Het was vijftig jaar geleden het belangrijkste aardappelras in Nederland: Bintje. Lekker geprakt of als patat friet was hij in Hollandse huishoudens een graag geziene gast aan tafel. Daarna verdween hij bijna volledig. Lex Veldhoen schetst de geschiedenis van de beroemde aardappel uit Friesland aan de hand van een teruggevonden jute zak.
Patate di consumo

Die opdruk is in rood en blauw. Bovenaan de zak vinden we een molentje, met daaromheen twee keer het woord ‘Holland’. Daaronder het bedrijfsembleem CMK, dat opgehouden wordt door twee Zeeuwse Luctor et Emergo-leeuwen die zich ontworstelen aan het water. Helemaal onderaan staat in het Italiaans Patate di Consumo, en in grotere rode letters BINTJE, met daar aan toegevoegd: Olandesi.
De zak werd een halve eeuw later teruggevonden, en wel in Venetie door een Poolse vrouw uit Chelmek, op een plek waar je hem nooit zou verwachten en waar hij een halve eeuw een verborgen leven had geleid voor hij het daglicht weer aanschouwde.

Geraniums in de vensterbank
Ik weet nog dat Bintje vroeger een van de populairste aardappelen was, en dat de grote bonken erg gewild waren als friet-aardappelen. Ik heb menig bintje geschild, versneden, drooggedept met een schone theedoek en tot goudbruine, krokante patat gebakken in zonnebloemolie. Het beste resultaat kreeg je als je ze eerst voorbakte, daarna liet afkoelen, en vervolgens afbakte.

De Vries zou meer dan honderd rassen hebben gekweekt. Maar alleen het Bintje, in 1905 genoemd naar zijn leerlinge Bintje Jansma, bleek uiteindelijk een succes, maar wel een heel groot succes. In Suameer werd de school vernoemd naar deze pionier en er staat een standbeeld, opgedragen aan ‘Bintje’ in de vorm van twee aardappelplanten, in reliëf in grijze hardsteen uitgehouwen.
Koningsaardappel
Een Zeeuwse vriendin, afkomstig van een boerderij, weet te achterhalen dat de gevonden bintjeszak met de opdruk CMK afkomstig is van boer en aardappelhandelaar Cees Meijer sr. uit Kruiningen. Eind tachtiger jaren waren zestig procent van de aardappelvelden in ons land volgepoot met dit aardappelras. Maar inmiddels is het Bintje verbannen. Hij zou te veel pesticiden vragen om tot een gezonde aardappel uit te groeien. In 2002 schreef Trouw:
Milieuclubs als Stichting Natuur en Milieu en Milieudefensie vinden het bintje en andere aardappelsoorten schadelijk voor het milieu. De ‘gifpieper’ is ziektegevoelig en zou daardoor veelvuldig met bestrijdingsmiddelen worden bespoten. Dat gif komt in het milieu terecht. Om de schade aan het milieu te beperken spraken de supermarkten af (…) om het bintje stapsgewijs uit de supermarkten te weren.

Dat het Bintje uit de schappen verdween, is anderen een doorn in het oog, zoals blijkt op de website www.bintje.info, met als ondertitel ‘De enige echte Bintje site met de waarheid over een Koningsaardappel waarover zo veel onwaarheden de ronde doen.’ De aardappel wordt er te vuur en vlam verdedigd en de makers van de site stellen dat hij niet meer bestrijdingsmiddelen nodig heeft dan de meeste aardappelen:
Gifpieper? Nee! (…) Bintje is een alleskunner met ongeëvenaarde kwaliteiten. Dit is geen marketingpraat, dit is een feit. Hoogste tijd om de grootste onwaarheden rondom Bintje de wereld uit te helpen.
De aardappel wordt er geroemd om zijn veelzijdigheid: ‘Bintje presteert in de salade net zo goed als in de frites-pan. Maar je kunt er ook mooie chips van maken. Of puree.’ De smaak en textuur krijgen een culinair hoge waardering: ‘Uitgebalanceerd. Zit goed in zijn schil. Prima ‘vlees’: niet te droog, niet te vochtig, niet te slap, niet te stevig. Ideaal droge stofgehalte. Met recht een Koningsaardappel!’
Hoe dan ook: de ‘gifpieper’ werd door alle commotie ingehaald door andere aardappelrassen.

