de Gouden Eeuw