De geboortegrond
Op naar het hoge noorden, naar Suameer (in het Fries Sumar), geboortegrond van het Bintje, om te kijken of hij daar nog voortleeft. Als je het dorp binnenrijdt, staat er bij een rotonde een gedenkteken, dat bestaat uit drie aardappelplanten, in reliëf gehouwen uit Belgische hardsteen. Op een bord met toelichting staat: ‘Eeuwen geleden verbouwden de Inca’s in hun Andesgebergte veel soorten aardappels. De Spanjaarden brachten de knol mee naar Europa en in ons werelddeel werd deze vrucht het volksvoedsel’, en: ‘het gemetselde kruisverband van de sokkel lijkt op ploegvoren.’ Het kunstwerk is zo geplaatst dat het licht van de opkomende zon precies tussen de stenen doorschijnt (de Inca’s waren zonaanbidders).
Via een eigenaresse van een modewinkel, die zich tegenover het beeld bevindt, kom ik terecht bij Ids Krol. Hij is als oud-onderwijzer geïnteresseerd in geschiedenis en een van de laatste opvolgers van De Vries als hoofd van de school.

We zitten in zijn zonnige tuin, waar de planten uitlopen en het gazon kort gemaaid is. ‘Aanvankelijk was het zo, dat mensen in het dorp er tegen waren dat hij de hoofdonderwijzer werd.’ Hij toont een gedenkboek waarin een protestbrief opgenomen is, die door een twintigtal mensen ondertekend is. ‘Als hij voor de klas staand naar de lucht keek en als die betrok, zei hij tegen de oudste leerlingen: ‘Jongens, let even op en hou het rustig’ en dan ging hij zijn plantjes in zijn veldje er vlakbij afdekken. Dan bleef hij soms vijf minuten weg, maar soms ook een uur, helemaal opgaand in zijn hobby.’
Zaadbessen stukwrijven
In de nazomer hielpen de leerlingen van de hoogste klas met de zaadbessen selecteren en stuk wrijven op stukken karton om de zaadjes vrij te laten komen. De Vries bewaarde aanvankelijk bakken aardappelen met op bordjes hun soortnamen in het gymnastieklokaal, maar de burgemeester verbood hem uiteindelijk dat te blijven doen. Hij mocht zijn materiaal later opslaan in een hok van Tade Jansma. In het najaar gebruikte hij potjes die er stonden, nog over van de kroningsfeesten van Wilhelmina, om jonge plantjes in de winter tegen de kou te beschermen.
In het gedenkboek staat vermeldt dat De Vries zijn talloze nieuw gekweekte rassen eerst naar Germaanse, Romeinse en Griekse goden noemde, vervolgens naar sterren en planeten, beroemde personen als Dante, Zola, daarna naar planeten, zijn acht kinderen, naar bekenden in het dorp en naar leerlingen. Berta, de dochter van de kastelein, Johan de zoon van de brugwachter, Lutske de dochter van visser Tjibbe Pebesma en Sijmen, zoon van de veekoopman kregen allemaal hun eigen ras.
Bintje was de dochter van Taede Okkes Jansma en Melle van der Meer, waar hij zijn spullen mocht opslaan.

De aardappel was een kruising tussen een Munsterse en een Franse aardappel. Krol: ‘Het bintje raakte aanvankelijk in vergetelheid, maar pas na tientallen jaren is hij, na de dood van de hoofdmeester in 1919, herontdekt en bleek het een gouden greep, want het was een hele geschikte patat aardappel. Maar De Vries heeft weinig gehad aan die ontdekking, anderen zijn met de eer gaan strijken.’ Eten mensen hier nog bintjes?
‘Nee, absoluut niet, ze vinden hem niet lekker; ze hoeven hem niet.’
Over het gedenkteken: ‘Ze wilden eerst een borstbeeld, want ze zijn hier nogal behoudend. De basis heeft een getrapte vorm die verwijst naar Inca tempels en tussen de twee grotere planten staat een kleiner plantje, wat verwijst naar de bestuiving. Aan de achterkant zijn twee indianenhoofden te zien.’

Ik rijd naar de vroegere woning van meester De Vries, waar een bord in de tuin staat: It Bintsjehũs. Er schuin tegenover staat het dorpsschooltje. In een andere straat herinnert nog een wit klein kastje, met in het zwart de woorden Bintsje Nijs erop geschilderd; achter het ruitje hangen dorpsberichten.
Aardappelshop
De familie Van Lonkhuyzen in Randwijk, even ten westen van Arnhem, heeft nog wel iets met het Bintje. Vader Gé verbouwt de aardappel, moeder Harmie regelt de verkoop aan huis en zoon Geert via website Aardappelshop.nl. Ze wonen pal achter de Rijndijk in een gebied met boomgaarden, boomkwekerijen en uitgestrekte akkers.
Gé: ‘‘Ik ben hier opgegroeid en mijn vader verbouwde overwegend Bintjes, die we hier in de buurt verkochten. Je kunt er van alles mee, hij zit een beetje tussen vastkokend en kruimig in, een mooie aardappel met voor die tijd een redelijk goede opbrengst. Dat hij zo’n vijfentwintig jaar geleden is ingehaald door andere rassen, werd versneld door acties van Milieudefensie. Hij werd niet meer bespoten dan andere rassen, maar kreeg het etiket ‘gifpieper’ opgeplakt. Hij was een beetje het haasje. Net als andere oudere rassen is hij gevoelig voor Phytophthora, een aardappelschimmel. Dat hebben de hele moderne robuuste rassen minder.’

De aardappelteler vertelt dat het Bintje ook gevoelig is voor allerlei omstandigheden: ‘Het ene jaar zitten er allemaal knobbels aan. Dus dan gooi je bijna een kwart eruit. En nu hebben we al twee jaar amper grote bintjes voor de friet door de vele regen en wat we ook doen met koelen, hij begint daardoor ook heel snel te kiemen, wordt slap en veroudert snel. Tegenwoordig zijn er veredelde rassen die minder ziektegevoelig zijn en er zijn betere frietaardappelen zoals Agria, die wij ook verkopen. McDonald’s heeft zo zijn eigen keus qua ras, want die willen hele lange frieten; voor chips worden weer andere rassen gebruikt. Wij hebben één hectare Bintjes en zeven hectare andere rassen, daarnaast tarwe en suikerbieten vanwege de wisselteelt.’

Zoon Geert vertelt: ‘Wij hebben klanten die komen echt voor bintjes, die gaan ook weer weg als we geen bintjes hebben. Vooral de oudere generatie wil Bintje, die kent hem al heel lang. Als ik een nieuwsbrief mail en daarin zet: We hebben een mooi alternatief voor frietaardappelen, Agria. Dan zien ze dat toch niet zitten.’
Voor ik van hun boerderij vertrek, koop ik uit nostalgie nog even een zak bintjes; en inderdaad de afgelopen oogst was tamelijk mager. Niks geen bonken. De bintjes zijn niet meer dan uit de kluiten gegroeide krieltjes.
Aardappelmiljardair

Na de jute zak verwijderd te hebben uit de stoel in Venetië, nam Ula hem mee naar Polen. Kortgeleden gaf ze hem bij een bezoek aan ons land aan mij. Ik heb hem ingelijst als eerbetoon aan deze aardappel, die miljoenen Hollandse mensen ooit met smaak gegeten hebben. Hij is inmiddels al decennia lang van de Hollandse eetborden verdwenen. De jute zak is een tastbare herinnering aan de Gouden Tijd van het Bintje. Hij is na een reis vanuit de tropen, via Nederland, een halve eeuw als stoelvulling in Venetië en een tussenstop in Polen weer teruggekeerd naar zijn roots: Holland.
Foto’s, tenzij anders vermeld: Ula Hagno Cebrat en Lex Veldhoen

Hoe Parmentier de Fransen verleidde om aardappels te eten
Wie is de uitvinder van de patatfriet?
De eigenheimer – Een aardappel én een persoonstype
Aardappeloproer 1917: volkswoede in Amsterdam escaleert
‘Dag vader, mooi broodjes verkopen, hè!’
Ergens een slaatje uit slaan – Herkomst en betekenis
Bier in België – Cultuur en geschiedenis